Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2009:BH0709

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
104224 / FA RK 08-2003
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing van een ouder in het ouderlijk gezag bij vermissing voor de duur van de vermissing (artikel 1:253r jo 1:253q BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 104224/FA RK 08-2003

beschikking d.d. 13 januari 2009

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. S. de Vaal,

en

[de man],

onbekende woon- en/of verblijfplaats,

hierna te noemen de man,

in rechte niet verschenen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 29 augustus 2008 een verzoekschrift ingediend. Zij vraagt hierin bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk gezag van de man en de vrouw over hun minderjarige kind [kind 2] te beëindigen en te beslissen dat de vrouw voortaan alleen het gezag over haar toekomt.

De rechtbank heeft de minderjarige [kind 2] gehoord op 17 december 2008.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 18 december 2008.

Daarbij zijn de vrouw, bijgestaan door haar raadsvrouw en de heer J. Scholte Aalbes, namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

* Partijen zijn met elkaar gehuwd op [***] te Teheran, Iran;

* Uit het huwelijk van partijen zijn de volgende kinderen geboren:

o [kind 1], [in 1985] te Teheran, Iran en

o [kind 2], [in 1992] te Teheran, Iran

* De vrouw verblijft sinds begin oktober 2000 met de kinderen in Nederland;

* De man is sinds juli 2000 vermist in Iran.

Standpunt van de vrouw

Ter zitting heeft de vrouw haar verzoek gewijzigd met dien verstande dat zij thans op grond van artikel 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW) jo 1:253q BW verzoekt om de man te schorsen in het ouderlijk gezag ten aanzien van [kind 2] voor de duur van zijn vermissing.

De vrouw is op enig moment met de kinderen naar Nederland gevlucht. Sinds 2 juli 2000 is de man vermist in Iran. Naar alle waarschijnlijkheid is hij gearresteerd en bevindt hij zich

-als hij nog in leven is- in één van de gevangenissen van Teheran. De man werd in verband met zijn werk uitgezonden naar een andere stad. De vrouw is in die tijd opgepakt en ondervraagd in verband met pamfletten die in de woning van partijen gevonden zijn. Zij wist te vluchten en is wegens dreiging van executie met de kinderen naar Nederland gevlucht.

De vrouw en de kinderen hebben sinds zij uit Iran zijn gevlucht nimmer meer contact gehad met de man.

De man kan geen deel meer uitmaken van het leven van zijn kinderen. Er wordt geen uitvoering meer gegeven aan het gezamenlijk gezag. Gelet hierop acht de vrouw het wenselijk en in het belang van [kind 2] dat de man wordt geschorst in zijn ouderlijk gezag over haar zolang zijn vermissing voortduurt.

Beoordeling

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man wordt geschorst in zijn ouderlijk gezag over [kind 2] zolang hij vermist is en dat de vrouw zolang alleen zal zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind 2].

Op basis van artikel 253r van boek 1 Burgerlijk Wetboek (BW) jo artikel 153q van boek 1 BW kan de rechtbank het gezag dat aan één of beide ouders toekomst schorsen gedurende de tijd waarin:

a. één of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen; of

b. het bestaan of de verblijfplaats van één of beide ouders onbekend is.

In geval van gezamenlijk gezag is het gewenst dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening, dat zij beslissingen van enig belang betreffende hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders.

Uit de processtukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er sinds juli 2000 geen enkel contact meer is tussen partijen omdat de man sindsdien vermist is en naar alle waarschijnlijkheid -indien hij nog in leven is- in een gevangenis in Teheran verblijft. De vrouw is destijds vanuit Iran met de kinderen naar Nederland gevlucht.

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de man niet bereikbaar is voor de vrouw wanneer dat voor de uitoefening van hun gezamenlijk gezag noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het aanvragen van een reisdocument, inschrijving voor een school of in geval van medische behandelingen. Deze praktische omstandigheid maakt het feitelijk onmogelijk voor partijen om op een adequate manier invulling te geven aan het gezamenlijk gezag. Doordat er geen contact is tussen partijen en de man derhalve zijn noodzakelijke instemming niet geeft, ontstaan impasses welke niet in het belang van [kind 2] kunnen worden geacht.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het ouderlijk gezag van de man over [kind 2] dient te worden geschorst zolang hij vermist is en dat de vrouw gedurende deze periode alleen dient te worden belast met het gezag over haar.

BESLISSING

schorst de man met ingang van heden en zolang zijn vermissing voortduurt in het ouderlijk gezag ten aanzien van het minderjarige kind:

o [kind 2], geboren [in 1992] te Teheran, Iran;

en bepaalt dat de vrouw gedurende deze periode alleen belast is met het gezag over haar;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 13 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

jo

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.