Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BD8497

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-07-2008
Datum publicatie
24-07-2008
Zaaknummer
101239 / FA RK 08-843
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot beeindiging van het gezamenlijk gezag en te bepalen dat de vrouw alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast en verzoek tot geslachtsnaamwijziging van het minderjarige kind.

Beide verzoeken toegewezen, geslachtsnaamwijziging onder analoge toepassing van artikel 1:253t BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 7
Burgerlijk Wetboek Boek 1 252
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253n
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253t
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VFP 2008, 862
JPF 2008/129 met annotatie van PVl
JIN 2008/612
JIN 2008/560
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 101239 / FA RK 08-843

beschikking d.d. 15 juli 2008

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

procureur mr. G. Meijer,

en

[de man],

wonende te [adres],

thans verblijvende [in detentie],

verweerder,

hierna te noemen de man,

procureur mr. R.J.E. van Haarst.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 3 april 2008 bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend waarin zij verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, te bepalen

- dat het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind van partijen [naam minderjarige] wordt beëindigd en dat de vrouw alleen met het gezag wordt belast;

- dat de geslachtsnaam van het minderjarige kind van partijen wordt gewijzigd in [de achternaam van de vrouw] en deze wijziging te doen aantekenen op zijn geboorteakte en de andere aktes van de burgerlijke stand.

De man heeft een verweerschrift ingediend waarin hij concludeert tot referte van het door de vrouw verzochte, kosten rechtens.

De rechtbank heeft de minderjarige [naam minderjarige] gehoord op 16 april 2008.

De rechtbank heeft de vrouw, bijgestaan door mr. G. Meijer, mr. R.J.E. van Haarst en de heer R.C.M. Wouters namens de Raad voor de kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (de Raad), gehoord ter zitting met gesloten deuren van

26 juni 2008.

RECHTSOVERWEGINGEN

Tussen partijen staat het volgende vast:

- partijen hebben een affectieve relatie gehad;

- uit deze relatie is [in 1995] geboren [de minderjarige];

- voornoemde minderjarige is door de man erkend [in 1995];

- partijen hebben gezamenlijk het gezag over het minderjarige kind;

- de relatie tussen partijen is ongeveer 2 jaren na de geboorte van [de minderjarige] verbroken;

- het minderjarige kind verblijft bij de vrouw;

- de vrouw woont sedert 8 jaren samen met haar nieuwe partner, [naam partner], die door [de minderjarige] wordt beschouwd als vader.

Standpunt van de vrouw

De vrouw heeft het verzoek tot geslachtsnaamswijziging gelijktijdig met het verzoek tot wijziging van het gezag ingediend bij de rechtbank, onder analoge toepassing van artikel 1:253t BW, aangezien dit de meest praktische gang van zaken is en dit in het belang van de minderjarige [naam minderjarige] moet worden geacht.

Sedert het verbreken van de relatie tussen partijen hebben er tussen [de minderjarige] en de man geen contacten bestaan. De man verblijft sedert enkele maanden in het Huis van Bewaring op verdenking van moord danwel doodslag op zijn nieuwe partner. Dit gebeuren heeft in [***] en de directe omgeving van de vrouw grote impact gehad. Ook de vrouw zelf is ernstig geschokt door het gebeuren. De vrouw heeft inmiddels ook aangifte gedaan tegen de man.

De vrouw is van mening dat er reden is om het gezamenlijk gezag te beëindigen en de vrouw te belasten met het gezag over [de minderjarige]. De vrouw acht zich niet in staat om, ten behoeve van de uitoefening van het gezag, in contact te treden met de man, voor zover dit al mogelijk zou zijn. Zij acht het van groot belang dat het gezag alleen bij haar komt te berusten.

De vrouw is tevens van mening dat het in het belang is van [de minderjarige] dat zijn achternaam wordt gewijzigd, zodat [de minderjarige] voortaan de achternaam [van de vrouw] zal dragen. [de minderjarige] heeft zeer veel moeite met het gebeuren. Hij heeft angst voor zijn vader en schaamt zich enorm voor de achternaam [***]. [de minderjarige] wenst van deze achternaam pertinent geen gebruik meer te maken. Voor [de minderjarige] is van groot belang dat wijziging van de achternaam plaatsvindt omdat hij op dit moment wordt belemmerd in zijn contacten met derden. [de minderjarige] durft zijn werkelijke achternaam niet te gebruiken. Hij zal na de schoolvakantie naar de middelbare school gaan en zou graag zien dat hij dan met zijn nieuwe achternaam kan worden aangemeld.

