Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7453

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
16-07-2008
Datum publicatie
17-07-2008
Zaaknummer
102891/KG ZA 08-217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Regeling

BW art. 7:610

Essentie

Verkapte arbeidsovereenkomst of franchiseovereenkomst?

Eiseres vordert nakoming van een franchiseovereenkomst. Gedaagden zijn van mening dat de destijds gesloten overeenkomst geen franchiseovereenkomst is, maar een verkapte arbeidsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2008-1587
AR-Updates.nl 2008-0465
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 102891 / KG ZA 08-217

Vonnis in kort geding van 16 juli 2008

in de zaak van

[eiseres].,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. T.S. Plas,

advocaat mr. J.M. Pol te Assen,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. P.E. Mazel,

advocaten mr. S. Schmeetz en mr. N.E.L. Cohen, beiden te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [[eiseres] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 juni 2008 met producties 1 tot en met 5;

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], ter griffie ontvangen op 4 juli 2008;

- de akte houdende wijziging van eis in conventie van [[eiseres], ter griffie ontvangen op

4 juli 2008;

- de mondelinge behandeling ter zitting van maandag 7 juli 2008, waar voor

[eiseres] zijn verschenen mr. Pol en de heer [naam], directeur van

[eiseres] [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn vergezeld van mrs. Schmeetz en Cohen ter zitting verschenen. Tevens is in de zaal aanwezig mr. N. Jacobs, kantoorgenoot van mrs. Schmeetz en Cohen;

- de akte houdende wijziging van eis in reconventie van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], overgelegd ter zitting van 7 juli 2008. Ter zitting hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de vorderingen onder 4a en 4b ingetrokken;

- de pleitnota van Koehoorn;

- de pleitnota van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in reconventie

2.1. [eiseres] is een stukadoorsbedrijf dat een franchisesysteem heeft ontwikkeld voor het drijven van stukadoorsbedrijven. De werkwijze binnen de franchiseketen van [eiseres] is, dat [eiseres] zich op grond van de overeenkomsten richting haar franchisenemers verplicht opdrachten aan te bieden. [eiseres] heeft contacten met de markt en acquireert projecten voor welke zij vervolgens haar franchisenemers inschakelt.

2.2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn beide ZZP-ers en als zodanig ingeschreven in het Handelsregister. [gedaagde sub 1] handelt onder de handelsnaam“[handelsnaam gedaagde sub 2]” en [gedaagde sub 2] handelt onder de handelsnaam “[handelsnaam gedaagde sub 1]. [gedaagde sub 2]”. [eiseres] en [gedaagde sub 2] hebben op 1 januari 2005 een franchiseovereenkomst gesloten. [gedaagde sub 1] is sinds 1998 als stukadoor bij [eiseres] in loondienst. Deze bestaande arbeidsrelatie is op 1 juni 2005 voortgezet in een franchiseovereenkomst. [gedaagde sub 2] was voorheen niet bij [eiseres] in loondienst. De franchiseovereenkomsten hebben een looptijd van vijf jaar.

2.3. Voor zover thans van belang is in de franchiseovereenkomst het volgende bepaald.

Artikel 1

(…)

4. de franchisegever verbindt zich jegens de franchisenemer om voor hem de administratie te voeren, voor zover deze onder andere betreffen de inkoop en de verkoop.

6. de franchisegever verbindt zich jegens de franchisenemer om hem een jaarlijks vast te stellen minimum opdrachten per jaar te verschaffen en minimuminkomensgarantie te verstrekken wat ligt op het niveau van minimaal het bruto jaarinkomen van de franchisenemer over 2005. (…)

7. de franchisenemer is verplicht gedurende minimaal 80% van zijn beschikbare tijd aan te wenden voor franchisegever.

Artikel 5

(…)

5. Tussentijds kan de franchiseovereenkomst alleen worden ontbonden met wederzijds schriftelijke toestemming.

Artikel 6

1. de franchisegever is verplicht telkens uiterlijk op de vijfde van de volgende maand aan de franchisenemer een gespecificeerd overzicht te verstrekken van zijn omzet (…) over de afgelopen maand.

