Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BD2875

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
30-05-2008
Zaaknummer
101207/HA RK 08-123
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking omdat rechter al eerder zaken van verzoeker heeft behandeld. Wrakingsverzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BESLISSING

RECHTBANK GRONINGEN,

MEERVOUDIGE KAMER

Registratienummer: 101207 HA RK 08-123

Datum beslissing: 29 april 2008

Beslissing op het verzoek van [verzoeker] (hierna: verzoeker), wonende te [woonplaats] aan de [adres] tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb).

Het procesverloop

Bij brief van 3 april 2008 heeft verzoeker mr. T.F. Bruinenberg gewraakt.

Mr. T.F. Bruinenberg heeft op 7 april 2008 schriftelijk verklaard niet te berusten in het wrakingsverzoek.

Op 17 april 2008 is het verzoek ter zitting behandeld door de wrakingskamer. Verzoeker is niet verschenen. Mr. T.F. Bruinenberg heeft zijn standpunt mondeling nader toegelicht.

Rechtsoverwegingen

1. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker stelt zich op het standpunt dat mr. Bruinenberg vooringenomen is. Bij uitspraak van 28 december 2007 heeft mr. Bruinenberg het door verzoeker ingestelde beroep tegen de Informatie Beheer Groep niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op deze uitspraak kan er in de thans aanhangige procedure van verzoeker, welke wederom door mr. Bruinenberg zal worden behandelend, geen sprake zijn van een objectieve, onafhankelijke en onpartijdige rechter.

2. Het standpunt van mr. T.F. Bruinenberg

Mr. Bruinenberg voert aan dat hij zijn taak onpartijdig en onbevooroordeeld heeft vervuld. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 Awb aangedragen die tot de conclusie kunnen leiden dat er sprake is van vooringenomenheid. Mr. Bruinenberg verklaart dat hij op 28 december 2007 inderdaad uitspraak heeft gedaan in het geding tussen verzoeker en de Informatie Beheer Groep. Dat dit beroep niet-ontvankelijk is verklaard rechtvaardigt geenszins de conclusie dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid ten aanzien van de huidige procedure van verzoeker. Mr. Bruinenberg wijst er in dit verband op dat het tegen voornoemde uitspraak gedane verzet ongegrond is verklaard. Het wrakingsverzoek dient daarom te worden afgewezen.

3. Beoordeling

Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan worden geconcludeerd tot vooringenomenheid aan de zijde van de gewraakte rechter. Dat verzoeker in een eerdere procedure door mr. Bruinenberg in het ongelijk is gesteld, acht de rechtbank onvoldoende om te kunnen concluderen tot vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen.

4. Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 07/1202) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking;

- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. T.F. Bruinenberg en het Openbaar Ministerie.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, G.J.J. Smits en

E.J. Oostdijk, in tegenwoordigheid van mr. D.W.J. Vinkes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2008.