Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BD6529

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
02-07-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
AWB 08/525
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Aflsluiten van weg en parkeerplaats. Is er sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/525 BESLU

Van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van

Stichting Platform Keelbos, gevestigd te Nuth, verzoekster,

gemachtigde: mr. A. van Diermen,

ten aanzien van het besluit van 26 juni 2008 (kenmerk: Mpu08/104g) van

het dagelijks bestuur van het Meerschap Paterswolde, verweerder,

gemachtigde: mr. J.D. Leerink.

1. PROCESVERLOOP

Verweerder heeft in brieven van 24 april 2008 onder meer de volgende maatregelen neergelegd:

1. Het afsluiten van het laatste gedeelte van de Oude Badweg te Eelderwolde door middel van een slagboom met pasjesautomaat; alle gebruikers van recreatieverblijven krijgen een toegangspasje en er komen bezoekerspasjes voor familie, leveranciers en servicediensten;

2. Het afsluiten van de grote parkeerplaats bij de hoofdingang van de Hoornseplas gedurende de nachtelijke uren.

Bij brief van 29 mei 2008 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen het maatregelenpakket.

Bij brief van eveneens 29 mei 2008 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 26 juni 2008 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster van 29 mei 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Bij brief van 30 juni 2008 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het besluit van 26 juni 2008. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder kenmerk AWB 08/601 BESLU.

Ingevolge artikel 8:81, lid 5, Awb wordt het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen hangende de bezwaarprocedure gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend en een verweerschrift. Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, aan partijen verzonden.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de voorzieningenrechter op 30 juni 2008. Verzoekster is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door G.C.M. Schalkoort, loco-secretaris van verweerder, en zijn gemachtigde.

2. RECHTSOVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb, kan, voor zover hier van belang, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter ziet zich in voornoemd kader geplaatst voor de vraag of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hiertoe dient allereerst gekeken te worden of de op 24 april 2008 getroffen maatregelen te kwalificeren zijn als een besluit in de zin van de Awb. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt hiertoe als volgt.

Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat er met de getroffen maatregelen door verweerder een verkeersbesluit is genomen, gericht op een publiekrechtelijk rechtsgevolg.

Het verkeersbesluit zou, volgens verzoekster, bestaan uit het onttrekken van wegen aan het openbaar verkeer. Ingevolge artikel 9 van de Wegenwet kunnen openbare wegen slechts aan de openbaarheid worden onttrokken door een besluit van de gemeenteraad, zodat het besluit onbevoegd is genomen.

Hoewel niet uitgesloten kan worden dat er sprake is van een openbare weg als bedoeld in de Wegenwet, stelt de voorzieningenrechter vast dat een dergelijk besluit in het onderhavige geval niet is genomen en dat door verweerder ook niet is beoogd een dergelijk besluit te nemen. Van de kant van verweerder is uitdrukkelijk medegedeeld dat slechts is beoogd om vanuit de hoedanigheid als eigenaar van de betrokken gronden het laatste gedeelte van de Oude Badweg en de parkeerplaats door middel van feitelijk handelen af te sluiten.

De voorzieningenrechter merkt voorts in dit verband op, dat in de in het onderhavige geval van toepassing zijnde Gemeenschappelijke Regeling niet de bevoegdheid aan verweerder is overgedragen om een besluit als door verzoekster gesteld te nemen.

Er is naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen sprake van een besluit gericht op een publiekrechtelijk rechtsgevolg als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, Awb.

Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op.

Voor zover verzoekster wenst op te komen tegen de in haar visie onrechtmatige afsluiting van de Oude Badweg en de grote parkeerplaats bij de hoofdingang van de Hoornseplas, komt het de voorzieningenrechter voor dat verzoekster zich daarvoor dient te wenden tot de civiele rechter. In dat kader kan dan ook de door verzoekster naar voren gebrachte vraag aan de orde komen of voor het feitelijk afsluiten van voornoemde wegen niet eerst door het daartoe bevoegde bestuursorgaan een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb had moeten worden genomen.

Gelet op het voorgaande zijn de brieven waarin de getroffen maatregelen staan vermeld, niet aan te merken als een besluit in de zin van de Awb en heeft verweerder naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, het bezwaar van verzoekster op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat dan ook geen grond.

3. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

wijst het verzoek af.

Aldus gegeven door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, en in het openbaar door hem uitgesproken op 2 juli 2008 in tegenwoordigheid van mr. G.G. Doornbos als griffier.

De griffier De voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.