Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BI0985

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
18/670040-09 en 18/670199-08 (gev ttz) (promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het handelen in strijd met artikel 2 onder B en C alsmede 3 onder C van de Opiumwet en diefstal van elektriciteit. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte kennelijk kon beschikken over grote hoeveelheden hard drugs en zo een belangrijke rol vervulde in de drugshandel. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf doch legt aan verdachte een groter voorwaardelijk deel op dan door de officier van justitie gevorderd nu verdachte inmiddels tijdens detentie is afgekickt en na detentie kan terugkeren bij zijn oude werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummers: 18/670040-09 en 18/670199-08 (gev ttz) (promis)

datum uitspraak: 9 april 2009

op tegenspraak

raadsman: mr. W.B.M. Bos

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [plaats van detentie].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

1 september 2008, 13 november 2008, 5 februari 2009, 12 maart 2009 en 27 maart 2009.

Tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 18/670199-08 op de terechtzitting van 13 november 2008 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

(parketnummer 18/670040-09)

1.

hij,

in of omstreeks de periode van 28 januari 2008 tot en met 28 mei 2008,

te [woonplaats verdachte], in de gemeente [naam gemeente],

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [adres])

ongeveer 80, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij,

in of omstreeks de periode van 28 januari 2008 tot en met 28 mei 2008,

te [woonplaats verdachte], in de gemeente [naam gemeente],

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Essent netwerk BV, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

(parketnummer 18/670199-08)

hij

in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 21 mei 2008,

in de gemeente [naam gemeente] en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde MDMA, amfetamine en/of cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I;

EN/OF

hij

in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 21 mei 2008,

in de gemeente [naam gemeente],

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

hoeveelheden of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde MDMA, amfetamine en/of cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat verdachte in de zaak met parketnummer 18/670199-08 vrijgesproken dient te worden van het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de bewezenverklaring in de zaak met parketnummer 18/670040-09 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft het bezit van een hennepkwekerij en de diefstal van stroom erkend.

Met betrekking tot de zaak met parketnummer 18/670199-08 heeft de raadsman betoogd dat kan worden bewezen dat verdachte, uitgaande van de verklaringen van [4 medeverdachten], in totaal 30 kg speed heeft verhandeld met [medeverdachte 1]. Daarbij was sprake van in totaal negen leveringen. Voor overige leveringen is geen steunbewijs. Van enige handel in MDMA en/of cocaïne blijkt onvoldoende uit het dossier, behoudens de verklaring van [medeverdachte 2] die zij later zelf herroept en de verklaring van [medeverdachte 1] dat bij het transport een zakje cocaïne zat. Verdachte ontkent dat deze cocaïne van hem afkomstig is.

Beoordeling

(parketnummer 18/670040-09)

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Feit 1

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 27 maart 2009 afgelegd.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 september 2008 met fotobijlage, opgenomen op pagina 4 e.v. van dossier PL201B/08-008210 d.d. 23 september 2008.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen d.d. 29 mei 2008, opgenomen op pagina 11 e.v. van voormeld dossier.

Feit 2

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Essent Netwerk B.V. d.d. 9 juni 2008, opgenomen op pagina 24 e.v. van voormeld dossier.

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 27 maart 2009 afgelegd.

(parketnummer 18/670199-08)

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 27 maart 2009 afgelegd.

De getuigenverklaring door [medeverdachte 3] op 12 februari 2009 bij de rechter-commissaris afgelegd.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] d.d.

22 mei 2008, opgenomen op pagina 54 e.v. van persoonsdossier 7, welk dossier onderdeel is van het procesdossier Capitool met dossiernummer 08-005335.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d.

17 juni 2008, opgenomen op pagina 48 e.v. van voormeld persoonsdossier.

Een schriftelijk stuk, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 25 juli 2008, opgenomen op pagina 494 e.v. van het aanvullende algemeen dossier (map 2), onderdeel van voormeld procesdossier Capitool.

Een schriftelijk stuk, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 augustus 2008, opgenomen op pagina 503 e.v. van voormeld aanvullend algemeen dossier.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne. De rechtbank is van oordeel dat dit ook geldt voor de handel in XTC, zoals ook de raadsman heeft gesteld. Verdachte dient van deze onderdelen van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18/670040-09 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18/670199-08 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

(parketnummer 18/670040-09)

1.

hij, in de periode van 28 januari 2008 tot en met 28 mei 2008, te [woonplaats verdachte], in de gemeente [naam gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [adres])

ongeveer 80 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij, in de periode van 28 januari 2008 tot en met 28 mei 2008, te [woonplaats verdachte], in de gemeente [naam gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Essent netwerk BV.

(parketnummer 18/670199-08)

hij omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 21 mei 2008, in de gemeente [naam gemeente], meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

EN

hij omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 21 mei 2008, in de gemeente [naam gemeente], meermalen, opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in de zaak met parketnummer 18/670040-09 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18/670199-08 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

(parketnummer 18/670040-09)

1.opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

2.diefstal;

(parketnummer 18/670199-08)

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

EN

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18/670040-09 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18/670199-08 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden – met aftrek van voorarrest – waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag ad € 5.350,= en de twee onder verdachte in beslag genomen mobiele telefoons worden verbeurd verklaard.

Het op de beslaglijst vermelde in beslag genomen horloge dient aan verdachte te worden teruggegeven, mits dit horloge van verdachte is.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, rekening houdend met de nieuwe regeling vervroegde invrijheidstelling. De raadsman heeft er op gewezen dat verdachte een blanco strafblad heeft. Daarbij komt dat verdachte 10 maanden in voorlopige hechtenis heeft gezeten, hetgeen zwaarder is dan detentie.

Verdachte wordt met een gevangenisstraf zoals door de raadsman verzocht afdoende gestraft, aldus de raadsman.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapport, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een hennepkwekerij in zijn woning gehad en heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van stroom gedurende een periode van vier maanden. Daarnaast heeft hij zich gedurende een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan de handel in speed en het bezit van XTC en speed. Uit het dossier blijkt dat het daarbij om vele kilo’s of hoeveelheden ging, in ieder geval meer dan de door de raadsman gestelde 30 kilo speed.

De rechtbank overweegt dat de handel in verdovende middelen bij wet strafbaar is gesteld om de volksgezondheid te beschermen. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs ernstige schade berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproble-matiek. Bovendien gaan drugshandel en het gebruik van drugs vaak gepaard met andere vormen van (gewelds- en vermogens-) criminaliteit. Verdachte valt aan te rekenen dat hij hiervoor medeverantwoordelijk is geweest.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, dat hij momenteel clean is en verzekerd is van een baan als hij terugkeert in de maatschappij.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een vrijheids-straf dient te worden opgelegd. De rechtbank zal een groot deel daarvan voorwaardelijk opleggen als forse stok achter de deur.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen geldbedrag van € 5.350,00 en twee mobiele telefoons moeten worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het geld is verkregen door middel van de strafbare feiten en dat de strafbare feiten zijn begaan met behulp van de mobiele telefoons.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen horloge moet worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/670040-09 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18/670199-08 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/670040-09 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18/670199-08 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 16 mei 2009.

Verklaart verbeurd:

- een geldbedrag van € 5.350,00;

- twee mobiele telefoons.

Gelast de teruggave van:

- een horloge aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.L. Stuiver, voorzitter, P.H.M. Smeets en S. Tempel, in tegenwoordigheid van A.W. ten Have-Imminga als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 april 2009.