Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BM3670

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
412903 CV EXPL 09-10155
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid voor dieren. Twee ongevallen op een manege. In het eerste geval is een klant tijdens de les van het paard gevallen. Gelet op de omstandigheden van het geval is de schade mede het gevolg van een omstandigheid die deels aan de berijder kan worden toegerekend. In het tweede geval had een niet betalende klant het paard zonder toestemming uit de stal weggenomen. De vergoedingsplicht die de Manege heeft op basis van artikel 6:179 BW, is op grond van artikel 6:101 BW verminderd. De schade wordt in evenredigheid verdeeld over de benadeelde en de vergoedingsplichtige met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheid tot de schade heeft bijgedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 412903 \ CV EXPL 09-10155

Vonnis d.d. 19 november 2009

inzake

de onderlinge waarborgmaatschappij OWM Menzis U.A., voorheen genaamd OWM Geove U.A.,

gevestigd te Zwolle, kantoorhoudende te Groningen,

eiseres, hierna Menzis te noemen,

gemachtigde LAVG, gerechtsdeurwaarders te Groningen,

tegen

de Manege,

zetelende te H.,

gedaagde, hierna de Manege te noemen,

gemachtigde H.

PROCESGANG

De bij vonnis van 9 juli 2009 gelaste comparitie is gehouden op 6 oktober 2009. Namens Menzis is ter zitting verschenen R. bij gestaan door haar gemachtigde. Namens de Manege is verschenen H. Zij hebben hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen gezet. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

1.1 Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast.

1.2 Op of omstreeks 31 december 2004 heeft er een ongeval plaatsgevonden waarbij mevrouw W. (hierna: W.) lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zij is tijdens de les bij de Manege van het paard gevallen.

1.3 Op of omstreeks 30 juni 2005 heeft er een ongeval plaatsgevonden waarbij mevrouw S. (hierna: S.) lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zij heeft zonder toestemming van de eigenaar een paard uit de stal gepakt en is gaan rijden, waarna zij van het paard is gevallen.

1.4 Beide ongevallen zijn veroorzaakt door een paard waarvan de Manege eigenaar is, althans destijds was.

1.5 Menzis heeft als verzekeraar van zowel W. als S. de kosten ter zake de medische verrichtingen vergoed.

1.6 Menzis heeft de Manege specificaties d.d. 11 september 2006 en 2 januari 2007 met betrekking tot de door haar gemaakte kosten gestuurd.

2. Het standpunt van Menzis

2.1 Menzis vordert in rechte een bedrag van € 1.746,02 aan hoofdsom, € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 241,67 aan rente. De vordering bestaat uit € 942,27 (inclusief € 50,00 administratiekosten) voor de schade van W. en € 803,75 (inclusief € 50,00 administratiekosten) voor de schade van S. Naast voormelde vaststaande feiten legt zij het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.2 Menzis vordert de door haar vergoede medische kosten, omdat zij in de rechten van haar verzekerden, W. en S., is gesubrogeerd. De Manege is aansprakelijk voor de gedragingen van het paard en derhalve voor het ontstane letsel, omdat het in deze gaat om risicoaansprakelijkheid. De Manege heeft dit risico niet beperkt door bijvoorbeeld de stallen af te sluiten. In het geval van W. speelt ook mee dat zij een contract heeft met de Manege. Verder kan van een 14-jarige niet verwacht worden dat zij zich anders zal gedragen dan dat zij op het moment voorafgaand aan het ongeval heeft gedaan.

3. Het standpunt van de Manege

3.1 De Manege heeft aangevoerd niet aansprakelijk te zijn voor het lichamelijk letsel van W. en S. Zij heeft niet verwijtbaar gehandeld. Het paard is een vluchtdier, dat houdt de Manege een ieder die komt paardrijden ook voor. W. heeft zelf de fout gemaakt door te gaan gillen op het moment dat het paard schrok. Verder was S. geen betalende klant van de Manege.

4. Beoordeling

4.1 Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de Manege aansprakelijk is voor kosten die zijn gemaakt voor de medische behandelingen van W. en S. nadat beide een val van het paard hebben gemaakt. De kantonrechter oordeelt hierover als volgt.

4.2 Vaststaat dat W. en S. beide op het moment van hun ongeval op een paard reden waarvan de Manege eigenaar was. In beginsel is de Manege op grond van artikel 6:179 Burgerlijk Wetboek (BW) als eigenaar en bezitter van het paard aansprakelijk voor de door dat dier aangerichte schade, in dit geval het lichamelijke letsel van W. en S. Dit artikel legt namelijk een risicoaansprakelijkheid op de bezitter van een dier.

