Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0294

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
374438 CV EXPL 08-11206
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap)en 7:632 lid1 sub d BW (verrekening wegens te veel betaald loon).

De werknemer heeft op enig moment na indiensttreding de beschikking gekregen over een bestelauto van de werkgever. Schriftelijke afspraken zijn hierover niet gemaakt. De auto van de werkgever is niet verwerkt in het salaris en de salarisstroken. Bij afrekening bij einde van het dienstverband heeft de werkgever alsnog de verschuldigde loonbelasting wegens de bijtelling met terugwerkende kracht verrekend. De kantonrechter overweegt dat op basis van goed werkgeverschap de werkgever slechts dan verrekening van de bijtelling met terugwerkende kracht mag doen wanneer de werknemer bij het ter beschikking stellen van de bestelauto uitdrukkelijk is gewezen op deze consequentie, op de toepasselijke voorwaarden en deze heeft kunnen overzien.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 632
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/135
AR-Updates.nl 2010-0060
Prg. 2010, 54

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 374438 \ CV EXPL 08-11206

Vonnis d.d. 21 januari 2010

inzake

G.,

wonende te [adres],

eiser, hierna G. te noemen,

gemachtigde J.H. Nijp, werkzaam bij 1*2*3* incasso;

tegen

de besloten vennootschap Party- en Recreatiecentrum Strandheem B.V.,

gevestigd te 9865 VN Opende, Parkweg 5,

gedaagde, hierna Strandheem te noemen,

gemachtigde mr. A.C. Rietveld, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam.

PROCESGANG

G. heeft bij dagvaarding de veroordeling van Strandheem gevorderd – uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling aan G. van een bedrag van € 1.409,82 wegens achterstallig loon, € 605,61 wegens achterstallig vakantiegeld en € 486,21 wegens een tegoed aan vrije dagen, € 300,00 wegens advieskosten, € 25,07 wegens de wettelijke rente berekend tot

15 juni 2008, € 475,00 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW en € 1.801,72 wegens de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, alsmede de veroordeling van Strandheem in de kosten van de procedure.

Strandheem heeft bij conclusie van antwoord geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van G. in de kosten van dit geding, het salaris van de gemachtigde van Strandheem daaronder begrepen.

Op 19 november 2008 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gehouden welke zich bij de stukken bevinden. Ter comparitie heeft Strandheem een brief met bijlagen van 6 november 2008 overgelegd.

Partijen hebben respectievelijk geconcludeerd voor repliek en dupliek, onder overlegging van producties.

Tot slot is de datum voor het vonnis nader bepaald op vandaag.

OVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

1.1 De kantonrechter gaat uit van de navolgende vaststaande feiten, zijnde deze over en weer door een partij gesteld en niet, dan wel niet voldoende door de andere partij weersproken, al dan niet gestaafd en in zoverre niet weersproken door de overgelegde stukken.

1.2 G. is van 16 februari 2007 tot 16 februari 2008 bij Strandheem voor bepaalde tijd in dienst geweest als activiteitenbegeleider. De overeenkomst is van rechtswege geëindigd.

1.3 G. heeft op enig moment na indiensttreding de beschikking gekregen over een bestelauto van de werkgever. Schriftelijke afspraken zijn hierover niet gemaakt. De auto van de werkgever is niet verwerkt in het salaris en de salarisstroken voor G. Bij afrekening bij einde van het dienstverband heeft Strandheem in verband hiermee een bedrag van € 175,74 per maand alsnog bijgeteld en de verschuldigde loonbelasting met terugwerkende kracht verrekend en ingehouden.

1.4 Bij brieven van 4 en 12 maart en 3 april 2008 is Standheem gesommeerd tot betaling van het achterstallig loon c.a.

2. Het standpunt van G., samengevat en zakelijk weergegeven

G. heeft ten onrechte € 1.409,00 aan loon, € 605,61 aan vakantietoeslag en € 486,21 aan vrije dagen niet uitbetaald gekregen. Over het privégebruik van de bestelauto zijn nimmer afspraken gemaakt tussen partijen. Daarbij heeft G. deze auto niet ook privé gebruikt. Strandheem kan deze post bovendien niet met terugwerkende kracht verrekenen met het salaris van G. Tevens dient Strandheem € 300,00 aan advieskosten aan G. te vergoeden.

3. Het standpunt van Strandheem, samengevat en zakelijk weergegeven

Bij de aanvang van het dienstverband zijn geen afspraken gemaakt over een auto van de werkgever. Ongeveer twee weken na indiensttreding ging de auto van G. stuk. Hij heeft toen een bestelauto van de zaak in gebruik gekregen, mits hij een kilometer-administratie zou bijhouden. Aangezien G. dat niet heeft gedaan, dient, gelet op de regels van de belastingdienst, een bijtelling plaats te vinden. G. heeft de bestelauto ook privé gebruikt. De accountant van Strandheem heeft over de periode februari 2007 tot en met februari 2008 nieuwe loonstroken opgesteld. Een verrekening kan onder de gegeven omstandigheden ook met terugwerkende kracht plaatsvinden. Verder is de loonbetaling aan G. op enkele punten niet goed gegaan. De vakantiedagen zijn niet goed berekend zodat G. nog recht heeft op uitbetaling van zeven vakantiedagen.

