Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ2089

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
Rk 09/283
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verlof ex art. 552p Sv. Computer en externe USB- en harddisks teruggegeven aan de verdachte.

Rechtbank verleent verlof om kopieën van deze gegevensdragers aan de officier van justitie ter beschikking te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Zittinghoudende te Groningen

Sector strafrecht

Lurisnummer: 2008110182

Kenmerk: Rk 09/283

BESLISSING

van de rechtbank Zutphen, meervoudige raadkamer voor strafzaken, zittinghoudende te Groningen, op een vordering van de officier van justitie van het functioneel parket te Rotterdam d.d. 19 mei 2009, strekkende tot het verlenen van verlof om de stukken van overtuiging die in beslag zijn genomen ter beschikking te stellen aan de officier van justitie, teneinde deze over te dragen aan de Duitse autoriteiten (artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering).

In deze zaak is als verdachte aangemerkt:

[naam verdachte],

geboren [geboortedatum en plaats],

wonende [adres verdachte].

In deze zaak is als belanghebbende aan te merken:

[naam belanghebbende],

[adres belanghebbende].

PROCEDURE

De Duitse autoriteiten hebben op 25 september 2008 een rechtshulpverzoek

(301 Ar 369/08) gedaan aan Nederland in een strafrechtelijk onderzoek tegen bovengenoemde verdachte.

De naar aanleiding van dit verzoek door de officier van justitie ingediende vordering tot doorzoeking ter inbeslagneming is door de rechter-commissaris toegewezen en op 22 april 2009 is een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in het pand [adres verdachte en belanghebbende]

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verlof verleent om de stukken van overtuiging die in beslag zijn genomen ter beschikking te stellen aan de officier van justitie, teneinde deze over te dragen aan de Duitse autoriteiten.

De officier van justitie alsmede verdachte en belanghebbende zijn gehoord ter zitting van

1 juli 2009.

BEOORDELING

Ter zitting heeft de officier van justitie zijn vordering toegelicht en aangegeven dat de computer alsmede twee externe USB-diskdrives en een losse harddisk reeds terug zijn bij verdachte, maar dat er exacte kopieën van deze disks zijn gemaakt. Hoewel deze kopieën feitelijk niet door de rechter-commissaris in beslag zijn genomen, moeten deze kopieën naar de mening van de officier van justitie gezien worden in het verlengde van het beslag. De officier van justitie verzoekt derhalve om verlof te verlenen voor deze kopieën en niet voor de computer en harddisks zelf.

Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat er veel stukken in beslag zijn genomen die geen betrekking hebben op het lopende onderzoek in Duitsland. Zo zijn er onder meer stukken

inbeslaggenomen die betrekking hebben op een verbouwing. Hierdoor kan deze verbouwing niet worden voortgezet. Tevens zijn er goederen inbeslaggenomen die nodig zijn voor de boekhouding. Verdachte geeft aan deze goederen graag terug te willen.

Belanghebbende heeft ter zitting aangevoerd dat er ook persoonlijke eigendommen van hem in beslag zijn genomen die niet van belang zijn voor het onderzoek. De belanghebbende heeft derhalve verzocht om deze persoonlijke eigendommen niet over te dragen.

Bij de beoordeling van de vordering van de officier van justitie dient onderzocht te worden of het verzoek van de bevoegde autoriteiten is uitgegaan, of het verzoek voor inwilliging vatbaar is en of bij inbeslagname van stukken van overtuiging sprake is van gekwalificeerde dubbele strafbaarheid.

De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde vragen bevestigend moeten worden beantwoord, terwijl zich niet een dwingende weigeringsgrond voordoet.

De rechtbank is van oordeel dat nu aan de formele vereisten is voldaan, de vordering van de officier van justitie dient te worden toegewezen.

De rechtbank zal, overeenkomstig hetgeen door de officier van justitie ter zitting is aangegeven, geen verlof verlenen ten aanzien van de inbeslaggenomen computer, twee externe USB-diskdrives en een losse harddisk. Deze zijn immers reeds terug bij verdachte.

Echter, na de inbeslagname van de computer en disks en vóór de teruggave daarvan aan verdachte, zijn blijkens een proces-verbaal van ambtshandelingen van opsporingsambtenaar Seesing van de Belastingdienst/ FIOD-ECD van 27 april 2009, van de zich op de harddisk van die computer en op de overige disks bevindende gegevens images (gewaarmerkte kopieën) gemaakt op twee blanco harddisks, genummer ALM-10-160 en ALM-10-161. Waar het nu gaat om de zich op de harddisk van de computer en op de overige disks bevindende gegevens als zijnde stukken van overtuiging, is de rechtbank van oordeel dat gegeven voornoemd proces-verbaal van ambtshandelingen met bijlagen, de daarbij behorende disks ALM-10-160 en ALM-10-161 als inbeslaggenomen stukken van overtuiging dienen te worden aangemerkt.

Ten aanzien van de verweren van verdachte en belanghebbende overweegt de rechtbank dat zolang het tegendeel niet is bewezen, het niet vaststaat dat enkele van de inbeslaggenomen goederen niet van belang zijn voor het onderzoek. Derhalve zal de rechtbank ook ten aanzien van deze goederen verlof verlenen zodat deze kunnen worden overgedragen aan Duitsland.

De rechtbank zal op grond van artikel 552p, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering het verlof om de stukken van overtuiging die in beslag zijn genomen over te dragen verlenen, onder het voorbehoud dat de stukken van overtuiging zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering noodzakelijke gebruik is gemaakt.

BESLISSING

De rechtbank:

verleent, onder het voorbehoud als hierboven omschreven, verlof om de stukken van overtuiging die in beslag zijn genomen als vermeld op de aan deze beslissing gehechte lijsten, alsmede het proces-verbaal van ambtshandelingen van opsporingsambtenaar Seesing van de Belastingdienst/ FIOD-ECD van 27 april 2009 en de images genummer ALM-10-160 en ALM-10-161, ter beschikking te stellen aan de officier van justitie, teneinde deze over te dragen aan de Duitse autoriteiten.

Deze beslissing is aldus gegeven door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en

S. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. de Jong als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2009.

Mr. Smeets was buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.