Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ1332

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
02-07-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
18/670160-08 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor mensenhandel gedurende enige periode ten aanzien van een viertal betrokken vrouwen tot een gevangenisstraf van drie jaren. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk met betrekking tot die tenlastegelegde feiten die niet in Nederland zijn gepleegd vanwege het ontbreken van rechtsmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670160-08

datum uitspraak: 2 juli 2009

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. S. Dogan

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum en -plaats],

wonende aan [adres verdachte],

hierna: verdachte

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 juli 2008, 16 oktober 2008 en 18 juni 2009.

TENLASTELEGGING

Aan verdachte is - na nadere omschrijving tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting van 18 juni 2009 - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2003 tot 1 maart 2004, in de gemeente Heerenveen en/of Deventer en/of Groningen en/of (elders) in Nederland, en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

A.

een ander, te weten [Getuige A] (geboren 26-11-1984) en/of [Getuige B] (geboren 12-12-1982) en/of [Getuige C] (geboren 03-12-1981), door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar zou stellen (sub 1°)

en/of

B.

een persoon, te weten [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of M.N. [Getuige C], heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 2°)

en/of

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] met of voor een derde tegen betaling, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zou stellen tot het plegen van die (seksuele) handelingen (sub 4°)

en/of

D.

een ander, te weten [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of één en/of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)

uit de opbrengst(en) van haar seksuele handelingen met of voor een derde te bevoordelen (sub 6°)

bestaande dat geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of die (ondernomen) handelingen en/of dat getrokken

voordeel hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- de reis van die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] naar Nederland geheel of gedeeltelijk heeft/hebben betaald en/of geregeld, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] vanuit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland heeft/hebben vervoerd en/of overgebracht en/of doen en/of laten vervoeren en/of overbrengen, al dan niet onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of M.N. [Getuige C], in Nederland, in vrijheid (veel meer) geld kon verdienen met werkzaamheden (als prostituee), en/of

- de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben geregeld en/of laten regelen en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben ondergebracht in een pand en/of aldaar haar heeft/hebben tegengehouden en/of belemmerd om weg te gaan, althans verhinderd zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevond, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht en/of gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een kamer/vitrine heeft/hebben geplaatst of laten plaatsen, althans een kamer/vitrine voor haar heeft/hebben geregeld of laten regelen, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] als prostituee heeft/hebben laten werken en/of haar werktijden heeft/hebben bepaald, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] onder controle heeft/hebben gehouden en/of laten houden, en/of

- die [Getuige A] heeft/hebben bedreigd met woorden als "Weet je wel wie ik ben, weet je wel wat ik met je kan doen" en/of heeft gedreigd dat hij haar van de trap zou gooien en/of haar wilde vermoorden en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] onder een zodanige psychische druk heeft/hebben gezet en/of in een zodanige afhankelijke en/of dreigende situatie heeft/hebben gebracht dat die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] haar verzet opgaf en/of niet durfde op te houden met prostitutiewerkzaamheden en/of niet durfde op te houden met het afdragen van (alle) verdiensten daaruit aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of dat verdachte en/of zijn mededader(s) (aldus) door de (controlerende en/of intimiderende en/of afhankelijk makende en/of vrijheidsbeperkende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn mededader(s) jegens die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C], bij die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] de vrees heeft opgewekt dat verdachte en/of zijn mededader(s) geweld zou(den) toepassen op die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of familieleden van die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of een of meer ander(en) indien zij niet zou voldoen aan de eisen van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] schuld(en) diende af te lossen en/of te voldoen alvorens zij terug mocht naar Bulgarije, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben verteld dat de helft en/of een deel van de verdiensten (in de prostitutie) voor haar zouden zijn, en/of

- die [Getuige A] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot 1 april 2002, in de gemeente Groningen en/of Deventer en/of Heerenveen en/of (elders) in Nederland, en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

A.

