Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2493

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
06-11-2009
Zaaknummer
392283 CV EXPL 09-422
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De werknemer vordert op straffe van een dwangsom dat de werkgever hem in de gelegenheid stelt om op haar kosten het rijbewijs C en het chauffeursdiploma te behalen. Die vordering wordt afgewezen. Niet gesteld of gebleken is dat de werkgever daartoe op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst of individuele arbeidsovereenkomst gehouden is. Ook is niet gebleken van toezeggingen in die zin. Evenmin is gebleken dat werkgever niet heeft gehandeld als goed werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0827

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 392283 \ CV EXPL 09-422

Vonnis d.d. 7 oktober 2009

inzake

X.,

wonende te [adres],

eiser, hierna X. te noemen,

gemachtigde FNV Bondgenoten, mr. H.J.A. van Dijk,

tegen

de onderlinge waarborgmaatschappij met B.A. Foodservice Grootverbruik Laurens Terpstra B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 9723 AV Groningen, Scandinavieweg 14 1,

gedaagde, hierna Foodservice te noemen,

gemachtigde mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen.

1 Het verdere procesverloop

Bij vonnis d.d. 25 maart 2009 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgehad op 6 mei 2009.

Die comparitie heeft niet tot een regeling geleid.

Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten nader toegelicht.

Bij vonnis d.d. 12 augustus 2009 is X. in de gelegenheid gesteld zich bij akte nader uit te laten over de door Foodservice overgelegde producties.

Vonnis is nader bepaald op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier herhaald.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

1.1 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast.

1.2 X. is sedert 30 augustus 1993 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst bij Foodservice in de functie van chauffeur BE/algemeen medewerker tegen een salaris van laatstelijk € 1.756,00 bruto per maand op basis van 32.50 uur per week. Naast zijn werkzaamheden bij Foodservice verricht X. werkzaamheden bij uitvaartonderneming Yarden.

1.3 Bij brief van 24 juni 2008 heeft Foodservice X. aangegeven dat de Renault bedrijfswagen waarop X. reed, niet langer in bedrijf zal zijn. Dit omdat volgens de HACCP certificering diepvriesproducten voortaan alleen nog in een vrachtauto met diepvriescompartiment vervoerd kunnen worden. X. beschikt niet over een rijbewijs C. Tevens is medegedeeld dat daardoor de inhoud van de werkzaamheden van X. zal wijzigen. De nieuwe werkzaamheden zullen, aldus die brief, hoofdzakelijk bestaan uit magazijnwerk en incidentele ritten en de aanvangstijd van de werkzaamheden zal 08.00 in plaats van 05.30 worden.

1.4 Bij brief van 11 augustus 2008 heeft de gemachtigde van X. Foodservice aangegeven dat X. zich niet kan verenigen met de wijziging van zijn werkzaamheden en zijn werktijden. Vermeld is dat met de wijziging van zijn normale werktijden zijn aanvullende werkzaamheden bij Yarden in het gedrang komen. Voorts is aangegeven dat het werkzaam zijn op de afdeling magazijn zich niet verhoudt met de bij X. bestaande dyslexie. Het behalen van het rijbewijs C zou, aldus die brief, X. wel de gelegenheid bieden op het wagenpark ingezet te worden.

Bij schrijven van 11 september 2008 is door de (huidig) gemachtigde van X. aangegeven dat X. het groot rijbewijs wilde halen zodat hij daarmee in staat zou zijn de gebruikelijke werktijden te continueren.

1.5 Bij brief van 29 september 2008 heeft Foodservice X. aangegeven dat de bestelauto om economische redenen van de hand is gedaan zodat er geen chauffeurswerk meer voor hem is. Voort is uiteengezet dat en waarom Foodservice het niet nodig en/of verstandig vindt X. zijn rijbewijs C en CCvB diploma te laten behalen.

1.6 Foodservice heeft nadien weer een bestelwagen ingezet waarop X., wederom, een deel van zijn werkzaamheden als chauffeur verricht.

2 Het standpunt van X.

2.1 X. vordert bij dagvaarding om te verklaren voor recht dat Foodservice X. binnen 2 weken na vonnis in de gelegenheid dient te stellen om op haar kosten rijbewijs C en het chauffeursdiploma te behalen, bij gebreke waarvan Foodservice aan X. een dwangsom verbeurt van € 200,00 per week.

2.2 X. stelt bij dagvaarding dat hij gezien zijn lange staat van dienst, zijn fysieke beperkingen (dyslexie) voor het verrichten van passende arbeid elders in het bedrijf en het feit dat ook anderen in het verleden in de gelegenheid zijn gesteld om hun groot rijbewijs te behalen, ook die gelegenheid zou moeten krijgen. Foodservice wil hem op onterechte gronden die gelegenheid niet bieden.

2.3 Bij repliek is nader gesteld dat de werktijden in de functie van parttime chauffeur op een vrachtauto hem de mogelijkheid zouden bieden daarnaast bij uitvaartonderneming Yarden te blijven werken. De verschuiving naar logistiek betekent echter dat hij om 08.00 in plaats van 05.30 begint en pas vanaf 15.30 beschikbaar is voor Yarden. De vrachtwagenchauffeurs beginnen met de voorgestelde wijziging van arbeidstijden nog steeds wel vroeg en wel om 06.00 uur in plaats van 05.00 uur.

