Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7641

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
18-07-2008
Zaaknummer
96374 / FA RK 07-1757
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rapportage Accare en vaststelling opbouw van de omgangsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 96374 / FA RK 07-1757

beschikking d.d. 10 juni 2008

in de zaak van:

[de man],

wonende te [adres],

verzoeker,

hierna te noemen de man,

procureur mr. M.H. Heeg,

en

[de vrouw],

wonende te [adres],

verweerster,

hierna te noemen de vrouw,

procureur mr. H.J. de Groot,

advocaat mr. A.H. van Haga, Den Haag.

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 15 januari 2008 een (tussen) beschikking gegeven.

Op 18 januari 2008 is ter griffie van de rechtbank een brief met bijlagen van mr. Heeg ontvangen.

De man heeft op 4 februari 2008 een akte genomen.

Ter griffie van de rechtbank is een faxbrief met bijlagen van mr. Heeg ontvangen.

Op 11 februari 2008 is ter griffie van de rechtbank een faxbrief met bijlagen van mr. Heeg ontvangen.

Ter griffie van de rechtbank is op 12 februari 2008 een brief met bijlagen van mr. de Groot ontvangen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 21 februari 2008. Daarbij zijn partijen, bijgestaan door hun raadslieden, alsmede mevrouw A.I. van Dijk, namen de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, verschenen en gehoord.

Op 25 maart 2008 is ter griffie van de rechtbank een faxbrief met bijlagen van mr. Van Haga ontvangen.

Ter griffie van de rechtbank is op 26 maart 2008 een brief van mr. Heeg ontvangen.

Op 21 april 2008 is ter griffie van de rechtbank een faxbrief met bijlage van mr. Van Haga ontvangen.

De rechtbank heeft de zaak verder behandeld ter zitting met gesloten deuren van 15 mei 2008. Daarbij zijn de man, bijgestaan door mr. O.G. Schuur namens mr. S.R. Heeg, de vrouw, bijgestaan door mr. A.H. van Haga, alsmede mevrouw I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in haar beschikking van 15 januari 2008. Hierbij is onder andere de beslissing omtrent de omgang aangehouden.

Ter zitting van 21 februari 2008 is de beslissing aangaande de omgangsregeling wederom aangehouden in afwachting van de rapportage van Accare ten aanzien van [de minderjarige 1].

Vaststaande feiten

- partijen zijn [in 1998] in de gemeente [***] gehuwd;

- uit dit huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarige kinderen:

* [de minderjarige 1], geboren [in 2000] in de gemeente [***],

* [de minderjarige 2], geboren [in 2002] in de gemeente [***];

- bij beschikking van deze rechtbank van 15 januari 2008 is bepaald dat het hoofdverblijf van voornoemde minderjarige kinderen bij de vrouw is.

Rapportage van Accare

[de minderjarige 1] is aangemeld bij Accare met de vraag naar mogelijk seksueel grensoverschrijdende ervaringen, vanwege het feit dat zij langere tijd bekend is met een somatische onverklaarbare pijn in haar vagina. Accare concludeert dat de psychoseksuele ontwikkeling van [de minderjarige 1] een leeftijdsadequate indruk maakt. Vanuit het onderzoek komen geen aanwijzigen naar voren die duiden op mogelijk seksueel grensoverschrijdende ervaringen bij [de minderjarige 1]. Verder is naar voren gekomen dat [de minderjarige 1] overwegend positief betrokken is op beide ouders. Vanuit haar sterk rechtvaardigingsgevoel is het risico op het ontwikkelen van loyaliteitsconflicten bij [de minderjarige 1] aanwezig. Er bestaan op dit moment weinig zorgen over zowel de cognitieve als de psychoseksuele ontwikkeling van [de minderjarige 1]. Gezien haar geneigdheid zich in zichzelf terug te trekken wordt aangeraden om haar sociaal emotionele ontwikkeling goed te blijven volgen. De gespannen verhouding en het gebrek aan communicatie tussen ouders is niet bevorderlijk voor het welbevinden van [de minderjarige 1] en haar broertje. Geadviseerd wordt om in het belang van de kinderen manieren te zoeken om de communicatie weer op gang te brengen en zodoende de onderlinge verstandhouding te verbeteren. Indien ouders hier open voorstaan, kan in dit kader gedacht worden aan het volgen van een systeemmodule op de polikliniek van Accare.

Standpunt van de man

De man verzoekt primair te bepalen dat tussen hem en de kinderen een omgangsregeling zal gelden, inhoudende dat de kinderen de man één weekend per veertien dagen van donderdagavond 17.00 uur tot en met zondagavond 18.30 uur zullen bezoeken, alsmede gedurende de woensdagmiddag in de week dat er geen omgang is en eventueel gedurende (enkele van) de middagpauzes op school op maandag, dinsdag of donderdag (tussenschoolse opvang), alsmede gedurende de helft van de feest- en vakantiedagen. Subsidiair verzoekt de man een reguliere omgangsregeling vast te stellen van een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag, na schooltijd, tot en met zondag, alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen.

Standpunt van de vrouw

De vrouw verzoekt de omgangsregeling te handhaven zoals deze bij voorlopige voorziening is vastgesteld, inhoudende dat de man één weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.30 uur omgang heeft met de minderjarige kinderen.

Beoordeling

Partijen zijn ter zitting onderling een omgangsregeling overeengekomen. Na de zomervakantie zal er een reguliere omgangsregeling gelden, inhoudende dat de man één keer per veertien dagen met de minderjarige kinderen omgang heeft van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.30 uur, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te regelen.

In de komende periode zal de omgangsregeling opgebouwd worden, welke opbouw er als volgt zal uitzien. In aanloop naar de zomervakantie zal de man de minderjarige kinderen één keer per veertien dagen bij zich ontvangen, waarbij de kinderen het ene weekend twee nachten bij de man verblijven (van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.30 uur) en het andere weekend één nacht (van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.30 uur).

In de zomervakantie 2008 wordt gestalte gegeven aan het recht van de man op omgang gedurende "de helft van de vakanties", in onderling overleg te regelen, door twee omgangsweekenden uit te breiden in die zin dat de kinderen twee keer een lang weekend bij de man verblijven van vier nachten aaneengesloten. Na de zomervakantie zal voornoemde reguliere omgangsregeling gelden.

BESLISSING

tot aan de zomervakantie geldt de volgende omgangsregeling:

de man is gerechtigd de minderjarige kinderen van partijen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], één weekend per veertien dagen bij zich te ontvangen, waarbij de kinderen in het ene weekend twee nachten bij de man overnachten (van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.30 uur) en in het andere weekend één nacht (van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.30 uur);

gedurende de zomervakantie geldt de volgende omgangsregeling:

in de zomervakantie 2008 wordt gestalte gegeven aan het recht van de man op omgang gedurende "de helft van de vakanties", in onderling overleg te regelen, door twee omgangsweekenden uit te breiden in die zin dat de kinderen twee keer een lang weekend bij de man verblijven van vier nachten aaneengesloten;

stelt de volgende omgangsregeling na de zomervakantie vast:

de [AG1]man is gerechtigd de minderjarige kinderen van partijen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.30 uur bij zich te ontvangen, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen welke in onderling overleg nader worden bepaald;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.J. van der Heide en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2008.

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.