Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BN9608

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-08-2009
Datum publicatie
06-10-2010
Zaaknummer
18/670503-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS voor verdachte die verklaarde onder invloed van mindcontrol door de geheime dienst van Canada zijn slachtoffer te hebben neergestoken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670503-08 (PROMIS)

datum uitspraak: 6 augustus 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. A.M. Westerhuis

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) in 1958,

wonende te Groningen,

thans verblijvende te Amsterdam, Amsterdam PPC, Wenckebachweg 48.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

2 april 2009, 29 juni 2009 en 23 juli 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

hij op of omstreeks 23 december 2008, in de gemeente Groningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en

al dan niet met voorbedachten rade een persoon, genaamd [slachtoffer], van het

leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met

een mes in de hals/keel en/of de/een arm(en) en/of een oksel en/of het

gezicht, althans in het lichaam, te steken en/of te snijden en/of te prikken,

althans te raken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 23 december 2008, in de gemeente Groningen,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade mishandelend een persoon,

genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg met een mes in de hals/keel en/of de/een arm(en) en/of een oksel en/of

het gezicht, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

geprikt, althans geraakt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] enig

lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

Op grond van de aangifte van [slachtoffer], de verklaring van getuige [getuige] en de verklaringen van verdachte kan het onder 1 primair tenlastegelegde bewezen worden verklaard, met dien verstande dat een poging tot doodslag bewezen kan worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor vrijspraak gepleit, omdat verdachte, naar haar zeggen, zich tegen aangever moest verdedigen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, zakelijk weergegeven:

Op 23 december 2008 heb ik de bewoner van kamer 304/306 met mijn mes gestoken in de keelstreek, de armen en het lichaam.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 december 2008, opgenomen op pagina 14 e.v. van dossier nr. 2008005684 d.d. 12 februari 2009, inhoudende de verklaring van [slachtoffer], zakelijk weergegeven:

Ik woon sinds 2 jaar met mijn vrouw en zoontje aan de [straat] in Groningen, kamers 304 (slapen) en 306 (leven).

Sinds ongeveer een maand woont een man naast ons, in kamer 308.

Op 23 december 2008 kwam ik uit mijn kamer. Ik stond met mijn rug naar kamer 308. Op het moment dat ik me naar de buurman van 308 draaide zag ik het mes. De buurman stond vlakbij mij. Ik zag dat hij met zijn rechterhand met het mes op mij instak. De man maakte onderhandse steekbewegingen. De eerste steek kwam in mijn linkeroksel. Ik viel op een gegeven moment achterover. De buurman bleef op mij in steken. Hij stak nu bovenhands. Hij stond boven mij met aan elke kant een been en bukkend bleef hij bovenhands op mij insteken.

Mijn vrouw pakte een been van de man waardoor hij kwam te vallen. Het lukte mij toen zijn arm te pakken. Het lukte mij om zijn mes te pakken.

Ik tel nu zeven steekwonden, in mijn hals iets boven mijn adamsappel, onder mijn linkeroksel tweemaal, in mijn rechterarm vlakbij de elleboog, op mijn rechterpols, onder mijn linker elleboog en op mijn rechterwang.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 december 2008, opgenomen op pagina 20 e.v. van dossier nr. 2008005684 d.d. 12 februari 2009, inhoudende de verklaring van [getuige], zakelijk weergegeven:

Vanmiddag toen mijn man de kamer uit wilde lopen zag ik die Tunesische man. Ik hoorde dat hij zei: ik ga jou en je zoontje doodmaken. Hij had een mes in zijn rechterhand. Hij stak met opgeheven hand in op mijn man. Mijn man probeerde zich te verweren. Ik zag dat de man nog steeds wilde steken. De mannen pakten elkaar beet en ik probeerde het mes af te pakken. Ik wilde mijn man ontzetten en pakte de Tunesische man bij een been.

Een geschrift, te weten een brief van het Martiniziekenhuis te Groningen d.d. 23 december 2008, gericht aan de huisarts van [slachtoffer], opgenomen op pagina 55 van dossier nr. 2008005684 d.d. 12 februari 2009, inhoudende het resultaat van een lichamelijk onderzoek van [slachtoffer], zakelijk weergegeven:

Snee schouder links van 1 cm, bovenarm links snee van 1 cm oppervlakkig. Gezicht: rechter wang 1 cm snee oppervlakkig. Rechterhand dorsale zijde distale onderarm een oppervlakkige snee van 3 cm. Elleboog volair mediale zijde schaaf/snee verwonding.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal slachtofferonderzoek d.d. 6 januari 2009, opgenomen na pagina 56 e.v. van dossier nr. 2008005684 d.d. 12 februari 2009, inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat Neru José Pedro op het bovenlichaam diverse steek/snijwonden had namelijk:

- keel (foto 1,2)

- rechter wang (foto 3,4)

- linker schouder (foto 5,6)

- linker bovenarm (foto 7,8)

- linker elleboog (foto 9,10)

- rechter elleboog (foto 11,12)

- rechter onderarm (foto 13,14).

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat het verdachte was die [slachtoffer] aanviel en met een mes stak. De rechtbank heeft geen enkel aanknopingspunt gevonden voor een mogelijk voorafgaande aanval op verdachte. De verwondingen en met name de veelheid daarvan bij [slachtoffer] sterken de rechtbank in haar oordeel dat het juist verdachte was die in de aanval ging.

