Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2008:BC5416

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
28-02-2008
Zaaknummer
323607 CV EXPL 07-4275
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Telefonische acquisitie. Beroep op de beschermingsbepaling van artikel 3:61lid 2 BW verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 323607 CV EXPL 07-4275

Vonnis d.d. 13 februari 2008

inzake

de besloten vennootschap Uitgeverij De Schelde B.V.,

statutair gevestigd te Hoek en kantoorhoudende te Sas van Gent, Mercuriusstraat 4,

eisende partij, gemachtigde Tijhuis & Partners, gerechtsdeurwaarders,

tegen

de besloten vennootschap [A.] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Groningen, [adres],

gedaagde partij, gemachtigde mr. M. Pasker, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden (Kastanjelaan 2, 3833 AN).

PROCESGANG

Eiseres, hierna te noemen De Schelde, heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd gedaagde, hierna te noemen [A.], te veroordelen tot betaling van € 2971,43 met rente met haar veroordeling tot betaling van de kosten van het geding.

[A.] heeft in conventie geantwoord met conclusie tot afwijzing van het gevorderde en in reconventie gevorderd primair De Schelde te veroordelen tot betaling van € 15.212,96 met rente, subsidiair en meer subsidiair de tussen partijen gesloten overeenkomst te vernietigen met veroordeling van De Schelde tot betaling van bovengenoemd bedrag, één en ander met veroordeling van De Schelde in de kosten van het geding.

De Schelde heeft in conventie volhard bij het door haar gestelde en in reconventie geantwoord met conclusie tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van [A.] in de kosten van het geding.

De gebruikelijke conclusies zijn gewisseld waarna vonnis is bepaald

OVERWEGINGEN

In conventie en in reconventie

De feiten

1. De Schelde houdt zich onder zowel onder haar eigen naam, als onder de naam

2 + 4 Productions, bezig met het uitgeven van informatiegidsen ten behoeve waarvan zij, veelal telefonisch, advertenties werft.

In het overgelegde uittreksel uit het handelsregister wordt het bedrijf van [A.] omschreven als het uitoefenen van een tandartspraktijk, tandheelkunde en implantologie. Uit het uittreksel kan ook worden opgemaakt dat alleen het bestuur en/of de directeuren, met name wordt genoemd [A.], bevoegd zijn de vennootschap te vertegenwoordigen.

Zoals blijkt uit het overgelegde contract is mevrouw [B.], destijds in dienst van [A.], na daartoe telefonisch benaderd te zijn, met De Schelde, handelend onder de naam 2 + 4 Promotions, de plaatsing van 9 advertenties in de uitgave de Voorlichtingsgids overeengekomen tegen een bedrag van € 831,81 inclusief BTW per advertentie. In dit contract is tevens onherroepelijke machtiging gegeven de verschuldigde bedragen in de periode maart/juni 2006 automatisch te incasseren. Vervolgens is mevrouw [B.] op 7 maart 2006 met De Schelde overeengekomen de plaatsing van 10 advertenties in de uitgave Leven met een Handicap tegen een bedrag van € 1069,81 inclusief BTW per advertentie. Ook in dit geval is onherroepelijke machtiging gegeven om de verschuldigde bedragen automatisch te incasseren en wel in de periode maart/april 2006.

In de periode van 10 maart 2006 tot en met 28 april 2006 heeft De Schelde automatisch een bedrag van € 15.212,96 voor in totaal 16 advertenties geïncasseerd. Per 28 april 2006 heeft [A.] de automatische incasso stopgezet waardoor De Schelde de kosten van de laatste 3 advertenties, een totaalbedrag van € 2971,43, niet heeft kunnen incasseren.

De standpunten van partijen

2. De Schelde beroept zich op de overeenkomsten en vordert betaling van het restantbedrag van € 2.971,43. Zij stelt dat zij er van uit ging dat mevrouw [B.] bevoegd was [A.] te vertegenwoordigen, althans dat zij daarvan uit mocht gaan. [A.] betwist dat. Volgens haar zijn de overeenkomsten niet rechtsgeldig tot stand gekomen omdat mevrouw [B.] niet bevoegd was haar te vertegenwoordigen. Zij stelt in conventie niet gehouden te zijn tot betaling en in reconventie dat door haar onverschuldigd is betaald op grond waarvan zij terugbetaling vordert. Subsidiair beroept zij zich op het ontbreken van wilsovereenstemming, dwaling, bedrog en wanprestatie.

