Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2537

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-09-2006
Datum publicatie
17-11-2006
Zaaknummer
AWB 06/329
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbreken van informatie over instellen van beroep leidt niet tot verschoonbaarheid van termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2006-2162

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector bestuursrecht, enkelvoudige

belastingkamer

Zaaknummer: AWB 06/329

Uitspraakdatum: 6 september 2006

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Eiseres heeft bij brief van 20 februari 2006, ontvangen bij de rechtbank op 23 februari 2006, beroep ingesteld tegen de uitspraak van verweerder van 24 oktober 2005.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 september 2006 te Groningen.

Namens verweerder is verschenen W.J. Oomkens. Eiseres is - hoewel behoorlijk

opgeroepen - niet verschenen.

2. Motivering

Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan op de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet of van het afschrift van een voor bezwaar vatbare beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van die bekendmaking, dan wel op de dag na die van de voldoening of de inhouding onderscheidenlijk de afdracht. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het eind van de termijn is ontvangen.

De dagtekening van de bestreden uitspraak is 24 oktober 2005. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het besluit pas na die datum is verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 5 december 2005. Het beroepschrift is gedateerd op 20 februari 2006 en op 23 februari 2006 door de rechtbank ontvangen. Het beroepschrift is derhalve, gelet op artikel 6:9, eerste lid, Awb, niet tijdig ingediend.

Ingevolge artikel 6:11 van die wet blijft bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Eiseres - zijnde ook advocaat - heeft naar voren gebracht dat zij, anders dan in de uitspraak op bezwaar staat vermeld, geen bijlage heeft ontvangen waarin is omschreven hoe zij dient te handelen en welke regels zij daarbij in acht dient te nemen indien zij beroep wenst in stellen tegen die uitspraak op bezwaar.

De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een dergelijke bijlage niet zonder meer kan leiden tot de gevolgtrekking dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. In de uitspraak op bezwaar staat immers, zoals ook door eiseres is aangegeven, vermeld dat beroep dient te worden ingesteld bij de rechtbank te Groningen. Eiseres was reeds uit hoofde van haar functie bekend met het adres van de rechtbank Groningen terwijl voorts, al ware dat niet zo, het adres van de rechtbank Groningen op diverse wijze is te achterhalen, bijvoorbeeld via een telefoonboek. Als eiseres al niet bekend zou zijn met de termijn waarbinnen beroep had moeten worden ingesteld had zij, ter zekerstelling van de termijn, direct moeten reageren bijvoorbeeld door het indienen van een pro forma beroep. Dat eiseres dat niet heeft gedaan komt voor rekening en risico van eiseres.

Voorts heeft eiseres naar voren gebracht dat de brief van de gemeente van 19 januari 2006 moet worden opgevat als een hernieuwde uitspraak op bezwaar, waarbij de uitspraak op bezwaar van 24 oktober 2005 werd gehandhaafd.

Anders dan eiseres vermeent de rechtbank niet in te zien op grond waarvan de brief van 19 januari 2006 zou kunnen worden aangemerkt als een - zoals door eiseres genoemd - hernieuwde uitspraak op bezwaar. Naar het oordeel van de rechtbank is deze brief geen besluit.

Gelet op het vooroverwogene is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 6 september 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. M.P. den Hollander, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier.

Afschrift aangetekend

verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.

AWB 06/329 blad 3

uitspraak