Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2608

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
18/670252-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Specht-onderzoek. Veroordeelde heeft een grote hoeveelheid hennep aanwezig gehad. Voorts heeft veroordeelde gebruik gemaakt van valse of vervalste reisdocumenten. Veroordeling tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 120 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670252-09 (promis)

datum uitspraak: 5 februari 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. E.W.B. van Twist

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in de Sovjet-Unie op [datum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

24 september 2009, 10 december 2009 en 21 en 22 januari 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na de door de rechtbank toegewezen vordering ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering tot nadere opgave van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 19 juni 2009 te

Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, meermalen, in de uitoefening van een beroep of

bedrijf, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, telkens, een (grote)

hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

zij op of omstreeks 19 juni 2009, te Groningen, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 500 gram speed, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 20 juni 2009, te

Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, meermalen, in het bezit is geweest en/of opzettelijk

gebruik heeft gemaakt van (een) niet op haar/hun naam gesteld(e)

reisdocument(en), waarvan zij wist(en) dat het vals of vervals was, te weten

- een paspoort op naam van Sonata Grybiene en/of

- een paspoort op naam van Andzelika Grybaite en/of

- een paspoort op naam van Darius Baronas en/of

- een paspoort op naam van Jonas Grybas

welk gebruik hierin bestond dat verdachte en/of haar medeverdachte onder meer

in Nederland leefden met één van bovengenoemde valse identiteiten, zich

onder de naam Jonas Grybas inschreven bij de gemeente Groningen, zich

bedienden van één van genoemde valse namen en met één van deze valse

paspoorten zich legitimeerden tegenover de politie (onder meer bij hun recente

aanhouding van 19 juni 2009 en tijdens verhoor op 20 juni 2009);

4.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 19 juni 2009, te

Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft

gemaakt, immers heeft/hebben zij en/of haar medeverdachte, meermalen van

voorwerpen, onder meer een grote hoeveelheid geld en luxe goederen zoals

130.000 euro, althans een groot geldbedrag, een rubberboot, een boot,

buitenboormotoren, scooters, een motorfiets, een personenauto, een speedboot,

televisies, een woover en/of monitoren, de werkelijke aard, de herkomst, de

vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld,

althans heeft zij en/of haar mededader verborgen en/of verhuld wie de

rechthebbenden op die voorwerpen waren/was of wie bovenomschreven voorwerpen,

voorhanden hadden, terwijl zij en/of haar medeverdachte wist(en) dat deze

voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op de verklaring van verdachte en de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

Voorts heeft de officier van justitie aangevoerd dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu verdachte heeft verklaard dat zij niet wist wat er in het emmertje zat.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op de verklaring van verdachte en het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee.

Tot slot heeft de officier van justitie aangevoerd dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op de verklaring van verdachte, de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en de processen-verbaal van inbeslagneming.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde weliswaar wettig en overtuigend kan worden bewezen, maar dat verdachtes aandeel in deze feiten gering was.

Voorts heeft de raadsman betoogd dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, aangezien verdachte niet wist wat er in het emmertje zat.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 januari 2010 inhoudende de verklaring van verdachte afgelegd tegenover de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven

Ten tijde van mijn aanhouding, op 19 juni 2009, woonde ik op de woonboot. Het klopt dat er een keer een man drie dozen heeft achtergelaten op de woonboot.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2009, opgenomen op pagina 601-603 van ordner IX van dossier nr. 2008002963 d.d. 26 oktober 2009, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven

[medeverdachte 1] is mijn vriend. [medeverdachte 1] en ik leven van de wiethandel.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 25 juni 2009, opgenomen op pagina 611-615 van ordner IX van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven

In aanvulling op mijn eerdere verklaringen verklaar ik het volgende. Ik wist in onze woning de wiet wel te liggen. Bij ons thuis lagen verschillende soorten wiet.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 6 juli 2009, opgenomen in bijlage A van ordner III van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Op 19 juni 2009 heeft er een zoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woonboot [straat 1] te [plaats]. Hierbij werd in de kelder van de woonboot 4157 gram wiet in een C1000-tas en 2170 gram wiet in een stofzuigerdoos aangetroffen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2009, opgenomen op pagina 601-603 van ordner IX van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven

Vanochtend, 20 juni 2009, en gisteren, 19 juni 2009, heb ik aan de politie een valse naam opgegeven, te weten Sonata Grybiene.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 21 juni 2009, opgenomen op pagina 605-607 van ordner IX van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven

Ik heb gebruik gemaakt van een vals paspoort op naam van Sonata Grybiene. Mijn dochter heeft gebruik gemaakt van een vals paspoort op naam van Andzelika Grybaite.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 27 juni 2009, opgenomen op pagina 518-520 van ordner II van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Op 19 juni 2009 heeft er een zoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woonboot [straat 1] te [plaats]. Kort na aanbellen werd opengedaan door een vrouw, die verklaarde te zijn genaamd Olga. Zij legitimeerde zich met een paspoort op naam van Sonata Grybiene.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 juni 2009, opgenomen in bijlage O van ordner III van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Onder verdachte werd op 19 juni 2009 een Litouws paspoort op naam van Sonata Grybiene, met nummer [nummer], in beslag genomen.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 8 juli 2009, opgenomen in bijlage O van ordner III van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Onder verdachte werd op 19 juni 2009 een Litouws paspoort op naam van Andzelika Grybaite, met nummer [nummer], in beslag genomen.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 30 september 2009, opgenomen op pagina 273-274 van ordner I van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Uit onderzoek is gebleken dat het Litouws paspoort op naam van Sonata Grybiene, met nummer [nummer], vervalst was.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 1 oktober 2009, opgenomen op pagina 291-292 van ordner I van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven

Uit onderzoek is gebleken dat het Litouws paspoort op naam van Andzelika Grybaite, met nummer [nummer], vervalst was.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Het onder 1 ten laste gelegde behelst – kort gezegd – het in de periode van 1 januari 2003 tot en met 19 juni 2009 verkopen of afleveren van grote hoeveelheden hennep. Verdachte heeft verklaard dat zij in deze periode meerdere malen in opdracht van haar vriend, medeverdachte [medeverdachte 1], kleine hoeveelheden hennep heeft afgeleverd. [medeverdachte 1] heeft dit bevestigd. Het dossier bevat evenwel geen aanwijzingen dat verdachte ook grote hoeveelheden hennep, zoals ten laste gelegd, heeft afgeleverd. Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor dit onderdeel van de tenlastelegging. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voorts is onder 1 ten laste gelegd het in de periode van 1 januari 2003 tot en met 19 juni 2009 opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep. Op 19 juni 2009 is er in de woonboot waar verdachte woonde ruim zes kilo hennep aangetroffen, waarvan twee kilo in een doos. Verdachte heeft verklaard dat zij wist dat er hennep in huis was en dat zij gezien had dat er dozen de woonboot werden binnengedragen. Op grond van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist of moest weten dat er een grote hoeveelheid hennep in de woonboot aanwezig was, te meer nu zij heeft verklaard dat zij en haar vriend, medeverdachte [medeverdachte 1], van de handel in hennep leefden.

Het onder 2 ten laste gelegde behelst – kort gezegd – het op 19 juni 2009 opzettelijk aanwezig hebben van 500 gram van een materiaal bevattende MDMA. Het dossier bevat een proces-verbaal waaruit blijkt dat op 19 juni 2009 op de woonboot waar verdachte woonde een emmertje in beslag is genomen met daarin een halve kilo van een korrelige stof. Een monster van deze stof is naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gestuurd voor nader onderzoek. Verdachte heeft verklaard niet te weten wat er in het emmertje zat. Het dossier bevat voorts een rapport van het NFI, waaruit blijkt dat er een stof is onderzocht die MDMA bleek te bevatten. De herkomst van de onderzochte stof wordt slechts nader aangeduid met een tweetal volgnummers. Deze volgnummers zijn evenwel niet elders in het dossier gekoppeld aan de in de woonboot in beslag genomen stof of de daarvan genomen monsters, zodat niet is vast te stellen of het NFI daadwerkelijk déze stof heeft onderzocht. Het onder 2 ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend te bewijzen. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.

