Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ8843

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
18/670228-09 (promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal (meermalen gepleegd) van grote hoeveelheden gereedschap bij diverse afgelegen boerderijen en schuren en bezit van methadontabletten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670228-09 (promis)

datum uitspraak: 28 september 2009

op tegenspraak

raadsman: mr. H. Anker

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats en –datum],

verblijvende [verblijfplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 september 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij,

op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 5 augustus 2008 tot en met 4 juni 2009,

in de gemeente(n) Hoogezand-Sappemeer en/of Stadskanaal en/of Grootegast en/of

Vlagtwedde, in ieder geval in het arrondissement Groningen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit na te noemen

pand(en) heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen

rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

te weten:

A. op of omstreeks 5 augustus 2008,

te Borgercompagnie, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

in/uit een aan of nabij de [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen

een of meer flexen, een doos met daarin een doppenset, een dremel, een

accuboormachine, een boormachine en/of een digitale camera, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1a] en/of [aangever 1b]

(BPS-nummer: 08-098720)

en/of

B. op of omstreeks 27 december 2008,

te Kiel-Windeweer, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

in/uit een aan of nabij de [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen een

accu van een boormachine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 2]

(BVH-nummer 2008006549)

en/of

C. in of omstreeks de periode van 28 december 2008 tot en met 29 december 2008,

te Kiel-Windeweer, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

een aanhangwagen, een radio-cd speler en/of een hoge druk reiniger heeft

weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 3]

(BVH-nummer 2009006800)

en/of

D. op of omstreeks 24 januari 2009,

te Stadskanaal,

in/uit een aan of nabij het [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen een

grote hoeveelheid electrisch gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever 4]

(BVH-nummer 2009008347)

en/of

E. op of omstreeks 19 februari 2009,

te Onstwedde, in de gemeente Stadskanaal,

in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen een

slangenhaspel en/of een spanningsmeter, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever 5]

(BVH-nummer 2009017429)

en/of

F. op of omstreeks 21 maart 2009,

te Stadskanaal,

heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 6]

(BVH-nummer 2009029320)

en/of

G. op of omstreeks 1 april 2009,

te Grootegast,

in/uit een aan [straatnaam] gelegen woning heeft weggenomen een mobiele telefoon,

een geldbedrag, een laptop en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 7]

(BVH-nummer 2009032424)

en/of

H. op of omstreeks 19 april 2009,

te Mussel, in de gemeente Stadskanaal,

in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen een

spuitcomputer, een boormachine, een gereedschapskist, een stofzuigerslang

en/of een acculader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [aangever 8]

(BVH-nummer 2009038808)

en/of

I. in of omstreeks de periode van 19 april 2009 tot en met 20 april 2009,

te Mussel, in de gemeente Stadskanaal,

in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur heeft weggenomen een

snijbrander, een compressor, een of meer krikken, een doppenset, een slijptol

en/of een luchtsleutelset, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 9]

(BVH-nummer 2009041413)

en/of

J. op of omstreeks 4 juni 2009,

te Sellingen, in de gemeente Vlagtwedde,

in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur heeft

weggenomen een lasapparaat, een of meer gasflessen, een of meer boormachines,

een of meer haakse slijpers, een draadsnijmachine, een set doppen sleutels

en/of een handcirkelzaag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 10]

(BVH-nummer 2009054993);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

op of omstreeks 4 juni 2009,

te Vledderveen, in de gemeente Stadskanaal,in ieder geval in Nederland,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 393 methadon tabletten, in elk geval

een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, zijnde methadon een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 10 lid 3 Opiumwet

