Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL1534

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-02-2010
Datum publicatie
01-02-2010
Zaaknummer
18/670442-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen poging zware mishandeling; deels voorwaardelijke gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670442-09 (Promis)

datum uitspraak: 1 februari 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. M.C. van Linde

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[naam verdachte],

[geboorte plaats]op [geboorte datum],

wonende te [woonplaats]

thans verblijvende in P.I. HvB Ter Apel, Ter Apelervenen 10.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

18 januari 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 18 september 2009,

te Musselkanaal, in de gemeente Stadskanaal,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

aan een of meer personen genaamd [slo 1] en/of [slo 2], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slo 1] en/of [slo 2] meermalen, althans eenmaal, hebben

gestompt en/of (met een honkbalknuppel) geslagen en/of geduwd en/of terwijl

die [slo 1] en/of [slo 2] op de grond lagen meermalen, althans eenmaal, in

zijn/hun rug(gen) heeft/hebben geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, op of omstreeks 18 september 2009,

te Musselkanaal, in de gemeente Stadskanaal,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Exloërweg, in elk

geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te

weten [slo 1] en/of [slo 2],

welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal stompen en/of (met een

honkbalknuppel) slaan en/of duwen van die [slo 1] en/of [slo 2] en/of het

terwijl die [slo 1]en/of [slo 2] op de grond lagen meermalen, althans eenmaal,

in zijn/hun rug(gen) schoppen en/of trappen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij,

op of omstreeks 18 september 2009,

te Musselkanaal, in de gemeente Stadskanaal,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

mishandelend een of meer personen (te weten [slo 1] en/of [slo 2])

meermalen, althans eenmaal, hebben gestompt en/of (met een honkbalknuppel)

geslagen en/of geduwd en/of terwijl die [slo 1] en/of [slo 2] op de grond lagen

meermalen, althans eenmaal, in zijn/hun rug(gen) heeft/hebben geschopt en/of

getrapt, waardoor voornoemde [slo 1] en/of [slo 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn

heeft/hebben ondervonden;

2.

hij, op of omstreeks 13 september 2009,

te Meeden, in de gemeente Menterwolde,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Hereweg, in elk geval

op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

een persoon, te weten [slo 3],

welk geweld bestond uit het duwen en/of stompen tegen het lichaam van die

[slo 3] en/of het stompen en/of slaan tegen het hoofd van die [slo 3].

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 1 is de officier van justitie van mening dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Uit de bewijsmiddelen in het dossier blijkt dat verdachte met vier anderen uit de auto is gestapt en dat er vervolgens op aangevers is ingeslagen met onder meer honkbalknuppels. Terwijl aangevers op de grond lagen zijn verdachten doorgegaan met slaan en schoppen. Door een dergelijk handelen hadden de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel kunnen oplopen. Nu de fysieke restverschijnselen meevallen, is er naar de mening van de officier van justitie sprake van medeplegen van een poging tot zware mishandeling.

Feit 2 kan naar de mening van de officier van justitie eveneens worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er honkbalknuppels zijn gebruikt.

Naar de mening van de raadsman dient verdachte te worden vrijgesproken van feit 2 nu verdachte niets heeft gedaan en hij blijkens de verklaringen van onder meer verdachte zelf alsmede de verklaringen van [ medeverachte 1] en [medeverdachte 2] bij het gebeuren is weggehaald ofwel is tegengehouden.

