Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ6021

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
20-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
18/650933-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5098, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen op afstand: bewuste en nauwe samenwerking. Strafoplegging zwaarder dan eis officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/650933-09

datum uitspraak: 20 augustus 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. B. Klunder

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats & -datum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [detentieadres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 augustus 2009.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 28 september 2008, omstreeks 03.00 uur en derhalve op een tijdstip gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, te weten het Gedempte Zuiderdiep, te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- al fietsend die [slachtoffer 1] van achteren heeft benaderd en

- vervolgens die (hand)tas onverhoeds en met kracht uit de hand van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en/of gerukt;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 28 september 2008 tot en met 11 februari 2009 te Groningen, in elk geval in Nederland, een telefoon (een bruine Nokia type E65) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 28 september 2008, omstreeks 4.45 uur en derhalve op een tijdstip gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn, verdachtes, en/of zijn mededader(s) gading, telkens geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of het geld en/of de goederen van zijn, verdachtes, en/of zijn mededader(s) gading, onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutels, en die diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen van en/of te laten volgen door geweld en/of bedreiging met geweld, te plegen tegen in die woning aanwezige personen, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar die woning is toegegaan en

- de portiekdeur met behulp van een gestolen/valse sleutel heeft geopend en

- de portiek is binnengegaan en

- de voordeur van die woning met behulp van gestolen/valse sleutel heeft geopend en

- (bij het zien van mensen in die woning) de voordeur van die woning weer heeft dichtgetrokken en

- uit de portiek is gevlucht/gerend,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolen te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] met een keycord met daaraan een sleutelbos heeft geslagen en

- agressief op die [slachtoffer] af is komen rennen en

- die [slachtoffer 2] heeft getracht te schoppen en

- die [slachtoffer 2] heeft geduwd en

- een mes ter hand heeft genomen en heeft gehouden en dat mes aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en/of een of meer stekende bewegingen met dat mes in de richting van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of die [slachtoffer 2] hierbij de woorden toegevoegd: "kom dan, kom dan.", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking.

Bewijsvraag

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Daarbij heeft de officier van justitie gelet op de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de verklaringen van getuigen [getuige 1, getuige 2 en getuige 3], de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] en de verklaringen van verdachte inhoudende dat hij bij beide incidenten aanwezig is geweest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde.

Met betrekking tot feit 1 primair heeft de raadsvrouw daartoe aangevoerd dat onvoldoende is gebleken van nauwe betrokkenheid van verdachte bij de tasjesroof. Terzake het onder 1 subsidiair tenlastegelegde kan volgens de raadsvrouw bewezenverklaring volgen.

Terzake het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat onvoldoende blijkt van een voornemen tot het plegen van een vermogensdelict. Het enkel trachten te openen van de portierdeur is voor het aannemen van het bewijs daarvoor niet voldoende.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

1.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 30 september 2008 als vervat op pagina 90 ev van een strafdossier met nummer PL01KF/08-010085 d.d. 16 maart 2009, waaruit, als verklaring van aangeefster, zakelijk weergegeven:

Op 27 september 2008 was ik met mijn vriend, [slachtoffer 2] in Groningen. Wij liepen over het Zuiderdiep. Ter hoogte van de Free Record shop voelde ik plotseling een ruk aan mijn tas. Ik zag een donkere man op een fiets naast me. De tas werd uit mijn hand getrokken. Ik heb hem achtervolgd, maar ben de man kwijtgeraakt. Ik zag terwijl het tasje uit mijn hand werd gerukt dat aan de andere kant naast mij nog een jongen fietste. Hij fietste ook snel weg toen de beroving had plaatsgevonden. In mijn tasje zat mijn mobiele telefoon, een agenda, huissleutels, bankpas, rijbewijs en een I-pod.

Later, nadat we thuis waren gekomen, hoorde ik plotseling de voordeur open gaan. Ik schrok, net als mijn vriend. Mijn vriend ging kijken. Ik zag [slachtoffer 2] scheldend naar de voordeur rennen. Ik ging hem achterna. [slachtoffer 2] riep: ‘Hoe kom je aan die sleutels’. Ik zag op straat een donkere jongen in een rode jas en een Antilliaans uitziende jongen met volgens mij een sikje. Deze jongen had de sleutels. Ik zag dat hij met de sleutels aan het keycord [slachtoffer 2] sloeg. De sleutels vielen op de grond waarna ik ze oppakte. Ik zag toen dat de Antilliaanse jongen een mes had. Ik zag dat hij een stekende beweging naar [slachtoffer 2] maakte.[slachtoffer 2] maakte een schoppende beweging naar de jongen. Ik zag toen dat er ook een meisje van amper 18 jaar bij de jongens stond. Ik heb [slachtoffer 2] geroepen en hij kwam naar binnen. Wij hebben toen de deur dichtgedaan en de politie gebeld.