4.3 De kantonrechter is met betrekking tot het ongeval van W. als volgt van oordeel. De Manege heeft het paard ter beschikking gesteld aan W. in het kader van een onder verantwoordelijkheid van de Manege gegeven paardrijles. Het enkele feit dat W. het paard uit vrije wil en met toestemming van de eigenaar heeft bereden, dus krachtens een overeenkomst met deze, is niet voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat de uit artikel 6:179 BW voortvloeiende aansprakelijkheid van de Manege geheel vervalt.

4.4 Voor zover de Manege zich beroept op eigen schuld aan de kant van W. overweegt de kantonrechter dat, mocht er al sprake zijn van eigen schuld, ook hierdoor niet de volledige aansprakelijkheid van de Manege vervalt. Artikel 6:101 BW schrijft immers voor dat de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheid tot de schade hebben bijgedragen.

4.5 Het hangt af van de inhoud van de overeenkomst en de overige omstandigheden van het geval of en zo ja in hoeverre om die reden sprake is van een omstandigheid die in de risicosfeer van W. ligt en daarom aan haar moet worden toegerekend. Zo vloeit in het onderhavige geval uit de aard en de strekking van de overeenkomst voort dat het onberekenbare gedrag van het paard in zoverre voor risico van de berijder is en aan haar moet worden toegerekend, dat de schade deels voor haar rekening moet blijven. In het kader van de manege-overeenkomst is het onberekenbare gedrag van het paard immers niet onverwacht. Tevens heeft W. in een, door de Manege overgelegde, brief aangegeven zelf niet geheel juist te hebben gehandeld doordat zij in paniek raakte. Gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de brief van W., is de schade mede het gevolg van een omstandigheid die deels aan de berijder kan worden toegerekend.

4.6 Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de Manege in het geval van W. een gedeelte van de schade zal moeten vergoeden. De kantonrechter zal dit vaststellen op (afgerond) € 446,00 (50 % van het schadebedrag).

4.7 Voor wat betreft het ongeval van S. is de kantonrechter als volgt van oordeel. Het betreft hier een ander geval dan W., omdat S. het paard zonder toestemming van de Manege van stal heeft gehaald en het vervolgens, zonder toestemming, heeft bereden.

4.8 Zoals hiervoor overwogen is de Manege in beginsel op grond van artikel 6:179 BW als bezitter van het paard aansprakelijk voor de door dat dier aangerichte schade. Hoewel de Manege heeft aangevoerd dat S. geen betalende klant was, was zij kennelijk geen onbekende bij de manege. Van de Manege mag verwacht worden dat zij maatregelen treft om te voorkomen dat de paarden zonder toestemming worden meegenomen om te berijden. Niet is gebleken dat zij dit heeft gedaan. S. heeft echter onrechtmatig tegenover de Manege gehandeld door het paard zonder toestemming van de Manege uit zijn stal te halen en te berijden. De schade die vervolgens is ontstaan doordat S. van het paard is gevallen is mede het gevolg van deze omstandigheid, die aan S. kan worden toegerekend.

4.9 De kantonrechter zal derhalve de vergoedingsplicht die de Manege heeft op basis van artikel 6:179 BW op grond van artikel 6:101 BW (eigen schuld) verminderen in die zin dat de schade in evenredigheid wordt verdeeld over de benadeelde en de vergoedingsplichtige met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheid tot de schade heeft bijgedragen. Het aandeel van de zijde van S. zal de kantonrechter gezien het voorgaande ex aequo et bono vaststellen op 50%. De Manege zal derhalve aan Menzis voor de medische kosten een bedrag van (afgerond) € 377,00 moeten vergoeden.

4.10 Voorts is op grond van de gedingstukken genoegzaam aannemelijk geworden dat de in het geding zijnde incassowerkzaamheden naar aard, omvang en daarmee samenhangende kosten als redelijk kunnen worden aangemerkt, zodat de gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen. De gevorderde administratiekosten (ad € 100,00) worden afgewezen nu deze worden geacht onderdeel uit te maken van de buitengerechtelijke kosten en het totaal voor de buitengerechtelijke kosten zal worden beperkt tot het gebruikelijke tarief.

4.11 De Manege zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat de proceskostenveroordeling zal worden gebaseerd op het toe te wijzen bedrag.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt de Manege om tegen kwijting aan Menzis te betalen € 1.001,50 vermeerderd met de wettelijke rente over € 823,00 vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de Manege tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van Menzis tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 158,00 aan griffierecht, € 85,98 aan explootkosten en € 200,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt voor zover nodig het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 19 november 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: mdh