Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BH0055

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
18-12-2008
Datum publicatie
16-01-2009
Zaaknummer
106688/FT RK 08.757
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Moratorium. Verzoeker heeft van eerder van de schuldsaneringsregeling gebruik gemaakt te weten van 2 november 2004 tot en met 2 november 2007. Afwijzing van het verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ligt dan ook in de rede gelet op de inhoud van art. 288 lid sub d FW. Dit in acht genomen en daarbij betrokken het feit dat verzoeker vrijwel onmiddellijk na beëindiging van schuldsanering is opgehouden zijn vaste lasten te voldoen, maakt dat niet van de woningbouwvereniging kan worden gevergd haar belang achter te stellen bij het belang van verzoeker. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknummer: 106688/FT-RK 08.757

vonnis d.d. 18 december 2008

in de zaak van:

Hendrik Reker, geboren op 24 oktober 1953 te Bedum, wonende te Stadsweg 9, 9959 PR Onderdendam, verzoeker.

PROCESGANG

Op 16 december 2008 is door verzoeker tegelijk met het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).

De Stichting Bejaardenwoningen Onderdendam, (hierna: de stichting Bejaardenwoningen), op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft, is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek.

Het verzoek tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw is behandeld ter zitting van 18 december 2008. Verzoeker is ter zitting verschenen, tezamen met mevrouw R. Swart van de Groningse Kredietbank. Voorts is verschenen de heer J.E. Blomsma van Blomsma Incassokantoor te Bedum, namens de stichting Bejaardenwoningen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Verzoeker huurt een woning van de stichting Bejaardenwoningen. Hij heeft een achterstand in de betaling van de huurpenningen laten ontstaan ter hoogte van € 4212,29. De kantonrechter heeft bij vonnis van 25 september 2008 de huurovereenkomst ontbonden, de ontruiming van de door verzoeker gehuurde woning gelast en verzoeker veroordeeld in betaling van de huurschuld, vermeerderd met de wettelijke rente en betaling van de kosten van de procedure.

De ontruiming van de woning is vervolgens aangezegd per 19 december 2008.

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw. Verzoeker verzoekt de rechtbank kort weergegeven de woningbouw te verbieden hem zijn woning te zetten.

Verzoeker heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij poogt een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers overeen te komen dan wel - als dat niet lukt - toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.

De Stichting Bejaardenwoningen, op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft, heeft zich tegen het verzoek verzet en daartoe aangevoerd dat verzoeker al lange tijd betalingsproblemen heeft. Zijn eerdere schuldsaneringsregeling is in november 2007 beëindigd met een schone lei, waardoor de huurschuld aan de stichting Bejaardenwoningen van € 535,- onbetaald is gebleven. Vanaf januari 2008 heef verzoeker geen huur voldaan. De stichting Bejaardenwoningen heeft verzoeker diverse malen aangesproken op betaling en uitstel verleend om zijn zaken op orde te krijgen. De stichting Bejaardenwoningen is nu dan ook niet meer bereid om de ontruiming van verzoeker op te schorten.

Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij heeft bewezen niet in staat te zijn zelfstandig zijn financiële zaken te regelen. Hij heeft er spijt van dat hij vorig jaar gestopt is met budgetbeheer. Verzoeker geeft aan dat hij vijf jaar lang voor zijn moeder heeft gezorgd. Het geld wat hiervoor nodig was, heeft hij geleend van derden. Deze derden hebben zich niet gemeld tijdens de schuldsanering. Dit jaar hebben deze derden hem onder druk gezet om het geleende geld, in totaal een bedrag van € 7600,-, te betalen. Dit heeft hij gedaan. Vanaf deze maand heeft hij vervolgens al zijn vaste lasten weer kunnen voldoen. Verzoeker geeft aan een goede oplossing te willen zoeken voor zijn schuldenproblematiek.

De rechtbank overweegt als volgt. Blijkens het verzoekschrift heeft verzoeker van

2 november 2004 tot en met 2 november 2007, van de schuldsaneringsregeling gebruik gemaakt. Afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ligt dan ook in de rede gelet op de inhoud van art. 288 lid sub d FW. Dit in acht genomen en daarbij betrokken het feit dat verzoeker vrijwel onmiddellijk na beëindiging van schuldsanering is opgehouden zijn vaste lasten te voldoen, maakt dat niet van de stichting Bejaardenwoningen kan worden gevergd haar belang achter te stellen bij het belang van verzoeker. Verzoeker heeft er voor gekozen zijn budgetbeheer te beëindigen en met achterstelling van de stichting Bejaardenwoningen en andere schuldeisers, schuldeisers te voldoen tegen wie hij zijn schone lei had kunnen inroepen. Dit dient voor zijn risico te blijven. Daarnaast heeft hij geen gebruik gemaakt van de hem door de stichting Bejaardenwoningen geboden mogelijkheid om in der minne een regeling te treffen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Verzoeker heeft ter terechtzitting verklaard bij afwijzing van het onderhavige verzoek het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet te handhaven.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING

De rechtbank

- wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. R.P. van Eerde, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

18 december 2008 in tegenwoordigheid van mr. F.J. Tinga als griffier.