Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ6912

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
03-09-2009
Datum publicatie
04-09-2009
Zaaknummer
18/670417-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van “loverboy” dat er slechts sprake was van een normale liefdesrelatie: veroordeling tot gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670417-07 (promis)

datum uitspraak: 3 september 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. S. Dogan

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -datum],

wonende te [verblijfplaats],

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

4 december 2007, 2 februari 2008, 22 mei 2008, 4 september 2008 en 20 augustus 2009.

Nadere omschrijving tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de tenlastelegging als volgt nader zal worden omschreven:

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2005 tot 01 september 2006, in de

gemeente Groningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens)

A.

een ander genaamd [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer

andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en/of

B.

een ander genaamd [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer

andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie), dan wel onder genoemde

omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist

of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer], zich daardoor

beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (in de

prostitutie),

en/of

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van

die [slachtoffer],

en/of

D.

die [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer andere

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft gedwongen, dan wel heeft bewogen, verdachte te bevoordelen uit

de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde,

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die een of meer andere

feitelijkheden en/of die dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare

positie en/of de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit

dat verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] vanuit het buitenland (Slowakije) naar Nederland heeft

overgebracht en/of doen overbrengen, althans de reiskosten (van Slowakije

naar Nederland) voor die [slachtoffer] heeft betaald en/of door een ander

heeft laten betalen, en/of

- die [slachtoffer] vele kado's en bloemen heeft gegeven, en/of

- die [slachtoffer] onderdak heeft geboden, en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of heeft doen geloven, dat hij, verdachte,

verliefd op haar was, en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of doen geloven dat zij geld voor hun

samen moest verdienen omdat hij geen werk/onvoldoende inkomsten had en/of

- die [slachtoffer] in een kwetsbare positie heeft gebracht en/of gehouden

doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten

beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het

prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en/of

- die [slachtoffer] in een kamer/vitrine heeft geplaatst en/of een

kamer/vitrine voor haar heeft geregeld, en/of

- die [slachtoffer] als prostituee heeft laten werken en/of haar werktijden

heeft bepaald en/of een of meer instructies heeft gegeven, en/of

- die [slachtoffer] heeft gecontroleerd en/of onder controle heeft gehouden,

en/of

- die [slachtoffer] (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie

aan hem, verdachte, heeft laten afdragen, en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of getrapt, althans mishandeld;

art 273a (oud) lid 1 onder 1,4,6,9 wetboek van strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot 01 juni 2007, in de

gemeente Groningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens)

A.

een ander genaamd [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer

andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en/of

B.

een ander genaamd [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer

andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie), dan wel onder genoemde

omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist

of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer], zich daardoor

beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (in de

prostitutie),

en/of

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van

die [slachtoffer],

en/of

D.

die [slachtoffer], door dwang en/of geweld en/of een of meer andere

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden, en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft gedwongen, dan wel heeft bewogen, verdachte te bevoordelen uit

de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde,

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die een of meer andere

feitelijkheden en/of die dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare

positie en/of de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit

dat verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] vanuit het buitenland (Slowakije) naar Nederland heeft

overgebracht en/of doen overbrengen, althans de reiskosten (van Slowakije

naar Nederland) voor die [slachtoffer] heeft betaald en/of door een ander

heeft laten betalen, en/of

- die [slachtoffer] vele kado's en bloemen heeft gegeven, en/of

- die [slachtoffer] onderdak heeft geboden, en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of heeft doen geloven, dat hij, verdachte,

verliefd op haar was, en/of

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of doen geloven dat zij geld voor hun

samen moest verdienen omdat hij geen werk/onvoldoende inkomsten had en/of

- die [slachtoffer] in een kwetsbare positie heeft gebracht en/of gehouden

doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten

beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het

prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en/of

- die [slachtoffer] in een kamer/vitrine heeft geplaatst en/of een

kamer/vitrine voor haar heeft geregeld, en/of

- die [slachtoffer] als prostituee heeft laten werken en/of haar werktijden

heeft bepaald en/of een of meer instructies heeft gegeven, en/of

- die [slachtoffer] heeft gecontroleerd en/of onder controle heeft gehouden,

en/of

- die [slachtoffer] (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie

aan hem, verdachte, heeft laten afdragen, en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of getrapt, althans mishandeld, en/of

