Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BC3477

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
19-10-2007
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
AWB 06/898
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een preventieve last onder dwangsom wordt opgelegd teneinde te voorkomen dat eiser een terras begint bij zijn kiosk. De rechtbank bevestigt de visie van verweerder dat sprake is van een met het bestemmingsplan strijdige situatie en dat concreet zicht op legalisatie niet aanwezig is. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2007/1297
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Zaaknummer: AWB 06/898 GEMWT

Uitspraak in het geschil tussen

[naam en woonplaats], eiser,

gemachtigde: mr. J.W. Spanjer,

en

het college van burgemeester en wethouders van De Marne, verweerder.

1. Onderwerp van geschil

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 mei 2006 (verzonden 17 mei 2006).

In dit (bestreden) besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 6 december 2005, waarbij verweerder eiser een preventieve last onder dwangsom heeft opgelegd, ter voorkoming dat eiser een terras op het perceel [locatie] te Lauwersoog in gebruik neemt, ongegrond verklaard.

2. Zitting

Het geschil is behandeld op de zitting van 21 september 2007.

Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door W.K. de Wind en

mr. R.A. Stavenga.

3. Overwegingen

feiten en standpunten van partijen

Op 10 augustus 2005 hebben de eigenaren van restaurant [naam] te Lauwersoog verweerder verzocht handhavend op te treden tegen het terras van eiser.

Verweerder heeft bij besluit van 6 december 2006 eiser een preventieve last onder dwangsom opgelegd van € 2.000,-- per dag tot maximaal € 100.000,-- ter voorkoming van het in gebruiknemen van een terras op perceel [locatie] te Lauwersoog. Verweerder heeft overwogen dat de inrichting van een terras in strijd is met bestemmingsplan "Lauwersoog", bestemming "verkeersdoeleinden" met nadere aanduiding "bebouwing voor de scheepvaart". De bestaande kiosk is daarmee ook in strijd, maar kan worden gelegaliseerd. Het standpunt van verweerder is altijd geweest dat een standplaats met maximaal 50 m2 vloeroppervlak mag worden ingenomen. Dit standpunt is ook vanaf 2003 door verweerder ingenomen. Het algemeen belang is gediend met handhaving, voorts wordt aan een doelmatig gebruik van het terrein door de inrichting van het terras afbreuk gedaan. Verweerder heeft overwogen dat een preventieve dwangsom een geschikt middel is, omdat het terras afhankelijk van de weersomstandigheden wordt ingericht. Bestuursdwang is dan een minder geschikt middel.

Eiser heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.

Op 22 maart 2006 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening met betrekking tot het besluit van 6 december 2005 afgewezen (zie reg.nr. AWB 06/261 GEMWT). De rechtbank verwijst partijen kortheidshalve naar deze uitspraak.

Bij besluit van 9 mei 2006 heeft verweerder -in overeenstemming met het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften- het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Verweerder heeft overwogen dat het terras niet in overeenstemming is met de functie "haventerrein" van het bestemmingsplan. Verweerder heeft naar eiser toe steeds duidelijk gemaakt dat ten behoeve van de standplaats, inclusief loopruimte en een eventueel terras, maximaal 50 m2 mocht worden benut. Dit standpunt is na 2003 ook steeds in de correspondentie met eiser naar voren gebracht. Het belang van handhaving is evident, voorts is er het belang de maximum te benutten ruimte te beperken. Legalisatie is niet aan de orde. Eiser heeft zich van het standpunt van verweerder steeds weinig aangetrokken: dit rechtvaardigt de twijfel met betrekking tot het gedrag van eiser in de toekomst en de vrees voor herhaling. Volgens verweerder is er sprake van een klaarblijkelijk gevaar van een reëel te verwachten overtreding. De opvattingen van eiser dat van het terras een toeristische impuls uitgaat; dat na de aankoop van grond voor de kiosk opnieuw een nieuwe afweging plaats moet vinden over het terras en dat de last uit concurrentieoverwegingen is opgelegd, treffen geen doel. Verweerder acht zich (op grond van artikel 5:32, eerste lid, Awb) bevoegd tot het opleggen van de last, de procedure is zorgvuldig gevolgd. Verweerder heeft in redelijkheid tot het besluit kunnen komen.

Eiser heeft in beroep de gronden die hij in de bezwaar- en de voorlopige voorzieningprocedure heeft aangevoerd ook in beroep herhaald. Zijns inziens is het gebruik van het terras verenigbaar met de functie haventerrein. De gebruikers van het terras zijn ook gebruikers van het haventerrein. De ingebruikname van het terras doet geen afbreuk aan het doelmatig gebruik van het gebied. De kiosk ligt uit de loop. Verweerder dient de bewering te staven dat het terras het reizigersverkeer belemmert. Verweerder is nimmer jegens eiser opgetreden, daarom acht eiser de preventieve last te snel opgelegd. Volgens eiser kan het terras op dezelfde manier worden gelegaliseerd als de kiosk. Uit de brief van

7 mei 2003 van verweerder blijkt dat bij het oprichten van een kiosk wel terrasexploitatie wordt gewenst.

