Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BC9319

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
11-04-2008
Zaaknummer
18/996523-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Noordelijke Fraudekamer heeft een verdachte aan wie 4 keer een valsheid in geschrift is tenlastegelegd vrijgesproken van 3 van de 4 feiten. De Noordelijke Fraudekamer acht in het 4e feit de valsheid in geschrift bewezen voor wat betreft de foutieve datering van de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 18/996523-05

datum uitspraak: 11 april 2008

op tegenspraak

raadslieden: mr. G.J.M.E. de Bont en mr. P. de With, beiden advocaat te Breda

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum en plaats],

wonende te [woonplaats en adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 november 2007 en 26, 27 en 28 maart 2008.

TENLASTELEGGING

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 7 januari 2003, althans in of omstreeks de maand januari

2003, te Heilig Land Stichting en/of te Veenoord en/of te Nieuw-Amsterdam,

en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-2063) tussen AG Beheer BV en Fraberg BV - zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken

en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s),

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) Fraberg BV haar recht op eerste koop van de aandelen

Fernhout B.V. aan AG beheer geeft,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Fraberg B.V. op of omstreeks 7 januari 2003, althans in of omstreeks de maand

januari 2003, te Heilig Land Stichting en/of te Veenoord en/of te

Nieuw-Amsterdam, en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-2063) tussen AG Beheer BV en Fraberg BV - zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken

en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben voornoemde Fraberg en/of de mededader(s) van voornoemde

Fraberg,

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) Fraberg BV haar recht op eerste koop van de aandelen

Fernhout B.V. aan AG beheer geeft,

zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) leiding heeft gegeven;

artikel 51 Wetboek van strafrecht j.o.

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 2 maart 2001, althans in of omstreeks de maand maart

2001, te Heilig Land Stichting en/of te Veenoord en/of te Nieuw-Amsterdam,

en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-2006) tussen AG Beheer BV en Fraberg BV - zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken

en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s),

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) Fraberg BV haar recht op eerste koop van de aandelen

Fernhout B.V. aan AG beheer heeft overgedaan,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Fraberg B.V. op of omstreeks 2 maart 2001, althans in of omstreeks de maand

maart 2001, te Heilig Land Stichting en/of te Veenoord en/of te

Nieuw-Amsterdam, en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-2006) tussen AG Beheer BV en Fraberg BV - zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken

en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben voornoemde Fraberg B.V. en/of de mededader(s) van

voornoemde Fraberg B.V,

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) Fraberg BV haar recht op eerste koop van de aandelen

Fernhout B.V. aan AG beheer heeft overgedaan,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) leiding heeft gegeven;

artikel 51 Wetboek van strafrecht j.o.

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2004 tot en met 30 september 2005

te Heilig Landstichting en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en) , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een factuur, afkomstig van Fraberg BV en gericht aan AG Financial Services

B.V. (bijlage D2081, D-2084, D2086, D-2087), - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s),

(telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op voornoemde factu(u)r(en)

vermeld of laten vermelden dat (zakelijk weergegeven) het een factuur betrof

"inzake onze overeenkomst "Fernhout"d.d. 07-01-2003.",

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Fraberg B.V.in of omstreeks de periode van 1 maart 2004 tot en met 30

september 2005 te Heilig Landstichting en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en) , althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een factuur, afkomstig van Fraberg BV en gericht aan AG Financial Services

B.V. (bijlage D2081, D-2084, D2086, D-2087), - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst en/of valselijk heeft laten opmaken en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben voornoemde Fraberg B.V. en/of de mededader(s) van

voornoemde Fraberg B.V.,

(telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op voornoemde factu(u)r(en)

vermeld of laten vermelden dat (zakelijk weergegeven) het een factuur betrof

"inzake onze overeenkomst "Fernhout"d.d. 07-01-2003.",

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) leiding heeft gegeven;

artikel 51 Wetboek van strafrecht j.o.

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 31 mei 2000, althans in of omstreeks de periode van

18 januari 1999 tot en met 30 juni 2000, te Heilig Land Stichting en/of te

Nieuw-Amsterdam, en/of (elders) in Nederland en/of te Malaga, althans in

Spanje,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-4091) tussen Eurobuildings 2002 S.L. en de

Fraberg B.V., - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft

laten opmaken en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s),

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) op 18 januari 1999 het in het contract gestelde zijn

overeengekomen en/of de overeenkomst op 18 januari 1999 is ondertekend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Fraberg B.V. op of omstreeks 31 mei 2000, althans in of omstreeks de periode

van 18 januari 1999 tot en met 30 juni 2000, te Heilig Land Stichting en/of te

Nieuw-Amsterdam, en/of (elders) in Nederland en/of te Malaga, althans in

Spanje,

tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en) en/of

(rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

een overeenkomst (bijlage D-4091) tussen Eurobuildings 2002 S.L. en de

Fraberg B.V., - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft

laten opmaken en/of laten vervalsen ,

immers heeft/hebben voornoemde Fraberg B.V. en/of de mededader(s) van

voornoemde Fraberg B.V,

valselijk en in strijd met de waarheid vermeld of laten vermelden dat

(zakelijk weergegeven) op 18 januari 1999 het in het contract gestelde zijn

overeengekomen en/of de overeenkomst op 18 januari 1999 is ondertekend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) leiding heeft gegeven;

artikel 51 Wetboek van strafrecht j.o.

