Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BB2776

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
31-08-2007
Datum publicatie
04-09-2007
Zaaknummer
95735 / KG ZA 07-255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding van cateringdiensten; inschrijver aan wie de opdracht niet is gegund niet binnen redelijke termijn daartegen opgekomen; niet-ontvankelijk.

Gelet op de aard van een aanbestedingsprocedure mag van betrokken partijen verwacht worden – afgezien van andere in het aanbestedingsdocument opgenomen termijnen – snel en doeltreffend in actie te komen indien zij bezwaar wensen te maken tegen een gunningsbesluit en dat zij bij gebreke daarvan die mogelijkheid verliezen. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat die snelheid en doeltreffendheid slechts worden bereikt indien de partij die tegen een gunningsbesluit wenst op te komen, dat op eenduidige wijze – bijvoorbeeld door het toezenden van een concept-dagvaarding – aan de aanbestedende dienst kenbaar maakt en vervolgens de geëigende stappen zet ter verkrijging van een spoedige rechterlijke uitspraak. (zie overweging 4.2.) In dit geval heeft de inschrijver aan wie de opdracht niet is gegund, niet met de vereiste voortvarendheid gehandeld, zodat deze in haar vordering niet-ontvankelijk is verklaard.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/103

Uitspraak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SODEXHO B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

procureur mr. A.G.M. Abeln,

advocaten mr. O.A. Sleeking en mr. H.C. Leemreize te Amsterdam,

tegen

DE HANZEHOGESCHOOL GRONINGEN,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

procureur mr. J.D. Leerink,

advocaat mr. Th. Dankert te Leeuwarden,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEIJK CATERING SERVICE B.V.,

gevestigd te Groningen,

gevoegde partij,

procureur mr. H. Doornbosch.

Partijen zullen hierna Sodexho, de HHG en Beijk genoemd worden.

1. De procedure

[...]

2. De feiten

2.1. De HHG heeft op 1 mei 2007 zes partijen uitgenodigd een offerte uit brengen ten behoeve van de levering van cateringdiensten voor vijf gebouwen van de HHG. Ter zake heeft de HHG een aanbestedingsdocument opgesteld waarin de te volgen aanbestedingsprocedure is uiteengezet.

2.2. Het tijdpad is in paragraaf 6.9 van het aanbestedingsdocument opgenomen:

- Verzending aanbestedingsdocument Week 18 1 mei

- Schouw Week 20 14 t/m 16 mei

- Uiterste termijn voor het indienen van vragen Week 21 21 mei

- Presentaties Week 23 4 t/m 8 juni

- Sluiting offerteperiode Week 22 31 mei

- Beoordeling offertes Week 24 11 t/m 15 juni

- Voorlopige gunning Week 24 15 juni

- Gunning Week 26 29 juni

Tevens is daarin vermeld dat uit de aanbieders die voldoen aan de gestelde selectiecriteria (met betrekking tot de persoonlijke situatie van de gegadigde, de economische en financiële draagkracht van de gegadigde en de technische bekwaamheid van de gegadigde) de opdrachtgever een keuze zal maken op basis van de economisch meest voordelige aanbieding. De gunningscriteria op basis waarvan de keuze plaatsvindt staan vermeld in paragraaf 6.12.

2.3.Sodexho heeft binnen de gestelde termijn – op 30 mei 2007 – een schriftelijke offerte uitgebracht.

2.4. Bij brief van 11 juni 2007 heeft de HHG de inschrijvers – waaronder Sodexho en Beijk – medegedeeld dat de selectiecommissie inzake de aanbesteding van catering door de HHG heeft besloten de opdracht voorlopig te gunnen aan Beijk.

Bij brief van 19 juni 2007 heeft Sodexho bij de HHG bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunning alsmede de gevoerde procedure.

De HHG heeft daarop bij brief van 28 juni 2007 gereageerd. Daarbij is onder aanvoering van argumenten medegedeeld dat en waarom de HHG de voorlopige gunning aan Beijk handhaafde.

Sodexho heeft vervolgens bij brief van 4 juli 2007 aan de HHG te kennen gegeven zich te beraden op eventuele juridische stappen. ‘Wij informeren u hierover begin volgende week.’

2.5. Bij brief d.d. 12 juli 2007 heeft de HHG aan Beijk medegedeeld dat de opdracht tot levering van cateringdiensten voor een vijftal locaties van de HHG definitief aan Beijk werd gegund.

2.6. Bij brief van 17 juli 2007 heeft de raadsman van Sodexho, mr. R.J.J. Westerdijk, aan de HHG bericht voornemens te zijn ‘om deze week een kort geding procedure te starten’.

2.7. De dagvaarding is aan de HHG uitgebracht op 24 juli 2007. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat Sodexho op 22 juli 2007 telefonisch aan het Bureau Kort Geding van deze rechtbank heeft verzocht een datum te bepalen voor behandeling van de onderhavige vordering. Dat verzoek is op 23 juli 2007 schriftelijk bevestigd en is vergezeld van een concept-dagvaarding.

3. Het geschil

3.1. Sodexho vordert – samengevat – dat de tenuitvoerlegging van de aan Beijk gegunde opdracht per direct wordt geschorst danwel dat de gunning aan Beijk wordt geschorst.

3.2. De HHG en Beijk voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is onder meer in geschil of Sodexho de onderhavige kort geding procedure tijdig heeft ingesteld.

