Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0233

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
114912/KG ZA 09-412
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Fout in ziekenhuis bij inseminatieronde heeft tot gevolg dat de bedoelde donor niet de natuurlijke vader van het kind is. Ouders van het kind vorderen in kort geding afgifte van de NAW-gegevens van de donor die vermoedelijk de biologische vader van het kind is, dan wel afgifte van de NAW-gegevens van de vrouw ten behoeve van wie die donor bij het ziekenhuis is geweest. Het ziekenhuis heeft verklaard niet over de verlangde gegevens van de bedoelde donor te beschikken en heeft onder verwijzing naar het beroepsgeheim geweigerd de gegevens van de vrouw aan de ouders af te geven. Wel heeft het ziekenhuis ermee ingestemd deze gegevens zelf te bewaren en ter bewaring aan de Stichting Donorregistratie Kunstmatige Bevruchting af te geven. Tegen de achtergrond van het bepaalde in de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting en gelet op de leeftijd van het kind, te weten 7 jaar, is de vordering wegens het ontbreken van spoedeisend belang afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010, 52

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 114912 / KG ZA 09-412

Vonnis in kort geding van 22 januari 2010

in de zaak van

1. [eiseres sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats],

eiseressen,

advocaat mr. M.J. de Witte,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. OMMELANDER ZIEKENHUISGROEP,

gevestigd te Delfzijl,

gedaagden,

advocaten mrs. J.W. Kastelein en D. Mensink.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de mondelinge behandeling op 7 januari 2010 waarbij [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] bijgestaan door mr. De Witte, [gedaagde sub 1] en [naam] lid van de Raad van Bestuur van de Ommelander Ziekenhuisgroep, bijgestaan door mrs. Kastelein en Mensink, en als informant dr. M.H.J.M. Curfs, als klinisch embryoloog werkzaam bij de Isalaklinieken te Zwolle, zijn verschenen,

- de pleitnota van eiseressen

- de pleitnota van gedaagden.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Eiseressen hebben een affectieve relatie en wilden kinderen van een hen bekende donor, de heer [A]. Via kunstmatige inseminatie in het Delfzicht ziekenhuis, onderdeel uitmakend van de Ommelander Ziekenhuisgroep waar [gedaagde sub 1] als gynaecoloog werkzaam was, hebben zij een dochter gekregen genaamd [naam].

2.2. Nadien wilden eiseressen van dezelfde donor een tweede kindje krijgen. Daartoe heeft [eiseres sub 1] in [maand] 2002 in het Delfzicht ziekenhuis een tweetal inseminatieronden ondergaan, waarna op [geboortedatum] een jongetje is geboren genaamd [B].

2.3. Vanwege de uiterlijke kenmerken van [B], een andere huidskleur en zwarte krullen, kon de bedoelde donor, de heer [A], niet de vader van [B] zijn, hetgeen is bevestigd middels een vaderschapsonderzoek.

2.4. Het ziekenhuis heeft erkend dat bij de kunstmatige inseminatie een fout is gemaakt hierin bestaande dat de inseminatie met het verkeerde semen is uitgevoerd.

2.5. Partijen hebben vervolgens onderzoek verricht naar de identiteit van de biologische vader van [B]. Daarbij is meegewerkt door de door partijen gezamenlijk benoemde

M. Curfs, klinisch embryoloog bij de Isalaklinieken te Zwolle. Dit onderzoek heeft de naam van een vrouw opgeleverd die in het verleden met een donkere, Arubaanse man, naar het Delfzicht ziekenhuis is gekomen, van welke man geen gegevens zijn vastgelegd.

2.6. [gedaagde sub 1] heeft met voornoemde vrouw contact opgenomen om via haar de gegevens van de vermoedelijke biologische vader van [B] te achterhalen. De vrouw heeft daarop aangegeven niet zonder toestemming van de man informatie over hem te willen verstrekken en eerst met hem overleg te willen plegen. In een later stadium heeft de vrouw aangegeven de man niet te kunnen bereiken en verder geen moeite meer te willen doen.

Op pogingen van [gedaagde sub 1] om met de vrouw in contact te treden heeft zij nadien niet gereageerd.

2.7. Gedaagden hebben eiseressen in overweging gegeven door tussenkomst van [gedaagde sub 1] een brief aan de vrouw te schrijven, waarin zij uiteenzetten welk belang is gediend met bekendmaking van de gegevens van de man en waarin zij het verzoek doen deze gegevens alsnog te verstrekken. Eiseressen zijn op dit voorstel niet ingegaan.