Artikel 10

(…)

2. Indien één van beide partijen zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet, niet tijdig of niet behoorlijk naleeft, verbeurt hij ten gunste van de wederpartij een dadelijk opeisbare boete van € 5.000,00 voor iedere overtreding of voor iedere dag dat de overtreding voortduurt (…).

3. ieder der partijen is bevoegd om, indien de wederpartij op ernstige wijze deze overeenkomst overtreedt, naar keuze hetzij een boete te vorderen overeenkomstig het in het vorige lid bepaald, hetzij per aangetekende brief aan de wederpartij aan te zeggen, dat hij de overeenkomst met een opzegtermijn van drie maanden als ontbonden beschouwt. (…)

2.4. Bij (aangetekende) brief van 7 maart 2008 hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] krachtens artikel 6 lid 1 van de franchiseovereenkomst om inzage in de omzetgegevens van [eiseres] verzocht.

Bij (aangetekende) brief van 28 maart 2008 hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], in vervolg op de brief van 7 maart 2008, [eiseres] gesommeerd om inzage te verschaffen in de omzetgegevens. Zij schrijven onder meer:

“(…)

Cliënten maken daarom met ingang van vandaag (28 maart 2008) ieder afzonderlijk aanspraak op verbeurte van de overeengekomen boete van € 5.000,00 voor iedere dag dat u in verzuim bent en blijft met het verschaffen van inzage in de omzetgegevens van [eiseres]”

Bij (aangetekende) brief van 14 april 2008 hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de franchiseovereenkomst c.q. arbeidsrelatie met [eiseres] opgezegd. Zij schrijven onder meer:

“(…)

Vanwege het verstrijken van de termijn om alsnog positief op de sommatie van cliënte te reageren, zeggen cliënten hierbij hun ‘franchiseovereenkomst’ c.q. arbeidsrelatie [eiseres]eres] op met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn ex artikel 7:672 BW per 1 juni a.s.”

2.5. [eiseres] heeft in Zevenhuizen een project geacquireerd met als startdatum

4 juni 2008. Voor dit project wilde zij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] inschakelen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn, als gevolg van de opzegging tegen 1 juni 2008, niet op genoemde datum op het project verschenen.

2.6. [eiseres] heeft de betalingen van de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gezonden facturen betreffende de door hen in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden, opgeschort.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eiseres] vordert, na wijziging van eis, in conventie:

I. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de tussen partijen gesloten overeenkomst onvoorwaardelijk na te komen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat zij daarmee in gebreke blijven;

II. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 25.000,00 ten titel van voorschot op de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] verbeurde boete en te betalen schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum vonnis tot en met de dag der algehele voldoening;

III. veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten.

3.2. [eiseres] voert ter toelichting op haar vordering het volgende aan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dienen krachtens artikel 1 lid 6 en 7 jo artikel 2 lid 1 van de franchiseovereenkomst de door [eiseres] verstrekte opdrachten uit te voeren. Door de opdrachten niet uit te voeren schieten zij toerekenbaar tekort in de nakoming van hun verbintenissen jegens [eiseres].

Door uitdrukkelijk aan te geven dat zij niet op het project zullen verschijnen, zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in verzuim. Voorts meent [eiseres] dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de overeenkomst onregelmatig hebben opgezegd, nu de overeenkomst een looptijd van 5 jaren heeft zonder tussentijdse opzegmogelijkheid. Door de tekortkomingen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] lijdt [eiseres] ook schade, want zij heeft andere stucadoors moeten inschakelen. Nu [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de verplichtingen uit hoofde van artikel 10 lid 2 van de overeenkomst niet nakomen, verbeuren zij een contractuele boete van € 5.000,00 per dag.

3.3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Zij zijn primair van mening dat hun relatie met [eiseres] niet als een franchiserelatie gekwalificeerd dient te worden, maar als een dienstverband dat mede wordt beheerst door het arbeidsrecht. Zij menen dat van het exploiteren van een eigen onderneming en het uitdragen van een franchiseformule geen sprake is, nu zij werkzaamheden voor en in opdracht van [eiseres] verrichten. Er is voor [gedaagde sub 1] namelijk niets veranderd sinds de zogenaamde omzetting naar franchise. Ook is het [eiseres] die bepaalt waar, wanneer en voor wie [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten werken en maakt zij prijsafspraken met opdrachtgevers. Evenmin komt er in de praktijk iets terecht van de 20% eigen invulling door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] van hun eigen werkzaamheden, want zij worden volgestopt met opdrachten en het is [eiseres] die bepaalt wanneer zij voor eigen klanten kunnen werken. Nu er in de praktijk nauwelijks vrijheid bestaat voor het verrichten van eigen werkzaamheden en [eiseres] zich verbonden heeft om hen een jaarlijks minimum aantal opdrachten te verschaffen en hen een minimuminkomen te garanderen, is er ook geen sprake van enig ondernemersrisico.

3.4. Subsidiair stellen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich op het standpunt, dat, in het geval de voorzieningenrechter van oordeel zou zijn dat de overeenkomst met [eiseres] een franchiseovereenkomst is, zij krachtens artikel 10 lid 3 van de overeenkomst de franchiseovereenkomst hebben opgezegd. De door hen bij aangetekenden post verzonden brief van 14 april 2008 dient als opzegging van de overeenkomst te worden beschouwd.

De grond voor de opzegging is gelegen in het feit dat [eiseres] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Met in achtneming van een opzegtermijn van drie maanden zal de overeenkomst tegen 14 juli 2008 ontbonden zijn, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] vorderen in reconventie -na wijziging van eis- veroordeling van [eiseres] tot

1a. betaling aan [gedaagde sub 1] van de facturen als opgesomd in productie 19 voor de door [gedaagde sub 1] in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden, in totaal groot

€ 17.128,70, te vermeerderen met over de afzonderlijke facturen verschuldigde wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening;

1b. betaling aan [gedaagde sub 2] van de facturen als opgesomd in productie 20 voor de door [gedaagde sub 2] in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden, in totaal groot

€ 22.629,30, te vermeerderen met over de afzonderlijke facturen verschuldigde wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening;

2a. het verstrekken van een gespecificeerd overzicht van de omzetgegevens van [gedaagde sub 1] over de werkzaamheden die [gedaagde sub 1] in opdracht van [eiseres] heeft verricht vanaf 5 juni 2005 tot en met mei 2008, op straffe van verbeurte van de boete van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] daarmee in gebreke is gebleven en blijft vanaf 28 maart 2008, althans vanaf een door de voorzieningenrechter te bepalen dag;

2b. het verstrekken van een gespecificeerd overzicht van de omzetgegevens van [gedaagde sub 2] over de werkzaamheden die [gedaagde sub 2] in opdracht van [eiseres] heeft verricht vanaf 5 juni 2005 tot en met mei 2008, op straffe van verbeurte van de boete van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] daarmee in gebreke is gebleven en blijft vanaf 28 maart 2008, althans vanaf een door de voorzieningenrechter te bepalen dag;

3a. betaling aan [gedaagde sub 1] van een voorschot van € 25.000,00 terzake van reeds verbeurde boetes, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

3b. betaling aan [gedaagde sub 2] van een voorschot van € 25.000,00 terzake van reeds verbeurde boetes, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

4a. om uiterlijk binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, afschrift van de exhibitiegegevens, of dat gedeelte daarvan dat de voorzieningenrechter geraden acht, aan [gedaagde sub 1] te verstrekken in een gangbaar digitaal format of in enige andere vorm die de voorzieningenrechter geraden acht, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] daarmee in gebreke blijft;

4b. om uiterlijk binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, afschrift van de exhibitiegegevens, of dat gedeelte daarvan dat de voorzieningenrechter geraden acht, aan [gedaagde sub 2] te verstrekken in een gangbaar digitaal format of in enige andere vorm die de voorzieningenrechter geraden acht, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] daarmee in gebreke blijft;

één en ander met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

4.2. Ter toelichting op de vorderingen voeren [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] het volgende aan.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] vorderen betaling van de openstaande facturen voor de door hen in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden. [eiseres] is opgehouden de facturen te voldoen en beroept zich op opschorting. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben de aan de facturen ten grondslag liggende werkzaamheden al verricht, zodat van een gerechtvaardigd beroep op opschorting door [eiseres] geen sprake kan zijn.

4.3. Ten aanzien van het verstrekken van gespecificeerd overzicht van de omzetgegevens voeren [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aan dat [eiseres] op grond van artikel 6 lid 1 van de franchiseovereenkomst gehouden is een gespecificeerd overzicht van hun omzetten over de werkzaamheden die zij in opdracht van [eiseres] hebben verricht te verstrekken.

Ondanks verzoeken en sommaties weigert [eiseres] deze gegevens af te geven.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] wensen de juistheid van de prijzen die [eiseres] hen heeft berekend voor de verrichte werkzaamheden te controleren, alsmede hetgeen zij uiteindelijk na aftrek van de 20% fee en vaste maandkosten van [eiseres] uitbetaald hebben gekregen.

Nu [eiseres] de gegevens niet verstrekt, is zij krachtens artikel 10 lid 2 van de franchiseovereenkomst boetes verschuldigd.

4.4. [eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1. De voorzieningenrechter dient vóór alles de vraag te beantwoorden of de verhouding tussen [eiseres] enerzijds, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] anderzijds, moet worden gekarakteriseerd als een franchiseovereenkomst, dan wel als een (verkapte) arbeidsovereenkomst.

Kenmerkend voor een franchisecontract is doorgaans het gebruik van een herkenbare formule (gezamenlijk beeldmerk, gezamenlijke reclame-uitingen, gelijkvormige bedrijfsvoering, en dergelijke). In dit geval is dit element slechts een bijkomend gegeven, omdat ‘franchisenemers’ als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] jegens derden maar in zeer beperkte mate binnen de formule van [eiseres] opereren.

Een ander kenmerk van een franchisecontract is het zelfstandig ondernemerschap van de ‘franchisenemer’. Het is juist dit element - de aanwezigheid van een zekere gelijkwaardigheid van partijen - dat in dit geding centraal staat. De vraag ligt immers ter beantwoording voor of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zelfstandig ondernemer zijn of geacht moeten worden in een dienstbetrekking hun stukadoorswerkzaamheden te verrichten.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat de kwalificatie ‘franchise’, gelet op de rechten en verplichtingen over en weer, de juiste is.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] daarentegen voeren aan dat er wezenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat wordt voldaan aan alle elementen van de definitie van een arbeidscontract in art. 7:610 BW, te weten dat er sprake is van een verplichting om gedurende zekeren tijd arbeid te verrichten, waar tegenover loon wordt voldaan, terwijl er sprake is van een gezagsverhouding (de vennootschap heeft zeggenschap, zij kan aanwijzingen en instructies over de werkinhoud geven).

Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een franchise- dan wel arbeidsverhouding, moeten alle feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang worden gewaardeerd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de volgende gegevenheden wijzen op zelfstandig ondernemerschap:

(a) [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn niet verplicht de met [eiseres] overeengekomen werkzaamheden zélf uit te voeren; zij kunnen een ander in hun plaats de arbeid doen verrichten;

(b) [gedaagde sub 1] en Twickler hebben de mogelijkheid om soortgelijke werkzaamheden als die zij voor [eiseres] verrichten, buiten de vennootschap om aan te nemen, mits zij voor 80% van hun tijd voor [eiseres] beschikbaar zijn;

(c) [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren een (beperkte) eigen bedrijfsadministratie. Zij factureren (via het administratiekantoor P&O) hun werkzaamheden aan [eiseres];

(d) [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dragen een debiteurenrisico in die zin dat als de klant niet betaalt, zij geen gelden ontvangen;

(e) [eiseres] verricht centrale inkoop van te verwerken bouwmaterialen; afgenomen materialen worden door [eiseres] aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gefactureerd.

De volgende gegevenheden wijzen daarentegen meer op een arbeidsverhouding:

(f) [eiseres] gaat over de planning van door haar aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toegedachte werkzaamheden, voor zover zij althans niet hebben opgegeven op een bepaalde datum niet inzetbaar te zijn;

(g) [eiseres] bepaalt de prijs voor de aangenomen werkzaamheden;

(h) [eiseres] factureert aan de opdrachtgever;

(i) Weliswaar geldt voor [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een minimale beschikbaarheid van 80%, maar feitelijk werken zijn bijna 100% van hun tijd voor [eiseres]; slechts incidenteel nemen zij zelf werk aan onder eigen naam.

De volgende gegevenheden behelzen geen argumenten voor het ene of het andere standpunt:

(j) [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn er toe gehouden er zorg voor te dragen dat met [eiseres] besproken werkzaamheden ook worden uitgevoerd (opmerking voorzieningenrechter: een dergelijke verplichting vloeit voort uit elke overeenkomst, hoe ook genaamd);

(k) [gedaagde sub 1] was eerder in loondienst van [eiseres], anderen zijn dat nu nog (opmerking voorzieningenrechter: dit gegeven wijst er op dat een stukadoor ook krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam kán zijn, maar als zodanig sluit dit een franchiseverhouding met betrekking tot anderen geenszins uit);

(l) Aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is een minimumomzet gegarandeerd (opmerking voorzieningenrechter: weliswaar is kenmerkend voor een arbeidsovereenkomst dat de werkgever verplicht is loon te betalen ook wanneer er geen werk voorhanden is, maar ook een franchisegever kan er belang bij hebben om zijn franchisenemers zekerheid te bieden, opdat hij zélf zeker is van hun inzet).

De voorzieningenrechter waardeert de feiten en omstandigheden onder (a) tot en met (i) aldus, dat het hem voorshands voorkomt dat er geen sprake is van een verkapte arbeidsverhouding en dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] wel degelijk kunnen worden aangemerkt als zelfstandige ondernemers, die met [eiseres] in een verhouding staan van franchisenemers en franchisegever. Met name de gegevenheden (a), (b) en (c) nopen tot dit voorlopig oordeel.

Mede met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, oordeelt de voorzieningenrechter omtrent de vorderingen in conventie en reconventie als volgt.

5.2. [eiseres] vordert in conventie veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de tussen partijen gesloten overeenkomst onvoorwaardelijk na te komen. Nu de onderhavige overeenkomst voorshands is gekwalificeerd als een franchiseovereenkomst, zou deze vordering in beginsel toewijsbaar zijn.

Gelet evenwel op het subsidiair gevoerde verweer van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] dat de aangetekende brief van 14 april 2008 dient te worden beschouwd als een opzegging van de franchiseovereenkomst wegens zwaarwegende redenen, en welke opzegging krachtens de daartoe overeengekomen bepalingen is geschied, is de franchiseovereenkomst gelet op de opzegtermijn van drie maanden, op 14 juli 2008 ontbonden.

Nu deze datum inmiddels is verstreken, bestaat er geen grond meer om [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] de overeenkomst te laten nakomen. Het door [eiseres] gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

5.3. In reconventie vorderen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] veroordeling van [eiseres] tot betaling van de door hen verrichtte werkzaamheden ad respectievelijk € 22.629,30 en € 17.128,70. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vorderingen toegewezen dienen te worden, nu [eiseres] de vorderingen inhoudelijk onweersproken heeft gelaten en het gevorderde hem niet ongegrond en onrechtmatig voorkomt.