Beoordeling

Feit 1

De rechtbank heeft bij de beoordeling van feit 1 acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

* Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 22 september 2009, opgenomen op pagina 135 e.v. van het dossier met dossiernummer 2009109908, inhoudende de verklaring van aangever [slo1] (zakelijk weergeven)

Tussen vrijdag 18 september 2009 23:20 uur en 23:50 uur werd op de Exloërweg te Musselkanaal het volgende feit gepleegd. Ik was met [slo 2]. Ik zag dat er 5 mannen uit de auto stapten. Kort daarop, zonder enige aanleiding, kreeg ik een vuistslag tegen de linkerzijde van mijn hoofd door de man met de grote letters op de voorzijde van zijn T-shirt. Verder zag ik dat de man met een honkbalknuppel bij mij stond. Ik zag dat de persoon mij met zijn tot vuist gebalde rechterhand tegen de linkerzijde van mijn gezicht sloeg. Ik voelde hevige pijn aan de linkerzijde van mijn gezicht. Ik kreeg vlak daarna nog een vuistslag tegen mijn achterhoofd. Mogelijk ben ik nog een keer door de man met de grote letters op het T -shirt geslagen. Het kan ook dat ik door de man met de bivakmuts ben geslagen of door de man waarvan ik me niets meer kan herinneren. Ik voelde hevige pijn aan mijn achterhoofd. Ik had bij een andere persoon een honkbalknuppel in zijn hand gezien. Vervolgens kreeg ik een zware dreun tegen mijn achterhoofd. Ik voelde hevige pijn aan mijn achterhoofd. Ik ben onderuitgegaan op het wegdek van de Exloërweg, op het viaduct. Toen ik op het wegdek lag ben ik nog 4 of 5 keer tegen mijn rug getrapt. Ik voelde hevige pijn aan mijn rug.

* Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 september 2009, opgenomen op pagina 143 e.v. van bovenvermeld dossier, inhoudende de verklaring van aangever [slo 2] (zakelijk weergeven):

Er stapten 2 jongens op mij af. De andere 3 jongens stapten op [slo 1]af. Eén van de jongens die bij [slo 1] stond had een knuppel bij zich. Ik zag dat de jongen die zijn gezicht niet bedekt had, met zijn rechter gebalde vuist [slo 1] op de linkerkant van zijn gezicht sloeg. Op dat moment zag ik een van de andere jongens bovenop [slo 1]springen. Bijna tegelijkertijd voelde ik twee klappen op mijn linkeroor en achterhoofd. Ik viel toen aan de rechterkant van mijn fiets af en kreeg de fiets bovenop mij. Ik voelde dat ik toen nog klappen of schoppen op mijn rug kreeg. Ik voelde dat het heel hard doordreunde.

* Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 13 oktober 2009, opgenomen op pagina 179 e.v. van bovenvermeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte [medeverdachte 3] (zakelijk weergeven):

De bestuurder van de auto, dit was volgens mij [medeverdachte 2], heeft de jongen een klap gegeven. [Medeverdachte 1] had een honkbalknuppel. Ik heb gezien dat [ medeverdachte 1] met de honkbalknuppel heeft uitgehaald. Ik heb de andere jongen weggetrokken. Ik heb dit wel hardhandig gedaan. Ik zag dat [medeverdachte 2] vervolgens deze jongen een vuistslag gaf. Hij gaf hem een "stoot". [verdachte] en [medeverdachte 1]hebben één jongen helemaal in elkaar geslagen. Deze jongen is geslagen met een honkbalknuppel, getrapt in zijn rug en geslagen. Hij is onder andere in zijn gelaat geslagen. Ik kan me voorstellen dat de jongens zich zeer bedreigd voelden.

* Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 oktober 2009, opgenomen op pagina 187 e.v. van bovenvermeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5] (zakelijk weergeven):

Ik hoorde [medeverdachte 1]of [verdachte] zeggen: "Laten we beide jongens maar pakken." De jongens in de auto zeiden tegen mij dat ik moest zeggen dat ze een blikje tegen de auto hadden gegooid.

Ik ben uitgestapt en had mijn honkbalknuppel in de hand. Ik kwam agressief de auto uit. Ik zag dat [medeverdachte 1]een honkbalknuppel in zijn hand had. Ik zag dat [verdachte] boven op de jongen dook. Ik zag dat hij een van de jongens sloeg en schopte. Vervolgens zag ik dat [ medeverdachte 1] met zijn honkbalknuppel de jongen sloeg. Ik zag dat hij de jongen op zijn hoofd raakte met de knuppel. Er zijn 2 honkbalknuppels gebruikt.

