Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ9045

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
18/070294-99 / RK 09/378
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De rechtbank te Groningen verlengt de tbs met twee jaar. In de procedure is van de kant van de verdediging bezwaar gemaakt tegen de longstay-status van de ter beschikking gestelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

Parketnummer : 18/070294-99

Kenmerk : RK 09/378

BESLISSING van de rechtbank te Groningen, meervoudige raadkamer voor strafzaken, op een vordering van de officier van justitie in het arrondissement Groningen d.d. 22 juli 2009, strekkende tot verlenging met twee jaren van de termijn gedurende welke van kracht is de last tot terbeschikkingstelling van:

[naam betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,

verblijvende in [naam kliniek] te [plaatsnaam],

hierna te noemen “betrokkene”.

PROCEDURE

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 25 november 1999 werd betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 september 2000 en werd laatstelijk door deze rechtbank bij beslissing van 10 juni 2009 met één jaar verlengd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 22 juli 2009 tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren;

- het strafdossier met het bovenvermelde parketnummer;

- het verlengingsadvies d.d. 9 juli 2009, ondertekend door [naam algemeen directeur], algemeen directeur en [naam 1e geneeskundige], 1e geneeskundige, beiden verbonden aan [naam kliniek];

- het aanvullend verlengingsadvies d.d. 9 september 2009, ondertekend door [naam algemeen directeur], algemeen directeur en [naam 1e geneeskundige], 1e geneeskundige, beiden verbonden aan [naam kliniek];

- de (aanvullende) wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van de stukken behorende bij de voorgaande tbs-verlengingen van betrokkene.

De rechtbank heeft ter openbare zitting van 16 september 2009 gehoord de officier van justitie, de betrokkene en diens raadsman mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen.

Tevens heeft de rechtbank als deskundige gehoord dr. [naam deskundige], behandelcoördinator, verbonden aan [naam kliniek].

BEOORDELING

In voormeld verlengingsadvies van 9 juli 2009 wordt geadviseerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Dit verlengingsadvies houdt – kort samengevat en zakelijk weergegeven – onder meer in:

Er is bij patiënt sprake van een zeer ernstige persoonlijkheid organisatie, te weten een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met een psychopathe kern. De kans op gewelddadig gedrag in de maatschappij wordt als groot ingeschat. Patiënt is, ondanks jaren behandeling, ernstig gerecidiveerd en de persoonlijkheids-problematiek lijkt onverminderd aanwezig. De huidige positieve ontwikkeling lijkt met name samen te hangen met een gestructureerde, vertrouwde omgeving, waarin de sociotherapie een aangepaste benadering van patiënt hanteert. Buiten zal de sociale steun wegvallen en patiënt heeft onvoldoende vaardigheden om een zelfstandig bestaan op te bouwen en om adequaat met problemen om te gaan. Patiënt wordt als onveranderd delictgevaarlijk beschouwd. Mocht de structuur van de tbs wegvallen, dan is het gevaar op (seksuele) recidive hoog.

Het aanvullend verlengingsadvies houdt – kort samengevat en zakelijk weergegeven – onder meer in:

Als kliniek zien wij geen reële mogelijkheden om met patiënt een behandeltraject te starten dat een reële kans van slagen heeft en dat tevens voldoende veilig en verantwoord uit te voeren is. Tevens zijn wij van mening dat de delictgevaarlijkheid van patiënt zo ernstig is dat hij blijvend de structuur en beveiliging behoeft om de bescherming van de maatschappij afdoende te realiseren. Op grond van bovenstaande zien wij onvoldoende argumenten om met patiënt een behandeltraject op te starten.

Voornoemde deskundige heeft de adviezen ter zitting bevestigd en toegelicht. Hij heeft daarbij aangevoerd dat de (in het kader van de vorige verlengingsprocedure uitgebrachte) rapporten van de externe deskundigen niet leiden tot een ander standpunt ten aanzien van het delictgevaar en ten aanzien van het advies de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen.

De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbe¬schik¬king¬stelling met twee jaar.

De raadsman van betrokkene heeft primair verzocht om aanhouding opdat onderzocht kan worden of de terbeschikkingstelling voorwaardelijk kan worden beëindigd. Subsidiair heeft de raadsman betoogd de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar. Verlenging met één jaar zou een signaal moeten zijn voor de kliniek om op korte termijn aan de slag te gaan met betrokkene.