4. De beoordeling

4.1 De kantonrechter laat de discussie tussen partijen over de (toon van de) gevoerde telefoongesprekken en de correspondentie, waaronder de correspondentie gevoerd na de comparitie na antwoord, buiten beschouwing nu daaraan door partijen geen conclusies zijn verbonden en deze standpunten voor de beslissing dus niet relevant zijn.

4.2 De kantonrechter zal – anders dan door G. bepleit – op de navolgende gronden wel de door Strandheem ter comparitie na antwoord ingediende stukken bij zijn beoordeling betrekking. Deze stukken zijn op die comparitie besproken, G. heeft pas tegen het einde van de comparitie en dus te laat bezwaar gemaakt tegen de late indiening ervan en G. heeft op deze stukken voldoende heeft kunnen reageren bij conclusie van repliek.

4.3 G. heeft gesteld dat het salaris over de maand januari 2008 niet is betaald. Uit het door Strandheem in het geding gebrachte transactie-overzicht (productie 2 bij conclusie van antwoord) blijkt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat Strandheem dit salaris wel heeft betaald maar abusievelijk met de aanduiding “december”. G. heeft hier geen stukken tegenovergesteld die zijn standpunt nader onderbouwen, zodat de kantonrechter deze stelling van G. verwerpt.

4.4 G. vordert € 300,00 wegens advieskosten. G. heeft niets gesteld ter onderbouwing van deze vordering, zodat de kantonrechter deze vordering zal afwijzen. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor zover deze kosten zien op de incasso van de vordering van G. deze onder de zogenaamde buitengerechtelijke incassokosten vallen, waarvan G. eveneens vergoeding vordert. Hierover zal afzonderlijk worden beslist.

4.5 Bij conclusie van dupliek heeft Strandheem haar loonafrekening gecorrigeerd, zoals weergegeven in punt 14 van die conclusie. Op basis daarvan voert Strandheem aan dat G. nog zeven vakantiedagen tegoed heeft. G. heeft zich hierover nog niet kunnen uitlaten zodat de kantonrechter G. daartoe in de gelegenheid zal stellen zoals hierna in het dictum is vermeld.

4.6 Tussen partijen staat vast dat G. een bestelauto van Strandheem tot zijn beschikking heeft gekregen vanaf twee weken na datum indiensttreding. Tevens staat vast dat G. geen kilometeradministratie heeft bijgehouden. De kantonrechter overweegt dat op basis van het criterium goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW Strandheem slechts dan verrekening van de bijtelling met terugwerkende kracht mag doen - als te veel betaald loon in de zin van artikel 7:632 lid1 sub d BW - wanneer G. bij het ter beschikking stellen van de bestelauto uitdrukkelijk is gewezen op deze consequentie, op de toepasselijke voorwaarden en deze heeft kunnen overzien. Strandheem heeft in dit verband aangevoerd dat zij G. direct bij het ter beschikking stellen van de bestelauto er op heeft gewezen dat hij deze auto kon gebruiken mits hij een kilometeradministratie zou bijhouden, en dat indien G. dit niet zou doen er een bijtelling zou moeten worden gedaan. Voorts dat Strandheem in de maanden daarna herhaaldelijk bij G. heeft aangegeven dat hij een kilometeradministratie moest bijhouden. G. heeft een en ander gemotiveerd tegengesproken en een andere lezing gegeven.

Ter comparitie is aan de orde gekomen dat Strandheem hetgeen zij op dit punt aanvoert zal moeten bewijzen, zodat de kantonrechter Strandheem daartoe thans in de gelegenheid zal stellen.

4.7 De zaak zal naar de rolzitting van 18 februari 2010 worden verwezen, opdat Strandheem te kennen kan geven of en hoe zij aan de bewijsopdracht wenst te voldoen. Uiteraard kan deze uitlating schriftelijk worden gedaan. Voor het geval zij getuigen wenst te laten horen, dient Strandheem alsdan de namen van de te horen getuigen op te geven en de verhinderdata in de periode van twee maanden volgende op die rolzitting. G. dient op deze rolzitting (schriftelijk) eveneens zijn verhinderdata in deze periode op te geven.

4.8 Alle overige beslissingen houdt de kantonrechter aan.

BESLISSING

De kantonrechter:

- laat Strandheem toe tot het bewijs dat zij direct bij het ter beschikking stellen van de bestelauto G. er op heeft gewezen dat hij deze auto kon gebruiken mits hij een kilometeradministratie zou bijhouden, en dat indien G. dit niet zou doen er een bijtelling zou moeten worden gedaan;

- verwijst de zaak naar de zitting van donderdag 18 februari 2010 te 11:00 uur, op welke zitting:

- partijen zich kunnen uitlaten als in rechtsoverweging 4.7 aangegeven;

- G. zich dient uit te laten als in rechtsoverweging 4.5 aangegeven;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits, kantonrechter, en op 21 januari 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: G.J.J.