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

De verdediging heeft een aantal verweren gevoerd die, zo zij zouden slagen, tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie dienen te leiden.

a. strijd met het gelijkheidsbeginsel;

b. lekken door het openbaar ministerie;

c. niet in acht nemen van waarborgen door de belastingdienst;

d. misbruik van bevoegdheid;

e. overschrijding van de redelijke termijn.

Geen van deze verweren treft evenwel doel. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Ad a. Door de verdediging wordt gewraakt dat verdachte wordt vervolgd, terwijl een medeverdachte die een grotere rol lijkt te hebben gehad in de hier aan verdachte tenlastegelegde feiten, een sepot heeft gekregen. Gedoeld wordt op de situatie dat aan een medeverdachte, kort vóór de regiezitting van november 2007, een transactie is aangeboden. Deze medeverdachte werd verdacht van ondermeer fiscale delicten. Bekend is geworden dat de contactambtenaar van de belastingdienst, in samenspraak met de officier van justitie, aan deze medeverdachte een transactie voor een aanzienlijk bedrag heeft aangeboden. Dit is verantwoord met een beroep op beschikbaar gekomen medische berichtgeving over de zeer slechte gezondheid en sombere levensprognose van de medeverdachte. De situatie van de medeverdachte is derhalve niet gelijk aan die van verdachte. Reeds om die reden kan dit onderdeel van het verweer niet slagen.

Ad b. De raadslieden hebben ter onderbouwing van hun standpunt drie brieven van de FIOD-ECD aan het advocatenkantoor [naam] (optredend voor Ballast Nedam, de ex-werkgever van verdachte) overgelegd. Deze brieven dateren uit januari en februari 2007 en zij bevatten, kennelijk desgevraagd, een mededeling dat bij verdachte in september 2005 een -strafrechtelijke- doorzoeking in de woning heeft plaatsgehad en dat daarbij administratie in beslag is genomen. Voorts is een mededeling gedaan over de afhandeling van de in beslag genomen voorwerpen.

De rechtbank stelt vast dat de opsporingsdienst in antwoord op vragen van een belanghebbende heeft gereageerd. De dienst deed dat in tamelijk algemene bewoordingen. Bovendien spreekt uit de brieven dat de vragensteller klaarblijkelijk beschikte over relevante voorinformatie. Naar het oordeel van de rechtbank kan in bedoelde brieven geen aanwijzing worden gevonden voor lekken van vertrouwelijke informatie.

Ad c. Verdachte heeft op 19 januari 2004 een gesprek gehad met een ambtenaar van de belastingdienst. Het door de belastingdienst opgemaakte besprekingsverslag is op verzoek van de verdediging aan de stukken toegevoegd. Uit vorenbedoeld verslag blijkt dat, na telefonische vooraankondiging, sprake was van een vrijwillig informatief gesprek met verdachte over transacties in de wereld van de betoncentrales. In een dergelijk gesprek staat vragen vrij voor de belastingdienst. De cautie behoefde niet te worden gegeven omdat verdachte op dat moment niet was aangemerkt als verdachte in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Uit het dossier blijkt dat dit eerst later, in of na juli 2004, is geschied. In het verhoor van de betreffende ambtenaar van de belastingdienst ten overstaan van de rechter-commissaris (21 maart 2008) ziet de rechtbank geen aanleiding om hier anders over te oordelen. Ook dit punt van verweer wordt derhalve verworpen.

Ad d. Verdachte plaatst een kritische noot over het feit dat hij ook na 21 september 2006, langer dan nodig, in bewaring zou zijn gehouden. Allereerst merkt de rechtbank op dat de wet niet voorziet in een appèlmogelijkheid voor verdachte tegen een bevel tot bewaring. In de tweede plaats blijkt uit het dossier dat de rechter-commissaris het bevel tot voorlopige hechtenis heeft opgeheven (en wel ingaande 26 september 2006 te 15.00 uur). Daaruit spreekt dat de rechter-commissaris nauwlettend erop heeft toegezien dat de voorlopige hechtenis niet langer voortduurde dan noodzakelijk.