- die [slachtoffer] bedreigende woorden heeft toegevoegd, onder meer de

woorden: "Waag het niet hier te komen, dan vermoord ik jou en zal jouw hele

familie neuken en jou erbij", en/of bedreigende SMS-berichten heeft

verzonden en/of gestuurd, en/of

- een mes tegen de buik van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of geduwd;

art 273f lid 1 onder 1,4,6,9 wetboek van strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

Deze vordering is door de rechtbank op de terechtzitting, gehoord verdachte en de raadsvrouw, toegewezen.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hij wijst daarbij op de getuigenverklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] die de aangifte ondersteunen en een beeld scheppen van een typische loverboy-verhouding. De officier van justitie is er niet van overtuigd dat verdachte geweld heeft gebruikt dan wel met geweld heeft gedreigd als middel om aangeefster tot de prostitutie te dwingen. Van dat deel van de tenlastelegging dient verdachte te worden vrijgesproken. Om dezelfde reden dient verdachte ook van het onderdeel werven, vervoeren en overbrengen van aangeefster te worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft het standpunt ingenomen dat het hier niet om een loverboy-verhouding gaat maar dat verdachte en aangeefster gedurende enkele jaren een relatie hebben gehad waarin het normaal is dat je elkaar cadeautjes geeft, dat je bijdraagt in elkaars levensonderhoud en waarin je elkaar naar het werk brengt. Voorts heeft de raadsvrouw erop gewezen dat de rol van aangeefster niet duidelijk is geworden. De raadsvrouw noemt in dit verband de eenzijdige weergave van sms-berichten waarbij de tekst van verdachte wel bekend is, maar de tekst van de berichten die aangeefster aan verdachte stuurde onbekend gebleven is. Bovendien heeft aangeefster zelf kenbaar gemaakt dat zij eerder ten overstaan van de politie heeft gelogen. Ook blijkt uit verschillende getuigenverklaringen dat aangeefster vrijwillig haar geld voor verdachte verdiende. De raadsvrouw is van mening dat er onvoldoende bewijs is voor een veroordeling en dat verdachte derhalve dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 juli 2007, opgenomen op p. 1213-1241 van dossier nr. 07-007667 d.d. 28 januari 2008 (hierna te noemen het dossier I) inhoudende de verklaring van [slachtoffer]

In de zomer van 2005, toen ik ongeveer 3 weken in Nederland was en als prostituee werkte, leerde ik [verdachte] kennen. [Verdachte] deed heel lief tegen mij. Ik had de indruk dat hij verliefd op mij was. Na ongeveer 6 weken zijn [getuige 1] en ik teruggegaan naar Slowakije. We hebben [verdachte] gevraagd ons van Schiphol af te halen als wij terugkwamen. We wilden niet meer voor de Albanese jongens werken. Ik wilde terug naar Groningen om zelf geld te verdienen in de prostitutie. Nadat wij in Slowakije waren geweest haalde [verdachte] mij en [getuige 1] op van Schiphol en wij gingen toen direct naar onze vitrine. Deze was al gereserveerd. [Verdachte] bracht kadootjes mee en bloemen en zei dan: "Dat is voor mijn schatje". Hij gedroeg zich heel attent. Op een gegeven moment was ik klaar met werken en toen werd ik opgehaald en gingen we naar zijn woning in Hoogezand. Ik heb ongeveer twee maanden samen met [verdachte] in zijn huis geslapen. [Verdachte] bracht mij iedere dag naar Groningen en haalde mij ook weer op.