(een) ander(en), te weten [Getuige D] (geboren 07-06-1980) en/of [Getuige E] (geboren 29-07-1978) en/of [Getuige F] (geboren 11-07-1981) en/of [Getuige B] (geboren 12-12-1982) en/of [Getuige C] (geboren 03-12-1981), door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander(en) zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar zou(den) stellen (sub 1°)

en/of

B.

(een) perso(o)n(en), te weten [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of M.N. [Getuige C], heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling (sub 2°)

en/of

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] met een derde tegen betaling, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zou(den) stellen tot het plegen van die (seksuele) handelingen (sub 4°)

en/of

D.

(een) ander(en), te weten [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of één en/of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) uit de opbrengst(en) van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen (sub 6°)

bestaande dat geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of die (ondernomen) handelingen en/of dat getrokken

voordeel hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- de reis van die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] naar Nederland geheel of gedeeltelijk heeft/hebben betaald en/of geregeld, en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] vanuit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland heeft/hebben vervoerd en/of overgebracht en/of doen en/of laten vervoeren en/of overbrengen, al dan niet onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of M.N. [Getuige C], in Nederland, in vrijheid (veel meer) geld kon verdienen met werkzaamheden (als prostituee), en/of

- de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben geregeld en/of laten regelen en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben ondergebracht in een pand en/of aldaar haar heeft/hebben tegengehouden en/of belemmerd om weg te gaan, althans verhinderd zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevond(en), en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht en/of gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was/waren en niet over inkomsten beschikte(n) en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] in een kamer/vitrine heeft/hebben geplaatst of laten plaatsen, althans een kamer/vitrine voor haar/hen heeft/hebben geregeld of laten regelen, en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] als prostituee heeft/hebben laten werken en/of haar/hun werktijden heeft/hebben bepaald, en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] onder controle heeft/hebben gehouden en/of laten houden, en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] onder een zodanige psychische druk heeft/hebben gezet en/of in een zodanige afhankelijke en/of dreigende situatie heeft/hebben gebracht dat die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] haar verzet opgaf en/of niet durfde op te houden met prostitutiewerkzaamheden en/of niet durfde op te houden met het afdragen van (alle) verdiensten daaruit aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of dat verdachte en/of zijn mededader(s) (aldus) door de (controlerende en/of intimiderende en/of afhankelijk makende en/of vrijheidsbeperkende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn mededader(s) jegens die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C], bij die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] de vrees heeft opgewekt dat verdachte en/of zijn mededader(s) geweld zou(den) toepassen op die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of familieleden van die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of een of meer ander(en) indien zij niet zou(den) voldoen aan de eisen van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] schuld(en) diende(n) af te lossen en/of te voldoen alvorens zij terug mocht(en) naar Bulgarije, en/of die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] heeft/hebben verteld dat de helft en/of een deel van de verdiensten (in de prostitutie) voor haar zouden zijn, en/of

- die [Getuige D] en/of [Getuige E] en/of [Getuige F] en/of [Getuige B] en/of [Getuige C] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen.

ONTVANKELIJKHEID VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

Namens verdachte is betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vervolging, omdat de start van het onderzoek onrechtmatig is geweest. Daarbij is aangevoerd dat het Zwolsmancriterium is geschonden doordat de politie, zonder dat daartoe een aanleiding bestond, de minderjarige prostituee [Betrokkene D] zou hebben bewogen een telefoonnummer ten name van verdachte te "activeren". Daardoor is verdachte zonder dat daarvoor voldoende verdenking bestond in het strafrechtelijke onderzoek betrokken.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar verweer. Daargelaten dat een deugdelijke feitelijke onderbouwing van het verweer ontbreekt, stelt de rechtbank vast dat verdachte al veel eerder als verdachte in beeld was gekomen. De rechtbank verwijst naar de in het hoofdverbaal op de bladzijden 65 e.v. vermelde CIE-informatie uit 2004 in combinatie met de op verzoek van de raadsvrouw zelf in het dossier gevoegde informatie uit het onderzoek Oostenrijk.