Beoordeling van het geschil

3. Zoals hierboven overwogen blijkt uit het uittreksel van het handelsregister dat mevrouw [B.] niet bevoegd was [A.] te vertegenwoordigen. De vraag is dus of De Schelde [A.] toch mag houden aan de door mevrouw [B.] gegeven opdrachten.

[A.] stelt allereerst dat mevrouw [B.] op de overeenkomst van 1 maart 2006, in het voor de handtekening bestemde kader, door ondertekening heeft verklaard bevoegd te zijn tot het geven van de opdracht. Bovendien staat op de overeenkomst van 7 maart 2006 een stempelafdruk van de praktijk van [A.].

4. Naar het oordeel van de kantonrechter had De Schelde op grond van het voorgaande niet mogen aannemen dat mevrouw [B.] bevoegd was. Zeker in het kader van het sluiten van overeenkomsten als de onderhavige, waarbij de wederpartij ongevraagd telefonisch wordt benaderd, mag van de advertentieverkoper worden verlangd dat hij zich ervan vergewist of degene met wie hij zaken probeert te doen bevoegd is om advertentieopdrachten te geven. Indien De Schelde het handelsregister had geraadpleegd zou onmiddellijk duidelijk zijn worden dat mevrouw [B.] onbevoegd was. Nu zij geen gebruik heeft gemaakt van deze eenvoudige en voor de hand liggende mogelijkheid dienen de gevolgen van dit nalaten in beginsel voor haar rekening te komen.

5. De Schelde voert ook aan dat [A.] pas heeft gereageerd nadat in totaal 16 afschrijvingen (8 + 8) hadden plaatsgevonden. Dat was nadat mevrouw [B.] haar werkzaamheden bij [A.] had beëindigd. Volgens De Schelde kan daaruit worden afgeleid dat mevrouw [B.] de vrije hand had in het plaatsen van opdrachten. Datzelfde geldt volgens haar voor haar opvolgster, mevrouw Harmeling, die volgens het handelsregister evenmin bevoegd is [A.] te vertegenwoordigen, terwijl mevrouw [B.] voordien ook opdrachten aan andere uitgeverijen gaf.

6. Ook in voorgaande vindt de kantonrechter geen grond om het beroep op opgewekte schijn te honoreren. Daarbij gaat het immers om de schijn die opgewekt is voordat de overeenkomst werd gesloten. I.c. gaat het om betaling van bedragen die door De Schelde zelf, na het sluiten van de beide overeenkomsten in rap tempo automatisch zijn overgeboekt. Op dezelfde grond kan ook geen schijn worden ontleend aan gedragingen van de opvolgster van mevrouw [B.], waarbij overigens moet worden opgemerkt dat het daarbij gaat om een opdracht van nog geen € 200,00. Het feit dat mevrouw [B.] mogelijk in januari 2006 aan derden opdracht gegeven heeft tot het plaatsen van advertenties acht de kantonrechter evenmin van belang.

7. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat De Schelde [A.] niet kan houden aan de door haar met mevrouw [B.] gemaakte afspraken. Dat brengt met zich mee dat de vordering van De Schelde in conventie zal worden afgewezen en de vordering van [A.] in reconventie zal worden toegewezen.

8. De Schelde zal, als grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

wijst af de vorderingen van De Schelde;

veroordeelt De Schelde in de kosten van het geding in conventie die aan de zijde van [A.] worden vastgesteld op € 350,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

veroordeelt De Schelde tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te betalen het bedrag van € 15.212,96 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2006 totaalbedrag van de algehele voldoening;

veroordeelt De Schelde in de kosten van het geding in reconventie die aan de zijde van [A.] worden vastgesteld op € 600,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.R. van Baak-Klijnsma, kantonrechter, en op 13 februari 2008 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.