Eind augustus 2005 ben ik terug gegaan naar Slowakije. Ik was toen zwanger. Over die zwangerschap hadden wij ruzie. [Verdachte] wilde een abortus. In Slowakije ging ik naar het ziekenhuis in verband met mijn epilepsie. Ik heb toen ook een abortus ondergaan. Toen ik in het ziekenhuis lag, werd ik elke dag door [verdachte] gebeld. Hij vroeg mij steeds weer wanneer ik weer terug zou komen. Ik ging terug naar [verdachte]. [Verdachte] betaalde mijn vliegticket. Ik begreep van [verdachte] dat zijn moeder voor mijn vliegticket had betaald. [Verdachte] vertelde mij dat als ik weer terugkwam in Nederland ik weer aan het werk moest gaan. Ik begreep dat hij bedoelde dat ik weer in de prostitutie moest werken. Hij zei dat ik in ieder geval de kosten van het vliegticket terug moest betalen en dat er voor mij ook geen ander werk was in Nederland. Ongeveer 2 à 3 dagen na mijn aankomst in Nederland bracht [verdachte] mij weer iedere dag naar mijn vitrine in Groningen. Hij haalde mij ook weer op. [Verdachte] en ik hebben na mijn terugkomst in Nederland gepraat over hoe het verder moest met ons omdat [verdachte] geen werk had. Wij besloten toen dat ik weer in de prostitutie zou gaan werken. De eerste keer dat [verdachte] mij naar de vitrine bracht, zei hij tegen mij dat hij benzine moest betalen voor het brengen en halen. Hij zei toen dat ik hem per dag 50 euro moest betalen voor benzinekosten. Na een week kwam [verdachte] steeds bij mij voor geld. [Verdachte] zei dat ik het geld beter aan hem kon geven. Dit kwam ongeveer een maand nadat ik weer naar Nederland terug was gegaan. Als ik dan iets nodig had, moest ik aan [verdachte] om mijn eigen geld vragen. Als ik twee dagen voordat ik de huur moest betalen geld vroeg aan [verdachte] kreeg ik het niet. Ik had dan een probleem en moest keihard werken in de prostitutie om over twee dagen de huur wel te kunnen betalen. Sinds deze tijd begon hij mij te controleren en belde hij mij voortdurend op als ik aan het werk was. Als ik 's nachts werkte, reed hij vaak met zijn auto door de straat. Hij hield alles in de gaten. Ik mocht niet zelf uit eten gaan in Groningen. Als [verdachte] mij kwam ophalen dan moest ik altijd direct mijn verdiende geld aan hem geven.

De vader van [verdachte] heeft mij verteld dat ik moest stoppen met het werk in de prostitutie vanwege mijn epilepsie en ik moest zeker niet mijn verdiende geld aan zijn zoon geven. Ik vertelde hem dat [verdachte] al mijn geld afpakte. Ik moest hem dit dus niet geven. Na dit gesprek met de vader van [verdachte] kregen [verdachte] en zijn vader ruzie. Ik kon toen ongeveer 2 weken mijn verdiende geld zelf houden. Na deze twee weken kwam hij weer met zielige verhalen. Hij heeft zelfs het door mij opgespaarde geld gekregen. Ik gaf dit aan hem zelfs nadat zijn vader mij had verteld dat ik het niet moest doen. Hij vertelde mij weer dat hij van mij hield. Hij vertelde dat ik de enige voor hem was. Ik begon hem zielig te vinden en gaf hem vervolgens toch mijn verdiende geld.

De woning aan de Hazelaarstraat 79 te Groningen moest worden ingericht en [verdachte] vertelde mij dat als ik zo snel mogelijk van deze zorg af wilde zijn dat ik dan maar flink moest gaan werken.

Ook al zei ik soms dat ik niet kon werken, dan wist hij mij altijd te overtuigen dat ik wel weer ging ook al kon ik eigenlijk niet. Hij had altijd wat om mij zover te krijgen. Dan had hij het over dingen die we nog moesten betalen of nodig hadden. Ik ging dan maar weer aan het werk omdat ik geen ruzie wilde. [Verdachte] zei altijd tegen mij wanneer ik moest beginnen met werken. [Verdachte] zei tegen mij altijd: "Zolang je geen 250 euro hebt verdiend ga je niet naar huis". Ik moest ook werken als ik ongesteld was of als ik last had van mijn eierstokken. Ook al had ik nog zoveel buikpijn ik moest dan maar een pilletje nemen en aan het werk gaan.