Niet valt in te zien dat het door de verdediging aangehaalde citaat van de hoofdofficier van het functioneel parket -dat dateert uit december 2007 - een overweging is geweest met betrekking tot het in voorlopige hechtenis hebben en houden van verdachte in september 2006.

Ad e. Tenslotte heeft de verdediging gesteld dat de verdenking jegens verdachte reeds is ontstaan in het gesprek met de ambtenaar van de belastingdienst (januari 2004; zie ook punt c) en dat derhalve daar reeds het beginpunt van de redelijke termijn op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens is gelegen. Dit acht de rechtbank onjuist. De redelijke termijn vangt aan in september 2005, bij gelegenheid van de doorzoeking in de woning van verdachte. Nadien heeft de opsporingsdienst vele onderzoekshandelingen verricht waaronder het uitzetten van tijdrovende rechtshulpverzoeken. Eind januari 2007 is het onderzoek in deze complexe zaak met vele medeverdachten door de opsporingsdienst afgerond en is het dossier voorgelegd aan het openbaar ministerie.

Niet is gebleken van langdurig stilzitten van de justitiële autoriteiten. De overschrijding van de redelijke termijn acht de rechtbank niet dermate groot dat dit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet leiden.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder de feiten 1, 2 en 3 is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

In de desbetreffende overeenkomsten (feiten 1 en 2) en de daarop gebaseerde vier facturen (feit 3) gaat het om de overgang van een verondersteld recht van eerste koop van de Fernhout-groep tegen een bepaalde prijs. De bewijsmiddelen laten niet zonder meer de conclusie toe dat de in de tenlastelegging genoemde valsheid bezijden de waarheid is.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat wellicht het in het contract omschreven object in juridisch opzicht niet geheel juist is doch dat partijen precies wisten waarom het ging. Het betrof een exclusief recht om te onderhandelen met de heer [naam betrokkene](hierna: [naam betrokkene]) over de aankoop van de aandelen van de Fernhout-groep. Voor het aanbrengen van deze mogelijkheid tot onderhandeling met de (vertegenwoordiger van de) Fernhout-groep verwierf hij, aldus verdachte, van de wederpartij, in casu de desbetreffende vennootschap van de heer [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte]), een financiële tegemoetkoming. Verdachte heeft in dit verband gesproken van een "bring-on fee", die niet ongebruikelijk is bij dit soort transacties.

Niet uitgesloten kan worden dat een dergelijke recht inderdaad ooit is gegeven. In die visie is verdachte dan niet meer dan een 'startkatalysator' (met mogelijk een eigen geldelijk belang daarbij) in een traject dat -uiteindelijk- heeft geleid tot de overname van de Fernhout-groep door een ander concern. Zowel in de verklaring van degene die de onderhandelingen voerde voor de verkopende partij - Fernhout t.o.v. van de Belastingdienst, (bijlage D-2096) - als in de schriftelijke beantwoording door [naam medeverdachte] van de vragen, gesteld door de verdediging en de rechter-commissaris (proces-verbaal bevindingen en verrichtingen van de rechter-commissaris Rechtbank te Groningen d.d. 19 maart 2008) is hiervoor een bevestiging te vinden.

Nadat de onderhandelingen tussen de Fernhout-groep en de toenmalige werkgever van verdachte - BNIT- in het najaar van 2000 materieel èn formeel waren beëindigd, heeft verdachte van [naam betrokkene] toestemming gekregen om bedrijfsinformatie door te spelen aan [naam medeverdachte]. Laatstgenoemde heeft kort na de jaarwisseling 2000/2001 daadwerkelijk een gegadigde van koop gevonden, waarna in april 2001 tussen partijen overeenstemming is ontstaan omtrent de precieze condities van de bedrijfsovername.

Dat tot twee keer toe een overeenkomst is gesloten met [naam medeverdachte] heeft verdachte toegelicht met het gegeven dat in maart 2001 -bij het sluiten van de eerste overeenkomst- hem nog niet bekend was welke overnamesom voor de Fernhout-groep zou worden betaald. Nadat hem die informatie wel had bereikt, heeft hij opnieuw een afspraak gemaakt met [naam medeverdachte] over de hoogte van vorenbedoelde fee. Daar de verdiensten voor [naam medeverdachte] hoger waren geweest dan aanvankelijk was voorzien, achtte verdachte het redelijk om een hogere tegemoetkoming te bedingen. Daarin heeft [naam medeverdachte] -uiteindelijk- in januari 2003 bewilligd, hetgeen heeft geleid tot de tweede overeenkomst.

Ook deze lezing van verdachte wordt niet weersproken door de bewijsmiddelen.

