Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2838

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-01-2010
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
114650/KG ZA 09-398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing van een lokaalverbod waarbij een zoon de toegang tot een verzorgingstehuis van moeder voor de duur van een jaar is ontzegd. De voorzieningenrechter acht het lokaalverbod op zichzelf niet onrechtmatig, maar het feit dat het is opgelegd voor de duur van een jaar acht hij disproportioneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 127

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 114650 / KG ZA 09-398

Vonnis in kort geding van 15 januari 2010

in de zaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. [B],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. U. van Ophoven,

tegen

de stichting

STICHTING VREDEWOLD,

gevestigd te Leek,

gedaagde,

advocaat mr. W. Mollema.

Partijen zullen hierna [A], [B], [A c.s.] (indien beide eisers worden bedoeld) en Stichting Vredewold worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• de dagvaarding;

• de brief van mr. Van Ophoven van 28 december 2009 waarbij producties worden overgelegd;

• de brieven van mr. Mollema van 4 januari 2010 en 5 januari 2010 waarbij producties worden overgelegd;

• de mondelinge behandeling van 6 januari 2010 alwaar [B], bijgestaan door mr. Van Ophoven is verschenen. [A] is niet verschenen. Stichting Vredewold heeft zich laten vertegenwoordigen door haar algemeen directeur [naam], bijgestaan door mr. Mollema;

• de pleitnota van mr. Van Ophoven;

• de pleitnota van mr. Mollema.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is 79 jaar en woonachtig in appartement [nummer] van het door Stichting Vredewold geëxploiteerde verzorgingstehuis staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats].

2.2. Het appartement, dat slechts via de hoofdingang van het verzorgingstehuis toegankelijk is, bestaat uit een woon/slaapkamer, een keukenblok en een toilet- en doucheruimte. [A] is slecht ter been en maakt gebruik van een rollator, scootmobiel of rolstoel.

2.3. Bewoners kunnen vrijelijk bezoek ontvangen. [A] heeft een zoon en een dochter die haar regelmatig bezoeken.

2.4. Op 12 februari 2008 heeft een medewerker van stichting Vredewold het volgende rapport opgemaakt:

[B]

Zoon is geweest bij Mv. Mv wilde de verzorging bellen omdat ze zich bedreigd voelde maar kreeg hier de kans niet voor omdat de rollator waar de bel aan hangt werd weggetrapt. Zoon kwam toen zijn verhaal halen bij de verzorging op bedreigende toon.

(…)

2.5. Op 16 oktober 2009 - na terugkomst van een korte vakantie - hebben [A c.s.] geconstateerd dat een veger en blik en een afdekkleed van het scootmobiel uit het appartement verdwenen waren. Tevens bleek de hometrainer uit het appartement te zijn verplaatst. [B] heeft teamleidster [C] hierover aangesproken. Daarbij heeft hij haar bij de schouder gepakt. [C] heeft het incident als intimiderend en bedreigend ervaren. Zij heeft verslag van het incident opgemaakt en (voor zover thans van belang) als volgt verklaard:

(…)

[A] zocht mij enige minuten later weer op in mijn kantoor. Uitte zijn ongenoegen op een misdragende, schreeuwende, intimiderende manier: “Doe gaast er verdomme voor zorgen dat het motblik en veger terug komt. En ast doe dat niet doest dan bin de gevolgen voor diezelf” Ik heb op dat moment te kennen gegeven niet op deze manier met hem in discussie te willen, en al zeker niet om een motblik en veger. Ik heb hem tot twee keer toe verzocht weg te gaan, omdat ik het niet prettig vond waar hij mee bezig was, bij de derde keer heb ik gezegd dat hij als de donder op moest zouten. [A] kwam voor mij staan, ben vervolgens opgestaan van mijn bureaustoel, [A] duwde mij de hoek in en stond zo dicht bij mij te schreeuwen: Wie of ik dacht dat ik was en of ik de directrice was. Op dat moment was dit een bedreigende actie van [A]. Ik was alleen en stond in een hoek geduwd met een hevig verbaal agressieve en intimiderende, met consumptie, schreeuwende, met armen opgeheven heerschap. Dit heeft voor mijn een gevoel gegeven van onveiligheid, was op dat moment wel bang.

Inmiddels waren er al een aantal cliënten die ook op dezelfde afdeling wonen in de deuropening van hun appartement komen staan, want de manier van schreeuwen van Dhr. [A] galmde over de gehele afdeling. Cliënten reageerden hevig ontdaan en er waren een aantal clienten die hun appartementen niet meer durfden te verlaten en hebben de deur op slot gedaan.

[A] verliet al briesend mijn kantoor en ging weer naar zijn moeder. Waar hij met dezelfde schreeuwende toon tegen zijn moeder tekeer ging. Op dat moment besloot ik hulp van het managementteam in te roepen. Inmiddels was ik helemaal van slag, en kon ik dit niet meer alleen oplossen. Op het moment dat ik naar beneden wilde lopen om een managementlid te roepen, kwam ik voorbij het appartement van [B].