Hij besliste over alles. Ik mocht nergens heen. Ik mocht alleen maar thuiszitten of werken. Ik mocht geen contact met andere meisjes omdat ik alleen maar mocht werken. Hij zei: "Als je aan het werk bent dan moet je werken". Het kwam ook voor dat [verdachte] bij mij in de vitrine kwam. Hij deed dan de gordijnen dicht en controleerde mijn vitrine. Hij keek of ik misschien geld had verstopt en hij keek ook of ik misschien nieuwe bikini's had gekocht. Hij keek echt overal. [Verdachte] controleerde mij vanaf april 2006 tot eind mei 2007. Hij controleerde ook mijn mobiele telefoon. Hij wilde dan zien wat voor berichtjes ik had en met wie ik belde. Ik kreeg van hem voor € 10,- beltegoed per week.

Vanaf oktober 2005 tot eind mei 2007 heb ik mijn verdiende geld aan [verdachte] moeten afgeven. De meeste dagen verdiende ik 250 euro. Om dit te verdienen moest ik soms wel tot 06.00 uur werken. Ik verdiende gemiddeld 1200 tot 1300 euro netto per week. Het meeste geld heb ik aan [verdachte] gegeven.

In 2007 ben ik 2 of 3 weken weggeweest naar Slowakije. [Verdachte] wilde dit beslist niet maar ik kon hem overtuigen toen ik zei dat ik nieuwe medicijnen nodig had voor mijn epilepsie. Toen ik weer terugkwam moest ik van [verdachte] onmiddellijk aan het werk. Ik moest 4000 euro betalen omdat hij schulden had gemaakt, zei hij. Het gebeurde ook wel dat [verdachte] naar Turkije ging. Als [verdachte] daar was moest ik iedere maandag 500 euro naar hem opsturen. Ik zeg opsturen maar ik moest het geld aan [getuige 5] geven.

[Verdachte] zei tegen [getuige 4] dat ik altijd bij hem terug zou komen, omdat meisjes die in de prostitutie werken psychisch zo in elkaar zitten dat je ze zo weer om je vinger kan winden en laten doen wat je wilt. Hij had ook tegen [getuige 4] gezegd dat hij niet van mij hield maar dat 6000 euro per maand wel lekker was.

[Verdachte] heeft misbruik gemaakt van het feit dat ik wel verliefd op hem was. Hij heeft mij herhaaldelijk onder druk gezet op het moment dat ik bij hem weg wilde. Hij chanteerde mij met mijn medicijnen voor mijn epilepsie. Als ik aangaf bij hem weg te gaan dan hield hij mijn pillen achter. Ik heb deze medicijnen echt nodig dus dan bleef ik toch maar weer bij hem. [Verdachte] dreigde er ook mee om mijn moeder in te lichten.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 augustus 2008 van dossier nr. PL01SA/07-071345, inhoudende de verklaring van [getuige 3]

Soms had ik de indruk dat [verdachte] [slachtoffer] dwong tot prostitutie. [Slachtoffer] zei soms dat ze pas 's avonds ging werken en ik zag dat het gezicht van [verdachte] betrok en dan ging [slachtoffer] meteen werken. [Verdachte] was boos als [slachtoffer] niet gewerkt had.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 11 mei 2009, inhoudende de verklaring van [getuige 3]

