Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BB9685

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
04-12-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
18/670503-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, van Franse nationaliteit en woonachtig in Frankrijk, heeft zijn 9-jarige Nederlandse dochter, tijdens een vakantie in Nederland en Frankrijk, seksueel misbruikt. Niet-ontvankelijkheid OM voor feiten buiten Nederland gepleegd. Bewezenverklaring, ook van het ontkende seksueel binnendringen, op grond van de overeenkomstigheid in de verklaringen van vader en dochter, en gedetailleerdheid van deze laatste. Rechtbank houdt rekening met omstandigheid dat verdachte zich vrijwillig onder behandeling heeft laten stellen, welke nog jaren in beslag zal gaan nemen. (Verdachte’s voorlopige hechtenis was geschorst, vanwege onder meer bedrijfsbelangen, onder zekerheidsstelling.)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670503-06

datum uitspraak: 4 december 2007

op tegenspraak

raadsman: mr. E.J. de Mare

vonnis van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,

wonende [adres], Frankrijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

20 november 2007.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij in of omstreeks de zomer van 2006, in elk geval in de periode van 1 januari 2004 tot en met 6 oktober 2006, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Delfzijl en/of elders in Nederland en/of in Parijs en/of elders in Frankrijk, met verdachtes dochter, [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte een of meer van zijn, verdachtes, vingers in de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

2.

hij in of omstreeks de zomer van 2006, in elk geval in de periode van 1 januari 2004 tot en met 6 oktober 2006, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Delfzijl en/of elders in Nederland en/of in Parijs en/of elders in Frankrijk, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer], geboren op [...] 1996, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, zijn, penis, tegen de vagina en/of de rug en/of het achterwerk en/of de/een be(e)n(en) en/of tussen de benen van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gehouden, en/of zijn be(e)n(en) tegen de vagina van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gehouden, en/of een been van die [slachtoffer] over of op of nabij de penis van verdachte heeft gelegd en/of gehouden, en/of

de vagina en/of de/een schaamlip(pen) van die [slachtoffer] (al dan niet over de onderbroek die die [slachtoffer] toen droeg) heeft betast en/of bewreven en/of aangeraakt, en/of verdachtes penis heeft laten aftrekken en/of vastpakken en/of aanraken door die [slachtoffer], en/of verdachtes penis in en/of tegen of nabij de bilspleet en/of het achterwerk van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gehouden, en/of de/een hand en/of een of meer vingers van die [slachtoffer] in verdachtes bilspleet en/of in en/of tegen verdachtes anus en/of tegen verdachtes achterwerk heeft gedrukt en/of gehouden, en/of

verdachtes hand en/of een of meer van zijn vingers in en/of tegen de bilspleet van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gehouden, en/of de anus van die [slachtoffer] heeft gemasseerd en/of aangeraakt.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard ter zake van de tenlastegelegde feiten welke buiten Nederland zouden hebben plaatsgevonden en dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 282 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 240 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, alsmede de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis en de zekerheidstelling.

Ontvankelijkheid officier van justitie

De rechtbank acht de officier van justitie, gelet op artikel 4 van het Wetboek van Strafrecht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor zover deze betrekking heeft op de tenlastgelegde feiten welke zouden hebben plaatsgevonden in Parijs of elders in Frankrijk.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht voor het bewijs redengevend de verklaringen van [slachtoffer] en de verklaringen van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van verdachte zowel als die van zijn dochter consistent zijn en daarbij in grote lijnen, en ook vaak op details, overeenkomen. Het verweer van verdachte dat de verklaringen van zijn dochter niet voldoende betrouwbaar zijn wordt door de rechtbank verworpen, nu de verklaringen van verdachte zelf de verklaringen van zijn dochter grotendeels ondersteunen. Hoewel verdachte ontkent dat hij zijn vinger in de anus van zijn dochter heeft gebracht, acht de rechtbank gelet op voornoemde gedetailleerdheid en overeenkomstigheid in de door het slachtoffer en de verdachte afgelegde verklaringen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op deze wijze is binnengedrongen in het lichaam van het slachtoffer.

De rechtbank acht gelet hierop wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in augustus 2006 in de gemeente Groningen met verdachtes dochter, [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte een van zijn, verdachtes, vingers in de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

2.

hij in augustus 2006 in de gemeente Groningen meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer], geboren op [...] 1996, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, de vagina en de schaamlip(pen) van die [slachtoffer] heeft betast en bewreven en aangeraakt, en verdachtes penis heeft laten aftrekken en vastpakken en aanraken door die [slachtoffer], en verdachtes penis tegen de bilspleet en het achterwerk van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gehouden, en een hand en een vinger van die [slachtoffer] in verdachtes bilspleet en in verdachtes anus en tegen verdachtes achterwerk heeft gedrukt en gehouden, en verdachtes hand en een of meer van zijn vingers in en tegen de bilspleet van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gehouden, en de anus van die [slachtoffer] heeft gemasseerd en aangeraakt.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

1. Met iemand van beneden de leeftijd van 12 jaar handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

2. Ontucht plegen met zijn minderjarige kind.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd. De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Door zijn dochter seksueel te misbruiken heeft verdachte op een zeer laakbare wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem heeft gesteld en zijn positie als vader. Verdachte heeft bij zijn handelen zijn eigen seksuele behoeften vooropgesteld en is daarbij voorbij gegaan aan de belangen van het slachtoffer. Verdachte had zich dienen te realiseren dat zijn gedrag grensoverschrijdend was en dat hij zich daar niet aan over had moeten geven. Dat verdachte aanvoert dat ook zijn dochter grensoverschrijdend gedrag vertoonde is naar de mening van de rechtbank geen excuus, doch juist reden te meer voor verdachte om vanuit zijn positie en verantwoordelijkheid als ouder anders te handelen en zijn dochter te steunen in plaats van misbruik van haar te maken.

Verdachte is op 6 oktober 2006 in voorlopige hechtenis gesteld. De voorlopige hechtenis is geschorst op 17 november 2006. De rechtbank is gebleken dat verdachte zich na de schorsing van de voorlopige hechtenis vrijwillig onder psychologische behandeling heeft gesteld, welke behandeling thans nog voortduurt en, blijkens de verklaringen van verdachte en zijn psychiater, nog enkele jaren zal gaan bestrijken. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank met deze omstandigheid rekening gehouden.

De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat aan de verdachte, gelet op de aard en de ernst van het feit, afgezet tegen de persoon van de verdachte, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 282 dagen is aangewezen. De rechtbank bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 240 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op drie jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende [woonplaats] De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreekse schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering toewijzen en de schade naar redelijkheid en billijkheid vaststellen op een bedrag van € 2000,-, voorzover het de post immateriële schade betreft.

Ten aanzien van het overige deel is naar het oordeel van de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafproces. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 244 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze betrekking heeft op de tenlastgelegde feiten welke zouden hebben plaatsgevonden in Parijs of elders in Frankrijk.

- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 282 dagen.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 240 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 3 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Heft de zekerheidstelling op met ingang van heden.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats] deels toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2000,- (zegge: tweeduizend euro).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering, welk ziet op de materiële schade, niet-ontvankelijk.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 2000,- (zegge: tweeduizend euro) ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2000,- (zegge: tweeduizend euro) ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mrs. R.P. van Eerde en M.J.B. Holsink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W.J. Vinkes, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 december 2007.