Feit 1

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 1 het volgende. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte samen met medeverdachten twee willekeurige jongens heeft geslagen en geschopt. Hierbij is tevens gebruik gemaakt van honkbalknuppels. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachten door aldus te handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat door hun handelen aan aangevers zwaar lichamelijk letsel zou kunnen worden toegebracht. Immers, er is op aangevers ingeslagen en geschopt toen zij weerloos op de grond lagen en verdachten hebben met honkbalknuppels op aangevers ingeslagen. Het is zeer wel denkbaar dat door aldus te handelen zwaar letsel zou ontstaan. Dat het fysieke letsel nog enigszins beperkt is gebleven, is niet door toedoen van verdachten.

Tevens is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een gemeenschappelijke uitvoering. Uit de aard van de gedragingen, almede uit het feit dat verdachten hebben besproken dat de jongens moesten worden gepakt, kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat verdachte samen met zijn medeverdachten het opzet heeft gehad op het geweld. De rechtbank acht derhalve het primair tenlastegelegde te weten medeplegen van een poging tot zware mishandeling, bewezen.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat feit 2 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verklaren dat verdachte niets heeft gedaan en juist is tegengehouden danwel bij het gebeuren is weggetrokken. Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kan wel wettig maar niet overtuigend worden bewezen dat verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij het gebeuren. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van feit 2.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij, op 18 september 2009, te Musselkanaal, in de gemeente Stadskanaal,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen, aan personen genaamd [slo 1] en [slo 2], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slo 1] en/of [slo 2] meermalen hebben gestompt en/of met een honkbalknuppel geslagen en/of geduwd en/of terwijl

die [slo 1] en [ slo 2] op de grond lagen meermalen in hun ruggen hebben geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

1. Medeplegen van een poging tot zware mishandeling

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de voorlopige hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde wordt verbonden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Reclassering Nederland.

De officier van justitie heeft bij haar eis onder meer rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, almede met de context waarin deze feiten zijn gepleegd alsmede de rol van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de eis van de officier van justitie te hoog is. Verdachte is een first offender uit het reclasseringsrapport komen niet veel zorgen naar boven. De raadsman verzoekt om aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf .

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportage, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van een poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft zich zonder enige aanleiding samen met anderen gewelddadig opgesteld tegen willekeurige slachtoffers en er is door deze groep verdachten respectloos op de slachtoffers ingeslagen en geschopt. Verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven van een ernstig gebrek aan eerbied voor de lichamelijke integriteit van anderen. Verdachte maakte gebruik van de druk die van de groep uitging waarin hij zich bevond. De groep verdachten heeft, terwijl de meeste verdachten hun gezichten hadden bedekt met onder meer bivakmutsen om zo herkenning te voorkomen, tevens gebruik gemaakt van (geprepareerde) honkbalknuppels waarmee op slachtoffers werd ingeslagen. Door het plegen van genoemd feit heeft verdachte de slachtoffers veel angst aangejaagd en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Bij een dergelijk handelen is naar het oordeel van de rechtbank een gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf in het voordeel van verdachte meegewogen dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten.

Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat er geen sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Onder invloed van verkeerde vrienden is hij, om erbij te horen, uit verveling en voor de kick, bij strafbare feiten betrokken geraakt. Verdachte was niet in staat om deze situatie een halt toe te roepen. Onderschatting van ernst van de situatie, het ontbreken van een steunend netwerk en een gebrek aan vaardigheden hebben daarin zijn handelen bepaald. Om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst wederom schuldig zal maken aan strafbare feiten zal de rechtbank derhalve een deel van gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringstoezicht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1 primair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 2 maart 2010.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Tempel, voorzitter, mrs. E.W. van Weringh en

K.K. Lindenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. de Jong, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 februari 2010.