Daarmee is het tenlastegelegde met betrekking tot voornoemde onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, waarbij de met zoveel woorden in de tenlastelegging genoemde valsheid of vervalsing naar het oordeel van de rechtbank is te beschouwen als een te bewijzen onderdeel van de delictsomschrijving, niet wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat was afgesproken dat de deal tussen Eurobuildings 2002 S.L. en zijn persoonlijke vennootschap De Fraberg B.V. op een latere datum dan 18

januari 1999 geëffectureerd zou worden in verband met loyaliteitsproblemen die hij had met Ballast Nedam. Voorts heeft verdachte verklaard dat de overeenkomst weliswaar is gesloten op 18 januari 1999 doch dat deze later op schrift is gesteld en ondertekend.

Daarmee geeft verdachte in feite de valsheid van de datum van ondertekening van het contract toe. Deze is niet, zoals in het contract (bijlage D-4091) staat, op 18 januari 1999 ondertekend. Dit gebeurde eerst op of na 31 mei 2000. Aanknopingspunt daarvoor vindt de rechtbank in de verklaringen van de Spaanse medeondertekenaar [naam] (namens Eurobuilings 2002 S.L.), die zegt dat het contract nog niet was ondertekend door de wederpartij toen hij te Malaga tekende; dat hij de persoon van het bedrijf Fraberg B.V. niet kent en dat het contract door [naam medeverdachte], nadat hij getekend had, werd meegenomen. Ook leidt de rechtbank de valsheid van de ondertekeningsdatum van het bewuste contract af uit het faxbericht dd. 31 mei 2000 (bijlage D-4089), waarin aan een medewerker van voormeld Spaans bedrijf wordt aangegeven, zelfs met onderstreping om het belang daarvan te benadrukken, dat de datum van ondertekening op 18 januari 1999 dient te worden gesteld.

De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van feit 4 onder primair voor wat betreft de foutieve datering van de overeenkomst.

De rechtbank zal geen oordeel uitspreken over de vraag of het adviseurschap van verdachte bij genoemde Spaanse vennootschap van [naam medeverdachte]. een reële constructie is geweest of dat deze alleen maar is opgezet om gelden van [naam medeverdachte] naar verdachte te laten vloeien. Een dergelijke meeromvattende valsheid is immers niet tenlastegelegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 31 mei 2000 tot en met 30 juni 2000, te Heilig Land-Stichting en/of Nieuw-Amsterdam en/of te Malaga, tezamen en in vereniging met een of meerdere natuurlijke pers(o)n(en), een overeenkomst (bijlage D-4091) tussen Eurobuildings 2002 S.L. en de Fraberg B.V., - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft laten opmaken, immers hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s), valselijk en in strijd met de waarheid laten vermelden dat (zakelijk weergegeven) de overeenkomst op 18 januari 1999 is ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

Onder 4 primair:

Medeplegen van valsheid in geschrift

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte persoonsrapportage, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Het tijdstip van ondertekening van de desbetreffende overeenkomst is onjuist en vals vermeld.

Niet gebleken is dat de verdachte als gevolg van het bewezenverklaarde feit enig voordeel heeft gehad.

De rechtbank stelt vast dat in het zeer uitgebreide proces-verbaal van de FIOD-ECD (meer dan 50 ordners) de indruk wordt gewekt dat de bewezenverklaarde handeling van de verdachte niet op zichzelf heeft gestaan. Afgezien van de tenlastegelegde vervalsingen zou mogelijk sprake zijn van juridisch ondeugdelijke contracten, belangenverstrengeling, ontwijkingsgedrag ten aanzien van mededingingsregelgeving en belastingontduiking. Dergelijke feiten zijn echter niet tenlastegelegd. Uitgaande van een bewezenverklaring van die feiten zou het niet vreemd zijn dat de officier van justitie een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf eist.

Alleen al vanwege het feit dat de rechtbank slechts één maal valsheid in geschrift bewezen heeft verklaard, zal zij de eis van de officier van justitie niet volgen.

De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het lange tijdsverloop tussen de doorzoeking van de woning van verdachte in september 2005 en de start van de behandeling van de strafzaak in november 2007, die door het bijzondere karakter van de strafzaak voor de verdachte meer dan gemiddeld belastend is geweest. In het bijzonder hebben daarbij de media-aandacht, de maatschappelijke gevolgen voor verdachte alsook de beslagen die door de ex-werkgever op zijn vermogen zijn gelegd een rol gespeeld.

Verdachte heeft een blanco strafblad; hij is gepensioneerd directeur in de bouwsector. Recidivegevaar acht de rechtbank niet aanwezig zodat een voorwaardelijke straf achterwege kan blijven.

Alles overziende acht de rechtbank schuldigverklaring zonder oplegging van straf aangewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

9a, 47 en 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 4 primair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- bepaalt dat aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. F. Sijens, voorzitter, J.Y.B. Jansen en P.L.M.J. Rooijakkers, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 april 2008.

Mr. J.Y.B. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.