De rechtbank kan niet inzien, en de raadsvrouw heeft dit verder ook op geen enkele manier onderbouwd, hoe gekomen zou kunnen worden tot het oordeel dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, laat staan dat door dat verzuim doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort zou zijn gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Het verweer wordt dan ook verworpen.

De rechtbank overweegt ambtshalve, gehoord de officier van justitie en de raadsvrouw, dat haar geen rechtsmacht toekomt met betrekking tot tenlastegelegde mogelijk door verdachte in Bulgarije gepleegde strafbare feiten. Ten aanzien van dit onderdeel der tenlastelegging zal de rechtbank de officier van justitie dan ook niet ontvankelijk verklaren.

BEWIJSVRAAG

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft met betrekking tot het bewijs gewezen op de verklaringen van de betrokken vrouwen, met name [Getuige A], [Getuige D], [Getuige E] en [Getuige F], als afgelegd ten overstaan van de politie, middels tussenkomst van een rogatoire commissie en als afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris, alle in onderlinge samenhang beschouwd. Bovendien heeft de officier van justitie gewezen op hetgeen blijkt omtrent de reisbewegingen van de betrokken vrouwen en verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van verdachte van het hem onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Naar de mening van de raadsvrouw is uit de voorhanden zijnde bescheiden onvoldoende wettig en overtuigend gebleken van een strafbare betrokkenheid van verdachte bij de prostitutiewerkzaamheden van de betrokken vrouwen.

De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het feit dat de betrokken vrouwen wisselend verklaren over de rol van verdachte. Bovendien blijkt volgens de raadsvrouw uit de verklaringen van de betrokken vrouwen niet dat sprake is geweest van enige vorm van dwang, misleiding, geweld of bedreigingen. Voor zover uit het strafdossier incidenteel wel blijkt van dergelijke feiten en omstandigheden, hebben de betrokken vrouwen een belang om daarover te verklaren (bijvoorbeeld om vermeende schade op verdachte te kunnen verhalen of hun prostitutiewerkzaamheden te vergoelijken). De verklaringen van de betrokken vrouwen zijn derhalve niet voldoende betrouwbaar om als basis voor een veroordeling te fungeren.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de bewijsvraag acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Met betrekking tot feit 1

1.

Een proces-verbaal van aangifte van [Getuige A] d.d. 8 november 2005, opgenomen op pagina 3198ev van een strafdossier met nummer 07-007080 RET-001 d.d. 27 februari 2009 (Muurbloem), waaruit als verklaring van aangeefster [Getuige A] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Ik wilde weg uit mijn dorp. Via de dochter van een discotheekeigenaar (Silvia) kwam ik in contact met [Verdachte]. Hij zei me dat ik veel geld kon verdienen en dat ik snel zou kunnen vertrekken. Een week later gingen we weer naar [Verdachte], ik moest toen mooie kleren aan doen en ze wilden weten of ik een paspoort had. Op 15 mei 2003 ging ik met Sylvia andermaal naar [Verdachte]. We gingen naar zijn café in Sofia. Ik wist dat ik toen naar Nederland zou gaan, dat had Silvia gezegd. De volgende dag ben ik met [Verdachte] in zijn auto naar Nederland gereden. De 17e kwamen we in Nederland aan. [Verdachte] vertelde me onderweg wat voor werk ik zou gaan doen. Hij zei dat ik € 1.000,- per dag zou verdienen in de prostitutie. Hij had geld voor mij betaald en ik moest dat eerst terugbetalen. Hij zou de papieren voor me regelen maar ik moest hem daar € 30.000,- voor terugbetalen. Ik wilde niet terug naar huis omdat ik daar door mijn vader geslagen werd. Ik moest dus wel doorzetten.

In Nederland gingen we via Deventer naar Heerenveen. In Deventer heeft [Verdachte] geld gehaald bij Blondi. In Heerenveen was ik in een woning met Teodora en Monika. In die woning waren vitrines. Monika had een vitrine voor me geregeld. [Verdachte] heeft me toen doorgereden naar Groningen. Daar zat ik in een kamer boven de ramen in de Muurstraat.

De volgende dag gingen we weer naar Heerenveen. Monika schreef op een papiertje welke tarieven ik moest rekenen. Ik voelde me vreselijk achter de ramen maar ik kon niet vluchten. Ik moest [Verdachte] terugbetalen. [Verdachte] kwam iedere dag aan het einde van de dag langs om het geld dat ik die dag had verdiend op te halen. De eerste weken haalde hij me op zondag op en dan mocht ik bij hem thuis in Groningen uitrusten. Hij belde me een aantal malen per dag op een telefoon die ik van hem had gekregen om te vragen hoeveel ik al had verdiend.

Ik heb 6 maanden voor [Verdachte] gewerkt. Toen kwam Nadiya. Zij heeft toen voor [Verdachte] gewerkt.

Later zei [Verdachte] dat ook Boryana voor hem kwam werken. Ik hoorde dat Boryana na een week was gevlucht en dat [Verdachte] haar in Bulgarije had getraceerd en in elkaar had geslagen.

Ik heb daarna nog 3 maanden gewerkt in club [Club A] in Sneek. Nadiya regelde daarna voor mij dat ik bij een escortbedrijf in Groningen kon werken. [Betrokkene J] regelde voor [Verdachte] een verblijfsvergunning voor mij, die is echter afgewezen.

In heb in totaal van 16 mei 2003 tot jan/feb 2004 voor [Verdachte] gewerkt.

[Verdachte] belde me om me te controleren, maar de meisjes controleerden elkaar ook in opdracht van [Verdachte]. Ik heb eenmaal geld overgemaakt naar mijn moeder. [Verdachte] kwam daar achter en heeft toen gedreigd mij van de trap te zullen gooien. Hij was vreselijk boos en wilde me vermoorden. Ik was erg bang voor [Verdachte]. Ik denk dat ik ongeveer € 40.000,- aan [Verdachte] heb gegeven. Dat was netto, de kosten voor de vitrines etc. had ik dan al voldaan. In februari 2004 ben ik gestopt om geld te sturen naar [Verdachte]. Hij belde me toen regelmatig. Hij sms-te ook: 'weet je wel wie ik ben en wat ik met je kan doen!'

2.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige A] d.d. 6 oktober 2008, waaruit als verklaring van aangeefster [Getuige A] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Groningen, zakelijk weergegeven:

Ik heb ten overstaan van de politie in mijn aangifte de waarheid gesproken. [Verdachte] was mijn pooier.

3.

Een proces-verbaal van verhoor van [Betrokkene M] d.d. 28 mei 2008, opgenomen op pagina 2136ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige Van Meel ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Ik leerde V. [Getuige A] kennen in september/oktober 2003. Ik denk dat ik haar leerde kennen via mijn vriendin en via [Verdachte]. Ik heb [Getuige A] een kamer verhuurd.

4.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige C] d.d. 29 januari 2009, opgenomen op pagina 2278ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige C] ten overstaan van verbalisanten van de Oostenrijkse justitie, zakelijk weergegeven:

Nadat ik in Groningen had gewerkt, heb ik mijn raam doorgegeven aan [Getuige A]. Ik ontmoette [Verdachte] en [Getuige A] in een club in Heerenveen. Het is mogelijk dat ik aan [Getuige A] een blaadje met de prijzen voor de seksuele handelingen heb gegeven. Ik heb haar verteld hoe de meisjes werken en welke kleren zij achter het raam moesten dragen.

5.

Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai van reisbewegingen, als vervat op pagina 1451ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, zakelijk weergegeven:

Op 16 mei 2003 reisde [Verdachte] tezamen met [Getuige A] Bulgarije uit in een Mercedes met kenteken [Kenteken].

Met betrekking tot feit 2

6.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige D] d.d. 25 september 2008, opgenomen op pagina 3218ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige D] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Ik ben bang voor [Verdachte] en heb daarom eerder niet naar waarheid verklaard.

Eind juli 2001 kwam ik in een disco in contact met [Verdachte]. Ik kon voor hem in een hotel werken in Nederland. Ik was toen zwanger. [Verdachte] betaalde later voor mijn abortus, ik moest hem deze kosten terugbetalen.

Ik vertrok op 1 augustus 2001 met [Verdachte] per bus naar Nederland.

[Verdachte] toonde me de ramen in Groningen. Ik schrok en zei dat ik in een hotel zou gaan werken. Hij zei dat hij onkosten voor me had gemaakt en dat ik voor hem moest gaan werken in de prostitutie om hem terug te betalen. Ik ging aan het werk als prostituee. De bedragen die ik moest vragen vertelde [Verdachte] me. Hij controleerde hoeveel ik verdiende. Als ik niet genoeg had verdiend moest ik langer doorwerken. Ik heb [Verdachte] een keer gezegd dat ik graag zou stoppen. Hij zei dat dat echt niet kon omdat hij voor mij in Nederland was en kosten had. Ik heb tot maart 2002 gewerkt voor [Verdachte]. Ik heb in een half jaar ongeveer Fl. 50.000,- verdiend. Hiervan moest ik de onkosten zelf dragen. Het restant kreeg [Verdachte]. Als ik te weinig verdiend had werd [Verdachte] boos en zei hij me harder te werken.

7.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige D] d.d. 26 november 2008, waaruit als verklaring van getuige [Getuige D] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Groningen, zakelijk weergegeven:

[Verdachte] was mijn pooier. Hij controleerde me dagelijks op mijn werkzaamheden. Hij hield bij hoeveel klanten ik had. [Medeverdachte D] en [Verdachte] haalden het geld dat ik verdiende aan het einde van de dag op.

8.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige G] d.d. 27 mei 2008, opgenomen op pagina 3243ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige G] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Daniela [Getuige D] kwam met [Verdachte] naar Nederland, dus ik denk dat zij haar verdiende geld aan [Verdachte] gaf. [Verdachte] was de baas van Daniela.

9.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige G] d.d. 27 mei 2008, opgenomen op pagina 3243ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige G] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

U toont mij een foto (foto van [Getuige E]). Ik herken haar als Kipra. Ik weet dat zij werkte voor [Verdachte].

10.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige E] d.d. 14 oktober 2008, opgenomen op pagina 3341ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige E] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Ik ben bang voor represailles en heb daarom niet eerder naar waarheid verklaard.

[Verdachte] heeft alles voor mij geregeld. [Verdachte] betaalde mijn paspoort. Hij vertelde me dat ik in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. [Verdachte] betaalde de busreis. [Getuige H] heeft me in Groningen van de bus gehaald. [Verdachte] vertelde me hoe het werken in de prostitutie ging. [Getuige H] vertelde me welke prijzen ik moest vragen. [Verdachte] gaf aan dat ik een schuld had bij hem en dat ik hem terug moest betalen. Ik moest 50% van mijn verdiende geld aan hem afstaan.

11.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige E] d.d. 29 december 2008, waaruit als verklaring van getuige [Getuige E] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank, zakelijk weergegeven:

Ik ben door [Verdachte] door omstandigheden in de prostitutie gedwongen. Ik gaf mijn geld af aan [Verdachte] maar heb ook wat achtergehouden. [Verdachte] heeft voor mij mijn paspoort, de reis, de papieren en de kamer geregeld.

12.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige F] d.d. 8 oktober 2008, opgenomen op pagina 3347ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige F] ten overstaan van de onderzoekers van de Nationale Onderzoeksdienst in Sofia (Bulgarije), zakelijk weergegeven:

Ik heb in 2001 in Groningen gewerkt in de prostitutie. Ik ontmoette [Verdachte] in Bulgarije. Hij zou een en ander regelen, onder andere de reis. Ik moest hem later terugbetalen. [Verdachte] haalde me van het busstation in Nederland. We reden met de auto naar de plek waar ik ging werken. Ik moest met een meisje naar de politie om me aan te melden. Ik heb daar papieren gekregen. Ik ben ongeveer 2 a 3 maanden in Groningen gebleven. Ik heb ook achter de ramen gestaan. Ik voelde me afhankelijk van [Verdachte] en de anderen. Het beetje geld dat ik verdiende ging naar [Verdachte].

13.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige F] d.d. 8 oktober 2008, opgenomen als bijlage van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige F] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank, zakelijk weergegeven:

Ik heb een paar dagen als prostituee gewerkt voor [Verdachte]. Ik denk dat het ongeveer een maand was. Ik heb het geld dat ik verdiende aan [Verdachte] gegeven. Ik zou hem terug betalen voor de reis en het paspoort. Toen ik wel voor hem werkte controleerde [Verdachte] me dagelijks. Hij belde of kwam langs.

14.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juli 2008, opgenomen op pagina 1446ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van de relaterende verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 1 augustus 2001 verlaat [Verdachte] met een bus Bulgarije. In dezelfde bus rijdt mee [Getuige D].

15.

Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai van reisbewegingen, als vervat op pagina 1469ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, zakelijk weergegeven:

Op 22 januari 2002 reist [Getuige E] per bus Bulgarije uit.

Op 17 april 2002 reizen [Getuige D], [Getuige H] en [Getuige E] per bus Bulgarije in.

Op 24 juni 2001 is [Getuige F] per bus Bulgarije uitgereisd. Op 13 september 2001 is [Getuige F] per bus Bulgarije in gereisd. Op 30 maart 2002 is [Getuige F] per bus Bulgarije uitgereisd en op 13 april 2002 is [Getuige F] Bulgarije weer per bus in gereisd.

16.

Een proces-verbaal van aangifte van [Getuige I] d.d. 20 december 2004, opgenomen op pagina 3160ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van aangeefster [Getuige I] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

U toont mij een foto (foto van [Getuige F]). Ik herken haar. Zij werkte in de tijd dat ik als prostituee werkte, medio 2001, voor [Verdachte].

17.

Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige E] d.d. 7 oktober 2008, opgenomen op pagina 3331ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige E] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

In april 2002 is een staking geweest. Ik was daarbij. De kamers werden gesloten voor Bulgaarse vrouwen.

(Als bijlage is aan dit proces-verbaal gevoegd een kopie van de voorpagina van het dagblad van het Noorden d.d. 6 april 2002. Uit deze kopie blijkt dat burgermeester Wallage destijds had besloten prostitutiepanden te sluiten.)

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde mensenhandel met betrekking tot [Getuige B] en [Getuige C]. Hoewel met betrekking tot deze vrouwen blijkt dat zij in de tenlastegelegde periode in de prostitutie hebben gewerkt en in die tijd omgang hadden met verdachte, blijkt noch uit de verklaringen van deze beide vrouwen, noch uit de overigens voorhanden zijnde bewijsmiddelen van een situatie waarin zij door verdachte werden uitgebuit. De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ten aanzien van deze vrouwen aan mensenhandel schuldig heeft gemaakt.

Met betrekking tot de door de verdediging gestelde onbetrouwbaarheid van de verklaringen en de onbruikbaarheid van die verklaringen voor de bewijsvoering overweegt de rechtbank als volgt.

Terzake dat deel van de verklaringen van aangevers, getuigen en medeverdachten dat door de rechtbank voor het bewijs is gebezigd, heeft de rechtbank echter geen reden om aan de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen.

De verklaringen van de getuigen [Getuige A], [Getuige D], [Getuige E] en [Getuige F] komen in belangrijke mate op de essentiële onderdelen overeen en worden ondersteund door de overigens gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de reisbewegingen en de verklaringen van getuigen [Getuige G] en [Getuige I].