5.4. De vorderingen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] tot het verstrekken van een gespecificeerd overzicht van hun omzetgegevens over de werkzaamheden die zij voor [eiseres] hebben verricht, alsmede de vordering strekkende tot veroordeling van [eiseres] tot betaling van een voorschot op de reeds door [eiseres] verbeurde boetes, zijn gebaseerd op artikel 6 lid 1 jo artikel 10 lid 2 van de franchiseovereenkomst. [eiseres] is krachtens artikel 6 lid 1 verplicht om telkens uiterlijk op de vijfde van de volgende maand aan de franchisenemer een gespecificeerd overzicht te verstrekken van zijn omzet over de afgelopen maand. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] hebben blijkens de overgelegde correspondentie herhaaldelijk verzocht om een overzicht. [eiseres] heeft uit eigen beweging noch op verzoek van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] de gegevens verstrekt. De voorzieningenrechter acht het door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] gevorderde dan ook toewijsbaar. Aan het door [eiseres] gevoerde verweer dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] de gegevens op het kantoor hadden kunnen inzien, gaat de voorzieningenrechter voorbij, nu zij krachtens de overeenkomst uit eigen beweging de omzetgegevens aan de franchisenemers behoort te verstrekken. Ten aanzien van de aan de overtreding gekoppelde boete is de voorzieningenrechter van oordeel dat de hoogte van deze boete gematigd dient te worden tot een bedrag van € 1.000,00 voor iedere dag dat deze overtreding, zijnde het niet verstrekken van een gespecificeerd overzicht van de omzet, voortduurt.

5.5. Wat betreft het door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] gevorderde voorschot terzake reeds verbeurde boetes van € 25.000,00, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het gevorderde bedrag, gelet op de aard van de overtreding, buitensporig en derhalve onaanvaardbaar is. Wel acht de voorzieningenrechter enig voorschot op de reeds door [eiseres] verbeurde boetes op zijn plaats. Het bedrag zal worden gematigd tot een bedrag van € 7.500,00 per franchisenemer.

5.6. De vordering van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] die ziet op het geven van inzage in de (prijs)afspraken die [eiseres] heeft gemaakt met opdrachtgevers voor wie [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] in de periode juni 2005 tot en met mei 2008 door tussenkomst van [eiseres] werkzaamheden hebben verricht en alle daarop betrekking hebbende informatie en gegevens, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te onbepaald, althans disproportioneel. Van [eiseres] kan niet worden verlangd dat zij een belangrijk deel van haar administratie over een periode van drie jaren aan een derde beschikbaar stelt.

Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

5.7. Ten aanzien van de over en weer gevorderde proceskostenveroordeling is de voorzieningenrechter van oordeel dat, nu partijen zowel in conventie al in reconventie over en weer in het gelijk zijn gesteld, de proceskosten gecompenseerd dienen te worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1. wijst de vorderingen af,

in reconventie

6.2. veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde sub 1] van de facturen als opgesomd in

productie 19 voor de door [gedaagde sub 1] in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden ad

€ 17.128,70, te vermeerderen met de over de afzonderlijke facturen verschuldigde wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening,

6.3. veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde sub 2] van de facturen als opgesomd in productie 20 voor de door [gedaagde sub 2] in opdracht van [eiseres] verrichte werkzaamheden ad

€ 22.629,30, te vermeerderen met de over de afzonderlijke facturen verschuldigde wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening,

6.4. veroordeelt [eiseres] tot het verstrekken van een gespecificeerd overzicht van de omzetgegevens van [gedaagde sub 1] over de werkzaamheden die [gedaagde sub 1] in opdracht van [eiseres] heeft verricht vanaf juni 2005 tot en met mei 2008 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een boete van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] met het vertrekken van die gegevens in gebreke blijft, zulks met een maximum van € 20.000,00,

6.5. veroordeelt [eiseres] tot het verstrekken van een gespecificeerd overzicht van de omzetgegevens van [gedaagde sub 2] over de werkzaamheden die [gedaagde sub 2] in opdracht van [eiseres] heeft verricht vanaf juni 2005 tot en met mei 2008 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een boete van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] met het vertrekken van die gegevens in gebreke blijft, zulks met een maximum van € 20.000,00,

6.6. veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde sub 1] van een voorschot van € 7.500,00 terzake van reeds verbeurde boetes,

6.7. veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde sub 2] van een voorschot van € 7.500,00 terzake van reeds verbeurde boetes,

6.8. verklaart de beslissingen onder 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6 en 6.7 uitvoerbaar bij voorraad,

6.9. wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie:

6.10. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.A.M. Dijkers en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2008.?