Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BA8241

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
28-06-2007
Zaaknummer
295009 CV EXPL 06-5995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

CAO voor Uitzendkrachten bevat bepaling die werknemers verplicht opgave te doen van hun arbeidsverleden, een en ander op straffe van verlies van aanspraken in het kader van opvolgend werkgeverschap. Verzuim van werknemer blijft in dit geval zonder gevolgen omdat werkgever niet onvoorzienbaar is geconfronteerd met het arbeidsverleden van werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen.

Zaak\rolnummer: 295009 CV EXPL 06-5995

vonnis d.d. 14 juni 2007

inzake

[eiseres]

wonende te [adres],

eiseres, hierna te noemen [eiseres],

gemachtigde mr. G.W. Brouwer, advocaat te Groningen,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Uitzendbureau Mutua Fides B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,

gedaagde, hierna te noemen MF Horeca,

gemachtigde mr. E.A. Mulder, bedrijfsjurist MF Horeca.

PROCESGANG

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding

- conclusie van antwoord

- conclusie van repliek, tevens akte wijziging van eis

- conclusie van dupliek

Op 8 november 2006 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarvan heeft de griffier aantekening gehouden.

Partijen hebben producties in het geding gebracht.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De vordering

[eiseres] heeft gevorderd om MF Horeca te veroordelen tot betaling van:

a. voor de periode van 16.9.2005 tot 16.9.2006: 12 x € 1.035,13 x 1,08 - € 2.228 bruto = € 11.215 bruto;

b. voor de periode vanaf 16.9.2006 tot de datum waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd € 1.035,13 bruto per maand;

c. De hiervoor onder a. en b. genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, alsmede met de wettelijke rente;

d. met veroordeling van MF Horeca in de kosten van de procedure.

2. De feiten

2.1 [eiseres] is per 1 juli 2002 bij R. Adams, onder meer eigenaar van de restaurants Hemmingway en Cervantes te Groningen, in dienst getreden voor de duur van 1 jaar. Tijdens dat jaar verrichtte zij werkzaamheden in Hemmingway.

2.2 Per 1 juli 2003 is dat dienstverband voorgezet voor de duur van 1 jaar. Vanaf die datum is zij werkzaam geweest in Cervantes.

2.3 In 2004 zijn een dertigtal werknemers van Adams in het kader van een zogeheten payrolloperatie in dienst getreden van uitzendorganisatie MF Horeca om vervolgens weer uitgeleend te worden aan Adams.

2.4 [eiseres] is op 1 juli 2004 bij MF Horeca in dienst getreden tegen een brutoloon van

[....]

2.5 Op 23 juli 2004 heeft [eiseres] ten behoeve van MF Horeca het Inschrijfformulier Payrollkrachten ingevuld en ondertekend. Onder het kopje werkervaring heeft zij daarin kenbaar gemaakt in de periode 1999/2002 in de Brasserie als keukenhulp werkzaam te zijn geweest. Over haar arbeidsverleden bij Adams heeft zij daarin geen mededelingen gedaan.

Voormeld formulier bevat onder meer de volgende tekst:

Let op: het is belangrijk om het werkverleden zo juist en volledig mogelijk in te vullen. Indien achteraf blijkt dat het werkverleden onjuist of onvolledig is ingevuld, dan kunnen aan de ontbrekende gegevens geen rechten ontleend worden op grond van de bepalingen in het kader van een opvolgend werkgeverschap.

2.6 Op 9 augustus 2004 hebben [eiseres] en MF Horeca de arbeidsovereenkomst op schrift gesteld.

2.7 Artikel 3 van die overeenkomst luidt:

De uitzendkracht heeft werkgeefster volledig en juist geïnformeerd omtrent zijn/haar arbeidsverleden. Deze inlichtingen zijn op schrift gesteld en door de uitzendkracht ondertekend. De uitzendkracht aanvaardt eventuele consequenties van onvolledigheid of onjuistheid, in het bijzonder ten aanzien van het verlies van opgebouwde rechten bij een vorige werkgever.

2.8 Op voormelde arbeidsovereenkomst is de CAO voor Uitzendkrachten, hierna de CAO, van toepassing.

2.9 Artikel 6 lid 4 van de CAO luidt:

Het bepaalde in de artikelen 7:668a lid 2 en 7:691 lid 5 BW (opvolgende werkgevers) vindt geen toepassing op de uitzendonderneming die de toepasselijkheid daarvan niet heeft kunnen voorzien als gevolg van bewust of anderszins verwijtbaar door de uitzendkracht verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen omtrent zijn arbeidsverleden.

2.10 Artikel 8 lid 1 van de CAO luidt, voor zover hier van belang:

a. De uitzendkracht is werkzaam in fase A zolang deze nog niet in meer dan 78 weken voor dezelfde uitzendonderneming heeft gewerkt.

b. Fase A duurt 78 gewerkte weken. De uitzendkracht is niet werkzaam in fase B zolang nog niet in meer dan 78 weken is gewerkt in dezelfde uitzendonderneming.

2.11 Lid 2 van voormeld artikel luidt, voor zover hier van belang:

a. de uitzendkracht is werkzaam in fase B zodra de uitzendovereenkomst na voltooiing van fase A wordt voortgezet (…).

b. Fase B duurt twee jaar. De uitzendkracht is niet werkzaam in fase C zolang niet meer dan twee jaar is gewerkt in fase B en/of niet meer dan 8 uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd in fase B zijn overeengekomen met dezelfde uitzendonderneming.

c. In fase B is de uitzendkracht steeds werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd, tenzij uitdrukkelijk een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen.