2.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 30 september 2008 als vervat op pagina 98 ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Toen we over het Zuiderdiep liepen zag ik vanuit mijn ooghoek een negroïde man fietsen. De man rukte ineens de tas uit de hand van mijn vriendin. De man fietste van ons weg. Er was nog een andere negroïde man die achter de man aan fietste. Deze man was ouder dan 40.

Na enige tijd zijn we naar huis aan de [adres] gegaan. Wij waren in de kamer van mijn vriendin toen ik hoorde dat er langzaam een sleutel in het slot werd gestoken. Het slot werd omgedraaid. Ik zag toen dat de deur langzaam open ging en dat een donkere jongen van een jaar of 18-19 met een sikje om de deur keek. Ik rende achter de jongen aan en riep: ‘kom hier’. Buiten stond een groep van 4 personen. 2 meisjes en 2 jongens (naast de jongen die ik achterna rende).

Deze personen pakten hun fiets en probeerden weg te komen. De jongen die ik achterna rende wilde ook zijn fiets pakken. Ik schopte zijn fiets uit zijn handen. Hij zei toen: ‘wat wil je doen dan?’ Ik vroeg hoe hij aan de sleutel kwam. De jongen ging in een vechthouding staan. Ik probeerde de jongen in zijn gezicht te slaan waarna hij mij sloeg met de sleutels aan het keycord. Hij zei toen: ‘gaan we zo beginnen’ en pakte een mes. De jongen kwam toen met het mes op mij af. Ik schopte hem van mij af en de jongen maakte een stekende beweging in mijn richting. Het groepje dat eerst wilde wegfietsen kwam toen ook dichterbij staan. Ik voelde me hierdoor bedreigd en ben met m’n vriendin naar binnen gegaan. Toen ik de deur dichtdeed probeerde iemand de deur te forceren, ik dacht dat de jongen met het mes ons wilde aanvallen.

3.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 februari 2009, als vervat op pagina 125 ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Rasta en de Somaliër wilden geld maken, iemand beroven, ik wilde daarvan mee profiteren. Ik was erbij. Ik heb de man die tas zien pakken, de Somaliër. Ik was er samen met Rasta, de Somaliër en Nikkita. Ik fietste mee en was dichtbij. Die beide rasta’s zeiden dat ze die vrouw op het Zuiderdiep gingen beroven. Toen de beroving was gebeurd zijn Nikkita en ik omgedraaid op de fiets en weggefietst. We troffen elkaar weer bij de hoerenstraat. Er zaten in het tasje sleutels, een telefoon, pasjes. Later die avond zouden we gaan kijken bij de woning van de beroofde vrouw. We hadden de sleutels en een briefje met het adres.

We hebben niet ingebroken, want we hadden immers de sleutel. We hebben de sleutel geprobeerd en die paste. Toen kwam die man de woning uit. Toen zijn we ervan door gegaan. De Somalische rasta had de sleutel. Wij gingen met z’n drieën naar binnen. Nikkita bleef buiten. Die Somalische jongen deed de deur open en zei meteen ‘er zijn mensen in huis.’ Die man wilde toen vechten. De man heeft toen gevochten met de Somalische rasta. Ik stond erbij te kijken. Die Somalische jongen heeft staan zwaaien met de sleutels aan een hangertje. Ik heb alleen geduwd. Die Somalische rasta had ook een mes. Hij maakte zwaaibewegingen richting die jongen.

4.

Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] d.d. 18 februari 2009, als vervat op pagina 122 ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van [medeverdachte], zakelijk weergegeven:

Op een gegeven moment zag ik dat de beide rasta’s met [verdachte] praten. We gingen vervolgens rondfietsen. Het was ’s nachts. Op het Zuiderdiep reed [verdachte] voorop. Ik zag dat [verdachte] de tas van een vrouw pakte. De vrouw viel op de grond. Nadat [verdachte] de tas had geroofd zijn we verder gefietst.

Met betrekking tot de hiervoor opgenomen standpunten overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend dat verdachte op 28 september 2008 in Groningen tezamen met anderen en nadat het plan was gemaakt om iemand te gaan bestelen, op het Zuiderdiep de handtas van [slachtoffer 1] uit haar handen heeft gerukt en heeft weggenomen. Later die nacht is verdachte met anderen naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan en heeft daar met de eerder gestolen huissleutel gepoogd om die woning binnen te komen en diefstal te plegen. Toen verdachte en zijn mededaders daarbij werden overlopen door [slachtoffer 2] is er tegen die [slachtoffer 2] geweld gebruikt en is er gedreigd met geweld.

Met betrekking tot het standpunt van de verdediging inhoudende dat verdachte zelf geen feitelijke handelingen heeft verricht met betrekking tot deze feiten en hij derhalve niet als pleger van deze in vereniging gepleegde delicten kan worden beschouwd overweegt de rechtbank als volgt.

Het medeplegen van in vereniging begane delicten vereist nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken daders, hetgeen betekent dat zij willens en wetens samenwerken tot het verrichten van de delictueuze gedraging. Niet vereist is dat alle betrokken medeplegers de uitvoeringshandelingen mede verrichten. De medeplegers kunnen worden gestraft voor elkaars gedragingen voor zover deze binnen het gezamenlijk opzet kunnen worden gebracht.

In casu is gebleken dat verdachte en zijn medeverdachten het plan hadden opgevat om een beroving te plegen. Verdachte heeft verklaard dat Rasta en de Somaliër geld wilden gaan maken en dat daarmee werd bedoeld dat ze iemand wilden bestelen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij meeging omdat hij wilde meeprofiteren. De rechtbank overweegt dat verdachte daarmee blijk gegeven heeft van een met zijn mededaders gedeeld opzet. Ook terzake het onder 2 tenlastegelegde blijkt uit ondermeer de verklaring van verdachte zelf, dat is gesproken om de sleutel van de woning van aangevers te gaan uitproberen nu uit het handtasje ook het adres naar voren was gekomen.

De uitvoeringshandelingen die verdachte zelf heeft verricht bestaan – in ieder geval – daaruit dat hij aanwezig was bij zowel de beroving van [slachtoffer 1] op straat als de poging tot inbraak in de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en dat hij als zodanig de groep van waaruit de delicten werden gepleegd, getalsmatig heeft versterkt.

Voorts blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij de planning van beide delicten; dat hij heeft meegedeeld in de buit van de straatroof en dat hij - nadat verdachte en zijn medeverdachte bij de poging tot inbraak door [slachtoffer 2] werden overlopen - erbij bleef staan toen vanwege zijn medeverdachten geweld werd gepleegd richting [slachtoffer 2] en daarbij ook zelf heeft geduwd.

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte in voldoende mate de nauwe en bewuste samenwerking meebrengt die voor het medeplegen vereist is. Bovendien is er sprake van een door verdachte met zijn medeverdachte gedeeld opzet op de beide vermogensdelicten, waardoor de gedragingen van zijn medeverdachten aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Het vorenstaande in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een tweetal vermogensdelicten, gepleegd in vereniging en met geweld, één en ander overeenkomstig de navolgende bewezenverklaring.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. Primair

hij op 28 september 2008, omstreeks 03.00 uur en derhalve op een tijdstip gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, te weten het Gedempte Zuiderdiep, te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met zijn mededaders,

- al fietsend die [slachtoffer 1] van achteren heeft benaderd en

- vervolgens die (hand)tas onverhoeds en met kracht uit de hand van die [slachtoffer 1] heeft gerukt;

2.

hij op 28 september 2008, omstreeks 4.45 uur en derhalve op een tijdstip gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn, verdachtes, en/of zijn mededaders gading, telkens toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en het geld en/of de goederen van zijn, verdachtes, en/of zijn mededaders gading, onder hun bereik te brengen door middel van valse sleutels, met dat oogmerk met zijn mededaders,

- naar die woning is toegegaan en

- de portiekdeur met behulp van een gestolen/valse sleutel heeft geopend en

- de portiek is binnengegaan en

- de voordeur van die woning met behulp van een gestolen/valse sleutel heeft geopend en