Zij moest het geld afgeven en ook naar haar vitrine gaan als hij dat zei. Meteen in de auto onderweg van de vitrine gaf ze hem het geld. Ik heb dat ook gezien. Ik heb gezien hoe hij met de auto langs haar vitrine reed. Ze werd door hem gecontroleerd. Hij reed vaak rond met de auto, [slachtoffer] was bang om geld voor zichzelf te houden, omdat ze niet wist hoe vaak hij langs reed en hoe vaak hij de gordijnen dichtgetrokken zag. Hij heeft haar ook gebeld. Ze werkte iedere dag ook in het weekend. [Verdachte] was de pooier van [slachtoffer]. [Verdachte] bracht [slachtoffer] naar haar werk. [Verdachte] gaf het geld zelf uit. Hij vroeg geld voor zijn persoonlijke behoefte.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 14 mei 2008, inhoudende de verklaring van [getuige 1]

Ik merkte dat [verdachte] gebruik maakte van [slachtoffer]. [Verdachte] had geen geld. [Verdachte] controleerde [slachtoffer]. Hij vroeg hoeveel klanten zij had gehad. Hij reed soms 20 keer per dag met de auto door de Nieuwstad. [Slachtoffer] ging niet uit. Zij kocht niets voor zichzelf. Hij wilde niet dat ze geld over maakte naar Slowakije. Soms zat zij helemaal zonder geld. Zij heeft mij verteld dat zij haar geld moest storten op de rekening van de moeder van [verdachte].

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 november 2007 opgenomen op p. 1273-1277 van dossier I, inhoudende de verklaring van [getuige 6]

Dit jaar, in maart / april, was [slachtoffer] aan het werk en wilde naar huis, maar dat mocht niet van [verdachte] omdat ze die dag nog niet genoeg geld had verdiend. Ik heb een keer gezien dat [slachtoffer] nadat een klant net weg was gegaan meteen belde. Ze vertelde me dat ze meteen na een klant [verdachte] moest bellen, zodat hij controle had over het aantal klanten wat zij had gehad.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 14 mei 2008, inhoudende de verklaring van [getuige 5]

Een jaar of drie geleden vroeg [verdachte] mij of ik geld wilde overmaken naar Turkije. Zijn vriendin zou dat bij mij in de winkel komen brengen. Zij heeft mij 3 of 4 keer geld overhandigd. Dit ging telkens om een bedrag van 300 à 400 euro.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 26 maart 2008, inhoudende de verklaring van [getuige 4]

Ik heb 1 of 2 keer gezien dat [slachtoffer] geld gaf aan [verdachte]. [Verdachte] hield zijn hand op en zij gaf hem zonder iets te zeggen geld. Ik heb [verdachte] een keer gevraagd of hij van haar hield. Hij zei toen: "Fuck haar. Ik moet geld hebben".

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 14 juni 2007 opgenomen p. 1252-1260 van dossier I, inhoudende de verklaring van [getuige 4]

Ik heb zelf 1 keer gezien dat zij haar geld aan [verdachte] gaf. [Verdachte] en ook [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt 'aangeefster') hadden mij verteld dat zij minstens per dag 250 euro moest verdienen, eerder mocht zij niet stoppen. Ik hoorde van [verdachte]: "Ik pak steeds al haar geld af".

Zij was bang om alleen te raken en zij was afhankelijk van hem gemaakt.

Op een avond kwam [verdachte] naar mij toe en hij ging vertellen dat [slachtoffer] met een andere Turk omging en hij was boos. Ik zei hem: "Hou je van [slachtoffer]?" Hij zei: "Nee!" Ik zei: "Nou dan laat je haar toch met die Turk gaan. Wat is het probleem?" Hij zei: "Je begrijpt het niet. Ik betaal 3000 euro van haar geld aan mijn woning voor rekeningen aan huur, gas, licht, water en alle onkosten en ook voor de onkosten aan de auto. Dan ben ik dat kwijt!"

[Verdachte] wendde valse liefde voor en pakte het door haar in de prostitutie verdiende geld af. Ik hoorde van [slachtoffer] dat hij dit 2 jaar lang gedaan heeft. Ik hoorde dit ook van [verdachte]. Met de opmerking [slachtoffer] is een fabriek, bedoelt hij dat hij geld aan haar verdient.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 december 2007 opgenomen op p. 1184-1195 van dossier I, inhoudende de verklaring van [vader van verdachte]

Ik heb 'het meisje' (de rechtbank begrijpt 'aangeefster') gezegd dat zij zelf geld moest sparen en wanneer [verdachte] haar om geld zou vragen zij dat niet aan hem moest betalen. Ik heb wel tegen [verdachte] geschreeuwd en ben heel erg boos op hem geweest. Ik wil niet dat hij foute dingen doet. Zo schoon als ik ben, zo wens ik ook dat [verdachte] zou zijn.

