Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL1059

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
18-670386-09 + 18-652655-07 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt bekennende verdachte inzake een overval op twee "afstortende" middenstanders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18-670386-09 + 18-652655-07 (tul) (promis)

datum uitspraak: 28 januari 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. R.J.E. van Haarst

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren te Groningen in 1989,

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

hij

op of omstreeks 3 oktober 2009

te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer,

op of aan de openbare weg Gorecht-Oost, althans op of aan een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld twee medewerkers van het bedrijf [bedrijf], te weten [aangever 1] en/of [aangever 2], heeft gedwongen tot de afgifte

van een sealbag met geld en/of een portemonnee, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [bedrijf] t.a.v. de

sealbag met geld en/of [aangever 1] t.a.v. de portemonnee, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, althans alleen,

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] bij een ING-bank heeft opgewacht, en/of

- op die [aangever 1] en/of [aangever 2] is afgelopen, en/of

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] (schreeuwend) de woorden heeft toegevoegd: "We

willen geld" en/of "Geef me je geld", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking, en/of

- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans hard

voorwerp, heeft geslagen, en/of

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heef getoond en/of met dat mes of scherp en/of puntig voorwerp een of meer

stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2]

en/of die [aangever 2] met dat mes of scherp en/of puntig voorwerp heeft geraakt;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij

op of omstreeks 3 oktober 2009

te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer,

op of aan de openbare weg Gorecht-Oost, althans op of aan een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een sealbag met geld

en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan het bedrijf [bedrijf] t.a.v. de sealbag met geld en/of [aangever 1]

t.a.v. de portemonnee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen twee medewerkers

van het bedrijf [bedrijf], te weten [aangever 1] en/of [aangever 2], heeft

gedwongen tot de afgifte van een sealbag met geld en/of een portemonnee,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat

verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, althans alleen,

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] bij een ING-bank heeft opgewacht, en/of

- op die [aangever 1] en/of [aangever 2] is afgelopen, en/of

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] (schreeuwend) de woorden heeft toegevoegd: "We

willen geld" en/of "Geef me je geld", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking, en/of

- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans hard

voorwerp, heeft geslagen, en/of

- die [aangever 1] en/of [aangever 2] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heef getoond en/of met dat mes of scherp en/of puntig voorwerp een of meer

stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2]

en/of die [aangever 2] met dat mes of scherp en/of puntig voorwerp heeft geraakt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd, dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het primair laste gelegde medeplegen van afpersing.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot een bewezenverklaring geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- de aangifte van [aangever 1] (pagina 68 e.v. van het dossier 2009115918-1);

- de aangifte van [aangever 2] (pagina 112 e.v. van het dossier 2009115918-1).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij

op 3 oktober 2009 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, op de openbare weg [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld twee medewerkers van het bedrijf [bedrijf], te weten [aangever 1] en [aangever 2], heeft gedwongen tot de afgifte van een sealbag met geld en een portemonnee, toebehorende aan het bedrijf [bedrijf] t.a.v. de sealbag met geld en [aangever 1] t.a.v. de portemonnee, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader,

- die [aangever 1] en [aangever 2] schreeuwend de woorden heeft toegevoegd: "We willen geld" en "Geef me je geld" en

- die [aangever 1] meermalen met een honkbalknuppel heeft geslagen en

- die [aangever 1] en [aangever 2] een mes, heeft getoond en die [aangever 2] met dat mes heeft geraakt;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

primair:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 14 november 2009, opgemaakt door U. Saathof, gezondheidszorg-psycholoog.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Diagnostisch komt betrokkene naar voren als een jonger dan zijn kalenderleeftijd uitziende man van 20 jaar. Zijn intelligentie is afwijkend en kan als zwakbegaafd worden omschreven. De persoonlijkheid van betrokkene is ook nog onvoldoende ontwikkeld. Zijn verstandelijke beperking zal er ook voor zorgen dat zijn persoonlijkheidsontwikkeling langer duurt dan bij de gemiddelde Nederlander. Hij komt mentaal gezien onvolwassen over. Hij is beïnvloedbaar en overziet de lange-termijn consequenties niet.

Betrokkene denkt impulsief. Ook de gevolgen voor anderen heeft hij niet voor ogen. Zijn denken is te beperkt en de oplossing die bedacht wordt kan hij niet bijsturen.