De rechtbank heeft ter onderscheiding van de verschillende onderdelen van de feiten onder 1, een subindeling aangebracht. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Door een kennelijke verschrijving staat in het onder 1, sub H ten laste gelegde “stofzuigerslang” in plaats van “stofzuigerstang”. De rechtbank gaat van het laatste uit. De recht¬bank heeft voorts de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Ver¬dach¬te is door beide verbeterde misslagen niet in de verdediging geschaad.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1, sub A, C, en F, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat het onder 1 sub B, D, E, G, H, I, J, en het onder 2 ten laste gelegde op grond van de stukken wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat geen van de ten laste gelegde feiten onder 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Ten aanzien van de feiten onder 1 ontbreekt direct bewijs. In geen van de gevallen zijn sporen van verdachte op de plaatsen waar het delict zou zijn begaan, aangetroffen, is verdachte op heterdaad aangehouden of is hij nadien middels een fotoconfrontatie herkend. Van de fotoconfrontatie waarbij verdachte door een getuige wel zou zijn herkend, bevinden zich de aan die getuige getoonde foto’s niet ter toetsing in het dossier. Dat auto’s met kentekens op zijn naam zijn gezien, bewijst niet dat verdachte ter plaatse is geweest. Bij de rechter-commissaris heeft verdachte op 5 juni 2009 onder meer verklaard dat hij wel eens voor 50 euro een kenteken op zijn naam laat zetten voor mensen die hij daarna nooit weer ziet en dat hij niet weet wat er verder met die auto’s gebeurt. Bij zijn aanhouding op 4 juni 2009 om 18.50 uur, zijn geen van de daarvoor bij Leijen ontvreemde goederen in de auto van verdachte aangetroffen.

Ten aanzien van het feit onder 2 ontbreekt het bewijs in de vorm van een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, dat de aangetroffen pillen werkelijk methadontabletten zijn.

Beoordeling

Vrijspraak

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, sub A, C, en F, tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de overige feiten acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, die in de dossiers van de regiopolitie Groningen met nummer PL01SC/2009080294, d.d. 13 augustus 2008 (verder: dossier 1) en dossiernummer PL01MD/2009032424, d.d. 9 mei 2009 (verder: dossier 2), zijn opgenomen.

Ten aanzien van het feit onder 1.B heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 2] van diefstal van een accu van een boormachine, gepleegd op 27 december 2008, tussen

15.10 uur en 15.50 uur, uit zijn schuur aan [adres pleegplaats] (p. 82 tot en met 85, dossier 1). Daarnaast heeft [getuige 1] op 12 augustus 2009 verklaard dat zij tussen genoemde tijstippen van haar zoon had gehoord dat hij achter de schuur een man met licht getinte huidskleur had aangetroffen met een kleine groenblauwe auto, met het kenteken [kenteken 1], die daar goederen vanuit hun schuur had neergelegd (p. 86 en 87, dossier 1). Verder is uit informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer gebleken dat genoemd kenteken op in de periode van 17 oktober 2008 tot en met 27 januari 2009 op naam stond van verdachte (p. 15 en p. 212, dossier 1).

Ten aanzien van het feit onder 1.D heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 4]

van diefstal van een groot deel van zijn handgereedschap, gepleegd op 24 januari 2009, tussen 13.15 uur en 14.15 uur, uit zijn werkplaats aan het [adres pleegplaats].

(p. 98 tot en met 106, dossier 1).

Verder heeft aangever op 30 januari 2009 verklaard dat hij na de ontdekking van de diefstal in zijn garage een bonnetje van een tankstation in Gieten heeft gevonden en dat hij daar zelf nooit benzine heeft getankt (p.107 en 108, dossier 1). Bij navraag door verbalisanten bij het betreffende tankstation verklaarde [betrokkene 1] dat de bon afkomstig is van zijn bedrijf en dat [naam verdachte] (verdachte) daar kort voor de op het bonnetje vermelde datum, te weten op 22 januari 2009, is wezen tanken (p.111 en112, dossier 1). [betrokkene 1] heeft beelden getoond die rond die tijdstippen van verdachte bij zijn tankstation zijn gemaakt (zie 2 foto’s op p. 113 en een afschrift van het evenbedoelde bonnetje, p. 114, dossier 1)

De zoon van aangever, [getuige 2], heeft op 24 januari 2009 verklaard dat hij die middag tussen 13.30 uur en 14.00 uur heeft gezien dat een man met een donkere huidskleur met een blauwe auto, een Mazda 121, achterwaarts naar hun garage reed (p. 109 en 110, dossier 1).