De verklaring door verdachte op de terechtzitting d.d. 20 augustus 2009 afgelegd

Ik heb wel tegen haar gezegd dat zij moest werken omdat de huur betaald moest worden. Ik heb haar wegwijs gemaakt in het prostitutieleven. Ik heb weleens haar ticket naar Nederland betaald. Ook heb ik een vitrine voor haar gereserveerd. Als ik naar mijn moeder ging dan zei ik tegen haar: "Of ik breng je nu naar je werk of je gaat met de taxi". [Slachtoffer] betaalde aan mij de huur voor de Hazelaarstraat. Ik reed altijd al rondjes over de Nieuwstad. Ik belde haar wel en zei haar mij te ook bellen en we hadden vaak sms-contact. Ik controleerde haar omdat zij aan epilepsie leed. Ik kreeg geld van haar om bijvoorbeeld medicijnen en sigaretten te halen of te tanken. Ze maakte geld over als ik in Turkije was om kleding of andere spullen voor haar te kopen.

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 14 september 2007, opgenomen op p. 1123-1125 van dossier I inhoudende de verklaring van verdachte

Ik heb een huis genomen zodat [slachtoffer] bij mij kon wonen.

Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht de verklaring van aangeefster authentiek en innerlijk consistent. Aan dit oordeel draagt bij dat haar aangifte bij de politie en de verklaring die zij bij de rechter-commissaris heeft afgelegd met elkaar overeenkomen. De rechtbank hecht veel waarde aan de verklaring van getuige [getuige 3] die ten tijde van het afleggen van de verklaring niet meer bevriend was met aangeefster en ook geen contact meer met haar heeft. De verklaring van [getuige 3] bevestigt de verklaring van aangeefster ten aanzien van het ten laste gelegde. Voorts wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door verschillende getuigenverklaringen waaronder die van [getuige 6], [getuige 1] en [getuige 4]. De door de raadsvrouw geschetste kenmerken van de relatie tussen verdachte en aangeefster zijn in het algemeen de kenmerken van een loverboy-verhouding.

Anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangeefster wel vervoerd en overgebracht heeft met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie, door haar veelvuldig naar haar werk te brengen en haar af te halen. Ook heeft verdachte ter zitting erkend dat hij haar ticket van Slowakije naar Nederland heeft betaald. De rechtbank zal dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook bewezen verklaren.

De rechtbank deelt de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw ten aanzien van het ten laste gelegde gebruik van geweld en zal verdachte van dit deel vrijspreken.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 1 juni 2005 tot 1 september 2006, in de gemeente Groningen, meermalen (telkens)

A.

een ander genaamd [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en

B.

een ander genaamd [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie), dan wel onder genoemde

omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist

of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer], zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie),

en

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en

D.

die [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie, heeft bewogen, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde, bestaande die feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare positie en/of de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte (onder meer)

- de reiskosten (van Slowakije naar Nederland) voor die [slachtoffer] heeft betaald en/of door een ander heeft laten betalen, en

- die [slachtoffer] kado's en bloemen heeft gegeven, en

- die [slachtoffer] onderdak heeft geboden, en

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of heeft doen geloven, dat hij, verdachte, verliefd op haar was, en

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of doen geloven dat zij geld voor hun samen moest verdienen omdat hij geen werk/onvoldoende inkomsten had en

- die [slachtoffer] in een kwetsbare positie heeft gebracht en/of gehouden doordat zij niet over inkomsten beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het

prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en

- die [slachtoffer] in een vitrine heeft geplaatst en/of een vitrine voor haar heeft geregeld, en

- die [slachtoffer] als prostituee heeft laten werken en haar werktijden heeft bepaald en een of meer instructies heeft gegeven, en

- die [slachtoffer] heeft gecontroleerd en onder controle heeft gehouden, en

- die [slachtoffer] verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, heeft laten afdragen.

