Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ4132

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
07-12-2006
Datum publicatie
11-12-2006
Zaaknummer
18/630304-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

4 jaar gevangenisstraf voor onder meer meermalen verkrachting vrouw in haar eigen woning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/630304-05

datum uitspraak: 7 december 2006

op tegenspraak

raadsman: mr. S.O. Roosjen

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[verblijfplaats]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 5 januari 2006, 28 maart 2006, 20 juni 2006, 14 september 2006 en 23 november 2006.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 28 juni 2005 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

zijn penis in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en bestaande dat

geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of

die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had en/of haar zou doden als zij zou gillen, en/of

- het hoofd van die [aangeefster] heeft toe/afgedekt (met een stoffen voorwerp)

en/of (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 01 oktober 2004 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte zijn penis in de mond van die en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- de mond van die [aangeefster] met zijn hand(en) heeft bedekt, en/of

- tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had, en/of

- het hoofd van die [aangeefster] heeft bedekt (met een stoffen voorwerp)

en/of (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004

tot en met 22 september 2005, in de gemeente Groningen (telkens) door geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

(telkens) zijn penis in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (onder meer) onverhoeds haar onderbroek heeft uitgetrokken en/of met haar heeft geworsteld om zijn zin te krijgen (zodanig dat het bed instortte) en/of op haar heeft ingepraat en/of haar weerstand heeft gebroken en/of zich zodanig heeft gedragen dat (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 22 september 2005,

in de gemeente Groningen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een of meer woning(en) (onder andere gelegen aan [ ] en/of de [ ] en/of de [ ] en/of de [ ] en/of de [ ]), alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

goederen, te weten een mobiele telefoon (merk/type Samsung E 710) en/of een

geldbedrag en/of een airmilespas en/of een strippenkaart en/of een DVD

recorder en/of een videocamera en/of een X-box met spelletjes en/of (een)

digitale camera('s) en/of een LCD-scherm en/of een laptop, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse

sleutel,

althans zich heeft schuldig gemaakt aan (opzet/schuld)heling (art 416, 417 Sr)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Nadere omschrijving tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de tenlastelegging als volgt nader zal worden omschreven:

1. (zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 28 juni 2005 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

- (meermalen) zijn penis in de vagina en/of in de mond van die [aangeefster] geduwd/gebracht en/of

- die [aangeefster] over haar (ontblote) lichaam gestreeld en/of betast en/of gezoend en/of

- die [aangeefster] gedwongen hem af te trekken, althans zijn, verdachte's, penis vast te houden en/of te betasten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- (gedurende de voor nachtrust bestemde tijd) de woning en/of de slaapkamer van die [aangeefster] is binnengedrongen en/of

- die [aangeefster] tijdens haar slaap heeft besprongen, althans heeft overrompeld/overvallen, en/of heeft vastgepakt en/of op die [aangeefster] is gaan liggen en/of

- (daarbij) tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had en/of dat hij haar zou doden als zij zou gillen, en/of

- het hoofd van die [aangeefster] heeft toe-/afgedekt (met een stoffen voorwerp) en/of

- (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2. (zaaksdossier 2)

hij op of omstreeks 01 oktober 2004 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

- zijn penis in de mond van die [aangeefster] en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en/of

- die [aangeefster] over haar (ontblote) lichaam gestreeld en/of betast en/of gezoend en/of

- die [aangeefster] gedwongen hem af te trekken, althans zijn, verdachte's, penis vast te houden en/of te betasten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- (gedurende de voor nachtrust bestemde tijd) de woning en/of de slaapkamer van die [aangeefster] is binnengedrongen en/of

- die [aangeefster] tijdens haar slaap heeft overrompeld/overvallen en/of heeft vastgepakt en/of op die [aangeefster] is gaan liggen en/of

- de mond van die [aangeefster] met zijn hand(en) heeft bedekt, en/of

- tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had, en/of

- het hoofd van die [aangeefster] heeft bedekt (met een stoffen voorwerp) en/of

- (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

3. (zaaksdossier 3)

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 31 mei 2005 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

- (meermalen) zijn penis in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en/of

- die [aangeefster] gedwongen hem af te trekken, althans zijn, verdachte's, penis vast te houden en/of te betasten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- (gedurende de voor nachtrust bestemde tijd) de slaapkamer alwaar die [aangeefster] zich bevond is binnengedrongen, althans is binnengegaan en/of

- die [aangeefster] in haar slaap heeft overrompeld/overvallen en/of

- onverhoeds en/of met kracht de onderbroek van die [aangeefster] heeft uitgetrokken en/of

- met die [aangeefster] heeft geworsteld (zodanig dat het bed is ingezakt, althans de lattenbodem is verschoven) en/of

- haar verzet/weerstand (met kracht) heeft gebroken en/of

- zich zodanig heeft gedragen dat (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie is ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4. (zaaksdossier 4)

hij op of omstreeks 15 juni 2005, in de gemeente Groningen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, gelegen aan de [ ], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen diverse goederen, te weten een mobiele telefoon (merk/type Samsung E 710), inclusief oplader en oordopjes en/of een geldbedrag (ter hoogte van ongeveer 200 euro) en/of een airmilespas en/of een strippenkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel,

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2005 tot en met 01 augustus 2005 in de gemeente Groningen, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (merk/type Samsung E 710) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5. (zaaksdossier 5)

hij in of omstreeks de periode van 28 maart 2004 tot en met 18 december 2004, in de gemeente Groningen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een of meer woning(en), alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen diverse goederen, te weten

- op 28 maart 2004 in/uit een woning gelegen aan de [ ], een PC TFT monitor en/of een laptop en/of een cd/cassetteradiospeler en/of een schoudertas en/of een telefoon en/of aftershave en/of een gitaar van het merk Yamaha en/of een geldbedrag (ter hoogte van ongeveer 10 euro) toebehorende aan [aangever] en/of

- op 15 september 2004 in/uit een woning gelegen aan de [ ] een digitale camera merk/type Canon A80 en/of een geldbedrag (ter hoogte van ongeveer 415 euro) en/of een muntenverzameling (ter waarde van ongeveer driehonderd euro) toebehorende aan [aangever] en/of

- in de nacht van 12 op 13 oktober 2004 in/uit een woning gelegen aan de [ ], een rol vuilniszakken en/of een Computer Compaq Pressario (met 15" TFT scherm en/of toetsenbord) en/of een DVD recorder van het merk Philips (met serienummer VN1J 0434 246417) en/of een draadloze USB modem en/of diverse DVD's toebehorende aan [aangever] en/of

- op 31 oktober 2004 in/uit een woning gelegen aan de [ ], een flatscreen televisie van het merk Home Electronics Digivisie 1771 en/of een versterker en/of een cd speler en/of een laptop en/of een microfoon en/of een geldbedrag (ter hoogte van ongeveer 270 euro en/of 400 Zwitserse Franken) en/of diverse CD's toebehorende aan [aangever] en/of

- op 18 december 2004 in/uit een woning aan de [ ], een vuilniszak en/of een sleutelbos en/of een computer van het merk Norrod en/of een flatscreen beeldscherm toebehorende aan [aangever]

in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel,

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 28 maart 2004 tot en met 23 september 2005 in de gemeente(n) Groningen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, diverse goederen, te weten een gitaar van het merk Yamaha en/of een digitale camera merk/type Canon A80 en/of een DVD recorder van het merk Philips (met serienummer VN1J 0434 246417) en/of een flatscreen televisie van het merk Home Electronics Digivisie 1771 en/of een computer van het merk Norrod,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Deze vordering is door de rechtbank op de terechtzitting, gehoord verdachte en de raadsman, toegewezen.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte:

- ter zake van het onder 2 en 5 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken;

- ter zake van het onder 1, 3, 4 primair en 5 subsidiair zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren;

- ter beschikkingstelling zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen gerelateerd aan verdachte, aan verdachte worden teruggegeven en dat de overige goederen zullen worden bewaard ten behoeve van mogelijk rechthebbenden.

Vrijspraak feit 2, feit 3, feit 4 primair en feit 5 primair.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank hiertoe als volgt.

Gelet op de omstandigheid dat er naast overeenkomsten met de modus operandi van feit 1 ook verschillen zijn, en er verder als enig wettig bewijsmiddel de aangifte resteert, kan naar het oordeel van de rechtbank dit feit niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt.

Hoewel de rechtbank voldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig acht, is zij er niet van overtuigd dat verdachte dit feit heeft gepleegd.

Uit meerdere verklaringen blijkt van een dusdanige verhouding tussen aangeefster en verdachte dat de mogelijkheid open blijft dat de onderhavige seksuele handelingen ook van de kant van aangeefster niet onvrijwillig hebben plaatsgevonden. Daarenboven neemt de rechtbank in aanmerking dat aangeefster eerst na de aanhouding van verdachte over de vermeende verkrachting heeft gesproken, terwijl verdachte blijkens de verklaring van [ ] d.d. 20 februari 2006, afgelegd tegenover de rechter-commissaris, gelijk de ochtend erna aan die [ ] heeft verteld dat hij en aangeefster seks hadden gehad.

Ten aanzien van feit 4 primair overweegt de rechtbank dat zij het tijdsverloop, tussen de inbraak en het moment waarop kon worden vastgesteld dat verdachte de beschikking over de gestolen mobiele telefoon had, te groot acht om tot een sluitend bewijs te komen voor de aanname dat verdachte de telefoon heeft gestolen.

Gelet op het voorgaande zal verdachte van deze feiten worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 4 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 28 juni 2005 in de gemeente Groningen door feitelijkheden en bedreiging met geweld [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte

- (meermalen) zijn penis in de vagina en in de mond van die [aangeefster] geduwd/gebracht en

- die [aangeefster] over haar (ontblote) lichaam gestreeld en betast en gezoend en

- die [aangeefster] gedwongen hem af te trekken

en bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- (gedurende de voor nachtrust bestemde tijd) de woning en de slaapkamer van die [aangeefster] is binnengedrongen en

- die [aangeefster] tijdens haar slaap heeft besprongen en heeft vastgepakt en op die [aangeefster] is gaan liggen en

- (daarbij) tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had en dat hij haar zou doden als zij zou gillen, en

- het hoofd van die [aangeefster] heeft afgedekt (met een stoffen voorwerp) en

- (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

4, subsidiair

hij in de periode van 15 juni 2005 tot en met 1 augustus 2005 in de gemeente Groningen een mobiele telefoon (merk/type Samsung E 710) voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

5, subsidiair

hij in de periode van 28 maart 2004 tot en met 23 september 2005 in de gemeenten Groningen en Amsterdam diverse goederen, te weten een gitaar van het merk Yamaha en een digitale camera merk/type Canon A80 en een DVD recorder van het merk Philips (met serienummer VN1J 0434 246417) en een flatscreen televisie van het merk Home Electronics Digivisie 1771 en een computer van het merk Norrod voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft ontkend dat hij dit feit heeft gepleegd.

De rechtbank acht het feit echter wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [aangeefster] en het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (verder: NFI) d.d. 4 oktober 2005, waaruit blijkt dat het DNA van een in het dekbed van aangeefster aangetroffen spermaspoor overeenkomt met dat van het wangslijmvlies van verdachte.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting de bevindingen en conclusies van het NFI ter discussie gesteld en de vraag opgeworpen waarom ter plaatse niet meer (DNA-)sporen van verdachte zijn aangetroffen. Verder heeft de raadsman twijfels geuit omtrent de passendheid van het door aangeefster gegeven signalement op verdachte en is hij van mening dat het onderzoek van de politie zich teveel alleen op verdachte heeft gericht.

De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt daartoe als volgt.