2.8. Het verzoek van eiseressen tot afgifte van de naam van voornoemde vrouw en gegevens betreffende de Arubaanse man hebben [gedaagde sub 1] en het ziekenhuis afgewezen.

3. Het geschil

3.1. Eiseressen vorderen – na wijziging van eis – gedaagden te veroordelen binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis:

primair – aan eiseressen als wettelijk vertegenwoordigers van [B] bekend te maken wat de laatst bekende NAW-gegevens zijn van de hiervoor bedoelde donkere, Arubaanse man;

subsidiair – aan eiseressen als wettelijk vertegenwoordigers van [B] bekend te maken wat de laatst bekende NAW-gegevens zijn van hiervoor bedoelde vrouw;

meer subsidiair – voornoemde gegevens te deponeren bij de Stichitng Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting opdat wordt gewaarborgd dat deze gegevens bewaard blijven en ter kennisneming van eiseressen kunnen worden gebracht, mede gelet op een uitspraak in de bodemprocedure over dit geschil;

voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 250,00 voor iedere dag dat gedaagde(n) hiermee na betekening van het vonnis in gebreke blijven, met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2. Gedaagden hebben geconcludeerd tot (primair) afwijzing van de vorderingen wegens het ontbreken van spoedeisend belang, dan wel wegens het feit dat de zaak zich gelet op haar fundamentele aard niet leent voor afdoening in kort geding, dan wel wegens ongegrondheid van de vorderingen, althans (subsidiair) bij (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen maximering van de dwangsom tot EUR 25.000,00, alsmede het vonnis, met uitzondering van de kostenveroordeling, niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, met in alle gevallen veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding.

4. De beoordeling

Deponeren gegevens

4.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat gedaagden ter zitting hebben verklaard dat de bij [gedaagde sub 1] bekende NAW-gegevens van de vrouw die bij het onderzoek naar de identiteit van de biologische vader van [B] naar voren zijn gekomen ter bewaring in de kluis van het ziekenhuis zijn gelegd. Ter zitting hebben gedaagden tevens hun bereidheid uitgesproken deze gegevens van de vrouw ter (mede)bewaring te geven aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting.

4.2. Eiseressen hebben dit aanbod van gedaagden tot (mede)bewaring van de gegevens van de vrouw bij de stichting aanvaard, waarna partijen hebben afgesproken ter uitvoering daarvan nadere afspraken te maken. In het licht hiervan hebben eiseressen ter zitting hun (gewijzigde) meer subsidiaire vordering ingetrokken.

Spoedeisend belang

4.3. Met betrekking tot de resterende primaire en subsidiaire vorderingen strekkende tot bekendmaking aan eiseressen als wettelijk vertegenwoordigers van [B] van de laatst bekende NAW-gegevens van de hiervoor bedoelde donkere, Arubaanse man, dan wel van de hiervoor bedoelde vrouw, dient allereerst beoordeeld te worden of er een spoedeisend belang is bij deze verzochte voorzieningen.

4.4. Eiseressen hebben gesteld dat spoedige beëindiging van de onzekerheid over de identiteit van de vrouw en de man de zaak spoedeisend maakt. Daarbij hebben eiseressen aangevoerd dat zij hebben vernomen dat [gedaagde sub 1] een dezer dagen met pensioen gaat, waardoor zij vrezen dat de alleen bij hem bekende gegevens verloren zullen gaan. Tevens hebben eiseressen gesteld dat als pas in een eventuele bodemprocedure zou worden beslist dat de namen van de vrouw en de man kunnen worden vrijgegeven, en de vrouw en de man er misschien niet meer zijn (hetgeen ook geldt voor [gedaagde sub 1]), dit een grote impact zal hebben op eiseressen en hun gezinsleden omdat dan alle lijnen naar informatie over de mogelijke vader zijn doorgesneden.

4.5. Gedaagden hebben het bestaan van een spoedeisend belang betwist. Het feit dat

[gedaagde sub 1] met pensioen is maakt niet dat een beslissing in een bodemzaak over de vraag of gedaagden de gegevens van de betrokken vrouw aan eiseressen moeten afstaan niet kan worden afgewacht, nu de bij [gedaagde sub 1] bekende gegevens van de betrokken vrouw ter bewaring in de kluis van het ziekenhuis zijn gelegd en tevens ter (mede)bewaring aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting zullen worden gegeven. Van de gestelde onzekerheid bij [B] omtrent de identiteit van zijn vader is bovendien niets gebleken.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4.7. Ingevolge artikel 254, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven. Uitgangspunt daarbij is dat een eiser spoedeisend belang heeft bij de voorziening als van de eiser niet kan worden gevergd dat deze een bodemprocedure afwacht.

