Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ6229

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-08-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
18-670480-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ter beschikking stelling met dwangverpleging voor de man die bij een vrouw de woning binnenviel en haar verkrachtte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670480-08 (promis)

datum uitspraak: 27 augustus 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. A.M. Crouwel

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats & -datum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [detentieadres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 maart 2009, 25 mei 2009 en 13 augustus 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na toegestane wijziging tenlastelegging ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 29 november 2008, te Groningen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot

het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en)

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer]

gebracht/geduwd

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, althans binnengegaan, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "I want sex", althans woorden van gelijke

aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en (vervolgens) naar de grond heeft

gewerkt en/of (daarna) de broek en/of string/onderbroek van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en/of zijn hand voor de mond van die [slachtoffer] heeft

gehouden, en/of

- die [slachtoffer] meermalen tegen haar hoofd heeft geslagen en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 november 2008 te Groningen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

met dat opzet

- de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, althans binnengegaan, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "I want sex", althans woorden van gelijke

aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en (vervolgens) naar de grond heeft

gewerkt en/of (daarna) de broek en/of string/onderbroek van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en/of zijn hand voor de mond van die [slachtoffer] heeft

gehouden, en/of

- die [slachtoffer] meermalen tegen haar hoofd heeft geslagen en/of

- met zijn hoofd naar, althans in de richting van, de vagina van die

[slachtoffer] is gegaan en/of (vervolgens) met zijn hoofd op/in de

schaamstreek/onderlichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen, en/of

- de vagina, althans de schaamstreek/onderlichaam, van die [slachtoffer] heeft

betast, althans (met zijn vinger(s)/hand(en)) heeft aangeraakt, en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 november 2008 te Groningen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot

het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande uit het met zijn hoofd gaan naar de vagina van die [slachtoffer] en/of

(vervolgens) met zijn hoofd gaan liggen op het schaambeen/schaamhaar van die

[slachtoffer] en/of het betasten, althans met zijn vinger(s) aanraken, van de

vagina van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit dat verdachte

- de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, althans binnengegaan, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "I want sex", althans woorden van gelijke

aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en (vervolgens) naar de grond heeft

gewerkt en/of (daarna) de broek en/of string/onderbroek van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en/of zijn hand voor de mond van die [slachtoffer] heeft

gehouden, en/of

- die [slachtoffer] meermalen tegen haar hoofd heeft geslagen en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie heeft hierbij gewezen op de aangifte van [slachtoffer] d.d. 29 november 2008 en het NFI-rapport d.d. 3 februari 2009.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit. Er was geen sprake van opzet, ook niet in de voorwaardelijke vorm, op verkrachting of aanranding omdat het verdachte, ten gevolge van zijn stoornissen, ontbrak aan ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan. Uit de psychiatrische rapportage van dr. T.W.D.P. van Os en de psychologische rapportage van drs. A. Tatlicioglu is immers gebleken dat verdachte op grond van de geconstateerde stoornissen volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Daarnaast is ook de ontremmende invloed van het middelengebruik een factor geweest, maar ook zonder middelengebruik zou sprake zijn geweest van ontoerekeningsvatbaarheid ten tijde van het tenlastegelegde.

Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat er slechts bewijs is voor het binnengaan in de woning, het slaan tegen het hoofd van aangeefster en de bedreigende situatie voor aangeefster. Voor de overige feitelijkheden is onvoldoende bewijs aanwezig.

Daarnaast heeft de raadsvrouw geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde feit, nu het seksueel binnendringen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is slechts de verklaring van aangeefster die niet door een medische verklaring van een arts wordt bevestigd.

Het subsidiair tenlastegelegde feit, de poging tot verkrachting, kan evenmin worden bewezen. Er is onvoldoende bewijs voor de handelingen die verdachte zou hebben gepleegd voor de poging tot verkrachting.

Ook dient vrijspraak te volgen voor het meer subsidiair tenlastegelegde feit, de aanranding. De raadsvrouw verwijst daarvoor naar hetgeen is betoogd bij het primair tenlastegelegde. Voor de tenlastegelegde ontuchtige handelingen is onvoldoende bewijs aanwezig.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 november 2008, opgenomen op pagina 38 e.v. van dossier nr. PL01KN/08-009757, d.d. 17 februari 2009 , inhoudende de verklaring van [slachtoffer]

Op 29 november 2009 kwam ik rond 04.25 thuis op mijn kamer in Groningen. Ik hoorde later dat er een raam werd ingeslagen met geweld. Er was een flinke stoot en gerinkel van glas. Daar werd ik heel bang van en toen heb ik 112 gebeld. Ik heb verteld: [adres] Groningen, er wordt ingebroken, ik ben heel erg bang" Vrijwel direct daarna kwam er een man mijn kamer binnen. Hij ging direct op mij af en zei iets in de trant van:"I want sex". Hij trok mij van de bank af en gooide mij op de grond. Toen trok hij mijn broek uit en ook trok hij mijn string naar beneden. Ik gilde al die tijd heel hard. Hij deed steeds zijn hand voor mijn mond. Toen ik op de grond was gevallen ging de man mij een aantal keren heel hard tegen mijn hoofd slaan, sowieso wel drie keer. Ik heb letsel opgelopen ten gevolge van deze klappen. Ik voelde zijn vingers in mijn vagina. Hij deed er volgens mij meerdere vingers in. Hij heeft zijn vingers voor mijn gevoel een paar keer in en uit mijn vagina gedaan. Terwijl hij dat deed heb ik zijn geslachtsdeel vastgepakt en een beetje heen en weer bewogen. Hij kwam vervolgens heel snel klaar.

Een geschrift, te weten het NFI rapport nr. 2008.12.11.044 d.d. 3 februari 2009 met betrekking tot [verdachte], opgemaakt door M.J.W. Pouwels

Er is sperma aangetroffen uit de bemonstering van de linkerhand van het slachtoffer [slachtoffer] (ZAAA0392NL1). Dit celmateriaal/sperma kan afkomstig zijn van verdachte. De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Er is sperma aangetroffen uit de bemonstering van de rechterhand van het slachtoffer slachtoffer] (ZAAA0392NL2). Dit celmateriaal/sperma kan afkomstig zijn van verdachte. De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 3 december 2008, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1]

Vanuit mijn woning aan [adres] te Groningen hoorde ik om 04.33 uur glasgerinkel en ik hoorde een gestommel geluid vanuit de bovenwoning. Ik hoorde ook een gekrijs, een vrouwenstem die krijste en gilde. Ik heb toen 112 gebeld.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2009, opgenomen op pagina 61 en 62 van voornoemd dossier, inhoudende een verslag van de meldingen bij de meldkamer op 29 november 2008

Melding om 04-31 uur: Alarmcentrale 112. Wie wilt u spreken.

De belster zegt: "Help me...[adres] Groningen. Er breekt iemand in. Ik ben heel bang!

De telefoniste reageert met: "Ik schakel u even door. Blijf aan de lijn. Niet ophangen hoor!"

De belster zegt: "Nee.".

De belster is nog te horen. Zij zegt: "Wat doe je?"

Melding 04.33 uur: "Met de meldkamer van Regiopolitie Groningen."

Meldster: "Ik ben [getuige 1] en ik woon op [adres]. Ik hoor boven mij ontzettend gegil en geschreeuw van een meisje. Ik denk van een student die daar boven woont. Ik denk dat er iets aan de hand is. Een heel "geboenk"."

Meldkamer: "Welk huisnummer is dit?"

Meldster: "[nummer]."

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2008, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisanten L.B. Ten Cate en F.V. Mackenzie

Op 29 november 2009 werden wij om 04.36 uur door de meldkamer gezonden naar [adres] te Groningen. Wij zagen dat het glas van de voordeur was gebroken. Het glas was zo groot dat er een persoon door naar binnen kon gaan. Ik zag toen vanuit de gang een man, deze sprak in het Duits. Vervolgens zag ik, verbalisant Mackenzie, een vrouw vanuit de kamer aan de voorzijde van de woning komen. Wij zagen dat de man de vrouw tegenhield. Wij hoorden de man in het Duits zeggen dat de vrouw zijn vriendin was. Vervolgens hoorden wij de vrouw zeggen: "Haal me hier weg. Ik ken die man niet en hij heeft mij verkracht". Ik verbalisant Ten Cate zag dat de broek van de vrouw open was. Ik, verbalisant Mackenzie, zag dat de vrouw op haar linkerwang een grote rode plek had zitten. Tevens zagen wij dat de vrouw bloed aan haar rechtervoet had.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 3 december 2008, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2]

Op 29 november 2008 ben ik uit geweest met [slachtoffer]. Toen zij naar huis liep heb ik geen verwondingen of blauwe plekken bij [slachtoffer] gezien.

Afbeeldingen van [slachtoffer] zoals opgenomen op pagina's 198, t/m 201 van voormeld dossier waarop kan worden waargenomen dat [slachtoffer] verwondingen heeft in haar gezicht, op haar bovenbeen, op haar rug en op haar voet

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 29 november 2008, opgenomen op pagina 93 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte

"Ik ben daarop naar binnen gegaan. Ik heb die vrouw omhoog geholpen en heb haar op een stoel of bank gezet. Vervolgens kwam de politie ter plaatse."

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Anders dan de raadsvrouw meent, staat naar het oordeel van de rechtbank de geestelijke stoornis van verdachte de bewezenverklaring van het opzet niet in de weg nu niet is gebleken dat bij verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte, te weten dat hij tegen aangeefster heeft gezegd "I want sex", althans woorden van gelijke strekking, haar heeft vastgegrepen en haar broek en string heeft uitgetrokken, zijn hand voor haar mond heeft gehouden, aangeefster tegen haar hoofd heeft geslagen en zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg, te weten het hebben van seks met aangeefster, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte opzet op de verkrachting heeft gehad.

De rechtbank betrekt in dit oordeel dat de aangifte van [slachtoffer] als consistent, authentiek en derhalve geloofwaardig kan worden aangemerkt. De verklaring van aangeefster wordt daarnaast in voldoende mate ondersteund en bevestigd door de overige bewijsmiddelen, zoals de melding bij de alarmcentrale van zowel aangeefster als van [getuige 1], de foto's van het letsel van aangeefster, de resultaten van het NFI-rapport en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten L.B. Ten Cate en F.V. Mackenzie. Verdachte heeft weliswaar een verklaring gegeven voor de aanwezigheid van sperma op de handen van aangeefster, namelijk dat hij vermoedt dat het sperma bij hem is afgenomen toen hij werd ontvoerd en door zijn ontvoerders, om hem te belasten, op 29 november 2008 over het slachtoffer is heengegooid, maar deze verklaring acht de rechtbank zo ongeloofwaardig, dat zij daaraan voorbijgaat.

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde, de verkrachting, heeft begaan.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij, op 29 november 2008, te Groningen,

door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot

het ondergaan van handelingen die mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte één of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd

en bestaande dat geweld hierin dat verdachte

- de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen, en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "I want sex", althans woorden van gelijke

aard of strekking, en

- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en vervolgens naar de grond heeft

gewerkt en daarna de broek en string van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en zijn hand voor de mond van die [slachtoffer] heeft

gehouden, en

- die [slachtoffer] meermalen tegen haar hoofd heeft geslagen en

- aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

Verkrachting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte, overeenkomstig het onderzoek door de psycholoog en de psychiater omtrent de persoon van verdachte, als volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat zowel de psychiater als de psycholoog op goede gronden hebben geconcludeerd dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 1 juli 2009, opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus en drs. K. Locht, arts in opleiding tot psychiater, en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 30 juni 2009, opgemaakt door drs. A. Tatlicioglu, klinisch psycholoog/ psychotherapeut.

In beide rapporten wordt geconcludeerd dat sprake is van ziekelijke stoornissen bij verdachte. In de psychiatrische onderzoeksrapportage wordt aangegeven dat bij verdachte sprake is van een chronisch psychotisch proces in het kader van schizofrenie, gedesorganiseerde type met auditieve hallucinaties, paranoïde wanen en incoherentie. Daarnaast is sprake van afhankelijkheid van cannabis en misbruik van andere middelen. In de psychologische onderzoeksrapportage wordt aangegeven dat verdachte lijdt aan schizofrenie, paranoïde type. In beide rapportages wordt verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar geacht vanwege zijn ziekelijke stoornissen.

De rechtbank kan zich met de conclusie van de deskundigen verenigen en neemt deze over. De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde en bewezenverklaarde aan verdachte niet kan worden toegerekend vanwege een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Verdachte zal daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Maatregel

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.

Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw met betrekking tot de 'Aanwijzing TBS bij vreemdelingen' merkt de officier van justitie op dat daaruit volgt dat er alleen geen TBS aan vreemdelingen wordt opgelegd, als het verantwoord is. In dat geval moet er een gevangenisstraf worden geëist. Nu verdachte ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht kan echter geen straf en derhalve ook geen gevangenisstraf worden geëist. Het is niet verantwoord om verdachte zonder oplegging van een tbs-maatregel de samenleving in te sturen. Daarbij merkt de officier van justitie verder op dat in voornoemde 'Aanwijzing TBS bij vreemdelingen' is geschreven dat de visie van de IND van belang is. Uit telefonische informatie van de IND is gebleken dat verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde nog niet onrechtmatig in Nederland verbleef of ongewenst was. Het ministerie van justitie heeft daarnaast aangegeven dat het zeer wel mogelijk is dat verdachte op verzoek en met instemming van het Openbaar Ministerie zijn tbs-behandeling verder in Duitsland kan ondergaan, waar een soortgelijk regime is.

Standpunt van de verdediging

Beide gedragsdeskundigen adviseren een opname in een psychiatrische kliniek op grond van artikel 37 Wetboek van Strafrecht (WvSr). Plaatsing in een TBS-kliniek, tegen voornoemde adviezen in, wijst de raadsvrouw van de hand omdat door de gedragswetenschappers een andersluidend advies is gegeven. Daarnaast is het ongewenst om aan (ongewenste) vreemdelingen in Nederland TBS op te leggen. De raadsvrouw wijst in dit verband op de 'Aanwijzing TBS bij vreemdelingen' waarin als uitgangspunt wordt gehanteerd dat: in beginsel - waar mogelijk en verantwoord - geen TBS-maatregel wordt gevorderd bij vreemdelingen van wie vaststaat of aannemelijk is dat zij niet rechtmatig in Nederland zullen kunnen verblijven na afloop van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf en/of TBS-maatregel.

De veiligheid van de samenleving en het risico op recidive kunnen in een psychiatrische kliniek met FPK-beveiliging net zo worden beheerst als in een TBS-kliniek. Uit informatie van de Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken is gebleken dat overlevering naar Duitsland binnen een jaar mogelijk is, zodat de veiligheid van de samenleving en het risico op recidive na de plaatsing in de psychiatrische kliniek afgedekt is. De voorkeur moet derhalve worden gegeven aan plaatsing in een psychiatrische kliniek.

Oordeel van de rechtbank

Blijkens voorkomende rapporten van de deskundigen wordt het risico op recidive als groot ingeschat indien verdachte geen behandeling krijgt. Ook komt uit beide rapportages naar voren dat verdachte zich in het verleden aan behandeling heeft onttrokken en geweigerd heeft zijn medicatie in te nemen en dat verdachte gevaarlijk is wanneer hij geen medicatie gebruikt en behandeling weigert.

Uit het ambtsbericht van mr. A.F. Gerding, rechter-commissaris in strafzaken, d.d. 24 juli 2009 is gebleken dat uit telefonische informatie van dr. T.W.D.P. van Os is gebleken dat hij er vanuit was gegaan dat opleggen van een TBS niet tot de mogelijkheden behoort wanneer sprake is van volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Als second best heeft hij daarom geadviseerd betrokkene te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis.

In de toelichting van drs. A. Tatlicioglu in zijn brief van 11 augustus 2009 wordt aangegeven dat wordt verwacht dat de kans zeer groot is dat betrokkene na zijn behandeling van een jaar zo is opgeknapt uit de psychose dat hij ambulant door zal kunnen gaan met begeleiding en behandeling. Het psychiatrische ziekenhuis zal voor ontslag afspraken met verdachte daarover maken. Het zonder meer na een jaar zonder begeleiding naar huis laten vertrekken van betrokkene is uiterst onwenselijk en kan tot recidief leiden zonder levenslange ambulante behandeling.

De rechtbank heeft de rapporten en adviezen in aanmerking genomen die over de persoonlijkheid van verdachte zijn uitgebracht, evenals de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, zoals hierboven is weergegeven.

In afwijking van het advies van de psychiatrische en psychologische rapportage, is de rechtbank evenwel van oordeel dat, ter bescherming van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen, een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege geboden is.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tevens van overheidswege moet worden verpleegd omdat de algemene veiligheid van personen de verpleging eist.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de rapportages die ten aanzien van verdachte zijn opgemaakt komt naar voren dat verdachte een ambivalente motivatie heeft om langdurig medicatie te gebruiken en ook medicatie heeft geweigerd. Verdachte is bekend met ernstige psychotische symptomen wanneer hij geen medicatie gebruikt. De rechtbank leidt uit de rapportages af dat verdachte gevaarlijk is wanneer hij geen medicatie gebruikt en behandeling weigert.

Voorts is uit de rapportages gebleken dat langdurige, zelfs levenslange, behandeling en begeleiding van verdachte in een gedwongen kader noodzakelijk is om het als hoog ingeschatte risico op recidive binnen aanvaardbare grenzen te brengen. Daarbij is het van belang dat moet worden gewerkt aan de acceptatie door verdachte van de ziekte, het ziekte-inzicht en ziektebesef om vervolgens de medewerking aan het eigen behandelplan inclusief medicatiegebruik te vergroten.

De rechtbank acht de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis onvoldoende geëigend om te komen tot een adequate uitvoering van de noodzakelijk geachte langdurige behandeling en begeleiding van verdachte. De rechtbank weegt daarbij mee dat de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis slechts voor de duur van een jaar kan worden opgelegd. Deze termijn is naar het oordeel van de rechtbank te kort voor de gedwongen behandeling van verdachte. Door drs. A. Tatlicioglu wordt weliswaar in zijn brief d.d. 11 augustus 2009 aangegeven dat verdachte ambulant door zal kunnen gaan met begeleiding en behandeling, waarvoor afspraken met verdachte moeten worden gemaakt, maar de rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat - na slechts één jaar behandeling - verdachte deze afspraken daadwerkelijk zal nakomen, mede gelet op het feit dat verdachte zich in het verleden aan vrijwillige, in een civielrechtelijke context geplaatste behandeling heeft onttrokken.

De raadsvrouw heeft betoogd dat gelet op de 'Aanwijzing TBS bij vreemdelingen' bij vreemdelingen geen TBS moet worden gevorderd maar een gevangenisstraf aangewezen is. De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, de ziekelijke stoornis van verdachte en het hoge recidiverisico, het niet verantwoord is om verdachte zonder tbs-maatregel te laten terugkeren in de maatschappij, temeer nu aan verdachte geen straf kan worden opgelegd als gevolg van zijn volledige ontoerekeningsvatbaarheid.

Aangezien het bewezen en strafbaar verklaarde een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving, zoals opgenomen in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond en de algemene veiligheid van anderen de oplegging van die maatregel eist, is aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling voldaan.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te Groningen. De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de gehele vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat er geen ruimte is voor toewijzing van de vordering van de benadeelde partij indien verdachte wordt vrijgesproken.

Beoordeling

De vordering is inhoudelijk onweersproken gebleven zodat de rechtbank deze zal toewijzen. De rechtbank zal evenwel op het door aangeefster becijferde bedrag van € 4.078,06 een bedrag van € 345,76 in mindering brengen, nu dit bedrag betrekking heeft op de deur van de woning, die niet aan aangeefster zelf, maar aan haar moeder toebehoort. Derhalve is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 3.732,30. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen en voor het overige afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder primair, subsidiair en meer subsidiair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart verdachte voor het onder primair bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte terzake van alle rechtsvervolging.

Gelast dat de veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 3.732,30 (zegge drieduizendzevenhonderdentweeëndertig euro en dertig eurocent).

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en P.H.M. Smeets, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2009.