- (bij het zien van mensen in die woning) de voordeur van die woning weer heeft dichtgetrokken en

- uit de portiek is gevlucht/gerend,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid,

welke poging tot diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging,

- die [slachtoffer 2] met een keycord met daaraan een sleutelbos heeft geslagen en

- agressief op die [slachtoffer 2] af is komen rennen en

- die [slachtoffer 2] heeft getracht te schoppen en

- die [slachtoffer 2] heeft geduwd en

- een mes ter hand heeft genomen en heeft gehouden en dat mes aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en stekende bewegingen met dat mes in de richting van die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en die [slachtoffer 2] hierbij de woorden heeft toegevoegd: "kom dan, kom dan."

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

1. Primair Diefstal in vereniging, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op de openbare weg.

2. Poging tot diefstal in vereniging, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De officier van justitie heeft aangegeven daarbij te hebben gelet op de aard en ernst van de tenlastegelegde feiten, de omstandigheden waarin deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals deze is gebleken uit de met betrekking tot zijn persoon opgemaakte rapportage en het verhandelde ter terechtzitting.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat rekening wordt gehouden met de eerdere veroordeling van verdachte d.d. 22 januari 2009 in die zin dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Nu de verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde dient de geëiste straf navenant te worden gematigd.

Beoordeling

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd. De rechtbank neemt hierbij en bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een tweetal vermogensdelicten in vereniging gepleegd gedurende de nacht, op de openbare weg en in een woning, en met toepassing van geweld en bedreiging met geweld tegen de slachtoffers. Verdachte heeft met deze delicten blijk gegeven van een gebrekkig respect voor een anders recht op ongestoord genot van eigendom en recht op integriteit van het lichaam.

Blijkens de ter terechtzitting voorgehouden schriftelijke slachtofferverklaringen, maar ook blijkens de processen-verbaal van aangifte is verdachte (mede)verantwoordelijk voor het teweegbrengen van hevige gevoelens van angst en onrust bij aangevers. De gevolgen van de door verdachte gepleegde delicten zijn voor aangevers nog steeds merkbaar en actueel. De rechtbank rekent verdachte de gevolgen van zijn handelen zwaar aan.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 28 maart 2009 waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen eerder is veroordeeld.

Bovendien heeft de rechtbank gelet op een reclasseringsrapport d.d. 18 november 2008 (opgemaakt in het kader van een eerdere strafzaak) voor zover daaruit blijkt van een groot gevaar voor recidive.

Dat de straf zoals de rechtbank deze passend en geboden acht, de eis van de officier van justitie overstijgt is daarin gelegen dat de rechtbank deze eis niet in verhouding vindt staan tot de aard en ernst van het bewezenverklaarde – de omstandigheden waaronder de delicten zijn gepleegd in aanmerking nemend – en bovendien in het feit dat de rechtbank in de vele recidive van verdachte aanleiding ziet om in de duur van de detentie de noodzaak van beveiliging van de maatschappij in sterkere mate tot uitdrukking te brengen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf tevens gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partij hebben zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beiden wonende te Groningen.

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 1.784,46, bestaande in een bedrag van € 1.250,- aan immateriële schade en een bedrag van € 534,46 aan materiele schade.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij

[slachtoffer 2] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 750,- aan immateriële schade.

De rechtbank zal de vorderingen tot de genoemde bedragen toewijzen in beiden gevallen – nu daartegen geen verweer is gevoerd – vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008.

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen telkens aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partijen ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het onder 1 primair en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren

beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht;

beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 1.784,46 (zegge zeventienhonderdvierentachtig Euro en zesenveertig cent) vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 en veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 1.784,46 (zegge zeventienhonderdvierentachtig Euro en zesenveertig cent) vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis; toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.784,46 vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], dan vervalt daarmee ook de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 750,- (zegge zevenhonderdvijftig Euro) vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 en veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 750,- (zegge zevenhonderdvijftig Euro) vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis; toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 750,- vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 28 september 2008 ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], dan vervalt daarmee ook de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. S. Tempel, voorzitter, mr. L.M.E. Kiezebrink en

mr. J.M.M. van Woensel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.H.S. Kroeze als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2009.

Mr. J.M.M. van Woensel en mr. J.H.S. Kroeze zijn buiten staat staat dit vonnis mede te ondertekenen.