Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BC5435

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
29-02-2008
Zaaknummer
AWB 08/183
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder verleende een bouwvergunning zonder vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, Wro, terwijl die vrijstelling wel vereist is. De voorzieningenrechter schorst daarop (zonder het houden van een zitting) de bouwvergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/183

van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen op het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van

Formido Bouwmarkten B.V., te Nijkerk en

B.V. Bouwmarkt Surhuisterveen, te Surhuisterveen, verzoeksters,

gemachtigde: mr. H.A. Samuels Brusse

ten aanzien van het besluit van 5 oktober 2007, kenmerk: 20070146, van

het college van burgemeester en wethouders van Grootegast, verweerder.

1. feiten en procesverloop

Bij het hiervoor genoemde besluit van 5 oktober 2007 heeft verweerder [naam vergunninghouder] (hierna te noemen: vergunninghouder) vergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfshal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Grootegast, [bouwlocatie]

Tegen dit besluit (hierna te noemen: het bestreden besluit) hebben verzoeksters op grond van artikel 7:1, eerste lid, Awb, bij brief van 7 november 2007 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder.

Bij verzoekschrift van 19 februari 2008 hebben verzoeksters de voorzieningenrechter gevraagd met betrekking tot het bestreden besluit een voorlopige voorziening te treffen.

2. rechtsoverwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb, kan, voorzover hier van belang, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien overwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van artikel 40, eerste lid, Woningwet (Ww) is het verboden te bouwen zonder vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).

Ingevolge artikel 44, eerste lid, Ww mag de reguliere bouwvergunning slechts en moet worden geweigerd, indien:

a. het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2 en 120 Ww;

b. het bouwen niet voldoet aan de bouwverordening, of zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, aan de voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, Ww of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120 Ww;

c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld;

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, Ww tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend, of

e. voor het bouwen een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.

Bij brief van 30 januari 2008 heeft verweerder verzoeksters medegedeeld dat tijdens de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift is geconstateerd dat ten onrechte geen vrijstelling is verleend van het van toepassing zijnde bestemmingsplan en dat inmiddels een vrijstellingsprocedure opgestart is. In afwachting van de behandeling daarvan heeft verweerder de behandeling van het bezwaarschrift aangehouden.

Op grond van het vorenstaande en de overgelegde stukken, waaronder in het bijzonder het conceptbesluit vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, Wet op de ruimtelijke ordening te verlenen, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het bestreden besluit in strijd met het bepaalde in artikel 44, eerste lid, onder c, Ww is verleend.

Of verweerder de aan het bestreden besluit thans klevende gebrek bij de beslissing op bezwaar zal kunnen herstellen is speculatief. Het bestreden besluit zal in ieder geval niet ongewijzigd in stand kunnen blijven.

Nu het bestreden besluit de rechtmatigheidtoets evident niet kan doorstaan is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk gegrond en komt het met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Awb (zonder het houden van een zitting) voor inwilliging in aanmerking.

Aangezien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingewilligd bepaalt de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:82, vierde lid, Awb dat het voor het verzoek om voorlopige voorziening betaalde griffierecht door de gemeente Grootegast aan verzoeksters wordt vergoed. De voorzieningenrechter acht voorts termen aanwezig verweerder op de voet van artikel 8:84, vierde lid, Awb, in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, Awb te veroordelen in de kosten die verzoeksters redelijkerwijs hebben moeten maken, en wijst de gemeente Grootegast aan als de rechtspersoon die deze kosten moet betalen.

Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt de voorzieningen-rechter deze kosten op € 322,--, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende bijlage.

3. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

-schorst het besluit van verweerder van 5 oktober 2007, nr. 20070146;

-bepaalt dat de gemeente Grootegast verzoeksters het betaalde griffierecht van € 285,-- vergoedt;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters, die zijn vastgesteld op

€ 322,--, en bepaalt dat de gemeente Grootegast deze kosten dient te betalen.

Aldus gegeven door mr. A. Houtman, voorzieningenrechter en in het openbaar door haar uitgesproken op 28 februari 2008, in tegenwoordigheid van M.J. 't Hart als griffier.

De griffier, De voorzieningenrechter,

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

verzonden op:

typ: HtH.