2.4 Er is weliswaar een andere bestelauto teruggekomen maar onjuist is dat hij met die auto nog voldoende bij de weg zit. Hij betwist dat hij over onvoldoende capaciteiten beschikt voor het behalen van het diploma en het verrichten van de functie van chauffeur op een vrachtwagen. Hij zet vraagtekens bij de wijze van totstandkoming van en betwist overigens de juistheid van overgelegde verklaringen.

2.5 Door zijn dyslexie-klachten kan niet gevergd worden dat hij voornamelijk op de afdeling logistiek wordt ingezet. De inzet op de bestelauto geeft wel enige maar onvoldoende verlichting. In het werk op de bestelauto geeft de dyslexie grotere klachten dan bij een vrachtauto waarmee doorgaans vaste routes worden gereden. Van Foodservice mag als goed werkgever verwacht worden dat hij in de gelegenheid wordt gesteld het groot rijbewijs te halen.

3 Het standpunt van Foodservice

3.1 Bij antwoord is aangevoerd dat de auto waarop X. reed, uit bedrijf is genomen omdat die niet meer aan de eisen voldeed. Tevens zijn bestelroutes samengevoegd en zijn veel klanten overgegaan van 5 naar 3 of 2 leveringen per week. De daardoor verkregen uren zijn in het magazijn ingezet. X. verricht echter nog steeds voor 32.5 uur per week zijn werk dat voor een deel nog steeds uit bezorgingsritten bestaat.

3.2 Foodservice heeft thans 14 medewerkers in dienst waarvan 11 medewerkers een groot rijbewijs hebben. Er zijn 7 vrachtwagens en 1 bestelauto. Er is geen behoefte om nog een medewerker een groot rijbewijs te laten halen en er bestaat ook geen verplichting daartoe.

3.3 Vanwege zijn dyslexie is er een grote kans dat X. dat rijbewijs niet kan halen. Hij is ook niet geschikt voor het afleveren van goederen met de vrachtwagen. De dyslexie hoeft naar de mening van Foodservice bij het magazijnwerk vanwege de inrichting van de stellingen juist geen probleem voor X. op te leveren. Foodservice heeft eigenlijk X. al veel te lang de hand boven het hoofd gehouden. Verwezen wordt naar overgelegde verklaringen ondertekend door collega’s van X..

3.4 Foodservice heeft bij dupliek herhaald niet gehouden te zijn hem een groot rijbewijs en chauffeursdiploma te laten behalen. Zij heeft voldoende werknemers met een groot rijbewijs om de benodigde werkzaamheden uit te laten voeren.

4 Beoordeling

4.1 Overwogen wordt als volgt. Partijen zijn verdeeld over de vraag of Foodservice als goed werkgever gehouden is X. in staat te stellen om op kosten van Foodservice het rijbewijs C en het chauffeursdiploma te behalen.

De aanpassingen in de werktijden en/of functie-inhoud zijn niet ter beoordeling voorgelegd en behoeven dan ook geen bespreking.

4.2 Niet gesteld of gebleken is dat Foodservice op grond van de bepalingen van een van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst dan wel op grond van de individuele arbeidsovereenkomst met X. gehouden zou zijn de door hem gevraagde opleiding te bekostigen. Evenmin is gesteld of gebleken dat er sprake is van rechtens Foodservice bindende toezeggingen aan X. omtrent het mogen volgen van een opleiding in die zin op kosten van Foodservice.

4.3 De thans door X. vervulde functie bestaat nog steeds deels uit magazijn- deels bestelwerkzaamheden met de bestelauto. Wel is kennelijk de omvang van het chauffeurswerk afgenomen en ingevuld met meer magazijnwerk.

Dat X. medisch gezien niet (meer) in staat zou zijn de aldus gewijzigde combinatie van die werkzaamheden te verrichten en op ander, passend werk bij Foodservice zou zijn aangewezen is niet, althans niet onderbouwd, gesteld of gebleken.

4.4 Foodservice heeft onbetwist naar voren gebracht al over meer werknemers met een groot rijbewijs te beschikken dan zij vrachtwagens heeft.

Zou X. al na een opleiding beschikken over het rijbewijs C en het chauffeursdiploma, dan is door X. niet aangegeven waarom hij zonder meer van Foodservice als werkgever mag verwachten dat zij haar arbeidsorganisatie aanpast en hem in plaats van collega’s op een vrachtwagen inzet. Toewijzing van de onderhavige vordering zou dan ook niet zonder meer leiden tot het door X. gewenste gevolg te weten andere werkzaamheden en andere werktijden.

4.5 Foodservice heeft daarnaast twijfels geuit over de haalbaarheid van het kunnen halen van het rijbewijs C en het chauffeursdiploma als gevolg van de dyslexie bij X. en het vervolgens kunnen werken in de functie van vrachtwagenchauffeur. Die twijfel kan gelet op de door X. zelf aangegeven beperkingen bij zijn werkzaamheden ook niet als irreëel worden aangemerkt.

4.6 Op grond van vorenstaande overwegingen is de kantonrechter niet tot het oordeel gekomen dat Foodservice met de onderhavige weigering de bedoelde opleiding op haar kosten te volgen, heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende verplichtingen van een goed werkgever. De op die stelling gebaseerde vorderingen worden dan ook afgewezen.

5 Proceskosten

X. wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van X. af;

veroordeelt X. in de kosten van het geding, aan de zijde van Foodservice tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 600,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 7 oktober 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB