Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2007:BA1325

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
19-03-2007
Datum publicatie
22-03-2007
Zaaknummer
18/994930-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak aangezien de artt. 10.38 en 10.39 Wet Milieubeheer in onderling verband en samenhang bezien leiden tot de conclusie dat degene die zich van de afvalstoffen ontdoet tevens degene is die verantwoordelijk is voor de (juiste/volledige) invulling van de begeleidingbrief en niet degene die als chauffeur bij het vervoer is betrokken.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 10.38
Wet milieubeheer 10.39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 134
Omgevingsvergunning in de praktijk 2007/1351
JAF 2007/27 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 18/994930-06

Datum uitspraak: 19 maart 2007

bij verstek.

Vonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Groningen, in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2007.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

hij in de gemeente Groningen, op of omstreeks 6 april 2006, althans in april 2006,

met een, door een landbouwtrekker voorbewogen, aanhangwagen bedrijfsafvalstoffen, namelijk puin, heeft vervoerd over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Gideonweg te Groningen, en toen al dan niet opzettelijk niet aan zijn verplichting heeft voldaan om, zolang hij die afvalstoffen onder zich had, een begeleidingsbrief, als bedoeld in artikel 10.39 van de Wet milieubeheer, welke ten minste bevatte:

- een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afval-

stoffen, als bedoeld in artikel 10.39 lid 1 onder a van de Wet milieubeheer

alsmede

a. de datum van afgifte;

b. de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen werden afgegeven;

c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van die afvalstoffen;

d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen werden afgegeven en

e. de voorgenomen wijze van beheer van de afvalstoffen en/of

f. ingeval de de afgifte geschiedde door tussenkomst van een ander, die

opdracht had de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze waren

bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens

opdracht geschiedde,

als bedoeld in artikel 10.38 lid 1 van de Wet milieubeheer;

bij die afvalstoffen aanwezig te hebben, immers waren op de begeleidingsbrief, welke verdachte bij die afvalstoffen aanwezig had, niet (volledig) ingevuld:

de afzender en/of de locatie van herkomst en/of het factuuradres en/of het/een

bedrijfsnummer;

art 10.44 lid 1 Wet milieubeheer

Vrijspraak

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij - kort gezegd - op 6 april 2006 aan de Gideonweg in de gemeente Groningen bedrijfsafvalstoffen heeft vervoerd waarbij een begeleidingsbrief niet volledig was ingevuld.

Op basis van het proces-verbaal kan van het volgende worden uitgegaan. Verdachte is werkzaam als zelfstandige zonder personeel. Ten tijde van het ten laste gelegde verrichtte verdachte in opdracht van [opdrachtgever] werkzaamheden als bestuurder/chauffeur van een landbouwvoertuig van deze [opdrachtgever]. Met dit landbouwvoertuig werden bedrijfsafvalstoffen van [opdrachtgever] vervoerd naar Steenbrekerij Gideon B.V.

Bij het vervoer van dergelijke afvalstoffen dient overeenkomstig het bepaalde in art. 10.44 Wet Milieubeheer een begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39 van de Wet Milieubeheer aanwezig te zijn. Deze begeleidingsbrief dient een aantal gegevens te bevatten. In onder meer art. 10.38 Wet Milieubeheer staan deze nader omschreven.

De economische politierechter ziet zich in de onderhavige zaak voor de vraag gesteld wie verantwoordelijk kan worden gehouden voor een volledige invulling van de begeleidingsbrief. De artt. 10.38 en 10.39 Wet Milieubeheer in onderling verband en samenhang bezien leiden tot de conclusie dat degene die zich van de afvalstoffen ontdoet tevens degene is die verantwoordelijk is voor de (juiste/volledige) invulling van de begeleidingbrief en niet degene die als chauffeur bij het vervoer is betrokken.

Naar het oordeel van de economische politierechter is verdachte ten onrechte voor het ten laste gelegde feit vervolgd. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.

BESLISSING

De economische politierechter:

- verklaart het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Eerde, economische politierechter, in tegenwoordigheid van M. Smit-Colnot als griffier en uitsproken op de openbare terechtzitting van 19 maart 2007.

Zaaknummer: 18/994930-06 blad 2