Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2646

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
09-11-2009
Zaaknummer
109516 / FA RK 09-925
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzen verzoek vaststellen omgangsregeling op basis van artikel 1:377a BW in verband met gebrek aan informatie over (praktische) mogelijkheden van beide ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 109516 / FA RK 09-925

beschikking d.d. 6 oktober 2009

in de zaak van:

[vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E. Henkelman,

en

[man],

wonende te [adres]),

verweerder,

hierna te noemen de man.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 22 april 2009 ter griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingediend waarin zij verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man gerechtigd is en de plicht heeft om gedurende een weekend per 14 dagen (even weken) van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondagmiddag 17.00 uur, omgang met het minderjarige kind van partijen, alsmede gedurende twee weken van de zomervakantie, op vaderdag en op de verjaardag van de man. Tevens wordt verzocht te bepalen dat de man de minderjarige dient te halen en te brengen. Kosten rechtens.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 27 augustus 2009. Daarbij zijn mr. E. Henkelman, namens de vrouw, alsmede de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (hierna: de Raad), verschenen en gehoord.

Hoewel deugdelijk opgeroepen is de man niet ter zitting verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

- partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie is geboren het thans nog minderjarige kind:

* [de minderjarige], geboren [in 2004] in de gemeente [***] en door de man erkend [in 2005];

- voornoemde minderjarige verblijft bij de vrouw;

- de vrouw is alleen belast met het minderjarige kind.

Standpunt van de vrouw

Partijen zijn onderling een omgangsregeling overeengekomen waarbij [de minderjarige] de man gedurende een weekend per veertien dagen ziet. De vrouw heeft echter moeten constateren dat deze regeling niet wordt nagekomen. Veelal vervalt een weekend of de vrouw wordt vijf minuten van te voren door de man gebeld met de mededeling dat hij [de minderjarige] komt halen. Vaak wordt [de minderjarige] binnen een dag weer teruggebracht. De vrouw kan zich niet verenigen met de wijze waarop de man uitvoering aan de omgang geeft. Los van het feit dat zij niets kan plannen ontstaat er bij [de minderjarige] onzekerheid. Ze weet niet waar zij aan toe is en wordt regelmatig teleurgesteld doordat de man niet komt. De vrouw acht het van belang dat [de minderjarige] omgang heeft met de man. De vrouw is dan ook van mening dat partijen gebaat zijn bij een duidelijke omgangsregeling waarbij niet alleen de mogelijkheid tot omgang aanwezig is maar tevens ook de plicht conform artikel 1:377a lid 1 om omgang te hebben.

Ter zitting is door mr. Henkelman naar voren gebracht dat de vrouw deze week is begonnen met een re-integratietraject met als gevolg dat zij niet ter zitting aanwezig kan zijn. Het laatste jaar verloopt de omgang problematisch. Er vindt af en toe een overnachting plaats. In de zomervakantie heeft er een week omgang plaatsgevonden na lang aandringen van de vrouw. De man heeft financiële problemen.

Beoordeling

De rechtbank beschikt op dit moment niet over meer informatie dan hetgeen naar voren komt uit het -summiere- verzoekschrift van de vrouw. Zowel de man als de vrouw zijn niet in persoon ter zitting verschenen. Bovendien kon de advocaat van de vrouw ter zitting vrijwel geen nadere informatie verstrekken over

* de (huidige) leefomstandigheden van de man en vrouw,

* hoe de omgang tot nu toe is gelopen, wat daarin mis is gegaan en hoe dat anders zou kunnen,

* en hun praktische (on) mogelijkheden tot het treffen van een omgangsregeling als het gaat om bijvoorbeeld tijdstip, frequentie of het halen en brengen.

Gegeven het feit dat er onvoldoende informatie voorhanden is over de praktische mogelijkheden en beletselen aan de zijde van beide ouders acht de rechtbank het risico aanwezig dat, gevolg gevend aan het verzoek van de vrouw, een omgangsregeling wordt vastgesteld die door ouders, of in ieder geval de man, als gevolg van praktische omstandigheden feitelijk niet wordt, cq kan worden uitgevoerd. De rechtbank acht dit niet in het belang van [de minderjarige], zeker niet nu er blijkbaar al sprake is geweest van teleurstellingen aan haar kant als gevolg van het uitblijven van door haar verwachte omgangsmomenten met haar vader.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende feitelijke basis is aangedragen om op zorgvuldige wijze, met het oog op het belang van [de minderjarige], een omgangsregeling tussen haar en de man vast te kunnen stellen. D rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

BESLISSING

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2009 in tegenwoordigheid van mr. L.J. van der Heide als griffier.