Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BB9194

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
96344/JE RK 07-710
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het belang van de verzorging en opvoeding en ter behandeling van de ernstige gedragsproblemen van de minderjarige is naast verlenging van de OTS ook de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting verlengd en wel voor de termijn van zes maanden in het kader van het project “Doen wat werkt”. Daardoor is gewaarborgd, dat het kind niet voor langere duur opnieuw gesloten geplaatst zal worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 96344/JE RK 07-710

beschikking kinderrechter d.d. 17 oktober 2007

inzake het minderjarige kind A. van vader B. en moeder C.

De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarige.

PROCESGANG

Op 22 augustus 2007 heeft het Bureau Jeugdzorg Groningen (verder te noemen bjz) een verzoekschrift met bijlagen ingediend, gedateerd 20 augustus 2007, tot verlenging van de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar alsmede tot verlenging van de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting van voornoemde minderjarige voor de duur van zes maanden.

Daarbij zijn overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de uithuisplaatsing, alsmede het indicatiebesluit.

Nu het een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting betreft is ambtshalve als raadsvrouw toegevoegd mr. J.C. Lich.

Op 3 oktober 2007 heeft de kinderrechter de zaak behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren.

Gehoord zijn daarbij: de minderjarige [A.], bijgestaan door mr. J.C. Lich, alsmede mevrouw A. Ritsema namens bjz.

OVERWEGINGEN

[A.] is bij beschikking van 25 oktober 2006 van de kinderrechter in deze rechtbank van 25 oktober 2006 tot 25 oktober 2007 onder toezicht gesteld.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 mei 2007 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [A.] in een justitiële jeugdinrichting (JJI) verleend met ingang van 13 mei 2007 voor de duur van drie maanden.

Bij beschikking van 9 augustus 2007 is de termijn van de voormelde machtiging verlengd voor de tijd van drie maanden.

Standpunt van bjz

[A.] is aangemeld voor het project “Doen Wat Werkt”. Er is een wachtlijst voor “Doen Wat Werkt”. Op 11 oktober 2007 is er weer een voortgangsbespreking; bjz gaat er vanuit dat alsdan een datum voor thuisplaatsing bekend wordt. [A.] gaat thans weekenden naar huis hetgeen goed verloopt. “Doen wat werkt” is op 13 september 2007 gestart.

Bjz handhaaft haar verzoek om de machtiging voor zes maanden te verlengen.

Standpunt [A.]

Door en namens [A.] is naar voren gebracht dat zij zich wel kan vinden in de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing JJI voor “Doen wat werkt”voor een termijn van drie maanden. Een verlenging met zes maanden vindt [A.] teveel, het beangstigt haar en bovendien duurt het traject “Doen wat werkt” ongeveer drie maanden. Het gaat goed met [A.], ook tijdens de weekenden thuis en er is geen vrees dat het opnieuw mis zal gaan. [A.] heeft veel geleerd in het Poortje. [A.] kan over ongeveer twee weken al naar huis volgens haar raadsvrouw.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat [A.] het op zich zelf eens is met een verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in een JJI in het kader van het project “Doen wat werkt”. Naar alle waarschijnlijkheid zal [A.] binnen zeer afzienbare termijn in het kader van genoemd project weer thuis geplaatst worden. [A.] heeft thans weekendverloven welke goed verlopen. [A.] is het niet eens met de verzochte duur van de verlenging van de machtiging. De kinderrechter is echter van oordeel dat de machtiging voor de verzochte duur van zes maanden verlengd dient te worden conform de richtlijn met betrekking tot het project “Doen wat werkt”. Genoemd project omvat een tijdspanne van meer dan drie maanden hetgeen mede afhankelijk is van de persoon van de betrokken minderjarige. Na een relatief korte gesloten behandeling (de gesloten Time Out) is het de bedoeling dat de minderjarige thuis verder wordt behandeld. Hiervoor zijn onder meer de mogelijkheden van functionele familie therapie (FFT) welke in de thuissituatie geboden wordt en ongeveer zes maanden kan duren of van Multi System Therapie (MST) welke een maand korter duurt.

De machtiging JJI welke in het kader van het project “Doen wat werkt”wordt verleend is expliciet bedoeld voor dit project. Als “stok achter de deur” -indien een minderjarige zich niet aan de afspraken houdt- kan een tijdelijke (terug)plaatsing in een gesloten instelling plaatsvinden, doch niet voor langere duur. Indien een gesloten plaatsing voor langere duur

noodzakelijk is dient bjz een nieuwe machtiging aan de kinderrechter te verzoeken.

Naast de omstandigheid dat zowel [A.] als haar raadsvrouwe er zeker van zijn dat de minderjarige zich aan de afspraken zal houden en een (terug)plaatsing in het kader van een crisisinterventie reeds daarom niet aan de orde zal zijn, is met het bovenstaande gewaarborgd dat een minderjarige bij het verlenen van een machtiging JJI voor de tijd van zes maanden in het kader van het project “Doen wat werkt” niet voor langere duur opnieuw gesloten geplaatst zal worden.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten plaatsing in een JJI in het belang van de verzorging en opvoeding, alsmede ter behandeling van de ernstige gedragsproblemen van de minderjarige daarom verlenen voor de duur van zes maanden.

Uit de overgelegde stukken blijkt voorts dat de (gezaghebbende) moeder van [A.] instemt met een verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

BESLISSING

verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige [A.] met een jaar, ingaande 25 oktober 2007, met behoud van de opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg (bjz) te Groningen, p/a postbus 1203;

verlengt de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting (in het kader van het project “Doen wat werkt”) van voornoemde minderjarige, met ingang van 25 oktober 2007 voor de duur van zes maanden;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.