Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK4572

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
16-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
18/670122-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zeden; gemeenschap met 11 en later 12 jarige; vrijspraak van verkrachting wegens geen bewijs voor causaliteit tussen dwang en penetratie. Strafmaat bij verminderde toerekenbaarheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670122-09 (promis)

datum uitspraak: 16 november 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. M.R.M. Schaap

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [woonplaats] [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

2 november 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 september 2007

te Groningen, meermalen, telkens door geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer]

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit

of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer].

Verdachte heeft haar gedwongen te dulden dat verdachte onder meer

- zijn vinger, penis, tong en een vibrator/dildo bracht in haar vagina en

- zijn penis en tong bracht in haar mond en

- haar borsten betaste en streelde.

Het geweld en die andere feitelijkheden bestonden hierin dat verdachte

- door zijn leeftijd een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

had,

- door het vervangen van zijn 1-persoonsbed door een 2-persoonsbed op een

gegeven moment [slachtoffer] dwong elke nacht bij hem in bed te slapen,

- als volwassen man fysiek sterker was en doorging als zij hem probeerde weg

te duwen,

- haar armen en handen vasthield als hij zijn penis in haar vagina bracht,

- haar hand tegenhield als zij haar hand van zijn penis wou terugtrekken,

- haar aan de achterzijde van haar hoofd pakte en haar hoofd duwde/bracht naar

zijn kruis en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

A

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 16 januari 2007

te Groningen, meermalen, telkens met [slachtoffer], geboren op 17 januari

1995, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer

handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende

verdachte onder meer

- zijn vinger, penis, tong en een vibrator/dildo gebracht in haar vagina en

- zijn penis en tong gebracht in haar mond en

- haar borsten betast en gestreeld;

artikel 244 Wetboek van Strafrecht

en

B

hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2007 tot en met 31 september

2007 te Groningen, meermalen, telkens met [slachtoffer], geboren op 17

januari 1995, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte onder meer

- zijn vinger, penis, tong en een vibrator/dildo gebracht in haar vagina en

- zijn penis en tong gebracht in haar mond en

- haar borsten betast en gestreeld;

art 245 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Hoewel het geweld en de feitelijkheden zoals deze zijn omschreven in het laatste onderdeel van de tenlastelegging grotendeels kunnen worden bewezen, zijn niet voldoende bewijsmiddelen aanwezig om het noodzakelijke oorzakelijk verband hiervan met het in de tweede alinea van het tenlastegelegde omschreven seksueel binnendringen wettig en overtuigend te bewijzen, zoals ook door de officier van justitie is gesteld in zijn requisitoir. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het subsidiair onder A en B tenlastegelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd;

- een proces-verbaal d.d. 31 maart 2009, opgenomen op de pagina’s 52 tot en met 66 van dossier nummer 2009024231-1, d.d. 6 april 2009, inhoudende de verklaring van [slachtoffer];

- een proces-verbaal d.d. 2 september 2009, inhoudende de verklaring van [slachtoffer], afgelegd tegenover de rechter-commissaris in deze rechtbank;

- een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2009, opgenomen op de pagina’s 43 tot en met 51 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [vader van het slachtoffer].

Ten aanzien van de tenlastegelegde periode onder A is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat deze beperkt dient te worden tot de periode waarin het slachtoffer in de woning van verdachte heeft verbleven, te weten ingaande september 2006.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair onder A en B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

A

hij in de periode van 1 september 2006 tot en met 16 januari 2007 te Groningen, meermalen, telkens met [slachtoffer], geboren op 17 januari 1995, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn vinger, penis, tong en een vibrator/dildo gebracht in haar vagina en

- zijn penis en tong gebracht in haar mond en

- haar borsten betast en gestreeld.

en

B

hij in de periode van 17 januari 2007 tot en met 30 september 2007 te Groningen, meermalen, telkens met [slachtoffer], geboren op 17 januari 1995, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn vinger, penis, tong en een vibrator/dildo gebracht in haar vagina en

- zijn penis en tong gebracht in haar mond en

- haar borsten betast en gestreeld.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen subsidiair onder A en B meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handeling plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

2.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Zowel de officier van justitie als de raadsvrouw achten verdachte op grond van de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 11 juni 2009, opgemaakt door A. Tatlicioglu, psycholoog, verminderd toerekeningsvatbaar.

