Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BL0271

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-01-2009
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
108698/FA RK 09-612
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om eenoudergezag opnieuw afgewezen.

Hetgeen daartoe is aangevoerd (geen medewerking paspoort, moeilijk contact) levert niet een verslechterde situatie op ten opzichte van die, ten tijde van de vorige afwijzende beslissing.

(zie ook zaaknummer 108700/FA RK 09-613)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 108698/FA RK 09-612

beschikking d.d. 1 september 2009

in de zaak van:

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. S. El Hami,

en

verweerder,

hierna te noemen de man,

niet in rechte verschenen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 23 maart 2009 een verzoekschrift ingediend.

Daarbij heeft de vrouw verzocht om bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - te bepalen, dat zij wordt belast met het eenhoofdig gezag over het minderjarige kind van partijen [A.] .

De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 20 augustus 2009.

Daarbij zijn de vrouw, haar advocaat mr. El Hami en mevrouw A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, verschenen en gehoord.

Hoewel op de wettelijk voorgeschreven wijze opgeroepen is de man niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Voor dat huwelijk is op 26 september 2000 in de gemeente Groningen het thans nog minderjarige kind [A.] geboren.

De man heeft [A.] op 2 november 2001 erkend.

Het huwelijk is in oktober 2002 beëindigd door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers.

Bij beschikking van deze rechtbank van 14 augustus 2003 is tussen de man en [A.] een omgangsregeling vastgesteld inhoudende, dat de man gerechtigd is het kind één keer per drie weken gedurende twee uren op door partijen in onderling overleg re regelen data, tijdstippen en plaats omgang met [A.] te hebben.

Bij beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 16 juni 2004 is tussen de man en [A.] een voorlopige omgangsregeling vastgesteld inhoudende, dat de man gedurende een periode van twee maanden gerechtigd is één keer per drie weken gedurende twee uren en na deze periode één keer per twee weken gedurende drie uren op een door partijen in onderling overleg te regelen data, tijdstippen en plaats, omgang met [A.] te hebben.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 9 mei 2007 is [A.] onder toezicht gesteld, waarbij de ondertoezichtstelling is opgedragen aan Bureau Jeugdzorg Groningen.

Bij beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 12 september 2007 is een omgangsregeling tussen de man en [A.] vastgesteld inhoudende, dat de man met ingang van 1 januari 2008 gerechtigd is om [A.] eenmaal per twee weken gedurende de weekenden en voorts gedurende de helft van de schoolvakanties bij zich te ontvangen.

Verder is bepaald dat er tussen de man en [A.] in de periode tot 1 januari 2008 omgang zal plaatsvinden, waarbij het aan de gezinsvoogd(-es) zal worden overgelaten om - in overleg met betrokkenen - plaats, tijd en duur van die contacten te bepalen.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 18 december 2007 is een verzoek van de man tot wijziging van het hoofdverblijf van [A.] afgewezen.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 22 februari 2008 is de beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 12 september 2007 in die zin gewijzigd, dat in plaats van de vastgestelde omgangsregeling de volgende regeling zal gelden voor de duur van drie maanden:

Het contact tussen [A.] en de man zal worden opgebouwd, waarbij het aan de gezinsvoogd wordt overgelaten om plaats, tijd en duur van de contacten te bepalen, een en ander overeenkomstig hetgeen in de beschikking is overwogen.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 18 april 2008 is de beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden van 12 september 2007 in die zin gewijzigd, dat in plaats van de daar vastgestelde omgangsregeling de volgende regeling zal gelden:

Het contact tussen [A.] en de man zal worden opgebouwd, waarbij het aan de gezinsvoogd wordt overgelaten om plaats, tijd en duur van de contacten te bepalen, een en ander overeenkomstig hetgeen in de beschikking is overwogen.

De ondertoezichtstelling is steeds verlengd, totdat bij beschikking van deze rechtbank d.d.

19 december 2008 het verzoek tot verdere verlenging is afgewezen.

standpunt van de vrouw

De ondertoezichtstelling is naar behoren verlopen met dien verstande, dat [A.] bleef weigeren om de man te zien. De omgang verliep zeer stroef, ook doordat de man verschillende keren niet kwam opdagen.