2.

hij in de periode van 1 september 2006 tot 1 juni 2007, in de gemeente Groningen, meermalen, (telkens)

A.

een ander genaamd [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en

B.

een ander genaamd [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie), dan wel onder genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer], zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie),

en

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer],

en

D.

die [slachtoffer], door feitelijkheden en/of misleiding, en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde, bestaande die feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare

positie en/of de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte (onder meer)

- die [slachtoffer] kado's en bloemen heeft gegeven, en

- die [slachtoffer] onderdak heeft geboden, en

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of heeft doen geloven, dat hij, verdachte, verliefd op haar was, en

- die [slachtoffer] heeft gezegd en/of doen geloven dat zij geld voor hun samen moest verdienen omdat hij geen werk/onvoldoende inkomsten had en

- die [slachtoffer] in een kwetsbare positie heeft gebracht en/of gehouden doordat zij niet over inkomsten beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het

prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en

- die [slachtoffer] als prostituee heeft laten werken en haar werktijden heeft bepaald en een of meer instructies heeft gegeven, en

- die [slachtoffer] heeft gecontroleerd en onder controle heeft gehouden, en

- die [slachtoffer] verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, heeft laten afdragen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het/de volgende strafbare feit(en) op:

1. Mensenhandel (oud)

2. Mensenhandel

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur dat verdachte in voorarrest heeft gezeten. Voorts heeft de officier van justitie een voorwaardelijke straf voor de duur van 8 maanden gevorderd. Hierbij heeft de officier van justitie gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de duur van het onderzoek. Voorts heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat verdachte geen relevante documentatie op zijn naam heeft staan.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank het feit bewezen mocht achten, gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest conform de officier van justitie heeft geëist.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 19 november 2008, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zogeheten 'loverboy-praktijken' door een kwetsbare jonge vrouw op geraffineerde en manipulerende wijze ertoe te brengen haar verdiensten als prostituee aan hem af te staan. Verdachte heeft aangeefster voor zich gewonnen waarna zij door verdachte onder druk is gezet, in een afhankelijke positie is gemanoeuvreerd en door hem werd gecontroleerd. Hierdoor is zij ernstig in haar bewegingsvrijheid beperkt en kon zij niet meer vrijelijk over haar inkomsten beschikken, noch naar eigen inzicht de duur van haar werkzaamheden bepalen. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van aangeefster. Hij heeft blijk gegeven van minachting voor aangeefster door gedurende geruime tijd te handelen vanuit het oogmerk van eigen financieel gewin. Aangeefster is door verdachtes toedoen in een situatie komen te verkeren die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is geweest.

Vrijheidsstraf

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat na te melden gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, opdat verdachte ervan wordt weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te Groningen.

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering niet ontvankelijk zal worden verklaard nu deze niet eenvoudig van aard is. Toch vordert de officier van justitie de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 45.000,- op te leggen, nu de schade die aangeefster geleden heeft door derving van inkomsten naar burgerlijk recht wel verhaalbaar is.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft er op gewezen dat de vordering van [slachtoffer] niet goed gedocumenteerd is, daar de onderbouwing ontbreekt. Om deze reden dient haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Om dezelfde reden, te weten onvoldoende onderbouwing dient de vordering van de officier van justitie om de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 45.000,- op te leggen te worden afgewezen.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij niet van zodanig eenvoudige aard, dat deze zich leent voor behandeling in dit strafproces.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is, zodat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie om de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van € 45.000,- op te leggen oordeelt de rechtbank dat deze vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie dan ook afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 273a (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 en onder 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 349 dagen.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Groningen, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering van de officier van justitie

Wijst de vordering tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel af.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, P.H.M. Smeets en G. Laman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Wijler, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 september 2009.