[A] stond in de deuropening en op het moment dat ik wilde passeren, greep hij mij bij mijn vest en wilde mij het appartement ingooien. Ik heb mij los gerukt en mijn weg vervolgt naar beneden.

(…)

2.6. [C] heeft op 16 oktober 2009 aangifte gedaan van bedreiging.

2.7. Stichting Vredewold heeft tevens verklaringen van medewerkers [naam], [naam], [naam] en [naam] in het geding gebracht.

2.8. Bij brief van 16 oktober 2009 heeft de directeur van stichting Vredewold het volgende aan [B] medegedeeld:

Wegens het uiten van dreigende taal, handtastelijkheid en gedwongen vasthouding van een medewerkster van onze Stichting Vredewold is het niet meer mogelijk om u nog langer in ons verzorgingstehuis toe te laten.

Wij verbieden u daarom vanaf heden de toegang tot 1 jaar in en om ons verzorgingstehuis, gevestigd aan de [adres] te [woonplaats].

De politie en burgemeester is van ons besluit op de hoogte gebracht en zal bij overtreding proces-verbaal tegen u opmaken wegens lokaalvredebreuk.

2.9. [A c.s.] stelt zich op het standpunt dat het door stichting Vredewold opgelegde lokaalverbod onrechtmatig is, welk standpunt bij brief van 22 oktober 2009 aan de stichting kenbaar is gemaakt.

2.10. Op 29 oktober 2009 heeft stichting Vredewold schriftelijk aan [B] laten weten het lokaalverbod te handhaven.

2.11. Op 18 november 2009 schrijft stichting Vredewold aan [B] (voor zover thans van belang):

(…)

In gesprek met u en mevrouw [C] wil ik namelijk graag bepalen in hoeverre het mogelijk is om op basis van een aantal voorwaarden het lokaalverbod op te heffen. Een wens die nadrukkelijk ook bij uw moeder leeft. Ik vind het dan ook bijzonder spijtig dat u tot op heden niet bereid bent bevonden met mevrouw [C] en mij hierover in gesprek te treden.

(…)

3. Het geschil

3.1. [A c.s.] vorderen (samengevat) bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair stichting Vredewold te veroordelen tot opheffing van het op 16 oktober 2009 aan [B] uitgereikte lokaalverbod, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat stichting Vredewold na betekening van het vonnis nalaat het lokaalverbod in te trekken. Subsidiair vorderen zij de duur van het lokaalverbod in redelijkheid en in goede justitie te bepalen. Beide vorderingen onder veroordeling van stichting Vredewold in de kosten van het geding.

3.2. Stichting Vredewold voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Eisers leggen aan de vordering ten grondslag dat [B] de toegang op onterechte gronden is ontzegd en dat zij zich ernstig beperkt voelen in de mogelijkheden contact met elkaar te onderhouden. Niet alleen de maatregel zelf maar ook de duur ervan brengt met zich mee dat [A] - zij kampt met gezondheidsproblemen - de zorg, ondersteuning en het gezelschap van [B] wordt onthouden. [A c.s.] hebben daaraan toegevoegd dat het lokaalverbod gestoeld is op een onjuiste interpretatie van feiten.

4.2. Stichting Vredewold heeft betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Zij heeft aangevoerd dat [B] in het verleden al eens betrokken is geweest bij een incident zodat het voorval van 16 oktober 2009 niet op zichzelf staat. [A] heeft zich herhaaldelijk schuldig gemaakt aan agressief en intimiderend gedrag. Hij heeft fysiek geweld gebruik tegen een van de medewerkers en heeft door zijn gedrag een onveilig gevoel teweeg gebracht bij zowel het (verplegend) personeel als de bewoners. De door haar in het geding gebrachte verklaringen onderschrijven de moeizame relatie tussen [B] en (medewerkers van) stichting Vredewold.

4.3. Onder deze omstandigheden, zo heeft stichting Vredewold betoogd, is het niet onrechtmatig dat zij [B] de toegang tot het verzorgingstehuis heeft ontzegd. Het is haar primaire taak de veiligheid en het welzijn van haar werknemers en het in het verzorgingstehuis werkzame personeel te waarborgen.

4.4. Volgens [A c.s.] zijn deze stellingen onjuist. Hij heeft een luide stem maar ontkent dat hij richting het personeel heeft geschreeuwd. Weliswaar heeft hij [C] kort bij de schouder gepakt maar hij heeft haar niet bedreigend of fysiek geweld gebruikt. De op schrift gestelde gronden voor het lokaalverbod zijn oneigenlijk.

4.5. Hierover wordt als volgt overwogen. Een verzorgingstehuis is weliswaar voor het publiek toegankelijk, maar die publieke toegankelijkheid is gebaseerd op, een al dan niet stilzwijgend gegeven, toestemming van de rechthebbende. Een verzorgingstehuis kan worden beschouwd als een ‘besloten lokaal’ in de zin van artikel 138 Sr, dat wil zeggen een ‘niet voor openbare dienst bestemd lokaal, waar het publiek met, al dan niet stilzwijgend gegeven, toestemming van de rechthebbende toegang heeft’. Het staat de directie van stichting Vredewold in beginsel vrij die toestemming aan individuele personen te onthouden, dat wil zeggen: gasten te weigeren.

