Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK4662

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
24-11-2009
Datum publicatie
27-11-2009
Zaaknummer
111243/FA RK 09-1602
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdverblijf; door hevige voortdurende strijd tussen de ouders, waarbij sprake is van geweld en dreiging met zelfmoord zijn de kinderen in een onmogelijke en zeer onwenselijke situatie beland, die buitengewoon schadelijk is voor hun ontwikkeling.

de Raad voor de Kinderbescherming is verzocht een quickscan uit te voeren en - indien hieruit blijkt dat dit noodzakelijk is - een onderzoek in te stellen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van het hoofdverblijf van de kinderen bij een van de ouders en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;

uittreksel uit het gezagsregister nodig waaruit aantekening van gezamenlijk gezag blijkt;

indien dat zo is moet nog ex artikel 247a van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding een ouderschapsplan worden overgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 111243/FA RK 09-1602

beschikking d.d. 24 november 2009

in de zaak van:

de vrouw,

advocaat mr. M. Elderhuis,

en

de man,

advocaat mr. A.J. de Boer.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 8 juli 2009 een verzoekschrift ingediend.

Daarbij heeft de vrouw verzocht om te bepalen, dat de minderjarige kinderen van partijen A en B voortaan hoofdverblijf bij haar zullen hebben.

Op 18 augustus 2009 heeft de vrouw een verzoekschrift ingediend, waarbij zij haar verzoek in die zin heeft gewijzigd, dat zij heeft verzocht te bepalen dat A hoofdverblijf bij de man en B hoofdverblijf bij haar heeft.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft A op 11 november 2009 gehoord.

De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 12 november 2009.

Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- partijen;

- de advocaten;

- mevrouw A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe,

locatie Groningen(verder te noemen de Raad).

De vrouw heeft haar verzoek in die zin aangevuld, dat zij subsidiair heeft verzocht een verdeling van zorg- en opvoedingstaken te bepalen inhoudende, dat de kinderen ieder weekend, dan wel één weekend per veertien dagen bij haar zullen zijn.

De man heeft verzocht een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met B vast te stellen, indien wordt bepaald dat zij hoofdverblijf bij de vrouw dient te hebben.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten:

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben samengewoond.

Uit hun relatie zijn in de gemeente Winschoten de thans nog minderjarige kinderen A en B geboren.

Beide kinderen zijn door de man erkend.

standpunt van de vrouw

De relatie is in februari 2009 door de vrouw verbroken. Zij woont samen met haar nieuwe partner.

De omgangsregeling is goed verlopen, totdat de vrouw de nieuwe relatie is aangegaan.

De man heeft regelmatig gedreigd om samen met de kinderen naar Groot-Brittannië te vertrekken.

Mede gelet op zijn school en vriendjes is [A] bij de man blijven wonen. Met de nieuwe vriend van de vrouw heeft dat niets te maken.

In de zomervakantie gaf [B] aan liever bij de vrouw te willen wonen en dat is ook gebeurd. Na een escalatie is in kort geding beslist, dat [B] hoofdverblijf bij de man heeft. [B] raakte hierdoor erg overstuur en wilde niet naar de man toe. De vrouw heeft zich in die procedure niet kunnen verdedigen omdat zij de zitting niet heeft kunnen bijwonen doordat zij het gerechtsgebouw niet kon vinden.

Er is spoedappel tegen de beslissing ingesteld.

Na enige tijd gaf [B] aan wel weer een weekend naar de man toe te willen gaan.

De man heeft haar vervolgens bij zich gehouden en [B] verblijft sedert oktober 2009 bij hem. [B] mag de vrouw van de man alleen bij hem thuis ontmoeten. Hij verhindert dat er telefonische en/of GSM- en/of emailcontacten tussen de vrouw en [B] plaatsvinden.

De huidige situatie is absoluut niet in het belang van [B]. De man betrekt [B] in de hevige strijd tussen partijen en stelt zich manipulatief op jegens haar en de vrouw.

Hij heeft daarbij zelfs niet geschuwd om met zelfmoord te dreigen.

Bij een ruzie tussen partijen bij de vrouw voor de deur is de politie erbij gehaald.

De man is met de auto met de kinderen erin frontaal op de auto van de vrouw gebotst als gevolg van een achtervolging van de vrouw.

De man laat zich leiden door wraakgevoelens jegens de vrouw en niet door het belang van de kinderen.

De wijkagent vond de situatie zo zorgelijk, dat hij Bureau Jeugdzorg heeft ingeschakeld.

Er zal onderzoek worden verricht.

De man wil niet dat de kinderen bij de vrouw blijven slapen. Volgens hem heeft de huidige vriend van de vrouw een dochter seksueel misbruikt en heeft hij zijn kinderen mishandeld. Dat is onjuist, de vriend ziet zijn vier kinderen bijna ieder weekend.

Wel is het zo, dat de vriend een borderlinestoornis heeft. Hij is inmiddels aangemeld voor behandeling.

[A] kan bij de vrouw zijn, zonder dat haar nieuwe vriend daarbij aanwezig is.

De vrouw wil de kinderen regelmatig langere tijd bij zich hebben en is bereid zich daarbij flexibel op te stellen.

Zij vindt het onbegrijpelijk, dat de handelwijze van de man wordt getolereerd.

standpunt van de man

De vrouw heeft de man en de kinderen achtergelaten.

