Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0507

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
434505 EJ VERZ 09-804
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het ontbindingsverzoek is voorwaardelijk gedaan. De vraag of er sprake is van een dringende reden dient daarom niet in deze procedure maar in een nog te entameren bodemprocedure te worden beantwoord. Ontbinding op grond van een dringende reden komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking. Gelet op hetgeen partijen ter terechtzitting hebben verklaard staat vast dat inmiddels sprake is van een vertrouwensbreuk tussen partijen van een zodanige omvang dat een vruchtbare samenwerking, nu en in de toekomst, niet meer mogelijk is. Ontbinding op grond van gewijzigde omstandigheden.

Op grond van hetgeen door partijen is verklaard is niet mogelijk te bepalen aan wie de verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate te wijten is. Teneinde daar meer inzicht in te kunnen krijgen zou er nadere bewijsvoering noodzakelijk zijn, maar daar leent de onderhavige procedure zich niet voor. Nu niet is aan te geven aan wie van partijen de verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate te wijten is, wordt een billijke vergoeding toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0072

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 434505/09-804

Beschikking d.d. 5 januari 2010

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Machinefabriek Bollegraaf Appingedam B.V., tevens handelend onder de naam Bollegraaf Recycling Machinery, gevestigd en kantoorhoudende te Appingedam, Tweede Industrieweg 1,

verzoekster, hierna Bollegraaf te noemen,

gemachtigde mr. G.N. Paanakker, advocaat te Groningen,

tegen

L., wonende te [adres],

verweerder, hierna L. te noemen,

gemachtigde mr. M.L. Ensing, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen.

PROCESGANG

Bij verzoekschrift is verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, als deze nog mocht blijken te bestaan, te ontbinden, primair op grond van een dringende reden, subsidiair in verband met een verandering van de omstandigheden.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2009, gelijktijdig met de behandeling van het door L. geëntameerde kort geding. Partijen, Bollegraaf vertegenwoordigd X, directeur en Y. medewerkster P&O, en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

Vervolgens is uitspraak bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1. L., geboren op x-x-x, is sedert 15 april 2009 bij Bollegraaf in dienst, laatstelijk in de functie van salesmanager tegen een salaris van € 6.457,69, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

1.2. Volgens zijn curriculum vitae heeft L. in het verleden verschillende leidinggevende functies bekleed. In deze functies heeft hij volgens zijn opgave leiding gegeven aan 14 tot 45 medewerkers. Het curriciulum vitae vermeldt voorts dat L. in de periode 1999-2002 bij de Rabobank De Beek-Dal-Veste de functie Directeur Particuliere Relaties, en in de periode 1998-1999 bij de Rabobank Den Haag e.o. de functie van hoofd Interne Controle heeft vervuld.

1.3. In een op 20 maart 2009 gezonden emailbericht verzoekt L. aan Y. of hij in verband met het over sluiten van zijn hypotheek een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan krijgen. Hij geeft aan dat hij bereid is een extra verklaring te ondertekenen waarbij hij afziet van een ontslagvergoeding in het eerste jaar. L. is vervolgens voor onbepaalde tijd in dienst genomen.

1.4. L. heeft zich per 14 september 2009 arbeidsongeschikt gemeld in verband met fysieke klachten. L. is nog steeds arbeidsongeschikt, zij het dat hij nu psychische klachten heeft.

1.5. Bij schrijven van 29 oktober 2009 heeft Bollegraaf L. op staande voet ontslagen. Bollegraaf vermeldt in de ontslagbrief onder meer:

Zoals u weet heb ik de keus op u laten vallen gelet op uw werkervaring. Ik had alle vertrouwen dat u de juiste man op de juiste plaats zou zijn.

Al vrij snel begon ik twijfels te krijgen of u de functie wel aan zou kunnen. Ook begon ik te twijfelen aan de informatie die u mij heeft gegeven met betrekking tot uw arbeidsverleden.(...)

Ik heb u thuis bezocht tezamen met mevrouw Y. waarin wij u expliciet naar uw arbeidsverleden hebben gevraagd. Inmiddels heb ik informatie dat u bij de Rabobank twee maal een andere, eenvoudigere functie heeft bekleed dan in uw CV vermeld en dat het niet juist is dat u een directiefunctie/leidinggevende functie heeft vervuld. (...)

U heeft tijdens het huisbezoek desgevraagd ontkend dat u slechts minder zware uitvoerende functies zou hebben bekleed bij de Rabobank en gesteld dat hetgeen u mij tijdens de sollicitatiegesprekken heeft medegedeeld en de inhoud van uw CV correct zijn. Ik heb u toen bericht één en ander nader te onderzoeken omdat ik toch mijn twijfels hieromtrent had. (...)

Uit dit onderzoek is evenwel gebleken dat u valse informatie heeft gegegeven, niet alleen mondeling, doch dat ook informatie die op uw CV staat vermeld onjuist is. Ik stel vast dat u tijdens de sollicitatiegesprekken mij onjuist heeft ingelicht. Indien ik op de hoogte was geweest van de werkelijke situatie had ik u de functie niet aangeboden (...).

2. Het standpunt van Bollegraaf

2.1. Gedurende de sollicitatieprocedure heeft L. aan haar een curriculum vitae ter hand gesteld waaruit bleek dat hij veel werkervaring heeft in leidinggevende functies. Ook tijdens de mondelinge toelichting op de sollicitatie bleek L. een "zwaargewicht" met een indrukwekkend arbeidsverleden. Niet alleen had hij diverse directeursfuncties bekleed, tevens heeft hij meerdere eigen bedrijven geleid, waarin hij leiding gaf aan 12 respectievelijk 14 medewerkers. Bollegraaf stelt dat zij L. op basis van deze informatie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft aangeboden.

2.2. Nadat L. de functie is gaan vervullen ontstond er bij Bollegraaf ernstige twijfel over zijn capaciteiten. Zo gaf L. enige weken na zijn aantreden een presentatie die erg slecht in elkaar stak en waarbij hij ook slecht uit zijn woorden kwam. L. belde naar Bollegraaaf met vraagstukken die een gemiddelde manager zelfstandig kan oplossen.

Toen L. zich vervolgens ziek meldde kreeg Bollegraaf het ernstige vermoeden dat hij de functie niet aan kon, wat in tegenstelling was met hetgeen zij op grond van zijn curriculum vitea mocht verwachten. Uit een door haar gevoerd telefoongesprek met de Rabobank in Coevorden maakte Bollegraaf op dat L. nooit de functie Directeur Particuliere Relaties had vervuld, noch enige andere directeursfunctie. Bollegraaf heeft vervolgens bij de Kamer van Koophandel nader onderzoek gedaan naar de bedrijven T&D Fastwork B.V. te Capelle aan de IJsel en BW Beveiligingsytemen B.V. te Coevorden. Ook heeft zij onderzoek laten verrichten door B&W Onderzoek en Adviesbureau te Best.

Door het onderzoeksrapport dat dit bureau heeft uitgebracht en het onderzoek bij de Kamer van Koophandel is het vermoeden dat L. onjuiste informatie had verschaft bevestigd.

2.3. Het feit dat L. Bollegraaf heeft misleid bij de sollicitatie, levert een dringende reden op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Mocht dat al niet het geval zijn, is door de handelwijze van L. in ieder geval een zodanige vertrouwensbreuk tussen partijen ontstaan, dat de arbeidsovereenkomst op grond van gewijzigde omstandigheden dient te worden ontbonden. Voor toekenning van een vergoeding is geen plaats, nu de thans ontstane situatie volledig aan L. is toe te schrijven en L. bovendien in ruil voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op voorhand van een ontslagvergoeding heeft afgezien.

3. Het standpunt van L.

3.1. Omdat hij geen onjuistheden op zijn curriculum vitae heeft vermeld is een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet aanwezig. Hij is bij Rabobank De Beek-Dal-Veste wel degelijk werkzaam geweest als directeur. Uit een verklaring van zijn voormalige directeur, de heer Van D., blijkt ook dat hij de zwaarte van de functie niet heeft overdreven.

Voor wat betreft de functie bij Rabobank Den Haag stelt L. dat hij een leidinggevende rol heeft gehad. Hij was werkzaam bij Interne controle, een afdeling die behoorde tot "Planning en control". In deze functie gaf hij leiding aan medewerkers zodra zij werkzaamheden verrichtten voor Interne Controle.

Met betrekking tot zijn functies bij T&D Fastwork BV en BW Beveiligingssystemen B.V. voert L. aan dat hij wel degelijk 12 tot 14 werknemers in dienst had en dat hij hieraan leiding gaf.

3.2. Er is volgens L. ook geen reden om de arbeidsovereenkomst op grond van gewijzigde omstandigheden te ontbinden. Niet alleen heeft hij geen onjuistheden vermeld, hij heeft ook altijd naar behoren gefunctioneerd.

L. is momenteel arbeidsongeschikt en hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het verzoek tot ontbinding verband houdt met zijn arbeidsongeschiktheid.

3.4. Mocht er al sprake zijn ven een zodanige wijziging in omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden, dan maakt L. aanspraak op een vergoeding naar billijkheid ten bedrage van minimaal vijf bruto maandsalarissen. De email van L. waarin hij afziet van een vergoeding kan in dit kader niet relevant zijn. Niet alleen is een dergelijke overeenkomst nooit tot stand gekomen, ook gaf hij aan af te zien van een vergoeding als hij "niet zou voldoen". Daarvan is echter geen sprake.

4. De beoordeling

4.1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

4.2. Het ontbindingsverzoek is voorwaardelijk gedaan, namelijk voor het geval achteraf (door de bodemrechter) mocht worden vastgesteld dat het gegeven ontslag op staande voet geen stand kan houden en er met andere woorden geen sprake is van een dringende reden als bedoeld in de wet. De vraag of er sprake is van een dringende reden dient daarom niet in deze procedure maar in een nog te entameren bodemprocedure te worden beantwoord. Het primaire verzoek (ontbinding op grond van een dringende reden) komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

4.3. Met betrekking tot het subsidiaire verzoek (ontbinding op grond van gewijzigde omstandigheden) overweegt de kantonrechter het volgende.

Gelet op hetgeen partijen ter terechtzitting hebben verklaard staat vast dat inmiddels sprake is van een vertrouwensbreuk tussen partijen van een zodanige omvang dat een vruchtbare samenwerking, nu en in de toekomst, niet meer mogelijk is. Het subsidiaire verzoek (ontbinding wegens gewijzigde omstandigheden) zal daarom worden ingewilligd.

4.4. Met betrekking tot de vraag of aan L. een vergoeding moet worden toegekend en zo ja, welk bedrag, overweegt de kantonrechter als volgt.

4.5. Bollegraaf heeft haar verzoekschrift gegrond op de stelling dat L. zich schuldig heeft gemaakt aan het vermelden van onjuiste gegevens op zijn curriculum vitae en het verstrekken van onjuiste mededelingen tijdens het sollicitatiegesprek. Zij heeft deze stelling onder andere gebaseerd op een interpretatie van gegevens van de Kamer van Koophandel, een brief van de Rabobank en de inhoud van niet nader bevestigde telefoongesprekken. De kantonrechter kan begrijpen dat deze gegevens en de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek Bollegraaf heeft doen twijfelen aan de juistheid van het door L. vermelde arbeidsverleden en het niveau waarop hij zijn vorige werkzaamheden heeft uitgevoerd.

L. heeft echter hetgeen Bollegraaf heeft gesteld gemotiveerd weersproken en heeft ter ondersteuning van zijn verweer een verklaring overgelegd van zijn voormalige directeur de heer Van Damme en meerdere arbeidsovereenkomsten en dergelijke van werknemers van T&D Fastwork B.V. en BW Beveiligingsystemen B.V.

4.6. Naar het oordeel van de kantonrechter is het gelet op hetgeen door partijen is verklaard thans niet mogelijk te bepalen aan wie de verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate te wijten is. Teneinde daar meer inzicht in te kunnen krijgen zou er nadere bewijsvoering noodzakelijk zijn, maar daar leent de onderhavige procedure zich niet voor.

Nu niet is aan te geven aan wie van partijen de verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate te wijten is, zal de kantonrechter aan L. een billijke vergoeding toekennen.

Dat de ontbinding is gelegen in een onvoldoende functioneren van L., kan niet worden vastgesteld. Daarom wordt de verklaring van L. waarin hij afziet van een vergoeding buiten beschouwing gelaten.

4.7. Aan Bollegraaf zal een termijn worden gegund om het verzoek in te trekken. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden per 1 februari 2010 tenzij Bollegraaf haar verzoek uiterlijk 20 januari 2010 intrekt.

4.8. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

* stelt Bollegraaf in de gelegenheid haar verzoek uiterlijk 20 januari 2010 in te trekken;

voor het geval Bollegraaf van die gelegenheid geen gebruik maak:

* ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor het geval deze nog mocht blijken te bestaan, per 1 februari 2010 onder toekenning aan L. ten koste van Bollegraaf van een vergoeding van € 14.000,-- bruto;

intrekking of niet:

* compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 januari 2010 in aanwezigheid van de griffier.

typ: mmv