Standpunt van de man

De man heeft sedert zeer lange tijd geen contact meer met zijn zoon [naam minderjarige] en heeft zich niet met de opvoeding van [de minderjarige] bemoeid. Hij verzet zich daarom niet tegen het gedane verzoek tot wijziging van het gezag.

De man wordt verdacht van een delict waarbij sprake is van een geschokte rechtsorde en hij is dan ook van mening dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam begrijpelijk is, nu kennelijk het dragen van de huidige geslachtsnaam voor [de minderjarige] een zodanige hinder oplevert dat het voor hem onmogelijk wordt gemaakt om een normaal bestaansleven te leiden. De man verzet zich niet tegen de verzochte wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige].

Beoordeling

Gebleken is dat er tussen partijen vanaf ongeveer 2 jaar na de geboorte van [de minderjarige] geen contact meer is geweest omtrent [de minderjarige]. Omdat de man nog een aantal jaren gedetineerd zal zijn zal dit in de toekomst evenmin mogelijk zijn.

De rechtbank is, alle omstandigheden in aanmerking nemende, van oordeel dat het verzoek van de vrouw om alleen met het gezag te worden belast moet worden toegewezen, vooral nu de man heeft verklaard zich hiertegen niet te verzetten en de minderjarige ter gelegenheid van zijn verhoor heeft verklaard dat hij graag wil dat zijn moeder alleen met het gezag wordt belast.

Op grond van artikel 1:7 BW dient een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam te worden gericht aan de Koning. De vrouw heeft het verzoek echter gericht aan de rechtbank, onder verwijzing naar artikel 1:253t BW, dat analoog toegepast zou moeten worden.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Artikel 1:253t BW bepaalt dat, gelijktijdig met een verzoek om gezamenlijk gezag door de met gezag belaste ouder en een ander dan die ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, een zodanig verzoek vergezeld kan gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander.

Het gaat in deze zaak weliswaar niet om een verzoek tot gezamenlijk gezag, maar wel om een verzoek met betrekking tot het gezag. Geen van de betrokkenen heeft aangegeven bezwaar te hebben tegen behandeling door de rechtbank. Nu er geen omstandigheden zijn die zich tegen de verzochte wijziging van de geslachtsnaam verzetten, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot geslachtsnaamswijziging onder analoge toepassing van het genoemde artikel ontvangen kan worden.

De rechtbank stelt ambtshalve vast dat de man bij - inmiddels onherroepelijk - vonnis van deze rechtbank d.d. 26 juni 2008 is veroordeeld tot onder meer gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren wegens onder meer doodslag.

Blijkens artikel 1:253t lid 5 BW wordt een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam slechts afgewezen, indien hetzij het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet met het verzoek heeft ingestemd, het verzoek tot gezagswijziging wordt afgewezen of het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.

Nu het verzoek tot gezagswijziging zal worden toegewezen, [de minderjarige] ter gelegenheid van zijn verhoor heeft aangegeven dat hij de achternaam van zijn vader niet langer wil dragen, de man zich niet tegen de verzochte wijziging heeft verzet en naar het oordeel van de rechtbank niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich tegen de verzochte wijziging van de geslachtsnaam verzet, wordt het daartoe strekkende verzoek toegewezen.

BESLISSING

beëindigt het gezamenlijk gezag, zoals daarin was voorzien bij aantekening van de griffier van het kantongerecht te [***] d.d. [in 1995];

bepaalt dat aan de vrouw het gezag toekomt over het minderjarige kind:

* [naam minderjarige], geboren [in 1995] in de gemeente [***],

en dat hiervan in het artikel 1:244 Boek I BW genoemde openbare (gezags-) register aantekening zal worden gemaakt;

wijzigt de geslachtsnaam van voornoemde minderjarige en bepaalt, dat hij voortaan de geslachtsnaam [van de vrouw] draagt, zodat hij is genaamd: [gewijzigde naam minderjarige];

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand te [***] hiervan melding te doen op de akte van inschrijving van de geboorteakte van de minderjarige;

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 15 juli 2008 in tegenwoordigheid van de griffier, A. den Held.

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.