4.8. De voorzieningenrechter stelt vast dat [B] inmiddels 7 jaar oud is en dat partijen in die jaren min of meer in gezamenlijkheid hebben getracht de identiteit van de biologische vader van [B] te achterhalen. De aanleiding voor onderhavig kort geding is, blijkens de stelling van eiseressen, met name gelegen in het feit dat [gedaagde sub 1] met pensioen is en dat zij vrezen dat de gegevens van de betrokken vrouw en man daardoor verloren zullen gaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is deze vrees thans niet (langer) gegrond, nu [gedaagde sub 1] heeft verklaard niet te beschikken over gegevens van de betreffende man en hij de gegevens betreffende de betrokken vrouw aan het ziekenhuis heeft overgedragen, waar de gegevens in de kluis worden bewaard. Tevens zullen de gegevens ter (mede)bewaring aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting worden overgedragen. Voor zover het spoedeisend belang dan ook gelegen zou zijn in het feit dat de gegevens van de betrokken vrouw verloren zouden kunnen gaan, is dit belang thans niet (langer) aanwezig.

4.9. Als gesteld zijn partijen reeds 7 jaar doende de identiteit van de biologische vader van [B] te achterhalen. Naast het hiervoor genoemde feit dat [gedaagde sub 1] met pensioen is gegaan is niet gebleken van feiten en/of omstandigheden die de zaak doen verschillen ten opzichte van de voorgaande jaren. Daarbij is van belang dat gedaagden aan eiseressen een handreiking hebben gedaan om middels het doorgeleiden van een door eiseressen geschreven brief aan de betrokken vrouw om haar te bewegen de gegevens van de betreffende man vrijwillig af te staan, geen gebruik hebben gemaakt, hetgeen met zich brengt dat op dit moment nog niet alles is ondernomen om de gegevens van de betrokken man op een vrijwillige basis te verkrijgen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is tegen deze achtergrond, in het tijdsverloop evenmin een spoedeisend belang gelegen.

4.10. Met betrekking tot de beoordeling van de stelling van eiseressen dat het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat aan de onzekerheid van [B] een einde gemaakt dient te worden en dat afgifte van de gegevens op dit moment noodzakelijk is om te voorkomen dat de gegevens pas bekend worden als de betrokken vrouw en man er niet meer zijn, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter van belang aansluiting te zoeken bij de wijze waarop de wetgever met deze vragen in de op 1 januari 2004 in werking getreden Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting is omgegaan.

4.11. In artikel 2, eerste lid onder b en c, van deze wet is bepaald dat van een donor gegevens verzameld en aan de stichting ter beschikking gesteld moeten worden, te weten gegevens omtrent (b) fysieke kenmerken, opleiding en beroep alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken en (c) geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats.

4.12. In artikel 3, eerste lid onder c, van de wet is bepaald dat de stichting de bij haar berustende gegevens van de betrokken donor verstrekt aan de ouders of een van hen van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, op hun verzoek, indien het kind de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt en voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b. In het tweede lid van artikel 3 van de wet is bepaald dat de persoonsidentificerende gegevens van de donor aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt, op zijn verzoek kunnen worden verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

4.13. Uit de (huidige) wettelijke regeling volgt derhalve dat de wetgever heeft bepaald dat ouders van een door kunstmatige donorbevruchting verwekt kind dat nog niet de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, van de stichting enkel gegevens verstrekt kunnen krijgen omtrent fysieke kenmerken, opleiding en beroep alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken. Slechts het door kunstmatige donorbevruchting verwekte kind zelf kan als deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt van de stichting gegevens verstrekt krijgen omtrent persoonsidentificerende gegevens van de donor zoals geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats.

4.14. De voorzieningenrechter is tegen deze achtergrond en gezien de huidge leeftijd van [B] van 7 jaar van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat van eiseressen niet gevergd kan worden de uitkomst van een (eventuele) bodemprocedure, strekkende tot afgifte van de NAW-gegevens van de betrokken vrouw en de betrokken man, af te wachten. Vanwege het ontbreken van het vereiste spoedeisend belang zullen de vorderingen dan ook worden afgewezen.

4.15. De voorzieningenrechter ziet in de bijzondere omstandigheden van het geval en de aard van het geschil tussen partijen aanleiding de proceskosten tussen hen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B.M. Keurentjes en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2010.?