Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0384

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
435323 EJ VERZ 09-813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanneer een werkgever vindt dat een werknemer niet goed functioneert, moet hij dat concreet aangeven. Alleen stellen dat het niet goed gaat of dat kwaliteiten gemist worden, is onvoldoende. De werkgever moet voorbeelden geven waaruit de kantonrechter de conclusie kan trekken: het gaat inderdaad niet goed.

Wanneer vast staat dat de werknemer beter moet gaan werken, moet de werkgever daarbij helpen. Goed werkgeverschap verplicht de werkgever om de werknemer een zogenaamd verbetertraject te laten doorlopen. Pas wanneer dat niet helpt kan er reden zijn voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

In de onderstaande zaak heeft de werkgever op beide onderdelen de plank mis geslagen; niet goed gefunctioneerd, als het ware!

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0070
Prg. 2010, 63
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak/rolnummer: 435323 EJ VERZ 09-813

Beschikking van 21 januari 2010

inzake

Stichting De Zijlen,

gevestigd en kantoorhoudende te Tolbert, gemeente Leek,

verzoekster,

gemachtigde: mr. D. Kuijken, advocaat te Groningen,

tegen

Werkneemster,

wonende te Leek,

verweerster,

gemachtigde: mr. K.E. de Vries, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

1. Bij verzoekschrift, binnengekomen ter griffie op 9 december 2009 en op 11 december 2009 aangevuld met bijlagen, heeft verzoekster, hierna De Zijlen te noemen de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met verweerster, hierna werkneemster te noemen, te ontbinden wegens gewichtige redenen bestaande uit een zodanige verandering van de omstandigheden dat beëindiging van het dienstverband op korte termijn noodzakelijk moet worden geacht.

Werkneemster heeft een verweerschrift ingediend ter griffie op 14 januari 2010 en dat op 15 januari 2010 aangevuld met bijlagen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 januari 2010 te Groningen. Beide partijen hebben hun standpunten nader toegelicht bij monde van hun gemachtigden. De gemachtigde van werkneemster heeft pleitaantekeningen overgelegd. Van het verder verhandelde heeft de griffier aantekeningen gemaakt die bij de processtukken zijn gevoegd. De beschikking is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. Werkneemster is in dienst getreden van De Zijlen op 1 augustus 2006 als begeleider wonen. Zij is daar nu (opnieuw) werkzaam als begeleider wonen voor een maandsalaris van € 1.273,40 bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en 5,15% eindejaarsuitkering.

2.2. Op 1 januari 2008 is werkneemster persoonlijk begeleider in ontwikkeling geworden op de locatie Ienemane. Zij kreeg toen een nieuwe leidinggevende, mevrouw W.

2.3. Er is een verslag van een functioneringsgesprek van 11 december 2008. Daarin staat vermeld, voorzover van belang:

Dit is werkneemster haar eerste functioneringsgesprek. Er liggen dus geen afspraken vanuit een vorig gesprek. (.....) Aandachtspunten die hieruit naar voren kwamen zijn: Hou lijn/overzicht in je eigen werk en maak inzichtelijk aan je collega's waar je mee bezig bent, en meer laten zien/horen in het overleg. (.....) We hebben afgesproken hierover in een vg over 3 maanden op terug te komen, (.....) Toekomstperspectief. Doorgroeien in de functie van pb-er en ook binnen Ienemane.

2.4. Op 2 februari 2009 wordt aan werkneemster meegedeeld dat ze onvoldoende functioneert als persoonlijk begeleider. Zij krijgt de mogelijkheid opnieuw als begeleider wonen te gaan werken op de locatie Ienemane.

2.5. Tijdens een gesprek op 11 juni 2009 tussen W. en werkneemster is werkneemster een traject van coaching aangeboden om aandacht te geven aan "op tijd hulp vragen aan collega's" en "doorvragen als collega's wat zeggen". Coach wordt E.H., een oud-collega.

2.6. In het evaluatiegesprek van 8 oktober 2009 tussen W. en werkneemster wordt het traject van coaching besproken. In het verslag staat onder meer:

E. en werkneemster gaan nu aandacht besteden aan de andere punten uit de afspraken van 11 juni 2009. Werkneemster gaat een opdracht maken mbt plannen en doorvragen en wat daar verder bij van toepassing is. (.....) Voor 10 december staat werkneemster haar jaargesprek gepland, we kunnen de uitslag van de coachingsperiode dan mee nemen.

2.7. Op 22 oktober 2009 heeft W. aan werkneemster gezegd dat De Zijlen de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen.

