Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2688

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
18/670249-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Specht-onderzoek. Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde Opiumwet-delict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670249-09 (promis)

datum uitspraak: 5 februari 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. H.K. ter Brake

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

wonende aan [adres], [plaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

21 en 22 januari 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 juni 2009, te Groningen, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van meer dan 30 gram

hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op de kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte, de tapgesprekken op 18 en 19 juni 2009, de verklaring van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], de bevindingen van het observatieteam en de verklaring van de getuige [betrokkene 1].

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, aangezien niet is te bewijzen dat verdachte een grote hoeveelheid hennep heeft verkocht, vervoerd of aanwezig gehad.

Beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 19 juni 2009 tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid hennep heeft verkocht, vervoerd of aanwezig gehad. Verdachte heeft dit feit ontkend.

In het dossier bevinden zich processen-verbaal waarin een groot aantal getapte telefoon-gesprekken is uitgeschreven. Uit deze gesprekken blijkt onder meer dat verdachte op 18 juni 2009 meermalen telefonisch contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 1] en dat zij hebben afgesproken dat verdachte de volgende dag naar [medeverdachte 1] zou komen.

Uit het zich tevens in het dossier bevindende proces-verbaal, inhoudende het verslag van een stelselmatige observatie, blijkt dat er op 19 juni 2009 om 13.52 uur een Audi A5 met kenteken [00-AA-BB] is gesignaleerd bij een woning aan de [straat 1] te [plaats 1], de woning van [medeverdachte 1]. Om 17.38 uur kwam er uit deze woning een man lopen, die vervolgens iets achterin de Audi heeft gelegd en in deze auto is weggereden. Om 18.20 uur is de bestuurder van deze Audi aangehouden.

Het dossier bevat voorts een proces-verbaal van aanhouding, waaruit blijkt dat verdachte de bestuurder van voornoemde Audi was.

Ook bevat het dossier een proces-verbaal van inbeslagneming, waaruit blijkt dat voornoemde Audi op 19 juni 2009 is doorzocht. In de auto werden een blauwe tas met daarin restjes hennep en een zwarte tas met daarin zilverkleurige sealbags aangetroffen.

Het dossier bevat tevens een proces-verbaal waaruit blijkt dat op 19 juni 2009 omstreeks 19.00 uur een zoeking heeft plaatsgevonden in voornoemde woning aan de [straat 1], waarbij onder meer ruim zeven kilo hennep werd aangetroffen.

Tot slot bevat het dossier de verklaring van [medeverdachte 1], die heeft verklaard dat hij op 18 juni 2009 is gebeld door een zekere [naam] uit [plaats 2], met de vraag of hij 10 tot 20 kilo wiet voor deze [naam] kon regelen. Op 19 juni 2009 is [naam], volgens voornoemde verklaring, met dat doel bij hem langsgekomen aan de [straat 1] te [plaats 1].

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met [medeverdachte 1] had afgesproken dat hij op 19 juni 2009 naar [plaats 1] zou komen, zodat hij daar hard zou kunnen rijden met zijn geleende Audi. Verdachte ging voor de gezelligheid naar de woning aan de [straat 1] en heeft daar aanvankelijk geen hennep gezien. Later begreep hij dat er hennep in de woning aanwezig was en is hij vertrokken. Verdachte zag in de woning een tas liggen en mocht die van [medeverdachte 1] meenemen. Verdachte dacht dat de tas leeg was.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van vorenstaande bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk een grote hoeveelheid hennep heeft verkocht. Weliswaar heeft [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte wiet van hem wilde kopen, maar het kopen van een grote hoeveelheid hennep is niet ten laste gelegd. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte opzettelijk een grote hoeveelheid hennep aanwezig heeft gehad dan wel vervoerd, nu er slechts een zeer kleine hoeveelheid hennep in verdachtes auto is aangetroffen en uit voornoemde bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte enige beschikkingsmacht heeft gehad over de in de woning aan de [straat 1] aangetroffen grote hoeveelheid hennep.

Nu er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het ten laste gelegde, zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de beslag genomen goederen aan verdachte moeten worden teruggeven, nu hij wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- een gsm, merk Nokia;

- twee tassen;

- 28 zilverkleurige sealbags.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, mrs. H.L. Stuiver en J.M.M. van Woensel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.W. Mulder, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2010.