Op grond van de inhoud van het verlengingsadvies, het aanvullende verlengingsadvies, de door de deskundige ter terechtzitting gegeven toelich¬ting en al hetgeen overigens nog ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oor¬deel dat betrokkene dermate delictgevaarlijk is dat het risico van delictherhaling als hoog moet worden in¬ge¬schat indien de terbeschikkingstelling niet zou worden gecontinueerd. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist daarom dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De rechtbank zal die termijn anders dan de raadsman (subsidiair) heeft bepleit op twee jaren stellen, gelet op de ernstige stoornis en het hoge recidiverisico. Niet is immers te verwachten dat na ommekomst van één jaar die omstandigheden zodanig zullen zijn gewijzigd dat verlenging met één jaar gerechtvaardigd is.

Voorts overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank heeft in het kader van de vorige verlengingsbeslissing d.d. 10 juni 2009 aansluiting gezocht bij het arrest van het Gerechtshof Arnhem d.d. 5 maart 2007, LJN AZ 9806, ten aanzien van betrokkene gewezen. In dit arrest is onder meer overwogen:

Als bekend staat aan het hof de (inhoud van de) behandeling van de terbeschikkinggestelde in beginsel niet ter beoordeling.

Zoals hiervoor uiteengezet, is het de taak van de verlengingsrechter telkens naar aanleiding van een vordering tot verlenging te beoordelen of de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden, omdat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. Voor de beoordeling of hiervan sprake is, is onder meer van belang of door middel van behandeling van de terbeschikkinggestelde de gevaarlijkheid kan worden verminderd. Een redelijke toepassing van de wet brengt naar het oordeel van het hof mee dat aan de verlengingsrechter hierover informatie wordt verschaft, zoals in de praktijk standaard gebeurt bij terbeschikkinggestelden op een behandelafdeling. De verlengingsrechter kan dan zonodig opmerkingen maken over de behandeling in gevallen waarin zulks voor het perspectief van de terbeschikinggestelde met betrekking tot (al dan niet) verlenging of (voorwaardelijke) beëindiging van belang is.

In het geval een terbeschikkinggestelde op een longstay-afdeling is geplaatst – en dus (in beginsel) geen op resocialisatie gerichte behandeling krijgt – geldt het volgende. Een redelijke toepassing van de wet brengt mee dat ter gelegenheid van de verlenging naast een onderbouwing van de noodzaak van het voortduren van de longstay-plaatsing voldoende informatie wordt verschaft over de stand van zaken met betrekking tot een eventuele (hervatting van de) behandeling van de terbeschikkinggestelde (bijvoorbeeld inspanningen van de kliniek, gesprekken tussen kliniek en terbeschikkinggestelde, aanbevelingen uit periodiek onafhankelijk onderzoek) dan wel andere mogelijkheden tot beëindiging van de terbeschikkingstellling.

Dit arrest in ogenschouw nemende heeft de rechtbank voorafgaand aan de vorige verlengingsbeslissing opdracht gegeven tot het uitbrengen van adviesrapportages door een onafhankelijke psycholoog en een onafhankelijke psychiater. Beide externe deskundigen waren in hun adviezen de mening toegedaan dat de terbeschikkingstelling in haar huidige vorm verlengd diende te worden. Zij waren echter beiden van mening dat betrokkene een nieuwe behandelkans verdient en zagen behandelmogelijkheden in de vorm van psychotherapie.

Gelet op hetgeen wat in de adviesrapportages van beide externe deskundigen naar voren is gebracht, bovengenoemd arrest van het Hof Arnhem en de verlengingsbeslissing van deze rechtbank d.d. 10 juni 2009 had het in de rede gelegen dat [naam kliniek] inhoudelijk had gereageerd op de standpunten van de externe deskundigen, nu deze qua behandelperspectief evident afwijken van de mening van [naam kliniek]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [naam kliniek] onvoldoende onderbouwd waarom (psychotherapeutische) behandeling niet zinvol wordt geacht en niet mogelijk zou zijn. De kliniek onthoudt zo betrokkene de kans om tijdens de komende verlengingstermijn te werken aan vermindering van zijn delictgevaarlijkheid en zijn status van al dan niet behandelbare tbs-patiënt te beïnvloeden.

Het wettelijke toetsingskader van de verlengingsrechter leent zich er echter niet toe, gelet op het hiervoor overwogene met betrekking tot de huidige delictgevaarlijkheid van betrokkene, verdere uitspraken over zijn behandeling te doen, noch over de gerechtvaardigdheid van zijn longstay-status. Volgens het nieuwe beleidskader longstay forensische zorg, dat per 1 juni 2009 in werking is getreden, zal de Landelijke adviescommissie plaatsing longstay forensische zorg (Lap) de minister adviseren over plaatsing en voorzetting van de longstay plaatsing.

BESLISSING

De rechtbank:

Verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [naam betrokkene] voornoemd met twee jaren.

Deze beslissing is aldus gegeven door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, M.J.B. Holsink en

L.W. Janssen, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Wijler als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2009.