Ten aanzien van het geschil

De eigenaren van restaurant [naam] hebben de rechtbank desgevraagd meegedeeld niet als partij aan het geding te willen deelnemen.

Artikel 5:21 Awb bepaalt dat onder bestuursdwang wordt verstaan: het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

In artikel 5:32, eerste lid, Awb is bepaald dat een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in de plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen.

In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat een last onder dwangsom ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen.

In deze procedure dient in de eerste plaats te worden vastgesteld of het gebruik van de grond als terras in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften is.

Het perceel [locatie] te Lauwersoog heeft op grond van het geldende bestemmingsplan ”Lauwersoog” de bestemming ”verkeersdoeleinden”, met de nadere aanduiding ”bebouwing ten dienste van de scheepvaart c.a”.

Artikel 13, vijfde lid, van de bestemmingsplanvoorschriften bepaalt dat de niet door bebouwing ingenomen gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden, nader aangewezen voor bebouwing ten dienste van de scheepvaart c.a. op de kaart aangegeven met KK, slechts gebruikt mogen worden als haventerrein een en ander voor zover op deze gronden geen rijwegen of parkeerterreinen worden aangelegd.

De rechtbank is -anders dan eiser- van oordeel dat een horecavoorziening niet kan worden aangemerkt als bebouwing ten dienste van de scheepvaart omdat geen sprake is van gebruik als haventerrein. Het gebruik van deze grond als terras komt in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften, zodat verweerder in beginsel bevoegd is tegen dat gebruik op te treden.

Verweerder heeft zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom gebaseerd op het feit dat eiser zich niet aan de standplaatsvergunning heeft gehouden door naast de bestaande kiosk van ca 50 m2 op gezette tijden een terras in te richten en voorts dat eiser ook in de toekomst van plan is een terras in te richten. De rechtbank stelt in dit verband vast dat eiser desgevraagd ter zitting van de voorzieningenrechter te kennen heeft gegeven dat er wel degelijk een voornemen is een terras te openen.

De rechtbank overweegt dat uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer de uitspraken van 25 januari 2007, LJN AV0228 en van 11 januari 2006, LJN AU9388 blijkt dat een besluit tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom slechts kan worden genomen indien sprake is van een gevaar van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden en indien die overtreding in het besluit kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit het oogpunt van rechtszekerheid is vereist. Gelet op de omstandigheid dat eiser de in geding zijnde voorschriften systematisch is blijven overtreden ondanks herhaalde aanmaningen sinds 1999 van verweerder, heeft verweerder op goede gronden kunnen oordelen dat het gevaar bestond dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overtreding van de bestemmingsplanvoorschriften zou plaatsvinden en heeft hij in redelijkheid tot deze preventieve last onder dwangsom kunnen besluiten.

Anders dan eiser kan de rechtbank in de brief van verweerder van 7 mei 2003 niet lezen dat bij het oprichten van een kiosk, wel terrasexploitatie wordt gewenst. Naar het oordeel van de rechtbank kan in deze brief niet zo worden uitgelegd dat verweerder niet (meer) vasthoudt aan de eerder door verweerder ingezette koers dat binnen een oppervlak van maximaal

50 m2 een kiosk mag worden gebouwd en een terras worden ingericht.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de door eiser ter zitting overgelegde brief van 10 augustus 2007 -anders dan eiser ter zitting heeft geopperd- geen sprake van een wijziging van het standpunt van verweerder dat de oppervlakte van de kiosk inclusief terras niet meer dan 50m2 mag bedragen. In deze brief wordt eiser in overweging gegeven een principe aanvraag te doen voor een vrijstelling van het bestemmingsplan ten behoeve van een nieuw te bouwen kiosk met een terras. Verweerder heeft eiser daarbij nog eens gewezen op het gemeentelijke uitgangspunt dat een kiosk met terras maximaal 50m2 bedraagt.

Het beroep van eiser moet daarom ongegrond worden verklaard.

4. Beslissing

De rechtbank,

RECHT DOENDE,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. L.W. Janssen en in het openbaar door hem uitgesproken op 19 oktober 2007 in tegenwoordigheid van mr. H.G. Wiemans als griffier.

de griffier de rechter

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA in Den Haag

Afschrift verzonden op:

typ: hgw