Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2172

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
19/830174-09 + 19/810272-06 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor man die zich schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak en opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 19/830174-09 + 19/810272-06 (tul)

datum uitspraak: 5 november 2009

op tegenspraak

raadsman: mr. C. Eenhoorn

V O N N I S

van de rechtbank Assen, zitting houdend te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in 1974,

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 oktober 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

pagina 230

hij op of omstreeks 27 maart 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [pleegplaats1] heeft

weggenomen een kistje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

pag 244.

hij op of omstreeks 09 maart 2009 te Assen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [pleegplaats2]

heeft weggenomen een spaarpot met inhoud, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer2], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

pag. 309

hij op of omstreeks 25 april 2009 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij

de [pleegplaats3] heeft weggenomen een laptop (merk Acer aspire 1600) en/of een

laptop (merk Toshiba PTA83E) en/of laptoptas en/of een computer, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 25 april 2009 tot en met 10 juli 2009 in de

gemeente Aa en hunze en/of Assen, in elk geval in Nederland, een of meer

laptop(s) te weten een Acer en/of een Toshiba heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die laptop(s) wist althans rederlijkerwijs had

moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 25 maart 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [pleegplaats4] heeft

weggenomen een laptop (merk Asus) en/of een fiets, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2009 tot en met 26 mei 2009 te

Assen, in elk geval in Nederland, een laptop merk Asus heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist althans rederlijkwijs

had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

19-605430-09

hij op of omstreeks 09 februari 2009 te Assen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij [pleegplaats5]

heeft weggenomen een laptop (merk Compaq Presario CQ 60 ), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer5], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 09 februari 2009 te Assen, in elk geval in Nederland, een

laptop heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

laptop wist althans rederlijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2, 3 primair, 4 primair en subsidiair en 5 primair tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van het onder 2 en 4 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 2 is slechts de verklaring van aangever bruikbaar voor bewijs, terwijl de verklaring van de getuige niet relevant is voor het bewijs dat verdachte dit feit zou hebben gepleegd en verdachte ontkent te hebben ingebroken.

Voor wat betreft het onder 4 ten laste gelegde feit stelt de raadsman dat de verklaring van getuige Nouri ongeloofwaardig is voor zover daarin wordt gesteld dat hij de laptop voor 500 euro van verdachte heeft gekocht, terwijl hij verdachte bij de fotoconfrontatie niet heeft herkend.

De verdachte heeft de feiten onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair erkend.

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3 primair, 4 en het onder 5 primair tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Voor wat betreft de feiten 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair heeft de rechtbank bij de beoordeling acht geslagen op:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte nummer PL031H/09-022442 d.d. 28 maart 2009;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte nummer 2009006785-1 d.d. 25 april 2009;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte nummer PL031H/09-010131 d.d. 10 februari 2009.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 27 maart 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [pleegplaats1] heeft weggenomen een kistje, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij in de periode van 25 april 2009 tot en met 10 juli 2009 in de gemeente Aa en Hunze en Assen, laptops te weten een Asus en een Toshiba heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptops wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

5.

hij op 09 februari 2009 te Assen, een laptop heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

3 subsidiair en 5 subsidiair telkens:

Opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met aftrek van de voorlopige hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat voor de bewezen verklaarde feiten van betrekkelijk geringe ernst de door de officier gevorderde gevangenisstraf te hoog is. Hij heeft daartoe gesteld dat verdachte thans zeer gemotiveerd is aan zijn verslaving te werken. Het overlijden van zijn vriendin enkele maanden geleden heeft een enorme impact gehad op het leven van verdachte. Hij ziet nu meer dan voorheen redenen en mogelijkheden zijn leven een positieve wending te geven. De raadsman heeft aangevoerd zich te kunnen vinden in een deels voorwaardelijke straf, mits het onvoorwaardelijke deel lager is dan zes maanden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en aangaande zijn persoon opgemaakte rapportage, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft in een woning ingebroken en daarbij goederen weggenomen. Bovendien heeft hij laptops verworven en vervolgens weer verkocht voor cocaïne, terwijl hij wist dat deze laptops gestolen waren. Een woninginbraak brengt voor betrokkenen ongemak, narigheid en gevoelens van onveiligheid met zich mee. Opzetheling werkt uitnodigend voor het dieven- en inbrekersgilde, dat, dankzij helers als verdachte, de gestolen waar kan afzetten.

Verdachte is reeds herhaaldelijk veroordeeld voor soortgelijke delicten, laatstelijk door deze rechtbank op 6 april 2007 tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van 3 jaar. Nadat verdachte op 9 januari 2009 uit detentie is ontslagen heeft hij zich weliswaar korte tijd gehouden aan de aanwijzingen van de reclassering op grond van voormeld vonnis, maar is binnen enkele maanden teruggevallen in cocaïnegebruik. Om dit te bekostigen heeft verdachte vervolgens zijn toevlucht gezocht in het plegen van diefstallen en andere strafbare feiten.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet kan worden volstaan met een (deels) voorwaardelijke vrijheidsstraf, zoals door de raadsman is bepleit.

Vordering van de benadeelde partijen

Met betrekking tot beide vorderingen hebben zowel de officier van justitie als de raadsman geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen.

Feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer1], wonende te [woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust. Uit deze vordering blijkt dat de geleden schade volledig door de verzekering aan de benadeelde partij is vergoed, zodat het bedrag van de vordering uitkomt op nihil.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Feit 2

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer2], wonende te [woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Verdachte is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding wordt afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

onder parketnummer: 19/810272-06

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van het onherroepelijk geworden vonnis van bovengenoemde rechtbank d.d. 6 april 2007 gevorderd dat door deze rechtbank een last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven.

Veroordeelde is bij voormeld vonnis veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zijn vordering gewijzigd in die zin dat hij thans de tenuitvoerlegging van 6 maanden gevangenisstraf vordert en voor de resterende 6 maanden verlenging van de proeftijd met één jaar en wijziging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften van de Verslavingszorg Noord Nederland.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet verzet tegen een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke opgelegde deel van de straf en verlenging van de proeftijd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel alsnog tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. Gelet evenwel op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken, zal de rechtbank de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelasten en voor wat betreft het niet ten uitvoer te leggen deel de proeftijd met één jaar verlengen met wijziging van de voorwaarden en de vordering voor het overige afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14f, 14g, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 2, 3 primair, 4 en 5 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1, 3 subsidiair en 5 subsidiair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ZES MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer1], wonende te [woonplaats], in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer2], wonende te [woonplaats], in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

- Gelast de gedeeltelijk tenuitvoerlegging van het vonnis van bovengenoemde rechtbank d.d. 6 april 2007 onder parketnummer 19/810272-06, voor zover betreft de toen voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten zes maanden gevangenisstraf.

- Wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.

- Verlengt met betrekking tot het resterende deel van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten 6 maanden, de bij voormeld vonnis bepaalde proeftijd met een jaar.

- Wijzigt de bijzondere voorwaarde in die zin dat:

- de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Verslavingszorg Noord Nederland dan wel Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, H.J. Bastin en K.R. Bosker, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2009.

Mr. H.J. Bastin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.