Het standpunt van De Zijlen

3. De Zijlen is van mening dat sprake is van disfunctioneren van werkneemster. Het functioneren van werkneemster heeft zich ondanks een verbetertraject niet gewijzigd in voldoende functioneren. Ook door de opstelling van werkneemster na de ontslagaanzegging is er sprake van een vertrouwensbreuk. Continuering van het dienstverband van werkneemster met De Zijlen, wordt door De Zijlen niet vruchtbaar geacht. Werkneemster is een werknemer die zich kritiek niet aantrekt.

Het standpunt van werkneemster

4. Na de promotie tot persoonlijk begeleider is werkneemster onder de leiding van W. gekomen. Bij W. is het beeld ontstaan van onvoldoende functioneren en onduidelijk is waar dat beeld vandaan komt. Ondertussen zijn de verwijten vage kwalificaties en worden die niet concreet gemaakt. Andere bronnen dan W. zelf worden niet gegeven door De Zijlen.

Werkneemstert heeft niet de mogelijkheid gekregen door De Zijlen ingezette verbetertrajecten af te maken. Werkneemster wil dat het dienstverband in stand blijft. Uit het dossier blijkt niet van haar disfunctioneren. De Zijlen is groot genoeg en heeft voldoende vestigingen waar werkneemster aan de slag zou kunnen.

De beoordeling

5. De kantonrechter heeft zich er van vergewist dat het verzoek geen verband houdt met een van de opzegverboden.

6. De kantonrechter zal de gevraagde ontbinding afwijzen. De reden daarvoor is dat onvoldoende functioneren van werkneemster door De Zijlen niet aannemelijk is gemaakt. Ook is in deze procedure niet vast te stellen dat werkneemster ongevoelig is voor kritiek en niet wil werken aan verbetering. Er is wel grond om het tegendeel aan te nemen.

De kantonrechter overweegt daarvoor het navolgende.

7. Vanaf het moment dat werkneemster werkzaamheden voor De Zijlen is gaan verrichten tot 1 januari 2008, zijn er door de twee leidinggevenden waarmee zij toen te maken heeft gehad, geen klachten geuit. Werkneemster heeft vanaf 1 januari 2006 (zie verzoekschrift alinea 7) maar in ieder geval vanaf 1 augustus 2006 bij De Zijlen gewerkt. Vanaf laatstgenoemde datum is dat geweest als begeleider wonen.

Niet gebleken is dat er naderhand klachten zijn geuit over werkneemster door anderen dan W. Er zijn geen klachten genoemd die direct betrekking hebben op de functieomschrijving begeleider wonen. De Zijlen is in de beschrijving van de klachten onvoldoende concreet geworden. De wel concrete klachten, genoemd in het gespreksverslag van 8 oktober 2009, zijn door werkneemster uitvoerig gemotiveerd weerlegd en op die weerlegging is door De Zijlen geen reactie meer gegeven.

8. In het gesprek van 8 december 2008 tussen werkneemster en De Zijlen (W.) zijn aandachtspunten genoemd (verslag 11 december 2008). Van disfunctioneren in de functie van persoonlijk begeleider is tijdens dat gesprek echter geen sprake geweest. De bedoeling van partijen tijdens dat gesprek was dat werkneemster van persoonlijk begeleider in ontwikkeling, bij Ienemane persoonlijk begeleider zou worden.

9. Het traject bedoeld in rechtsoverweging 8 wordt naar het oordeel van de kantonrechter door De Zijlen (W.) zonder concrete redenen en/of voorbeelden van disfunctioneren van werkneemster voortijdig afgebroken op 2 februari 2009. Werkneemster stelt zich dan naar het oordeel van de kantonrechter loyaal op naar De Zijlen en accepteert de lagere functie van begeleider wonen. Dit is dezelfde functie die zij eerder vervulde.

10. Ook accepteert werkneemster in die lagere functie vervolgens een traject van coaching. Naar het oordeel van de kantonrechter geeft werkneemster hiermee aan open te staan voor kritiek en aan verbetering te willen werken.

11. Hoewel tijdens het gesprek van 8 oktober 2009 De Zijlen verder de ruimte wil geven aan het voltooien van het traject van coaching, wordt op 22 oktober 2009 door De Zijlen (W.) opnieuw voortijdig een (verbeter)traject afgebroken. Vervolgens ontstaat het min of meer autonome proces waarin twee partijen komen te verkeren wanneer de ene partij van de andere te horen heeft gekregen: ik wil niet met je verder. De kantonrechter vindt dat ook in dat proces werkneemster zich redelijk heeft opgesteld door aan te dringen op praten, wijzend op het advies van de bedrijfsarts.

12. Omdat het verzoek wordt afgewezen en De Zijlen dat verzoek dus ten onrechte heeft gedaan zal zij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt De Zijlen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van werkneemster en tot op heden begroot op € 500,00 wegens salaris.

Deze beschikking is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 21 januari 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: RTjT