In de zomervakantie van dit jaar is er uitgebreid omgang geweest tussen de vrouw en [B]. [A] wilde niet naar haar toe.

De onderlinge communicatie tussen partijen is slecht. Zij kunnen niet tot overeenstemming komen over het hoofdverblijf van de kinderen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Er is veel strijd en de kinderen zitten daar tussenin. Als gevolg daarvan zijn de kinderen in een loyaliteitsconflict beland. De kinderen verblijven nu bij de man.

[A] wil bij de man blijven wonen. De man houdt omgang tussen de kinderen en de vrouw niet tegen, maar is het vertrouwen in de vrouw volledig kwijt, mede doordat zij in het verleden rechterlijke beslissingen naast zich neer heeft gelegd.

[A] wil niet naar de vrouw toe. Volgens [A] heeft hij gezien dat de vrouw en haar huidige partner seks met elkaar hadden. Toen de man hierover verhaal is gaan halen is de zaak geëscaleerd en moest de politie eraan te pas komen. Beide kinderen zijn hiervan getuige geweest. [A] staat onder behandeling van Lentis.

Er was een omgangsregeling, waarbij de kinderen niet bij de vrouw bleven slapen en de man hen om 22.00 uur ophaalde.

De man heeft er geen vertrouwen in, dat de vrouw de kinderen terugbrengt als zij bij haar op bezoek zullen gaan.

Wanneer er desondanks een omgangsregeling wordt vastgesteld, moeten de kinderen niet vaker dan één keer in de veertien dagen een weekend bij de vrouw zijn, anders wordt de belasting te groot. De vriend van de vrouw mag daarbij niet aanwezig zijn. Beide kinderen willen niet bij de vrouw blijven slapen.

De man heeft de vrouw recente foto’s van de kinderen toegestuurd.

standpunt van de Raad

De situatie van de kinderen is uitermate zorgwekkend en het is maar de vraag of het wel verantwoord is, dat zij bij hun ouders zijn. De wijze, waarop partijen bezig zijn met hun onderlinge strijd berokkent hun kinderen veel schade.

De Raad is bereid een zogenaamde quikscan uit te voeren om te beoordelen of de kinderen bij (een van) de ouders kunnen blijven.

De ouders doen er goed aan om zo spoedig mogelijk samen het mediationtraject in te gaan om te voorkomen, dat zij nog verder schade toebrengen aan hun kinderen.

Het is belangrijk dat de man ook deskundige hulp zoekt, bijvoorbeeld bij Lentis.

beoordeling

Nadat de behandeling enige tijd is geschorst om partijen de gelegenheid te geven zich nader te beraden, hebben beiden te kennen gegeven bereid te zijn tot mediation.

Uit hetgeen door of namens partijen en [A] naar voren is gebracht is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan, dat zowel [A] als [B] door de niet aflatende strijd tussen hun ouders in een onmogelijke en zeer onwenselijke situatie zijn beland, die buitengewoon schadelijk is voor hun ontwikkeling.

De rechtbank zal daarom de Raad verzoeken een quikscan uit te voeren, opdat zo spoedig mogelijk duidelijkheid wordt verkregen over de mogelijkheden van partijen om op een verantwoorde wijze invulling te geven aan hun verplichting als gezaghebbende ouder.

Daarbij moet speciale aandacht worden besteed aan de vraag om hulp van [A] tijdens het kinderverhoor.

Ook zal de rechtbank de Raad verzoeken om - indien uit de quikscan blijkt dat dit noodzakelijk is - een onderzoek in te stellen naar een mogelijk hoofdverblijf van de kinderen bij een van de ouders en naar een mogelijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen hen.

Van partijen mag worden verlangd, dat zij voortaan het belang van hun kinderen voorop stellen en met behulp van de mediator en eventuele verdere deskundige hulp al het mogelijke doen om te voorkomen, dat hun kinderen nog langer worden blootgesteld aan hun onverantwoorde onderlinge strijd.

De vrouw zal worden verzocht om een uittreksel uit het gezagsregister over te leggen zodat duidelijk wordt of partijen ex artikel 1:252, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek in dat register hebben doen aantekenen, dat zij - zoals door partijen is gesteld - gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen.

Er vanuit gaande dat dit is gebeurd, dienen partijen op grond van artikel 247a van de op

1 maart 2009 in werking getreden Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding een ouderschapsplan als bedoeld in artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op te stellen en over te leggen.

In afwachting van de uitkomst van de mediation, de quikscan, eventueel verder onderzoek door de Raad en de overlegging van voormelde stukken, zal iedere beslissing worden aangehouden voor de duur van zes maanden.

BESLISSING

verzoekt de vrouw om een uittreksel over te leggen zoals hiervoor omschreven;

verzoekt partijen - in dien sprake is van gezamenlijk gezag - om een ouderschapsplan in het geding te brengen zoals hiervoor omschreven;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, een quickscan uit te voeren en - indien hieruit blijkt dat dit noodzakelijk is - een onderzoek in te stellen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van het hoofdverblijf van de kinderen bij een van de ouders en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals hierboven omschreven en de rechtbank hierover te rapporteren en te adviseren; daarbij kan de Raad in het kader van het onderzoek een opdracht geven aan een andere instelling dan de Raad;

houdt - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen – iedere verdere beslissing aan voor de duur van zes maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. den Hollander en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.

gdk