Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6630

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
100321/FT RK 08-124
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het instellen van een moratorium ex artikel 287b Fw.

Artikel 304 Fw is toepasselijk. Er is geen situatie, waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling tot stand komt zo klein is, dat deze niet is gerechtvaardigd.

Moratorium voor maximaal zes maanden vastgesteld op voorwaarde, dat aan de lopende verplichtingen wordt voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknummer: 100321/FT-RK 08.124

vonnis d.d. 28 februari 2008

in de zaak van:

Verzoeker.

PROCESGANG

Verzoeker ontvangt sinds 4 oktober 2007 energie van Go Energy. Hij heeft een achterstand in de betaling van de nota’s laten ontstaan ter hoogte van € 500,40. Bij brief van 7 december 2007 heeft Go Energy aan verzoeker laten weten over te zullen gaan tot afsluiting van de energie, indien hij de achterstand in de betaling niet binnen vijf dagen voldoet. Verzoeker is niet in staat om de betalingsachterstand in te lopen en heeft zich daarom op 25 februari 2008 gemeld bij de Groningse Kredietbank (GKB) met het verzoek tot schuldhulpverlening.

Op 26 februari 2008 is door verzoeker tegelijk met het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).

Dit verzoek tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw is behandeld ter zitting van 28 februari 2008. Verzoeker is ter zitting verschenen, samen met mevrouw R. Swart, medewerkster van de GKB.

Go Energy, op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Bij faxbericht van 28 februari 2008 heeft

Go Energy laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen. Voorts heeft zij in hetzelfde faxbericht haar standpunt toegelicht.

RECHTSOVERWEGINGEN

De gevraagde voorziening houdt in:

het van toepassing verklaren van artikel 304 Fw;

Verzoeker heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij poogt een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers overeen te komen dan wel - als dat niet lukt - hij toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens verzoeker noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.

Go Energy heeft zich op het standpunt gesteld dat de afspraken en voorwaarden door hen zijn nageleefd en zij aan verzoeker gas en elektriciteit leveren vanaf 4 oktober 2007. Per heden bedraagt het openstaande saldo € 550,40. Zij vordert onmiddellijke betaling. Bij het uitblijven daarvan zal zij de energieleveranties aan verzoeker staken.

Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij nooit zicht heeft gehad op zijn financiën. Zijn ex-echtgenote deed de administratie. Sinds de scheiding woont hij samen met zijn beide volwassen dochters. Een van beide dochters is thans vijf maanden zwanger. Verzoeker heeft verklaard alle medewerking te willen verlenen aan een schuldregeling.

Mevrouw Swart heeft het verzoekschrift toegelicht. Naast de in het verzoekschrift vermelde schulden zijn er nog een aantal andere, oudere schulden. De GKB is bezig om de schulden te inventariseren, mogelijk met behulp van Humanitas. Verzoeker is aangemeld voor budgetbeheer, hetgeen 29 februari 2008 zal worden opgestart. Ten aanzien van het loon van verzoeker is reeds een machtiging verzonden naar zijn werkgever. De GKB zal straks zorgdragen voor de betaling van de vaste lasten. Voorafgaand aan de start van het budgetbeheer is er nog één voorschotnota van Go Energy die door verzoeker zelf zal moeten worden betaald. Ter zitting heeft verzoeker de rechtbank toegezegd voor betaling van deze nota zorg te zullen dragen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is, teneinde verzoeker in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met zijn schuldeisers te komen over een minnelijke schuldregeling. Van een situatie waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op aard en omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is, is geen sprake. De rechtbank overweegt daartoe dat verzoeker zich bij de GKB heeft gemeld. De GKB is gestart met de voorbereiding van) de minnelijke schuldregeling. Voorts is verzoeker aangemeld voor budgetbeheer.

Het standpunt van Go Energy kan niet tot ander oordeel leiden, nu dit enkel ziet op de vaststelling dat verzoeker een betalingsachterstand heeft en niet op het al dan succesvol tot stand komen van een minnelijke schuldregeling. De stelling van Go Energy, dat zij alleen akkoord wil gaan met een aflossingsregeling van € 100,- per maand, voorzover dat standpunt door Go Energy wordt gehandhaafd, is onvoldoende om te oordelen dat een minnelijke schuldregeling op voorhand kansloos is.

De gevraagde voorziening zal derhalve gegeven worden. Hierbij geldt onder meer de voorwaarde dat verzoeker vanaf heden de lopende verplichtingen jegens Go Energy voldoet.

Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op een nader te bepalen tijdstip. Indien verzoeker gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers tot stand brengt, dient hij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken.

BESLISSING

De rechtbank

- beveelt dat de leveranties van gas en elektriciteit door Go Energy niet mogen worden gestaakt;

- bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft wordt voldaan;

bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal 6 maanden;

- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;

- bepaalt dat de Groningse Kredietbank, die namens verzoeker de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.

Gewezen door mr. I. Tubben, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

28 februari 2008 in tegenwoordigheid van mr. F.J. Tinga als griffier.