Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK8076

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
31-12-2009
Zaaknummer
104699/FA RK 08-2183
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zowel in Roemenië als in Nederland is echtscheiding verzocht; uit info uit Roemenie blijkt, dat procedure daar inmiddels is verjaard;IPR-overwegingen;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 104699/FA RK 08-2183

beschikking d.d. 10 november 2009

in de zaak van:

verzoeker,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. H.A. Jonker-van Dijk,

en

v e r w e e r s t e r,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat Bocut Florentina uit Roemenië.

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 23 juni 2009 een tussenbeschikking gegeven.

Ter griffie is op 29 oktober 2009 een brief met bijlage ontvangen van advocaat Bocut Florentina.

Op 4 november 2009 is ter griffie een brief d.d. 3 november 2009 van mr. Jonker-van Dijk ontvangen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in voormelde

(tussen-) beschikking.

Bij die beschikking is informatie verzocht over de stand van zaken in de door de vrouw geëntameerde echtscheidingsprocedure in Roemenië.

Uit de bij voormelde brief van de Roemeense advocaat van de vrouw overgelegde civiele vonnis van de rechtbank Salonta, district Bihor in Roemenië, blijkt dat voormelde procedure door verjaring is geëindigd.

De rechtbank zal daarom thans overgegaan tot de beoordeling van het onderhavige echtscheidingsverzoek.

Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift had de man in elk geval de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Roemeense nationaliteit.

rechtsmacht

ten aanzien van de echtscheiding

De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe voor wat betreft het echtscheidingsverzoek, omdat de gewone verblijfplaats van de man in Nederland ligt en hij daar sinds zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek verblijft.

ten aanzien van de verdeling

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht met betrekking tot het verdelingsverzoek, omdat deze ook rechtsmacht heeft voor wat betreft het verzoek tot echtscheiding.

ten aanzien van de gezagsvoorziening en het hoofdverblijf

Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland had op het tijdstip waarop de man zijn verzoek heeft ingediend, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe voor wat betreft de verzoeken met betrekking tot de gezagsvoorziening over en het hoofdverblijf van die minderjarige.

ten aanzien van de kinderalimentatie

Omdat de gewone woonplaats van de minderjarige in Nederland is gelegen heeft de Nederlandse rechter ook rechtsmacht voor wat betreft het verzoek van de vrouw tot betaling door de man van kinderalimentatie.

toepasselijk recht

ten aanzien van de echtscheiding

Partijen hebben geen gemeenschappelijke nationaliteit en hebben niet in hetzelfde land hun gewone verblijfplaats.

Volgens het toepasselijke artikel 1 lid 1 onder c. van de Wet van 25 maart 1981, houdende regeling van het conflictenrecht inzake ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed en de erkenning daarvan is - bij gebreke van een rechtskeuze - op het verzoek tot echtscheiding het Nederlandse recht van toepassing.

ten aanzien van de verdeling

Nu partijen vóór de huwelijkssluiting geen rechtskeuze hebben gemaakt met betrekking tot het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensregime en een gemeenschappelijke nationaliteit ontbreekt, is het recht van het eerste huwelijksdomicilie, dus het Nederlandse recht, van toepassing.

ten aanzien van de gezagsvoorziening en het hoofdverblijf

De Nederlandse rechter past - ongeacht de gewone verblijfplaats of de nationaliteit van de minderjarige - op deze verzoeken het Nederlandse recht toe als zijn interne recht.

ten aanzien van de kinderalimentatie

Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is gelegen is het Nederlandse

recht van toepassing op het verzoek tot kinderalimentatie.

vaststaande feiten

Partijen zijn gehuwd op 2 november 1999 in Cefa in Roemenië in algehele gemeenschap van

goederen. Zij hebben het gezag over het minderjarige kind [A.]. Hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

beoordeling

Het verzoek tot echtscheiding is naar het oordeel van de rechtbank als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar, evenals de verzochte verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de gezagsvoorziening, het hoofdverblijf van hun minderjarig kind en de betalen kinderalimentatie.

De rechtbank zal daarom de beslissing over deze geschilpunten aangehouden en de zaak verwijzen naar de hierna te noemen zitting met gesloten deuren om partijen hierover te horen.

Partijen dienen uiterlijk tien kalenderdagen voor die zitting aan elkaar en aan de rechtbank de hierna te noemen recente financiële gegevens over te leggen.

BESLISSING

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, die op 2 november 1999 in Cefa in Roemenië met elkaar huwden;

gelast partijen de tussen hen bestaande huwelijksgemeenschap te verdelen;

benoemt, tenzij partijen binnen acht dagen na inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand anders overeenkomen, notaris mr. A. Elzinga te Hoogezand om de verdeling van de huwelijksgemeenschap te bewerkstelligen op de door de notaris te bepalen tijd en plaats;

benoemt mr. G.B. de Jong, advocaat te Hoogezand, tot onzijdig persoon om die partij, die niet mocht meewerken aan deze verdeling, daarbij te vertegenwoordigen en naar eigen beste inzicht daarbij de belangen van die partij te behartigen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;

houdt de beslissing over de gezagsvoorziening over en het hoofdverblijf van de minderjarige [A.], alsmede over de te betalen kinderalimentatie aan en bepaalt een verhoor van partijen ter zitting met gesloten deuren van deze rechtbank op

donderdag, 21 januari 2010 te 13.45 uur;

partijen dienen uiterlijk tien dagen voor deze zitting aan de rechtbank en aan elkaar in drievoud de meest recente financiële gegevens als genoemd in artikel 7.3 van het procesreglement scheiding over te leggen, voor zover dat nog niet is geschied.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.C. Bosch en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 10 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.