Ten aanzien van het feit onder 1.E heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 5]

van diefstal van een slangenhaspel met slang en een bandenspanningsmeter, gepleegd op

19 februari 2009, tussen 12.00 uur en 15.15 uur, uit een schuur gelegen achter de woning aan [adres pleegplaats] (p.120 tot en met 123, dossier 1). De vader van aangever.

[getuige 3], heeft op 19 februari 2009 verklaard dat hij op die dag, om omstreeks 14.50 uur, een vreemde man uit de kleine schuur op hun terrein had zien lopen en een vreemde witte auto, een soort stationwagon, achter het bedrijf had aangetroffen, voorzien van het kenteken [kenteken 2] (p. 124 en 125, dossier 1).

Verder is uit informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer gebleken dat genoemd kenteken in de periode van 9 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 op naam stond van verdachte (p. 13 en p. 212, dossier 1).

Ten aanzien van het feit onder 1.G heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 7] van diefstal van haar mobiele telefoon en twee kettinkjes en geld en meerdere zilverkleurige sieraden van haar dochter, gepleegd op 1 april 2009, tussen 11.00 uur en 14.29 uur, uit haar woning aan [adres pleegplaats] en haar verklaring dat zij die dag, om omstreeks 11.15 uur, een witte bestelauto met kenteken [kenteken 3] en een licht getinte man met zwart, halflang, haar op hun erf tussen de boerderij en de stal heeft gezien (p. 136 tot en 141). Verder is gebleken dat de auto met dit kenteken op naam stond van het bedrijf [betrokkene 2] die de auto had verhuurd aan twee mannen en dat uit navraag is gebleken, dat van één van die mannen het rijbewijs op naam stond van verdachte (p. 44 en 45, dossier 2). Verdachte heeft op 7 april 2009 verklaard, dat hij de huurauto sinds 6 dagen had, dat er één sleutel bij de auto zat en dat alleen hij in deze periode in de auto heeft gereden (p. 30 tot en met 36, dossier 2).

Ten aanzien van het feit onder 1.H heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 8] van diefstal van een gereedschapskist, een acculader, een boormachine en een spuitcomputer, gepleegd tussen 19 april 2009, om 17.00 uur en 19 april 2009, om 18.00 uur, uit een schuur van hun bedrijf, gelegen aan [adres pleegplaats] en haar dat de overburen haar hadden verteld dat er omstreeks 17.30 uur een witte bestelauto op hun erf stond, schuin met de achterkant bij de roldeur, en dat er een niet al te grote man met een gereedschapskist bij de auto liep ( p. 147 tot en met 151, dossier 1).

Verder heeft aangeefster op 3 augustus 2009 verklaard de buis met stofzuigermond hieraan bevestigd die op 20 april 2009 bij de buurman [aangever 9] is aangetroffen (p. 162 en 163, dossier 1) te herkennen als haar eigendom (p. 152 en 153, dossier 1).

Ten aanzien van het feit onder 1.I heeft de rechtbank gelet op de aangifte van

[aangever 9] van diefstal van een snijbrander, een compressor, krikken, een doppenset, een slijptol en een luchtsleutelset uit een schuur bij zijn boerderij gelegen aan de [adres pleegplaats], gepleegd tussen 19 april 2009, om 17.00 uur en 20 april 2009, om 5.30 uur, en zijn verklaring dat hij op 19 april 2009 omstreeks 17.00 uur vanaf het land heeft gezien dat er een aantal keren een witte Renault Kangoo het erf op reed en ook weer weg reed en dat hij, naar later bleek, in zijn schuur heeft aangetroffen een stofzuigerstang behorend bij een stofzuiger van aangeefster [aangever 8], voornoemd (p. 162 en 163, dossier 1).