2.12 Artikel 14 van de CAO luidt voor zover hier van belang:

Onder opvolgend werkgeverschap dient te worden verstaan de situatie waarbij de uitzendkracht achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die redelijkerwijze geacht moeten worden ten aanzien van de verrichte arbeid elkanders opvolger te zijn.

2.13 [eiseres] is in de periode 19 september 2005 tot 19 december 2006 arbeidsongeschikt geweest. Krachtens artikel 32 lid 3 van de CAO hebben werknemers in fase B recht op doorbetaling van 91% van het loon tijdens arbeidsongeschiktheid.

2.14 Sedert 19 september 2005 heeft MF Horeca geen loon meer aan [eiseres] betaald. Vanaf eerstgenoemde datum heeft zij ziekengeld ontvangen van UWV.

3. Het standpunt van partijen

3.1 [eiseres] heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat zij aanspraak kan maken op doorbetaling van loon gedurende haar arbeidsongeschiktheid en dat zijn na ommekomst van die periode van arbeidsongeschiktheid recht heeft op betaling van het bedongen loon nu aan de dienstbetrekking geen eind is gekomen.

3.2 MF Horeca heeft, kort gezegd, aangevoerd dat [eiseres] heeft verzuimd opgave te doen van haar arbeidsverleden bij Adams, zodat die periode niet mede bepalend is voor de inhoud van de onderhavige uitzendovereenkomst.

Daarom is [eiseres] terecht ingedeeld in Fase A en kan zij geen aanspraak maken op doorbetaling van loon tijdens ziekte. Hoe dan ook is er volgens haar op 31 december 2005 een eind aan de overeenkomst gekomen.

3.3 Voor zover nodig zal de kantonrechter de standpunten van partijen bij de beoordeling nader uitwerken.

4. De beoordeling

4.1 Met [eiseres] is de kantonrechter van oordeel dat MF Horeca niet met vrucht een beroep kan doen op artikel 6 lid 4 van de CAO.

Hoewel [eiseres] heeft verzuimd opgave te doen van haar arbeidsverleden bij Adams kan daaraan niet het door MF Horeca gewenste gevolg worden verbonden, nu zij bij het aangaan van de onderhavige uitzendovereenkomst wist dat [eiseres] bij Adams in dienst was. Voor MF Horeca had derhalve zonder meer duidelijk moeten zijn dat het desbetreffende informatieformulier onvolledig was, zodat het op haar weg had gelegen zich daaromtrent nader te laten voorlichten door hetzij [eiseres], hetzij Adams. Dat MF Horeca dat heeft verzuimd dient voor haar rekening en risico te komen nu van onvoorzienbaarheid als bedoeld in de CAO geen sprake was.

Voorts is gesteld noch gebleken dat [eiseres] bewust of verwijtbaar essentiële informatie aan MF Horeca heeft onthouden.

4.2 Dat de arbeidsovereenkomst aan een onvolledige opgave als hiervoor bedoeld zonder meer en dus afgezien van voorzienbaarheid, bewustheid en/of verwijtbaarheid nadelige consequenties verbindt voor de werknemer doet aan voormeld oordeel niet af.

In het midden latend of artikel 3 van de arbeidsovereenkomst in het licht van de CAO de toets der kritiek kan doorstaan, is de kantonrechter van oordeel dat het onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht [eiseres] daaraan te houden.

4.3 Gelet op artikel 14 en 8 van de CAO was Fase A op 31 december 2003 verstreken en bevond [eiseres] zich op 1 juli 2004, de datum van indiensttreding bij MF Horeca, reeds in Fase B, welke fase eindigde op 31 december 2005.

4.4 Anders dan [eiseres] heeft gesteld is de kantonrechter van oordeel dat met ingang van laatstgenoemde datum van rechtswege een eind is gekomen aan het onderhavige dienstverband.

Krachtens artikel 8 lid 2 onder c van de CAO kan er immers slechts sprake zijn van een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd als dat uitdrukkelijk is overeengekomen. Daarvan is hier geen sprake, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de overeenkomst gold voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van twee jaar.

4.5 In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen kan de onderhavige vordering slechts zien op de periode 19 september 2005 tot en met 31 december 2005. Rekening houdend met het bedrag dat [eiseres] van Achma heeft ontvangen zal dan ook in hoofdsom een bedrag van

€ 1.321,21 bruto worden toegewezen.

Het door [eiseres] van UWV ontvangen ziekengeld zal daarop niet in mindering worden gebracht, aangezien [eiseres] dat zal hebben terug te betalen.

4.6 Tevens acht de kantonrechter termen aanwezig de gevorderde wettelijk verhoging toe te wijzen, met dien verstande dat deze zal worden gematigd tot 25%.

4.7 Als in het ongelijk gestelde partij zal FM Horeca in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt MF Horeca om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen de somma van € 1.651,51 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening;

veroordeelt MF Horeca in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen, welke kosten worden vastgesteld op € 84,87 aan explootkosten, € 105,00 aan vastrecht en

€ 450,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2007 in aanwezigheid van de griffier.

typ: AB

coll: