Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BG0275

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-10-2008
Datum publicatie
17-10-2008
Zaaknummer
104995/HA RK 08-362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

wrakingsverzoek omdat rechter stukken toestaat welke niet conform het procesreglement zijn ingediend. Wrakingsverzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 104995 / HA RK 08-362

Beslissing van 6 oktober 2008

op het verzoek van

1. [verzoeker],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoeker].,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekers,

advocaat mr. R.J. Skála,

1. De procedure

In de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLASSANIA BEHEER B.V. te Amsterdam tegen [verzoeker sub 1],

wonende te [woonplaats] en [verzoeker sub 2] te [vestigingsplaats] (97991 / HA ZA 07-924) heeft op 6 oktober 2008 een comparitie na antwoord plaatsgevonden. Bij de behandeling ter zitting hebben verzoekers de behandelende rechter, mr. W.J.A.M. Dijkers, gewraakt.

Mr. Dijkers heeft blijkens het proces-verbaal d.d. 6 oktober 2008 ter zitting verklaard niet te berusten in het wrakingsverzoek.

Telefonisch heeft mr. J.R. Eland, hoofdofficier van justitie, aan de griffie van deze rechtbank bericht dat het Openbaar Ministerie geen aanleiding ziet om te worden gehoord op het wrakingsverzoek.

Op 6 oktober 2008 is het verzoek ter zitting behandeld door de wrakingskamer.

Ter zitting hebben verzoekers bij monde van mr. Skála het wrakingsverzoek toegelicht.

Mr. Dijkers heeft zijn standpunt mondeling nader toegelicht.

Tevens is mr. O. Hammerstein, de advocaat van Plassania Beheer, in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

2. Het standpunt van verzoekers

Verzoekers hebben gesteld dat mr. Dijkers ervan blijk heeft gegeven niet onpartijdig in de vorenbedoelde zaak te zijn. Zij voeren hiertoe – samengevat – het volgende aan:

- Bij tussenvonnis d.d. 16 januari 2008 van deze rechtbank is een comparitie na antwoord bepaald. In dat vonnis is onder meer overwogen dat voor zover partijen producties ter comparitie in het geding willen brengen, deze uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij dienen te worden toegezonden (overweging 2.2.). In overweging 2.3. is vermeld dat verweerster in reconventie (Plassania Beheer) de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie kan nemen en deze uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie moet toezenden aan de rechtbank en de wederpartij.

- De zitting vond op 6 oktober 2008 plaats. De conclusie van antwoord in reconventie van Plassania Beheer is op 24 september 2008 door de rechtbank ontvangen en twee producties zijn op 1 oktober 2008 door de rechtbank ontvangen. Derhalve zijn deze stukken later toegezonden dan het tussenvonnis verlangt en het landelijk rolreglement voorschrijft. Ondanks het door verzoekers aangevoerde bezwaar, heeft mr. Dijkers kennis genomen van de bedoelde stukken. Daarmee heeft mr. Dijkers in strijd gehandeld met het landelijk procesreglement, waardoor Plassania Beheer is bevoordeeld.

3. Het standpunt van mr. Dijkers

Mr. Dijkers heeft ten aanzien van het toelaten van de conclusie van antwoord in reconventie aangevoerd dat hij de termijnoverschrijding zo minimaal achtte dat verzoekers niet geschaad werden in hun belang. Aangaande de op 1 oktober 2008 aan de rechtbank verzonden producties heeft mr. Dijkers aangevoerd dat eerst nadat hij had overwogen niet te berusten in het wrakingsverzoek, hij heeft vernomen dat mr. Skála deze producties niet had gelezen. Desondanks heeft mr. Dijkers kennis willen nemen van deze producties. Voorzover nodig zou mr. Dijkers mr. Skála in de gelegenheid hebben gesteld deze producties alsnog te bezien.

Mr. Dijkers heeft ten slotte nog aangevoerd dat hij de bestreden beslissing niet naar believen heeft genomen, maar dat hij zich daarbij heeft laten leiden door de beginselen van een behoorlijke procesorde.

4. Het standpunt van Plassania Beheer

Mr. Hammerstein heeft – kort samengevat – aangevoerd dat verzoekers niet voldoende hebben onderbouwd dat mr. Dijkers partijdig zou zijn.

5. Beoordeling

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

Vooreerst overweegt de rechtbank het wrakingsverzoek aldus te verstaan dat dit gericht is tegen het door mr. Dijkers kennis nemen van zowel de conclusie van antwoord in reconventie als de twee op 1 oktober 2008 ontvangen producties van de zijde van Plassania Beheer.

De rechtbank overweegt dat mr. Dijkers ondanks de in het tussenvonnis van 16 januari 2008 en in het landelijk rolreglement vermelde termijnen de gemaakte afweging toch kennis te willen nemen van de betreffende conclusie en producties, heeft kunnen en mogen maken. Verder acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat bij het nemen van de beslissing door mr. Dijkers de beginselen van een behoorlijke procesorde voorop hebben gestaan. Voorts is onvoldoende gebleken dat verzoekers door de bestreden beslissing in hun belangen zijn geschaad.

Verzoekers hebben voor het overige geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden geconcludeerd tot vooringenomenheid aan de zijde van de gewraakte rechter.

De door mr. Skála aangevoerde omstandigheid dat in een andere door hem behandelde zaak de gestelde termijnen wel strikt zijn gevolgd, kan aan het vorenstaande niet afdoen, nu dit een andere zaak betreft en gesteld noch gebleken is dat beide zaken in dit opzicht volstrekt gelijkend zijn.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat mr. Dijkers jegens verzoekers een vooringenomenheid koestert of waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Het verzoek tot wraking wordt dan ook afgewezen.

6. De beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat de hoofdzaak (97991 / HA ZA 07-924) wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking, bevond;

- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekers, mr. W.J.A.M. Dijkers, het Openbaar Ministerie en mr. Hammerstein.

Deze beslissing is gegeven door mr. M. Griffioen, mr. L.M.E. Kiezebrink en mr. C. van den Noort en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2008.?