Gesteld noch gebleken is van feiten of omstandigheden waaruit gerede twijfel omtrent het aangetroffen DNA-spoor in het dekbed van aangeefster is gerezen. De rechtbank ziet dan ook geen bezwaar tegen het gebruik daarvan als bewijsmiddel. Ze overweegt ten aanzien van dit verweer nog het volgende. Het door aangeefster gegeven signalement van verdachte wijkt niet af van wat de rechtbank uit eigen waarneming heeft geconstateerd ten aanzien van verdachte. De rechtbank hecht in dit verband geen waarde aan de stelling van verdachte ter terechtzitting, dat hij niet rookt en dus ook niet naar sigaretten kan hebben geroken. Uit diverse verklaringen in het dossier blijkt immers dat verdachte in ieder geval in de onderhavige periode wel rookte. Dat er verder ter plaatse niet meer

(DNA-)sporen van verdachte zijn aangetroffen, acht de rechtbank verklaarbaar door de berekenende handelwijze van verdachte, die erop was gericht om geen sporen achter te laten. De rechtbank deelt tot slot niet de mening van de raadsman dat de politie zich in het onderzoek met een zekere "tunnelvisie" op verdachte heeft gericht.

Het onderzoek is in deze zaak in beginsel breed opgezet, er zijn ook meerdere potentiële verdachten hieruit naar voren gekomen. Blijkens het betreffende proces-verbaal van de politie vielen deze, met uitzondering van verdachte, om uiteenlopende redenen af.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, 4 subsidiair en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

1. Verkrachting, meermalen gepleegd.

4, subsidiair. Een gewoonte maken van opzetheling.

5, subsidiair. Een gewoonte maken van opzetheling.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de onderzoeksrapportage d.d. 12 oktober 2006, van het Pieter Baan Centrum te Utrecht (verder: PBC), opgemaakt door C.M. van Deutekom, klinisch psycholoog, en J.M.J.F. Offermans, psychiater.

De psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 7 maart 2006, opgemaakt door

B.T. Takkenkamp, laat de rechtbank buiten beschouwing, omdat de conclusie van dit rapport voornamelijk is gebaseerd op aannames, die gedestilleerd zijn uit de feitelijkheden die hem uit het hem ter beschikking gestelde dossier konden blijken.

De conclusie van het, nader in deze uitspraak aan de orde komende, PBC-rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat aan verdachte -indien bewezen- het tenlastegelegde onder 1, in verminderde mate, en onder 4 (na de nadere omschrijving tenlastelegging, onder 4 en 5) volledig, kan worden toegerekend.

De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de verschillende terechtzittingen, het evengenoemde, aangaande zijn persoon opgemaakte PBC-rapport, het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 26 september 2005, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich gedurende enkele uren, onder bedreiging met een mes, meerdere keren schuldig gemaakt aan verkrachting van mevrouw [aangeefster]. Aangeefster moest daarbij tevens allerlei andere seksuele en vernederende handelingen verrichten en ondergaan. Zelfs nadat aangeefster, na al geruime tijd te zijn misbruikt, onder dwang van verdachte had gedoucht, haar tanden had gepoetst en zich had aangekleed, heeft verdachte haar wederom gedwongen tot seksuele handelingen, waarbij hij foto's van haar heeft gemaakt en zij weer haar onderbroek uit moest trekken. Dit alles heeft ook nog eens plaatsgevonden in de meest intieme privésfeer van de woning van aangeefster, waarbij haar ogen steeds waren bedekt en zij zodoende geen idee had wie de dader was en waar hij verder toe in staat leek te zijn.

Verdachte heeft met dit feit de lichamelijke integriteit van aangeefster ernstig geschonden en, zoals uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt, heeft het feit uitermate ernstige en verwoestende gevolgen voor haar leven gehad.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de heling van vele goederen. Door de diefstal van deze goederen is bij de betrokkenen veel schade en ongemak veroorzaakt. Bovendien heeft verdachte hierdoor een bijdrage geleverd aan de afzetmarkt voor gestolen goederen, waardoor de diefstal daarvan wordt gestimuleerd.

Daarnaast neemt de rechtbank bij het opleggen van de vrijheidsstraf in aanmerking de conclusies van voormeld PBC-rapport, dat het feit onder 1 verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

Motivering maatregel

Terbeschikkingstelling

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, bij wie tijdens het begaan van het onder 1 bewezenverklaarde, gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, ter beschikking moet worden gesteld omdat het onder 1 bewezen en strafbaar verklaarde een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen, alsmede de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tevens van overheidswege moet worden verpleegd omdat:

- de veiligheid van anderen de verpleging eist;

- de algemene veiligheid van personen de verpleging eist.