Verder heeft de getuige [getuige 4] op 24 april 2009 verklaard, dat hij op 19 april 2009, omstreeks 16.00 uur, een kleurling over het erf van zijn boerderij aan de [adres pleegplaats] te Sellingen heeft zien lopen, die wegreed in een witte Renault expresse met het kenteken

[kenteken 4] (p. 164 en 165, dossier 1). Tijdens een meervoudige fotoconfrontie heeft hij de verdachte herkend als de man die hij op 19 april 2009 en 4 juni 2009 heeft gezien (p.166 en 167, dossier 1).

Ten aanzien van het feit onder 1.J heeft de rechtbank gelet op de aangifte van [aangever 10] van diefstal van een lasapparaat, gasflessen, boormachines, haakse slijpers, een draadsnijmachine, een set doppensleutels en een handcirkelzaag, gepleegd op 4 juni 2009, tussen 16.30 uur en 17.00 uur, uit een schuur bij zijn woning aan de [adres pleegplaats] en dat hij omstreeks 16.45 uur werd gebeld door [betrokkene 3], die hem vertelde dat zijn broer [getuige 4] kort tevoren gezien had dat een blauwe auto bij hem van het terrein wegreed(p. 176 t/m 181, dossier 1). [getuige 4] heeft daarover verklaard dat hij op 4 juni 2009, tussen 16.15 uur en 16.30 uur, heeft gezien dat er een groenblauwe Mazda MX3 V6, voorzien van het kenteken [kenteken 5], op de oprit naar hun boerderij stond en dat hij vanachter de boerderij een donker getinte man zag lopen. Even later, omstreeks 16.45 uur, zag hij dat dezelfde auto met een behoorlijke snelheid van het erf van de familie [van aangever 10] aan de [adres pleegplaats] kwam rijden (p.182 tot en met 184, dossier 1).

Verder is uit informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer gebleken dat genoemd kenteken vanaf 26 februari 2009 op naam stond van verdachte (p.13 en p.212, dossier 1).

Ten aanzien van de feiten onder 1.I en 1.J heeft [getuige 4] tijdens een meervoudige fotoconfrontie verdachte herkend als de man die hij op 19 april 2009 en 4 juni 2009 heeft gezien (p.166 en 167, dossier 1).

Verdachte heeft op 10 juni 2009 (p. 66 en 67, dossier 1) verklaard dat hij de volgende keer als hij zoiets gaat doen een pruik op zal zetten en valse kentekenplaten op zijn auto zal plaatsen.

De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat telkens, op het tijdstip en de locatie van het delict, een relatie met verdachte bestaat, hetzij doordat verdachte ter plaatse is gezien, hetzij door de gebruikte auto. Dat verdachte telkens niet degene is geweest die op dat moment de auto heeft gebruikt, acht de rechtbank zo onwaarschijnlijk, dat daarmee geen rekening wordt gehouden.

De rechtbank stelt vast dat telkens sprake is van een op essentiële punten overeenkomende gelijke werkwijze, namelijk op afgelegen erven en boerderijen gereedschappen wegnemen, met behulp van een auto. Dat de bij de laatste diefstal ontvreemde goederen niet bij de aanhouding van verdachte in zijn auto zijn aangetroffen brengt de rechtbank evenmin tot twijfel nu verdachte de goederen voorafgaand aan zijn aanhouding uit zijn auto verwijderd kan hebben.

Het verweer van de raadsman dat de foto’s van de fotoconfrontatie zich niet in het dossier bevinden brengt de rechtbank niet tot het oordeel dat de uitkomst van de fotoconfrontatie niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De rechtbank gaat er op basis van de relatering van verbalisant dienaangaande vanuit dat de fotoconfrontatie op juiste wijze heeft plaatsgevonden, met foto’s die nagenoeg identiek waren aan de foto van de verdachte. De rechtbank stelt vast dat de raadsman ook zelf niet om inzage in de foto’s heeft gevraagd.