In de behandeling, voorafgaande aan de beschikking van deze rechtbank van 19 december 2008 heeft de vertegenwoordiger van de gezinsvoogdij-instelling LJ&R een brief van de man voorgelezen, blijkens welke de man te kennen geeft geen contact meer met [A.] te willen hebben en het initiatief tot omgang aan [A.] te willen overlaten.

[A.] heeft tijdens de ondertoezichtstelling voortdurend afwijzend gereageerd op iedere vorm van contact met de man, hetgeen een negatieve weerslag heeft gehad op zijn persoonlijk functioneren en op zijn schoolprestaties.

Het gaat nu goed met [A.], hij heeft rust en stabiliteit in zijn leven.

Er is thans geen enkel contact meer tussen [A.] en de man.

De man geeft geen invulling aan zijn vaderschap.

In 2006 heeft de man geweigerd toestemming te verlenen ten behoeve van een paspoort.

Dat er niet of nauwelijks contact met de man kan worden gelegd veroorzaakt spanningen bij de vrouw en [A.].

Partijen communiceren niet met elkaar over [A.]. Hun communicatieproblemen zijn van dien aard, dat er een onaanvaardbaar risico is, dat [A.] klem of verloren raakt tussen zijn ouders. De vrouw heeft vanaf diens geboorte invulling aan het ouderlijk gezag over [A.] en het is in het belang van het kind, dat zij thans alleen met dat gezag wordt belast.

beoordeling

Uitgangspunt van de wetgever is, dat de ouders in geval van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding gezamenlijk het gezag blijven uitoefenen, tenzij het in het belang van de minderjarigen is dat het gezag aan een van hen alleen toekomt.

Het enkele feit dat een van de ouders dit wenst is onvoldoende grond om te bepalen, dat het gezag over een kind aan een van de ouders alleen toekomt.

Een dergelijke beslissing is slechts dan gerechtvaardigd indien de rechter na onderzoek tot het oordeel komt, dat dit in het belang van het kind is.

Het ontbreken van een goede communicatie en/of een verstoorde verstandhouding tussen de ouders brengt niet zonder meer mee, dat in het belang van het kind het ouderlijk gezag aan een van de ouders moet worden toegekend.

Dit kan anders zijn indien de bestaande communicatieproblemen en/of de verstoorde verstandhouding zodanig ernstig zijn, dat er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders die het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen, zonder dat te verwachten is dat in die problemen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. In dat geval kan de conclusie gerechtvaardigd zijn, dat aan een van de ouders alleen het ouderlijk gezag over het kind toekomt.

In de beschikking van 16 juni 2004 heeft het Gerechtshof Leeuwarden overwogen, dat er weliswaar sprake is van een communicatiegebrek tussen de ouders, doch dat niet is gebleken dat de communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is, dat [A.] klem of verloren raakt tussen zijn ouders.

Op grond daarvan is beslist, dat er onvoldoende gronden zijn om het gezamenlijk gezag over [A.] te beëindigen en de vrouw alleen met het ouderlijk gezag over hem te belasten.

Hetgeen thans door en namens de vrouw naar voren is gebracht (de vrouw is in 2006 geconfronteerd met een weigering van de man om toestemming te verlenen ten behoeve van een paspoort, hij geeft geen invulling aan zijn vaderschap en zij kan niet of nauwelijks met hem in contact komen, hetgeen spanningen bij haar en het kind veroorzaakt), is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om tot de conclusie te komen dat sprake is van een zodanig verslechterde situatie ten opzichte van die ten tijde van de Hofbeschikking van

16 juni 2004, dat thans wèl sprake is van voormeld onaanvaardbaar risico.

De rechtbank overweegt daartoe, dat er blijkbaar tot eind 2008 nog contact is geweest tussen de vrouw (en [A.]) en de man en dat er sedertdien niet is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit opgemaakt kan worden, dat de man een belemmerende invloed heeft gehad bij het nemen van beslissingen over [A.].

De rechtbank acht het op dit moment (nog) niet aangewezen indien de man - door alleen de vrouw met het gezag te belasten - op nog verdere afstand van [A.] komt te staan dan nu al het geval is.

Bovendien is de vrouw op de hoogte van de verblijfplaats van de man.

Het verzoek van de vrouw wordt daarom afgewezen.

BESLISSING

wijst af het verzoek van de vrouw om alleen met het ouderlijk gezag over [A.] te worden belast.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.

gdk