De rechtbank heeft dit oordeel gegrond op het PBC-advies van de gedragsdeskundigen C.M. van Deutekom en J.M.J.F. Offermans, voornoemd.

Het rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in:

Beschrijvende diagnose

Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met schizotypische en narcistische trekken. Deze stoornis gaat bij hem samen met psychopathie. In het oog springende kenmerken van de schizotypische trekken van zijn persoonlijkheidsstoornis zijn: vaag en wijdlopig spreken, een onvermogen om vertrouwen te schenken door een wantrouwende houding, afwezigheid van intieme relaties, en zonderling gedrag. De narcistische componenten in zijn persoonlijkheid zijn een overdreven gevoel van eigen belangrijkheid gekoppeld aan een sterke geneigdheid zichzelf grote successen toe te dichten en een gebrek aan empathie.

Betrokkene scoort royaal boven de norm op de schaal die nagaat of er sprake is van psychopathie.

De combinatie met ernstige persoonlijkheidsproblematiek zoals deze zich bij betrokkene voordoet, maakt dat hij zich jegens anderen kil, egocentrisch en destructief kan gedragen.

Beschouwing

Met betrekking tot (voor zover hier van belang) het tenlastegelegde feit sub 1, indien bewezen, kan gesteld worden dat er een nauw verband is met de bovenbeschreven pathologie. Het zijn hier vooral de schizotypische en narcistische trekken in betrokkenes persoonlijkheidsstoornis die zo'n bizarre, machtsmisbruikende invulling geven aan het gedrag.

Concusie

De ondergetekenden concluderen dat onderzochte ten tijde van het plegen van het hem (voor zover hier van belang) sub 1 ten laste gelegde feit lijdende was aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, dat het feit -indien bewezen- hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.

Advies

Gelet op het volledig ontbreken van besef en inzicht in zijn problematiek is er sprake van een hoog recidiverisico voor feiten als het ten laste gelegde sub 1, indien bewezen. Om dit recidievegevaar tegen te gaan ziet het onderzoeksteam geen enkel heil in een behandeling waarbij sprake is van enige mate van vrijwilligheid.

Het onderzoeksteam ziet dan ook geen andere mogelijkheid Uw College te adviseren om betrokkene een tbs met bevel tot verpleging van overheidswege te adviseren.

De rechtbank kan zich met de inhoud en de conclusie daarvan verenigen en neemt die over.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene zoals bedoeld in de kennisgevingen van inbeslagneming d.d. 11, 13, 19, 21 en 27 oktober 2005 en 10 november 2005 (en zoals aangegeven op de aan deze uitspraak gehechte bijlagen, bestaande uit 25 pagina's) moet worden teruggegeven aan verdachte.

Gelet op de omstandigheid dat van deze goederen niet vast staat dat ze van diefstal afkomstig zijn acht de rechtbank (thans) geen redenen aanwezig om, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, deze ten behoeve van mogelijk rechthebbenden te bewaren.

Feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [aangeefster], [adres en woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks thans schade is toegebracht tot een bedrag van EUR 8.952,21. De rechtbank zal de vordering bij wijze van voorschot tot dat bedrag toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 37a, 37b, 57, 242, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 2, 3, 4 primair en 5 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1, 4 subsidiair en 5 subsidiar tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1, 4 subsidiair en 5 subsidiar meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikking-gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de voorwerpen, vermeld op de aan deze uitspraak gehechte bijlagen.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster], [adres en woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van EUR 8.952,21 (zegge achtduizend en negenhonderd en tweeënvijftig euro en eenentwintig eurocent).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van EUR 8.952,21 (zegge achtduizend en negenhonderd en tweeënvijftig euro en eenentwintig eurocent) ten behoeve van de benadeelde partij [aangeefster], [adres en woonplaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 179 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 8.952,21 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. M.J.B. Holsink, voorzitter, F. Sijens en M. Griffioen, rechters, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 december 2006.