Verder weegt de rechtbank bij de verwerping van het verweer mee dat zij het bewijs niet alleen en ook niet in overwegende mate op de resultaten van de fotoconfrontatie baseert.

Feit 2

Bij de aanhouding van verdachte op 4 juni 2009 in Vledderveen (p.191 en 192, dossier 1), werden onder meer 393 methadontabletten in zijn auto, een Mazda MX3, met kenteken

[kenteken 5] aangetroffen, verpakt in doordrukstrips met daarop de benaming methadon. Verdachte heeft op 9 juni 2009 verklaard (p. 57 tot en met 60, dossier 1), dat hij methadon op straat koopt, dat hij nog 10 strippen van zichzelf had en 10 strippen van zijn broer had gekregen en van zijn broer nog 30 strippen methanon had gekocht.

Het verweer van de raadsman dat de pillen niet door het Nederlands Forensich Instituut zijn onderzocht, brengt de rechtbank niet tot het oordeel dat niet kan worden bewezen dat het hier om methadon gaat, gelet op de verpakkingswijze van de pillen en de verklaring die verdachte hierover heeft afgelegd.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, sub B, D, E, G, H, I, J, en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij, op verschillende tijdstippen, in de periode van 5 augustus 2008 tot en met 4 juni 2009,

in de gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Stadskanaal en Grootegast en Vlagtwedde, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit na te noemen panden heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en geld, toebehorende aan de hierna te noemen

rechthebbenden, te weten:

B. op 27 december 2008, te Kiel-Windeweer, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een accu van een boormachine, toebehorende aan [aangever 2].

en

D. op 24 januari 2009, te Stadskanaal, in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een grote hoeveelheid elektrisch gereedschap, toebehorende aan [aangever 4].

en

E. op 19 februari 2009, te Onstwedde, in de gemeente Stadskanaal, in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een slangenhaspel en een spanningsmeter, toebehorende aan [aangever 5].

en

G. op 1 april 2009, te Grootegast, in/uit een aan [straatnaam] gelegen woning, een mobiele telefoon, een geldbedrag en een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [aangever 7].

en

H. op 19 april 2009, te Mussel, in de gemeente Stadskanaal, in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een spuitcomputer, een boormachine, een gereedschapskist, een stofzuigerstang en een acculader, toebehorende aan [aangever 8].

en

I. in de periode van 19 april 2009 tot en met 20 april 2009, te Mussel, in de gemeente Stadskanaal, in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een

snijbrander, een compressor, krikken, een doppenset, een slijptol en een luchtsleutelset, toebehorende aan [aangever 9].

en

J. op 4 juni 2009, te Sellingen, in de gemeente Vlagtwedde, in/uit een aan of nabij [straatnaam] staande schuur, een lasapparaat, gasflessen, boormachines, haakse slijpers, een draadsnijmachine, een set doppensleutels en een handcirkelzaag, toebehorende aan [aangever 10].

2.

hij, op 4 juni 2009, te Vledderveen, in de gemeente Stadskanaal, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 393 methadon tabletten, zijnde methadon een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, sub B, D, E, G, H, I, J, en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Diefstal, meermalen gepleegd.

2.

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van het onder 1, sub B, D, E, G, H, I, J en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat verdachte van alle hem tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken en heeft zich niet over de strafeis van de officier van justitie uitgesproken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft in en rond zeven op het platteland gelegen woningen dan wel schuren een aanzienlijke hoeveelheid gereedschap gestolen. Hij heeft daarmee voor de aangevers veel ongemak en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. Daarnaast heeft verdachte 393 methadontabletten in zijn bezit gehad.

De rechtbank rekent verdachte de feiten zwaar aan, temeer daar hij in het (recente) verleden al meermalen ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Daarnaast heeft verdachte door zijn zwijgende houding en weigering om mee te werken aan de opstelling van een reclasseringsrapport geen inzicht willen geven in zijn persoon.

