Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ8506

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
24-09-2009
Zaaknummer
292643/06-3
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Pachtkamer

De verkoop van een deel van de met de gepachte grond samenhangende suikerreferentie levert geen grond voor ontbinding op. Het restant van de basisreferentie rietsuiker is dermate groot dat een eventuele nakoming tot levering aan het einde van de pachtovereenkomst alsnog mogelijk is.

Het aangaan van een maatschap met de echtgenote levert geen strijd op met de verplichting het gepachte persoonlijk te gebruiken (artikel 7:347 BW). Niet gesteld is dat de pachter niet meer de dagelijkse leiding had over de exploitatie. Met betrekking tot de oprichting van de andere maatschap dienen op een te bepalen comparitie van partijen nadere inlichtingen te worden verschaft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton, pachtkamer

Locatie Groningen

Zaak/rolnummer: 292643 PW EXPL 06-3

Vonnis van 23 september 2009

inzake

[eiser sub 2],

wonende te Gevelsberg (Duitsland), rechtsopvolger van [eiseres sub 1], overleden, destijds wonende te Gaming (Oostenrijk),

eiser,

gemachtigde: mr. G.J. Niezink, advocaat te Groningen (Postbus 7015, 9701 JA),

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J. Veldhuis, advocaat te Leeuwarden (Postbus 17, 8900 AA).

PROCESGANG

1. Na de tussenvonnissen in deze zaak van 5 december 2007, 3 september 2008 en 14 januari 2009 heeft [eiser sub 2] een akte ter rolle genomen. [gedaagde] heeft gereageerd met een antwoord akte uitlating. Daarna is (opnieuw) vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

OVERWEGINGEN

De (verdere) beoordeling van het geschil

2. De pachtkamer stelt vast dat [eiser sub 2] te Gevelsberg (D) enig erfgenaam is van de op 13 oktober 2006 overleden [eiseres sub 1] en uitdrukkelijk in de plaats van zijn overleden moeder deze procedure (verder) wenst te voeren.

3. [eiser sub 2] heeft drie redenen aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd:

* [gedaagde] is een maatschap aangegaan, eerst met zijn echtgenote en daarna met [Q],

* [gedaagde] is zijn aanbiedingsplicht niet nagekomen, en,

* [gedaagde] heeft met de gepachte grond samenhangende suikerreferentie verkocht.

Van deze drie redenen is de laatstgenoemde naar het oordeel van de pachtkamer komen te vervallen. Vast staat dat [gedaagde] (nog) 67.376 kg basisreferentie polsuiker 2005 heeft. De pachtkamer vindt het niet nodig te beslissen of [gedaagde] bij het einde van de pachtovereenkomst op dit punt enige verplichting zal hebben. Voldoende is te constateren dat hij die verplichting wat betreft het bezit van suikerreferentie - zo nodig - zal kunnen nakomen.

4. De pachtkamer is van oordeel dat [gedaagde], door een maatschap aan te gaan met zijn echtgenote, artikel 7:347 BW (artikel 25 lid 1 PW oud) niet heeft geschonden. [eiser sub 2] heeft over die maatschap ook niet beweerd dat [gedaagde] daardoor niet langer het persoonlijk gebruik in de vorm van de dagelijkse leiding heeft gehad.

5. De pachtkamer wil over de inhoud en de gevolgen van de maatschap van [gedaagde] met [Q] en hun samenwerking, meer informatie. Daarvoor zal een comparitie van partijen worden gelast. Ten minste een week voorafgaand aan die zitting moet [gedaagde] in dat verband in ieder geval de definitieve maatschapsovereenkomst met [Q] in het geding brengen.

6. De pachtkamer is over de aanbiedingsplicht van oordeel dat [eiser sub 2] nog niet heeft gereageerd op de bij de conclusie van dupliek door [gedaagde] overgelegde brief van 29 november 2006 van H.J. Houtman RMT, werkzaam bij LTO Vastgoed te Drachten. Ten minste een week voorafgaand aan de zitting bedoeld in rechtsoverweging 5 dient [eiser sub 2] een schriftelijke reactie op dit punt aan zowel de pachtkamer als [gedaagde] te zenden. De zitting zal ook worden gebruikt om op dit onderdeel meer informatie te krijgen.

7. Omdat de comparitie van partijen ook bedoeld is om te bezien of partijen het met elkaar eens kunnen worden, wil de pachtkamer dat zij inderdaad in persoon verschijnen. [eiser sub 2] zal zonodig voor een tolk moeten zorgen. De pachtkamer kan uit een niet-verschijnen op de zitting voor die partij nadelige conclusies trekken.

8. Alle verdere beslissingen zullen worden aangehouden.

B E S L I S S I N G

De pachtkamer:

gelast partijen in persoon, als zij dat willen met gemachtigden, te verschijnen voor de pachtkamer voor het verstrekken van nadere inlichtingen en om te onderzoeken of partijen het op één of meer punten met elkaar eens kunnen worden, op een in overleg met partijen vast te stellen datum, tijdstip en plaats;

gelast partijen de in de rechtsoverwegingen 5 en 6 bedoelde stukken te verzenden, tenminste een week voor de zitting;

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 7 oktober 2009 te 11.00 uur; vóór of uiterlijk op die zitting kunnen beide partijen schriftelijk opgeven op welke dagen zij in de maand volgende op die rolzitting verhinderd zijn, voor welke opgave geen nader uitstel zal worden verleend; op deze zitting zal dan worden bepaald wanneer en waar de comparitie van partijen zal plaatsvinden; na dagbepaling zal geen uitstel meer worden verleend;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter-voorzitter, en H. Sinnema en P.F. Bentum, deskundige leden, en op 23 september 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: RTjT