Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ4772

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-08-2009
Datum publicatie
07-08-2009
Zaaknummer
399356 CV EXPL 09-3613
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbod + aanvaarding = overeenkomst. Dat is de eenvoudige regel die wet stelt voor het ontstaan van een overeenkomst. Maar zo simpel is het vaak niet. In deze zaak blijkt dat het moeilijk wordt wanneer de "aanvaarding" eigenlijk een nieuw aanbod is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 217
Burgerlijk Wetboek Boek 6 221
Burgerlijk Wetboek Boek 6 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2009/208 met annotatie van Cor Goudriaan/Anne Maren Langeloo
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 399356 \ CV EXPL 09-3613

Vonnis van 6 augustus 2009

inzake

[A.], en,

[B.],

beiden wonende te Groningen,

eisers, hierna [A.] en [B.] te noemen,

gemachtigde: mr. F. van Dijk, advocaat te Groningen (Kraneweg 47, 9718 JG),

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,

procederend in persoon.

PROCESGANG

1. Op de bij dagvaarding met producties vermelde gronden hebben [A.] en [B.] gevorderd te verklaren dat er tussen [gedaagde] en ieder van hen een overeenkomst tot beëindiging van een huurovereenkomst bestaat en voorts [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan ieder van hen van primair € 1.350,00 en subsidiair € 1.000,00, met rente en kosten.

[gedaagde] heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist.

Na repliek (met een productie) en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

OVERWEGINGEN

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [gedaagde] heeft aan [A.] een kamer verhuurd aan de [X]straat 55a te Groningen met ingang van 1 november 2005. [gedaagde] heeft aan [B.] een kamer verhuurd aan de [X]straat 55a te Groningen met ingang van 1 juni 2007.

2.2. Voor de door [gedaagde] gewenste huurbeëindiging, vragen [A.] en [B.] op 30 juni 2008 schriftelijk aan [gedaagde] een vergoeding van € 1.350,00 voor ieder van hen, en hulp bij de verhuizing in de vorm van een auto, aanhangwagen en verhuisdozen.

2.3. Met een brief van 4 augustus 2008 hebben [A.] en [B.] de huur opgezegd per 1 september 2008 en aanspraak gemaakt op € 1.350,00 per persoon. [A.] en [B.] hebben per 1 september 2008 de beschikking over andere woonruimte.

2.4. [gedaagde] heeft op 20 augustus 2008 op de brief van 4 augustus 2008 gereageerd dat er geen overeenkomst bestaat voor wat betreft de huurbeëindiging en dat de woning in verhuurde staat te koop is aangeboden. [gedaagde] stelt [A.] en [B.] in de gelegenheid de huurovereenkomsten onvoorwaardelijk te beëindigen per 1 september 2008.

2.5. Zowel [A.] als [B.] hebben na 20 augustus 2008 ondertekende verklaring aan [gedaagde] gestuurd waarin zij verklaren akkoord te zijn met een beëindiging van de huur per 1 september 2008.

De standpunten van partijen

3. [A.] en [B.] hebben zich gebaseerd op de vaststaande feiten en verder aangevoerd dat afgesproken is met [gedaagde] dat die aan ieder van hen een bedrag van € 1.350,00 zou voldoen bij het vertrek uit de kamers voor 1 september 2008. Eerst is het aanbod van [gedaagde] om ieder € 1.000,00 te betalen geaccepteerd. Daarna is een aanvullend bedrag van € 350,00 overeengekomen.

4. Het verweer van [gedaagde] is dat er geen overeenkomst is gesloten. [gedaagde] heeft in juni 2008 ieder een bedrag van € 1.000,00 aangeboden. Dat aanbod is niet geaccepteerd omdat [A.] en [gedaagde] met de brief van 30 juni 2008 een tegenvoorstel hebben gedaan waarin zij € 1.350,00 vragen en hulp bij de verhuizing in de vorm van een auto en verhuisdozen. Omdat er geen overeenkomst is gesloten heeft [gedaagde] de woning in verhuurde staat te koop gezet.

De beoordeling van het geschil

5. In deze zaak gaat het om de vraag of tussen [A.] en [B.] aan de ene kant, en [gedaagde] aan de andere kant, een overeenkomst is gesloten over de beëindiging van de huur en een vergoeding daarvoor. Voor het tot stand komen van een overeenkomst gelden onder meer de navolgende regels.

6. Een overeenkomst komt tot stand doordat de een het aanbod van de ander accepteert. Dat staat in artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

7. Wanneer de een op het aanbod van de ander reageert met een nieuw aanbod, betekent dit dat het eerste aanbod is verworpen en dat de een moet wachten of zijn nieuwe aanbod wordt geaccepteerd door de ander. Dat staat in artikel 6:225 lid 1 BW.

8. Een mondeling aanbod moet meteen worden geaccepteerd, anders vervalt het. Een schriftelijk aanbod moet binnen redelijke tijd worden geaccepteerd, anders vervalt het. Dat staat in artikel 6:221 lid 1 BW.

9. De kantonrechter is van oordeel dat tussen [A.] en [B.] aan de ene kant en [gedaagde] aan de andere kant geen overeenkomst is tot stand gekomen. [gedaagde] heeft een voorstel gedaan om [A.] en [B.] elk € 1.000,00 te betalen. Dat is begin juni 2008 en in ieder geval voor 30 juni 2008, mondeling gebeurd. Dit voorstel (aanbod) is vervallen omdat het niet meteen is geaccepteerd, of het is verworpen doordat [A.] en [B.] schriftelijk hebben gereageerd met een verdergaand voorstel, namelijk voor ieder € 1.350,00 en een verhuisauto en verhuisdozen (nieuw aanbod). Omdat [gedaagde] op dit verdergaande voorstel niet (instemmend) heeft gereageerd, is het verworpen.

10. De kantonrechter constateert dat zijn oordeel past bij de handelwijze van [A.] en [B.] nadat zij begrepen dat [gedaagde] een overeenkomst ontkende. Terwijl zij dat wisten hebben zij toch de huurbeëindigingsverklaring ondertekend. De kantonrechter is ook niet gebleken dat [A.] en [B.] schade hebben geleden. Daarover hebben zij niets concreet gesteld.

11. De vorderingen van [A.] en [B.] zullen worden afgewezen. Omdat zij de procedure verliezen moeten zij de proceskosten van [gedaagde] voldoen. Omdat die in persoon heeft geprocedeerd zullen die op nul worden vastgesteld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [A.] en [B.] in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde] tot aan deze uitspraak vastgesteld op nihil voor salaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 6 augustus 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: RTjT