De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een lichte zwakzinnigheid. Intellectueel funcioneert hij op een kinderlijke wijze en emotioneel kan hij zich nauwelijks volwassen gedragen. Omdat hij nog wel wist wat hij deed, maar daar geen volledige controle over had is hij verminderd toerekeningsvatbaar voor hetgeen hem ten laste wordt gelegd.

De rechtbank kan zich, gelet op de inhoud van het rapport en het verhandelde ter terechtzitting, met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het subsidiair onder A en B tenlastegelegde wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zal zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de reclassering (de Verslavingszorg Noord Nederland (verder: VNN)), hetgeen ook kan inhouden dat verdachte zich zal laten behandelen bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland (verder: AFPN) en zal deelnemen aan een traject begeleid wonen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ervoor gepleit om verdachte in ieder geval niet meer dan 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk op te leggen, gelet op de omstandigheden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en zich niet leeftijdsadequaat heeft ontwikkeld.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de aan¬gaande zijn persoon opgemaakte rapportages en het uittreksel uit het algemeen documentatieregister alsmede de vordering van de officier van justitie.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende ongeveer een jaar, nagenoeg dagelijks, verregaande ontuchtige handelingen gepleegd met een jong meisje. De ontuchtige handelingen begonnen toen het slachtoffer 11 jaar oud was en bestonden uit het betasten en strelen van haar borsten, het binnendringen in haar vagina met vinger, penis, tong en vibrator en het binnendringen in haar mond met penis en tong. Verdachte heeft in die periode ook gebruik gemaakt van een riem en/of handboeien om het slachtoffer vast te binden. Het slachtoffer heeft drie maal een zwangerschapstest moeten ondergaan.

Met zijn handelen heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van het overwicht dat hij gezien het grote leeftijdsverschil op haar had en van de kwetsbare situatie waarin het slachtoffer zich bevond. Immers zij ontbeerde in die periode een beschermde thuissituatie. Zo moest zij gedurende die periode bij verdachte op de kamer slapen en kon zich daarom niet aan het misbruik onttrekken.

Verdachte heeft met zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit, hetgeen in het algemeen als zeer ingrijpend wordt ervaren en nadelige psychische gevolgen van meestal lange duur met zich kan brengen.

De rechtbank acht de oplegging van een forse vrijheidsstraf dan ook passend en geboden. De rechtbank zal verdachte een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat zij van oordeel is dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten.

Hier staat tegenover dat verdachte blijkens het hem betreffende eerder genoemde uittreksel uit het algemene documentatieregister niet eerder is veroordeeld. Voorts betrekt de rechtbank in haar beoordeling de conclusie van voormeld psychologisch rapport, dat het bewezen verklaarde aan verdachte slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.

Verder blijkt uit het psychologische rapport dat ter voorkoming van recidive en gelet op zijn beperkingen verdachte langdurig begeleid dient te worden door de reclassering en een eveneens langdurig ambulant hulpverleningstraject bij de AFPN dient aan te gaan. Mogelijk is verdachte op termijn gebaat bij een vorm van begeleid wonen. Dit advies wordt gedeeld door de opsteller van het rapport van de VNN d.d. 12 juni 2009.

De rechtbank zal het advies volgen en zal een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren. Daaraan zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringstoezicht door de VNN verbinden, hetgeen ook het ondergaan van een ambulante behandeling bij de AFPN of een soortgelijke instelling en deelname aan een begeleid wonenproject kan inhouden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het subsidiair onder A en B tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het subsidiair onder A en B meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 3 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de reclassering (De Verslavingszorg Noord Nederland), zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

De hiervoor bedoelde voorschriften en aanwijzingen kunnen ook inhouden dat de veroordeelde zich zal laten behandelen bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland of een soortgelijke instelling en zal deelnemen aan een traject begeleid wonen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. S. Tempel, voorzitter, M.J.B. Holsink en J.M.M. van Woensel, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2009.

Mr. Van Woensel was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.