4.6. Aangenomen moet worden dat de directie van een verzorgingstehuis die vrijheid dient uit te oefenen met inachtneming van de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Een verzorgingstehuis is immers in beginsel voor het publiek toegankelijk en die toegankelijkheid vertegenwoordigt een belangrijke maatschappelijke functie. Zij dient bij haar besluitvorming de belangen van haar cliënten in acht te nemen. Met andere woorden: indien op onredelijke grond de toegang wordt ontzegd, kan dat onrechtmatig zijn, dan wel een misbruik van bevoegdheid opleveren. De afwezigheid van een redelijke grond dienen [A c.s.] aan te tonen.

4.7. Gezien de maatschappelijke functie van een verzorgingstehuis en de zwaarwegende belangen van een zoon om zijn moeder te kunnen bezoeken en dat van een moeder om haar zoon te ontvangen komt de directie een marge toe bij haar beleid bepaalde gasten de toegang te weigeren. Stichting Vredewold heeft terecht aangevoerd dat zij een zekere vrijheid moet hebben personen te weigeren die zich agressief of anderszins ongewenst gedragen, aangezien het aan haar is de veiligheid van de aan haar toevertrouwde cliënten te waarborgen, alsmede de veiligheid van het personeel en de overige aanwezigen. Bij de beoordeling van de vraag of stichting Vredewold onrechtmatig heeft gehandeld door [B] een lokaalverbod op te leggen, gaat het er niet om alle gebeurtenissen op een goudschaaltje te wegen. Of iemand intimiderend en agressief overkomt, is afhankelijk van de context, de houding van betrokkene, de intonatie van hetgeen hij zegt, enzovoorts.

4.8. [B] ontkent dat hij zich jegens het personeel (en zijn moeder) agressief of provocerend heeft gedragen en dat hij [C] op 16 oktober 2009 heeft geduwd of haar heeft bedreigd. Hoewel partijen over een aantal feiten van mening verschillen is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voorshands voldoende vast komen te staan dat [B] [C] (kort) heeft vast gepakt en voorts dat hij zich herhaaldelijk een houding heeft aangemeten die door het aanwezige personeel en de bewoners als bedreigend en intimiderend is ervaren.

4.9. Uit dit voorlopige oordeel volgt op zichzelf al dat stichting Vredewold een redelijke grond had [B] (gedurende enige tijd) de toegang tot het verzorgingstehuis te ontzeggen. [A c.s.] hebben een zwaarwegend belang bij het intrekken van het lokaalverbod opdat zij elkaar in het appartement kunnen ontmoeten. De (onweersproken gebleven) zwakke gezondheid van mevrouw [B] en het feit dat zij slecht ter been is dient bij de belangenafweging te worden meegewogen. Deze belangen geven echter niet de doorslag. Dat wil zeggen dat er thans geen aanleiding is stichting Vredewold te gelasten het lokaalverbod met onmiddellijke ingang op straffe van een dwangsom in te trekken.

4.10. Het feit dat het lokaalverbod voor de duur van een jaar is uitgevaardigd, acht de voorzieningenrechter echter disproportioneel. Op de datum van het wijzen van dit vonnis is het lokaalverbod drie maanden oud. Het komt de voorzieningenrechter voor dat er voor betrokkenen, bij een toch ingrijpend middel als een lokaalverbod, mede gezien de medische situatie van [A], spoedig uitzicht moet zijn op opheffing daarvan. Daarom zal de voorzieningenrechter bepalen dat het lokaalverbod na één maand na het in deze te wijzen vonnis dient te worden opgeheven, derhalve op 15 februari 2010.

4.11. Dit laat onverlet dat aan stichting Vredewold de vrijheid toekomt wederom een lokaalverbod uit te vaardigen indien zich omstandigheden voordoen die een redelijke grond vormen om [B] de toegang te ontzeggen.

4.12. Uit het voorgaande volgt dat de primaire vordering zal worden afgewezen. De subsidiaire vordering zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld. Het staat de voorzieningenrechter niet vrij te bepalen dat het lokaalverbod slechts tot 15 februari 2010 zal gelden. Uit het hiervoor overwogene volgt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het op 16 oktober 2009 uitgevaardigde lokaalverbod onrechtmatig is voor zover het na

14 februari 2010 nog wordt gehandhaafd. De voorzieningenrechter vat de subsidiaire vordering dan op als een vordering te gebieden het per die datum op te heffen. Die vordering zal worden toegewezen. De gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd als in het dictum omschreven.

4.13. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. veroordeelt stichting Vredewold het lokaalverbod van 16 oktober 2009 op te heffen per 15 februari 2010, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan gedurende welke stichting Vredewold niet volledig aan deze veroordeling voldoet, zulks tot een maximum van € 10.000,00;

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3. wijst af het meer of anders gevorderde;

5.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B.M. Keurentjes en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2010.?

rh