Externe sturing accepteert hij wel van vrienden en familie, maar als deze kwade bedoelingen hebben dan zal hij zich snel conformeren aan hun wensen. De verstandelijke beperking houdt hem gelimiteerd aan weinig of slechts één oplossing van het probleem.

Zelfs tijdens het delict geeft zijn geweten aan dat wat hij doet niet goed is, maar toch kan hij zijn gedrag niet aanpassen.

Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde was er sprake van een beperking in de verstandelijke capaciteiten. De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beperken de gedragskeuzes enigszins. Ondoordachte acties, althans het overzien van de mogelijke consequenties op langere termijn, zoals bij het huidige tenlastegelegde, kunnen blijven voorkomen, vooral als er extra stressoren aanwezig zijn. Te denken valt dan aan de huidige financiële problemen.

Betrokkene is te zien als licht verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank kan zich hiermee verenigen en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezenverklaarde aan verdachte in licht verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar aanwijzingen van de Reclassering.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is een vrijheidsstraf gelijk aan het voorarrest bepleit en een voorwaardelijke vrijheidsstraf met de bijzondere voorwaarde als door de officier van justitie gevorderd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de hiervoor genoemde rapportage en de rapportage van de Reclassering, alsmede de persoon van verdachte zoals een en ander naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan afpersing op klaarlichte dag op de openbare weg, waarbij één van de slachtoffers (licht) gewond is geraakt, terwijl het andere slachtoffer meerdere malen met een houten knuppel is geslagen. Er is sprake van een ernstig feit, waardoor het gevoel van onveiligheid op straat, nu er meerdere personen getuige zijn geweest van de beroving, is toegenomen. Verdachte en zijn mededader hebben zich puur voor eigen gewin niets gelegen laten liggen aan de gezondheid van hun medemens.

Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van de heer [aangever 2] blijkt dat het bewezenverklaarde nog steeds grote impact heeft op zijn dagelijkse leven en functioneren.

Gelet op de persoon van de verdachte, zoals deze naar voren komt uit voormeld psychologisch rapport, het rapport van de reclassering d.d. 17 december 2009 en het uittreksel uit de justitiële documentatie, is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde straf te hoog is. De rechtbank overweegt daarbij bovendien dat zij de ten laste gelegde stekende bewegingen niet bewezen heeft geacht. Anderzijds zal de rechtbank een hoger voorwaardelijk strafdeel opleggen om verdachte ertoe te brengen zich daardoor te laten weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd, mede om daaraan een bijzondere voorwaarde te verbinden, inhoudende dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering Nederland.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [aangever 2], wonende te [woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering en verzocht daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, alsmede te bepalen dat verdachte hoofdelijk met zijn mededader zal worden veroordeeld tot betaling van de schade.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 500,-.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen en bepalen dat verdachte niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag is gehouden voor zover dit al door verdachtes mededader is voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

onder parketnummer: 18-652655-07

De officier van justitie heeft op grond van het onherroepelijk geworden vonnis van politierechter in bovengenoemde rechtbank d.d. 27 november 2007 gevorderd dat door deze rechtbank een last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven.

Veroordeelde is bij voormeld vonnis onder meer veroordeeld tot een maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Blijkens in genoemde vordering vermeld dossier onder parketnummer 18-670386-09 heeft de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan afpersing in vereniging, waarvoor nu een veroordeling volgt.

De raadsman heeft zich met betrekking tot deze vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, alsnog tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het primair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 15 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

De hiervoor bedoelde voorschriften en aanwijzingen kunnen ook inhouden dat de veroordeelde een COVA+-training en een traject begeleid kamerbewonen zal volgen.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2], wonende te [woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 500,- (zegge vijfhonderd euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De veroordeelde is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door veroordeeldes mededader is voldaan.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 500,- (zegge vijfhonderd euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 2], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 500,- ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van het vonnis van de politierechter in bovengenoemde rechtbank d.d. 27 november 2007 onder parketnummer 18-652655-07, voor betreft de toen voorwaardelijk opgelegde een maand gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.L. Stuiver, voorzitter, P.H.M. Smeets en S. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2010.