Door zo op het slachtoffer in te steken heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijk kans op de dood van [slachtoffer] aanvaard, zodat een poging tot doodslag bewezen is. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat geen sprake is van voorbedachte raad.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 december 2008, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in de hals/keel en de armen en een oksel en het gezicht, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

Poging tot doodslag.

Strafbaarheid van verdachte

Door de raadsvrouw is gesteld dat verdachte zich genoodzaakt zag zich te verdedigen tegen aangever, zodat er sprake is van noodweer.

Voor zover de raadsvrouw bedoeld heeft te stellen dat verdachte op grond daarvan ontslagen zou moeten worden van alle rechtsvervolging overweegt de rechtbank het volgende.

In het dossier heeft de rechtbank geen enkel bewijsmiddel aangetroffen waaruit zou kunnen blijken dat verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op de wijze zoals hij blijkens de bewezenverklaring heeft gedaan.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer.

Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte gelet op de psychiatrische en psychologische onderzoeksrapportage d.d. 25 juni 2009, opgemaakt door J.M.J.F. Offermans, psychiater en C.T.H.M. Salet, psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Diagnostisch is er bij betrokkene sprake van een waanstoornis van het paranoïde type.

In het kader van bovengenoemde waanstoornis meent betrokkene in eerste instantie dat de Canadese en Nederlandse overheid bezig zijn hem te achtervolgen en af te luisteren. In het verlengde van deze gedachten herhaalt zich een dergelijk proces met individuele personen die in de directe nabijheid van betrokkene verkeren (mede-observandi, buren). Deze gaan gaandeweg deel uitmaken van het zelfde complot als waar hij de Canadese en Nederlandse overheid van verdenkt.

Geleidelijk neemt de waan zijn denken volledig in beslag en lijkt hij niet meer in staat ergens anders mee bezig te zijn. Woede, onbegrip en frustratie nemen dan toe, waarbij betrokkene nu eens kiest voor ‘passieve’ actie (honger- en dorststaking), dan weer voor een openlijke aanval, zoals bij het onderhavige tenlastegelegde. Omdat het onderliggende conflict zich volledig in het hoofd en denken van betrokkene afspeelt, is de ander (c.q. het slachtoffer) in het geheel niet voorbereid op betrokkenes agressie, gerelateerd aan diens psychotische overtuigingen.

Omdat betrokkenes handelen volledig wordt bepaald door de paranoïde waan, kan hij als volledig ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd voor het onderhavige tenlastegelegde.

De rechtbank kan zich hiermee verenigen en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezenverklaarde aan verdachte niet kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte derhalve niet strafbaar en zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.

Motivering maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde, poging tot doodslag, wordt veroordeeld tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte niet strafbaar is op grond van noodweer, zodat er geen plaats is voor strafoplegging.

Oordeel van de rechtbank

Terbeschikkingstelling

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, bij wie tijdens het begaan van het primair bewezenverklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, ter beschikking moet worden gesteld omdat:

- het bewezen en strafbaar verklaarde een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tevens van overheidswege moet worden verpleegd omdat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging eist.

De rechtbank heeft hierbij de rapporten en adviezen in aanmerking genomen die over de persoonlijkheid van verdachte zijn uitgebracht, alsmede de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde.

Voormelde rapportage van het Pieter Baan Centrum houdt onder meer het volgende in:

Ofschoon in het kader van het onderhavige onderzoek slechts zeer beperkte informatie over betrokkenes levensloop bekend was, laat betrokkenes functioneren in de afgelopen jaren duidelijk zien hoe er bij hem sprake is van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld. Dit kan diagnostisch worden omschreven als een waanstoornis van het paranoïde type, waarbij overwegend sprake is van paranoïde wanen en in mindere mate van betrekkings- en beïnvloedingswanen.

Daar betrokkene zich als zeer bijzonder ervaart, hij ervan overtuigd is dat alleen maar speciale mensen hem kunnen begrijpen en hij ook bij tijd en wijle speciale rechten claimt, moge duidelijk zijn dat de kans groot is dat betrokkene in conflict raakt met mensen in zijn directe omgeving. Wellicht kan hij nog af en toe een waarschuwingssignaal uitzenden, waarop actie kan worden ondernomen, maar waarschijnlijker is dat betrokkene geleidelijk aan zo door woede wordt overspoeld over wat hem aangedaan wordt, dat hij voor zichzelf geen andere uitweg ziet dan tot actie over te gaan. Dit impliceert een groot recidivegevaar voor een feit als het onderhavige tenlastegelegde, omdat het slachtoffer niet specifiek was en het tenlastegelegde niet situatief bepaald.

Er is bij betrokken sprake van een volledig gebrek aan ziektebesef en ziekte-inzicht, waardoor hij zich niet zal openstellen voor therapeutische interventies op vrijwillige basis. Door betrokkenes verzet tegen behandeling mag ervan worden uitgegaan dat een toekomstige behandeling langdurig zal moeten zijn om tot resultaat te kunnen komen, wat maakt dat de mogelijkheid van een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis niet als een reële optie kan worden beschouwd.

Hierdoor ziet het onderzoekend team van het PBC geen andere mogelijkheid dan te adviseren om betrokkene een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.

De rechtbank kan zich met deze overwegingen verenigen en neemt het advies derhalve over.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te [woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Namens verdachte is geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 2.081,-.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het primair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart verdachte voor het primair bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte terzake van alle rechtsvervolging.

Gelast dat de veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende [woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 2.081,- (zegge tweeduizend eenentachtig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, E.W. van Weringh en K.K. Lindenberg, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2009.