Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BK9670

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
18-01-2010
Zaaknummer
110825/FA RK 09-1427
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verklaring van rechtsvermoeden van overlijden en het verlenen van een machtiging tot uitoefening van het recht van erfgenaam of legataris in een nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

Meervoudige familiekamer

Zaaknummer 110825/FA RK 09-1427

Beschikking d.d. 12 januari 2010

in de zaak van:

v e r z o e k e r s,

advocaat mr. J.M. Frons,

en

b e l a n g h e b b e n d e,

verder te noemen de vermiste,

niet in rechte verschenen.

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 20 oktober 2009 een tussenbeschikking gegeven.

Daarbij zijn partijen bevolen om de vermiste via “Die Zeit” en “de Telegraaf” op te roepen voor de zitting van 5 januari 2010 te 11.00 uur, teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken. Verder is bepaald, dat mr. Frons bewijs van deze publicaties aan de rechtbank dient over te leggen.

Op 1 december 2009 is ter griffie een brief d.d. 30 november 2009 van mr. Frons ontvangen, met als bijlagen vorenbedoelde publicaties in “Die Zeit” en in “de Telegraaf”.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 5 januari 2010.

Daarbij is de advocaat mr. A.A.M. Kroon, optredende in plaats van mr. Frons, verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank neemt over hetgeen is overwogen en beslist in voormelde tussenbeschikking.

Vaststaat dat de vermiste is geboren op 15 maart 1924 in de toenmalige gemeente Muntendam.

Volgens een brief d.d. 5 juli 2006 van de Deutsche Dienststelle in Berlijn is de vermiste op 23 juni 1943 opgeroepen voor de Duitse marine en is hij op 26 september 1944 overgeplaatst naar het Duitse leger.

In november 1944 heeft de moeder van de vermiste vanuit Stettin een brief van hem ontvangen. Daarna is geen levensteken meer van hem vernomen. Op 8 augustus 2005 is de broer van de vermiste overleden.

Verzoekers zijn tot diens nalatenschap geroepen.

standpunt van verzoekers:

Omdat het bestaan van de vermiste onzeker is en er een erfdeel opkomt als gevolg van het overlijden van zijn broer, wensen verzoekers hun rechten op de nalatenschap van laatstgenoemde te doen gelden.

beoordeling:

De vermiste heeft zijn laatst bekende woonplaats in Groningen gehad en daarom is deze rechtbank bevoegd om van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen.

Voldoende aannemelijk is geworden, dat het bestaan van de vermiste onzeker is en dat meer dan vijf jaar is verstreken vanaf de laatste tijding van zijn leven.

Verzoekers zijn daarom ontvankelijk in hun verzoek.

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in voormelde beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 20 oktober 2009.

Volgens de ter zake door de procureur overgelegde stukken is de vermiste opgeroepen om ter zitting van 5 januari 2010 te verschijnen door middel van oproepingen in het Nederlandse dagblad “de Telegraaf” van 11 november 2009 en in de Duitse krant “Die Zeit” van 12 november 2009.

De vermiste is niet ter zitting verschenen, noch is er iemand verschenen die voor hem opkomt en die behoorlijk van zijn in leven zijn doet blijken.

Gelet hierop alsmede op de inhoud van de overgelegde stukken en op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank van het in leven zijn van de vermiste niet gebleken en is er geen aanleiding om de oproeping van vermiste nog een keer te herhalen, alsmede getuigen te horen en de overlegging van bewijsstukken te gelasten ten bewijze dat aan de wettelijk gestelde vereisten is voldaan.

Het verzochte zal als hierna te melden worden toegewezen, waarbij als dag waarop de vermiste wordt vermoed te zijn overleden, 1 december 1944 wordt gehanteerd, omdat er voor het laatst een teken van leven van hem is geweest in november 1944 door middel van een brief aan zijn moeder.

BESLISSING

verklaart dat er rechtsvermoeden van overlijden op 1 december 1944 bestaat van de vermiste;

verleent aan verzoekers machtiging tot uitoefening van het recht van erfgenaam of legataris in de nalatenschap van de overleden broer van de vermiste;

Gegeven door mrs. D.A. Flinterman, J.P. Evenhuis en J.H.H.M. Dorscheidt en door eerstgenoemde uitgesproken ter openbare zitting van 12 januari 2010, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman als griffier.