Het onder 3 ten laste gelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen op grond van bovenstaande bewijsmiddelen.

Het onder 4 ten laste gelegde behelst – kort gezegd – het in de periode van 1 januari 2003 tot en met 19 juni 2009 tezamen en in vereniging met een ander witwassen van een geldbedrag en diverse luxe goederen. Het dossier bevat diverse processen-verbaal waaruit blijkt dat in en om de woonboot waar verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte 1] woonden diverse luxe goederen in beslag zijn genomen. De rechtbank heeft in de zaak van [medeverdachte 1] bewezen verklaard dat hij in de periode van 1 december 2008 tot en met 19 juni 2009 in hennep heeft gehandeld. Op grond van het dossier is evenwel niet vast te stellen of de in beslag genomen luxe goederen zijn gekocht in deze periode. Derhalve is ook niet vast te stellen of deze goederen – middellijk of onmiddellijk – uit dit misdrijf afkomstig zijn.

Het dossier bevat voorts een proces-verbaal van inbeslagneming waaruit blijkt dat op 19 juni 2009 in de woning aan de [straat 2] te [plaats], welke woning werd gehuurd door [medeverdachte 1], een geldbedrag van € 76.000,- is aangetroffen. Het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 130.000,- blijkt de rechtbank evenwel niet uit het dossier. Medeverdachte [medeverdachte 1] is vrijgesproken van het met betrekking tot dit geldbedrag ten laste gelegde witwassen. Uit het dossier is niet gebleken dat het in de [straat 2] aangetroffen bedrag middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit misdrijf. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is te bewijzen. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat met de term wiet wordt bedoeld een materiaal bevattende hennep.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

zij op 19 juni 2009 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 20 juni 2009, te Groningen, meermalen, in het bezit is geweest en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van niet op haar naam gestelde reisdocumenten, waarvan zij wist dat deze vals of vervalst waren, te weten

- een paspoort op naam van Sonata Grybiene en

- een paspoort op naam van Andzelika Grybaite

welk gebruik hierin bestond dat verdachte onder meer in Nederland leefde met bovengenoemde valse identiteit, zich bediende van genoemde valse namen en met één van deze valse paspoorten zich legitimeerde tegenover de politie (onder meer bij haar aanhouding van 19 juni 2009 en tijdens verhoor op 20 juni 2009).

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 en onder 3 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

onder 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

onder 2: in het bezit zijn en opzettelijk gebruik maken van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen mocht achten, gepleit voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, subsidiair oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzittingen, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 22 juni 2009, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een grote hoeveelheid hennep aanwezig gehad. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs ernstige schade berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan drugshandel en het gebruik van drugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft hieraan door haar handelen bijgedragen.

Voorts heeft verdachte gebruik gemaakt van valse of vervalste reisdocumenten. Zij heeft daarmee het vertrouwen geschaad dat in het internationaal personenverkeer in identiteitspapieren wordt gesteld.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een taakstraf moet worden opgelegd, bestaande uit een werkstraf. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met het feit dat zij minder feiten en minder ernstige feiten heeft bewezen verklaard dan door de officier van justitie gesteld.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen valse of vervalste reisdocumenten en het valse of vervalste rijbewijs moeten worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36b, 36d, 47, 57, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 2 en onder 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 en onder 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 120 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht. De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht. De rechtbank waardeert de dagen die veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op twee uren werkstraf per dag.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- een rijbewijs op naam van S. Grybiene, nummer [nummer];

- een paspoort op naam van S. Grybiene, nummer [nummer];

- een paspoort op naam van A. Grybaite, nummer [nummer].

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, mrs. H.L. Stuiver en J.M.M. van Woensel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.W. Mulder, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2010.