De rechtbank ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan oplegging van een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht om, gezien zijn conclusie in het pleidooi tot een algehele vrijspraak, het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de op te leggen straf en de duur van de voorlopige hechtenis, het verzoek van de raadsman moet worden afgewezen.

Onttrekking aan het verkeer

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen drugs en boksbeugel zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat het inbeslaggenomen gereedschap zal worden verbeurd verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen boksbeugel en verdovende middelen, moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat het inbeslaggenomen gereedschap, moet worden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank ziet onvoldoende verband tussen deze voorwerpen en de gepleegde delicten.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd,

Feit 1, A

[aangever 1a] en [aangever 1b], beiden wonende te Borgercompagnie.

Feit 1, C

[aangever 3], wonende te Kiel-Windeweer.

Feit 1, F

[aangever 6], wonende te Nieuw-Weerdinge.

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vorderingen en van de gronden waarop deze berusten.

Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1, sub A, C, en F tenlastegelegde,

zal de rechtbank bepalen dat voornoemde benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk zijn. Dit houdt in dat deze vorderingen niet in dit strafgeding worden afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

Verder hebben zich als benadeelde partijen in het strafproces gevoegd,

Feit 1, B

[aangever 2] en [getuige 1], beiden wonende te Kiel-Windeweer.

Feit 1, H

[aangever 8], wonende te Mussel.

Feit 1, I

[aangever 9], wonende te Sellingen.

Feit 1, J

[aangever 10], wonende te Sellingen.

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vorderingen en van de gronden waarop deze berusten.

De vorderingen zijn ter terechtzitting niet gemotiveerd bestreden.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen

[aangever 2] en [getuige 1] ieder door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 200,00.

De rechtbank zal de vorderingen tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2008.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij

[aangever 8] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 960,00.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij

[aangever 9] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 3.130,00.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij

[aangever 10] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 2.372,00.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemde geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht en de belangen van de benadeelde partijen ermee zijn gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoedingen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36d, 36f, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1, sub A, C, en F tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1, sub B, D, E, G, H, I, J en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1, sub B, D, E, G, H, I, J en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

- Wijst af het verzoek van de raadsman tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

- Verklaart onttrokken aan het verkeer:

een boksbeugel en verdovende middelen.

- Gelast de teruggave van:

gereedschap aan de veroordeelde.

Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen

- Verklaart de benadeelde partij [aangever 1a], wonende te Borgercompagnie, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

- Verklaart de benadeelde partij [aangever 1b], wonende te Borgercompagnie, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

- Verklaart de benadeelde partij [aangever 3], wonende te Kiel-Windeweer, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

- Verklaart de benadeelde partij [aangever 6], wonende te Nieuw-Weerdinge, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

- Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 2] en [getuige 1], beiden wonende te Kiel-Windeweer, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan beide benadeelde partijen van een bedrag van

€ 200,00 (zegge tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2008.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 200,00 (zegge tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [getuige 1], wonende te Kiel-Windeweer, en een geldbedrag van € 200,00 (zegge tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 2], wonende te Kiel-Windeweer, bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door 4 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 200,00 ten behoeve van de benadeelde partijen, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partijen betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

- Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 8], wonende te Mussel, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 960,00 (zegge negenhonderd en zestig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 960,00 (zegge negenhonderd en zestig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 8], wonende te Mussel, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 960,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

- Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 9], wonende te Sellingen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 3.130,00 (zegge drieduizend en honderd en dertig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 3.130,00 (zegge drieduizend en honderd en dertig euro) ten behoeve van de benadeelde partij

[aangever 9], wonende te Sellingen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.130,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

- Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 10], wonende te Sellingen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 2.372,00 (zegge tweeduizend en driehonderd en tweeënzeventig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 2.372,00 (zegge tweeduizend en driehonderd en tweeënzeventig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 10], wonende te Sellingen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 33 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.372,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. E.W. van Weringh, voorzitter, P.H.M. Smeets en

K.K. Lindenberg, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 september 2009.