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 februari 2003 tot 1 maart 2004, in de gemeente Heerenveen en Deventer en Groningen en elders in Nederland, meermalen, (telkens)

A.

[Getuige A] (geboren 26-11-1984) door feitelijkheden en door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden, heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar zou stellen; en

B.

[Getuige A] heeft medegenomen met het oogmerk die [Getuige A] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; en

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige A] met of voor een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist dat die [Getuige A] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zou stellen tot het plegen van die seksuele handelingen; en

D.

[Getuige A] door feitelijkheden en door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met of voor een derde te bevoordelen

bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met geweld en andere feitelijkheden en dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en die misleiding en die ondernomen handelingen en dat getrokken voordeel hieruit dat verdachte, meermalen, (telkens)

- die [Getuige A] vanuit het buitenland Bulgarije naar Nederland heeft vervoerd onder de valse voorstelling van zaken dat zij, V.D. [Getuige A], in Nederland, in vrijheid veel meer geld kon verdienen met werkzaamheden als prostituee, en

- de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige A] heeft laten regelen en

- die [Getuige A] heeft ondergebracht in een pand, en

- die [Getuige A] in een kwetsbare positie heeft gebracht en gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte en

- die [Getuige A] in een kamer/vitrine heeft geplaatst, en

- die [Getuige A] als prostituee heeft laten werken en haar werktijden heeft bepaald, en

- die [Getuige A] onder controle heeft gehouden, en

- die [Getuige A] heeft bedreigd met woorden als "Weet je wel wie ik ben, weet je wel wat ik met je kan doen" en heeft gedreigd dat hij haar van de trap zou gooien en

- die [Getuige A] onder een zodanige psychische druk heeft gezet en in een zodanige afhankelijke en dreigende situatie heeft gebracht dat die [Getuige A] haar verzet opgaf en niet durfde op te houden met het afdragen van alle verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden aan verdachte, en

- die [Getuige A] heeft verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige A] schulden diende af te lossen alvorens zij terug mocht naar Bulgarije, en

- die [Getuige A] heeft verteld dat een deel van de verdiensten in de prostitutie voor haar zouden zijn, en

- die [Getuige A] een groot deel van de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte heeft laten afdragen;

2.

hij in de periode van 1 januari 2001 tot 1 april 2002, in de gemeente Groningen en Deventer en Heerenveen en elders in Nederland, meermalen, (telkens)

A.

anderen, te weten [Getuige D] (geboren 07-06-1980) en [Getuige E] (geboren 29-07-1978) en [Getuige F] (geboren 11-07-1981) door feitelijkheden en door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden, heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist, dat die anderen zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar zouden stellen; en

B.

personen, te weten [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F], heeft medegenomen met het oogmerk die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling; en

C.

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] met een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist, dat die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zouden stellen tot het plegen van die seksuele handelingen; en

D.

anderen, te weten [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] door feitelijkheden en door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen

bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met geweld en die andere feitelijkheden en dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en die misleiding en die ondernomen handelingen en dat getrokken voordeel hieruit dat verdachte, meermalen, (telkens)

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] vanuit het buitenland Bulgarije naar Nederland heeft vervoerd en/of laten vervoeren onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F], in Nederland, in vrijheid veel meer geld konden verdienen met werkzaamheden als prostituee, en

- de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] heeft geregeld of laten regelen en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] heeft ondergebracht in een pand, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] in een kwetsbare positie heeft gebracht en gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig waren en niet over inkomsten beschikten en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] in een kamer/vitrine heeft geplaatst, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] als prostituee heeft laten werken en hun werktijden heeft bepaald, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] onder controle heeft gehouden, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] onder een zodanige psychische druk heeft gezet en in een zodanige afhankelijke en dreigende situatie heeft gebracht dat die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] hun verzet opgaven en niet durfden op te houden met het afdragen van alle verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden aan verdachte, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] heeft verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] schulden dienden af te lossen alvorens zij terug mochten naar Bulgarije, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] heeft verteld dat een deel van de verdiensten in de prostitutie voor haar zouden zijn, en

- die [Getuige D] en [Getuige E] en [Getuige F] een groot deel van de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte heeft laten afdragen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

1. Mensenhandel, meermalen gepleegd.

2. Mensenhandel, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFOPLEGGING

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Daarbij heeft de officier van justitie gelet op de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van de verdachte en de gevolgen die de feiten hebben gehad voor de betrokken vrouwen. Daarnaast heeft de officier van justitie ook rekening gehouden met het generaal preventieve doel van de straf.

Standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat de rechtbank - indien zij tot een bewezenverklaring komt - de door de officier van justitie geëiste straf matigt.

De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het feit dat in vergelijkbare mensenhandelzaken lagere straffen werden opgelegd. Bovendien heeft de raadsvrouw aangevoerd dat in de onderhavige zaak - voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt - geen sprake is geweest van geweld door verdachte gepleegd in de richting van de betrokken vrouwen.

Beoordeling

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd. De rechtbank neemt hierbij en bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich in twee afzonderlijke periodes schuldig gemaakt aan de exploitatie van meerdere vrouwen door hen in Nederland voor zich te laten prostitueren, waarbij verdachte goeddeels het door hun verdiende geld opstreek.

Nadat in de eerste periode verdachte drie slachtoffers had gemaakt en deze periode werd afgesloten door overheidsingrijpen is verdachte enige jaren later wederom in deze handel gedoken met ditmaal één slachtoffer. Verdachte wekte daarbij bij zijn slachtoffers eerst grote verwachtingen en ten slotte als rest hiervan slechts angst en schaamte en een gevoel van uitbuiting. Verdachte is daarbij zonder enige scrupule te werk gegaan en heeft zijn in totaal vier slachtoffers, geheel gericht op eigen belang, op cynische wijze uitgebuit.

De wetgever heeft deze vorm van criminaliteit met forse straffen bedreigd. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen en heeft geen inzicht gegeven in zijn persoon en zijn achtergronden, welke mogelijk hebben geleid tot het plegen van deze delicten. De rechtbank rest dan ook geen andere keuze dan om verdachte geheel verantwoordelijk te houden voor het plegen van ernstige criminele feiten.

Gelet hierop en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede ten behoeve van een generale preventie acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. Dat verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is geweest, doet hier niet aan af. De door de officier van justitie gevorderde straf is daarom in beginsel passend.

Het gegeven dat de rechtbank anders dan de officier niet tot een bewezenverklaring komt ten aanzien van alle in de tenlastelegging onder 1 genoemde slachtoffers en de relatieve ouderdom van de onderhavige misdrijven zijn voor de rechtbank redenen om deze straf te matigen.

De benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [Getuige D], wonende te Groningen.

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

De benadeelde partij is op de terechtzitting bijgestaan door mr. U.H. Hansma, advocaat te Groningen.

De rechtbank overweegt dat de stellingen van de benadeelde partij omtrent de hoogte van de schade en de aansprakelijkheid van verdachte voor het schadebedrag door de verdediging onvoldoende gemotiveerd is weersproken. De rechtbank acht de omvang van de schade door de benadeelde partij afdoende geadstrueerd.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van

€ 19.763,-.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 250a (oud) en 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk met betrekking tot het verdachte telastegelegde in Bulgarije gepleegde;

- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;

beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij

wijst de vordering van de benadeelde partij [Getuige D], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 19.763,- (zegge negentienduizendzevenhonderddrieënzestig Euro) en veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 19.763,- (zegge negentienduizendzevenhonderddrieënzestig Euro) ten behoeve van de benadeelde partij [Getuige D], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 128 dagen hechtenis; toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 19.763,- (zegge negentienduizendzevenhonderddrieënzestig Euro) ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. E.W. van Weringh, voorzitter, mr. S. Tempel en mr. J.E. Wichers, in tegenwoordigheid van mr. J.H.S. Kroeze, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2009.