Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BG6122

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
05-12-2008
Zaaknummer
106359/HA RK 08-448
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking wegens vraagstelling en uitlatingen van de rechter.

Wrakingsverzoek is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

MEERVOUDIGE KAMER

Zaaknummer / rolnummer: 106359 / KG ZA 08-448

Beslissing van 2 december 2008

op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van

[verdachte],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.C. van Linde.

1. De procedure

1.1. Op 2 december 2008 is [verdachte] voorgeleid aan mr. G. Eelsing, kinderrechter/rechter-commissaris, teneinde gehoord te worden op de door het openbaar ministerie ingediende vordering tot inbewaringstelling. Deze zaak staat onder RC-nr 08/685 en parketnummer 18/641022-08 geregistreerd. Tijdens de voorgeleiding heeft mr. Van Linde namens [verdachte] een verzoek tot wraking ingediend van mr. Eelsing. Van de voorgeleiding is een proces-verbaal opgemaakt.

1.2. Op 2 december 2008 is het verzoek van [verdachte] tot wraking ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Ter zitting heeft mr. Van Linde namens [verdachte] het verzoek tot wraking toegelicht. Mr. Eelsing heeft haar standpunt eveneens toegelicht. Voorts is de officier van justitie, mr. E. Joosten-van der Veen, gehoord.

2. Het standpunt van verzoeker

2.1. Verzoeker heeft gesteld dat mr. Eelsing er gezien haar vraagstelling en uitlatingen blijk van heeft gegeven niet onpartijdig in de vorenbedoelde zaak te zijn. Zij heeft aan [verdachte] gevraagd: ‘Dus iedereen liegt, behalve jij?’, terwijl het dossier enkel de verklaring van de aangever en de verklaring van [verdachte] bevat, zodat er geen sprake van ‘iedereen’ is. Tevens heeft zij haar afkeuring laten blijken gelet op haar reactie, te weten ‘Hmmm’, toen [verdachte] antwoordde dat hij het geweten zou hebben als hij het slachtoffer zou hebben geslagen.

3. Het standpunt van mr. Eelsing

3.1. Mr. Eelsing heeft verklaard niet vooringenomen te zijn. Tijdens de voorgeleiding heeft [verdachte] verklaard dat de aangifte niet klopt en dat de door de verbalisanten in hun proces-verbaal opgenomen verklaring, die [verdachte] na zijn aanhouding zou hebben afgelegd, evenmin juist was. Met ‘iedereen’ is derhalve gedoeld op de verbalisanten. De genoemde reactie op het antwoord van [verdachte] is gelegen in de onvrede met het feit dat [verdachte] als minderjarige met zes pagina’s documentatie hangende een schorsing weer voor de kinderrechter/rechter-commissaris was verschenen, maar impliceert niet dat [verdachte] wat haar betreft hetgeen hem wordt verweten ook heeft gedaan.

4. De beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 512 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend.

4.3. De rechtbank begrijpt uit de gegeven toelichting dat mr. Eelsing met haar vraag,

‘Dus iedereen liegt, behalve jij?’, met ‘iedereen’ heeft gedoeld op de verbalisanten die na de aanhouding van [verdachte] diens verklaring hebben opgenomen. Nu [verdachte] tijdens de voorgeleiding de verklaring van de aangever en de door de verbalisanten weergegeven verklaring van [verdachte] na diens aanhouding heeft betwist, is de rechtbank van oordeel dat de gestelde vraag als confrontatie met de discrepantie tussen de verklaring van [verdachte] en de verklaringen van de aangever en de verbalisanten is aan te merken. De rechtbank is tegen deze achtergrond van oordeel dat mr. Eelsing met het stellen van genoemde vraag geen blijk heeft gegeven van vooringenomenheid.

4.4. De rechtbank is gezien de door mr. Eelsing gegeven toelichting van oordeel dat de door haar gebruikte uitlating ‘Hmmm’ is aan te merken als een blijk van teleurstelling dat [verdachte] wederom bij de kinderrechter/rechter-commissaris was verschenen. Een dergelijke uitlating brengt naar het oordeel van de rechtbank nog niet met zich dat mr. Eelsing van mening is dat hetgeen aan [verdachte] wordt verweten ook juist zou zijn. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat mr. Eelsing met deze uitlating evenmin blijkt heeft gegeven van vooringenomenheid.

4.5. Nu de rechtbank gezien het voorgaande van oordeel is dat mr. Eelsing geen blijk heeft gegeven van vooringenomenheid, zal zij het onderhavige verzoek tot wraking van

mr. Eelsing afwijzen.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst het verzoek af,

5.2. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (RC-nr 08/685 en parketnummer 18/641022-08) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking,

5.3. beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. Eelsing en de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, G.J.J. Smits en

H.L. Stuiver, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Beuker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2008.

Mr. R.B.M. Keurentjes is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.