Terzake hebben de HHG en Beijk aangevoerd dat Sodexho niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, nu zij te laat tegen de gunning is opgekomen.

De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande het volgende.

4.2. Uitgangspunt in een aanbestedingsprocedure is dat het voor alle partijen, maar zeker ook voor de aanbestedende dienst, van groot belang is dat op korte termijn duidelijkheid wordt verkregen over de definitieve uitslag van die procedure, gelet op de uitvoering van de uit de aanbestedingsprocedure voortvloeiende gesloten/nog te sluiten overeenkomsten.

Gelet op de aard van een aanbestedingsprocedure mag van betrokken partijen verwacht worden – afgezien van andere in het aanbestedingsdocument opgenomen termijnen – snel en doeltreffend in actie te komen indien zij bezwaar wensen te maken tegen een gunningsbesluit en dat zij bij gebreke daarvan die mogelijkheid verliezen. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat die snelheid en doeltreffendheid slechts worden bereikt indien de partij die tegen een gunningsbesluit wenst op te komen, dat op eenduidige wijze – bijvoorbeeld door het toezenden van een concept-dagvaarding – aan de aanbestedende dienst kenbaar maakt en vervolgens de geëigende stappen zet ter verkrijging van een spoedige rechterlijke uitspraak.

4.3. In paragraaf 6.9 van het document (zie overweging 2.2.) is het tijdpad van de onderhavige aanbestedingsprocedure opgenomen waaruit blijkt dat tussen de voorlopige en de definitieve gunning een periode van 14 dagen is gelegen. Mede gezien de Europese en nationale jurisprudentie aangaande aanbestedingsprocedures acht de voorzieningenrechter een termijn van 14 dagen, waarbinnen moet worden gereageerd, alleszins redelijk.

Daarbij komt dat deze termijn vergelijkbaar is met het hier te lande op 1 december 2005 in werking getreden Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) waarin in artikel 55 een termijn van 15 dagen wordt gehanteerd.

In de toelichting bij dat artikel is het volgende vermeld:

‘Deze termijn wordt voldoende geacht om te beoordelen of de regels van het besluit zijn nageleefd en om een voorziening te vragen bij de rechter of Raad van Arbitrage. Een langere periode zou voorts onevenredig zijn gelet op de belangen van de aanbestedende dienst en de beoogde opdrachtnemer bij het sluiten en uitvoeren van de overeenkomst. (…) Voorts kan in deze periode van 15 dagen middels een voorlopige voorzieningsprocedure worden bereikt dat de aanbestedende dienst na afloop van deze 15 dagen de overeenkomst gedurende een nadere termijn niet mag sluiten.’

4.4. Thans dient met het oog op het vorenstaande te worden onderzocht of Sodexho met de noodzakelijke voortvarendheid heeft geopereerd. Hierbij moet worden aangetekend dat de HHG de inschrijvers bij brief van 11 juni 2007 in kennis heeft gesteld van de voorlopige gunningsbeslissing, zodat de feitelijke termijn waarbinnen daartegen kon worden geageerd met 4 dagen is verlengd. Blijkens het in het aanbestedingsdocument opgenomen tijdpad zou de definitieve gunning immers op 29 juni 2007 plaatsvinden.

4.5. Gezien de onder de vaststaande feiten vermelde briefwisseling tussen partijen is de voorzieningenrechter van oordeel dat Sodexho heeft nagelaten tijdig – vóór 29 juni 2007 – en op eenduidige wijze aan de HHG kennis te geven dat de HHG aangaande de (voorlopige) gunningsbeslissing in rechte zou worden worden betrokken.

Zowel de brief van 4 juli 2007 van Sodexho aan de HHG (waarin Sodexho heeft medegedeeld zich te beraden op eventuele juridische stappen) als de brief van 17 juli 2007 van de raadsman van Sodexho aan de HHG (waarbij is bericht dat Sodexho voornemens was ‘om deze week een kort geding procedure te starten’) acht de voorzieningenrechter niet zodanig eenduidig in dit verband dat dit voor de HHG aanleiding had moeten zijn het besluit tot definitieve gunning danwel verdere uitvoering daarvan achterwege te laten.

De eerste concrete stappen richting kort geding zijn kennelijk eerst op 22 juli 2007 gezet, toen telefonisch bij het Bureau Kort Geding van deze rechtbank is verzocht om een datum voor een kort geding.

4.6. Dat de HHG in het aanbestedingsdocument niet expliciet een beroepstermijn heeft aangegeven, maakt het vorenstaande niet anders. In dat document is immers vermeld wanneer de beslissing tot definitieve gunning zou worden genomen. Sodexho had er – als grote partij in dezen, die (onweersproken) aan veel aanbestedingen meedoet – van op de hoogte moeten zijn dat na de beslissing tot definitieve gunning in beginsel niet meer kan worden geageerd tegen de gunningsbeslissing.

4.7. Gelet op het vorenstaande wordt Sodexho niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.

Sodexho zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de HHG en van Beijk worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.067,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart Sodexho niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

5.2. veroordeelt Sodexho in de proceskosten, aan de zijde van de HHG tot op heden begroot op EUR 1.067,00; aan de zijde van Beijk eveneens tot op heden begroot op EUR 1.067,00;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.A.M. Dijkers en in het openbaar uitgesproken op

31 augustus 2007.?